• Oogst week 15 – 2022

    Te waar om mooi te zijn

    Wat een prachtige combinatie van titel en omslag: Te waar om mooi  te zijn tegen de achtergrond van één van de bekendste werken van Teun Hocks die de meest bizarre scènes ontwierp voor zijn kunst.  In het boek heeft Frank Westerman veertien verhalen gebundeld die ontstonden naar aanleiding van reizen van hem naar Venetië, naar Auschwitz, naar Spitsbergen enzovoort. Het zijn verhalen over de kunst, de mens en de natuur. In zijn Proloog schrijft hij: ‘Toen ik zelf elf was wilde ik landmeter worden. Ik voelde me aangetrokken tot de landmeters bij ons in de straat – mannen in oranje hesjes met reflecterende strepen. Turend door hun kijkers liepen ze alle dingen in de omgeving na; gewoon voor de zekerheid, of alles inderdaad zo was als het leek.
    Van dit nalopen van de werkelijkheid heb ik mijn beroep gemaakt. Wat is Wahrheit, wat is Dichtung? Ik laat me niet graag bedonderen, maar wel betoveren – met als gevolg dat ik al mijn leven lang achter feiten aanhol. Die feiten spreken nooit voor zich. Al rooster je ze boven een vuurtje, ze houden hun mond. Jij bent het die de feiten een stem geeft, leven inblaast. We zijn feitenfluisteraars die de dingen woorden en betekenissen toedichten’. Westerman stemt graag in met wat Antoine de Saint-Exupéry in De kleine prins schrijft: ‘Een kind kijkt niet alleen met zijn ogen. Het weet dat de belangrijkste dingen onzichtbaar zijn.’

    Te waar om mooi te zijn
    Auteur: Frank Westerman
    Uitgeverij: Querido Fosfor

    De schaamte

    Sinds Nederland in 2020 enthousiast kennismaakte met De jaren van Annie Ernaux verschijnen in hoog tempo herdrukken van vertalingen van haar werk zoals Meisjesherinneringen (eerder in 2017) en Het voorval (eerder in 2004). Nu is er ook een herdruk van De schaamte dat in 1998 al eerder verscheen, ook toen in de vertaling van Rokus Hofstede. Al haar boeken zijn autobiografieën van een bijzonder soort. Zeer persoonlijke en schokkende verhalen afgezet tegen de tijdgeest waarin ze leefde. De schaamte begint op 15 juni 1952 toen de twaalfjarige Annie er ’s middags getuige van was dat haar vader haar moeder met een mes wilde vermoorden. Sindsdien was er voor haar een leven daarvóór en een leven daarná: ‘Ik schaamde me voor mijn ouders, voor de gescheiden vrouwen om mij heen, voor de dronken klanten in ons café, voor hun platte taalgebruik, voor al die verstarde gebruiken die hoorden bij mijn sociale klasse; meisjes kregen hun eerste permanentje na de communie, jongens droegen voor het eerst een lange broek op de eerste schooldag, trouwen moest je op die en die leeftijd, alles was vastgesteld. In De schaamte wilde ik onderzoeken wat er in mij nog over was van dat meisje van twaalf. De enige manier waarop ik dat kon doen was door als het ware etnoloog van mijzelf te worden. Ik zocht naar wetten, waarden, rituelen en de taal van mijn milieu, mijn school en mijn familie en ik zette de beelden uit mijn herinnering om in woorden, zodat ze een soort documenten werden. Maar niemand kan zich zichzelf echt herinneren. Het meisje van toen lijkt in niets meer op de vrouw die ik nu ben. Ik zou haar niet herkennen als ik haar tegenkwam’.

    De schaamte
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Station Tokio Ueno

    De Japanse Yu Miri (1968) is kind van Koreaanse ouders maar schrijft in het Japans en woont met haar zoontje in het Fukushima van na de ramp in 2011. Ze heeft er een boekwinkeltje en een theater. En ze schrijft zo nietsontziend dat haar eerste roman in 1994 in Japan verboden werd.
    Hoofdpersoon en verteller in haar eerste in het Nederlands vertaalde boek Station Tokio Ueno is  Kazu, een bouwvakker uit Fukushima die gesloopt wordt door zijn werk, zijn gezin zelden ziet en tenslotte leeft in het daklozenkamp Tokio Ueno, vlakbij het station. Het toppunt van vernedering is dat het tentenkamp met zijn bewoners tijdelijk ontruimd wordt als de keizer langs komt voor een museumbezoek. Die tragiek wordt nog eens benadrukt doordat Kazu op dezelfde dag jarig is als keizer Akihito en zijn zoon op dezelfde dag als diens zoon en huidige Japanse keizer Naruhito.
    Kazu werkt bij de aanleg van de voorzieningen voor de Olympische Spelen die de aandacht van de wereld moeten trekken, maar mensen als hij vinden geen plek in die gelikte wereld. Pas langzaam wordt de lezer duidelijk vanuit welk perspectief Kazu zijn verhaal doet.

    Station Tokio Ueno
    Auteur: Yu Miri
    Uitgeverij: De Geus
  • Recensie door: Rosalien Koster

    Recensie door: Rosalien Koster

    In 2003 schreef de Japanner Takuji Ichikawa de roman Ima, Ai ni yukimasu, in het Nederlands vertaald als Bij jou zijn. Het was een grote hit in Ichikawa’s thuisland. Een Engelse vertaling volgde. Na de Angelsaksische landen is nu ook Nederland, dankzij de vertaling van Geert van Bremen, aan de beurt om kennis te maken met het proza van Ichikawa.

    Bij jou zijn gaat, zoals de titel al suggereert, over de liefde. Centraal staat het verhaal van twee eindtwintigers Mio en Takumi. Als Mio op haar achtentwintigste sterft, blijft Takumi samen met hun vijfjarige zoon berooid achter. Zo goed en zo kwaad als het gaat, probeert hij de zorg voor zijn zoon en zijn werk te combineren. Geen gemakkelijke opgave, helemaal niet voor Takumi die al jaren gebukt gaat onder ernstige angstaanvallen.

    Ogenschijnlijk gaat het leven zijn gangetje. Om het immense verdriet een beetje te verzachten, fantaseert Takumi samen met zijn zoontje Yuji avond na avond over de planeet Archief, de plek waar Mio na haar dood zou zijn heengegaan. Met de geestige en tegelijk ontroerende fantasieën van vader en zoon over deze planeet laat Ichikawa zien dat grote dramatische woorden niet nodig zijn. Het daadwerkelijke verdriet zit verscholen in het kleine en het onuitgesprokene. Genadeloos legt Ichikawa deze verborgen tragiek bloot. Helaas weet hij dit maar een paar hoofdstukken vol te houden. Vervolgens doet hij wat hij niet had moeten; het sentiment de voorrang geven. Wat volgt is een mooi, en uiterst gevoelig verhaal, maar Ichikawa beschikt jammer genoeg niet over genoeg zeggingskracht om echt indruk te maken zoals hij wel doet in de eerste paar hoofdstukken.

    ‘Hoe vaak je ook afscheid moet nemen, hoe ver je ook van huis raakt, altijd gaat het leven door’. De wijze woorden van meester Nombre, een oude man die Takumi elke dag in het park ontmoet, weerspiegelen voor Takumi de droevige waarheid.  Mio is er niet meer. Maar dan opeens keert Mio op een dag aan het begin van de regentijd, een jaar na haar overlijden, zoals ze voorspelde op haar sterfbed, weer terug op aarde.

    Mio neemt opnieuw haar intrek in het appartement waar ze jaren woonde met man en kind.

    Hier zal ze blijven tot het einde van de regentijd. Weten wie ze is en hoe haar leven eruit zag, weet Mio echter niet meer. Stukje bij beetje vertelt Takumi aan Mio over hun leven samen, hoe ze elkaar ontmoet hebben en hoe langzaam de liefde tussen hen beiden opbloeide. Het is vooral hier waar Ichikawa volledig de mist ingaat. De door Takumi verwoordde liefdesgeschiedenis is te idyllisch en te griezelig perfect om langdurig te kunnen blijven boeien.

    Langzaam nadert het einde van de regentijd. Het verhaal loopt ten einde. Opnieuw moeten de twee geliefden afscheid nemen. Opnieuw haalt ook Ichikawa alle romantische clichés weer uit de kast om dit afscheid te verwoorden. Daarnaast kan Ichikawa het niet laten om in het laatste hoofdstuk alle vragen die het verhaal oproept te beantwoorden. Zonde, en bepaald niet slim. Juist de raadsels zorgen voor enige deining in het verdere weinig opzienbarende verhaal. Uiteindelijk blijft de lezer dan ook aan het einde van het boek, net als Takami, met lege handen achter.

     

    Bij jou zijn

    Auteur: Takuji Ichikawa
    Vertaald door: Geert van Bremen
    Verschenen bij: Uitgeverij Contact
    Aantal pagina’s: 304
    Prijs: € 19,95