• ‘Sombere poëzie van menselijke kadavers’

    ‘Sombere poëzie van menselijke kadavers’

    ‘Sombere poëzie van menselijke kadavers’

    Langs verschillende wegen kwamen de uitgeverijen Lebowski en Cossee in 2013 erachter dat ze bezig waren hetzelfde boek vertaald en uitgegeven te krijgen. In plaats van elkaar in de haren te vliegen over de eerst verworven rechten van Het fantoom van Alexander Wolf werden de handen ineengeslagen en hebben we nu al de tweede roman van Gajto Gazdanov te pakken die deze samenwerking bekroont. In de golf van herontdekte juweeltjes uit de wereldliteratuur vormt Nachtwegen (1952) een verrassende ontdekking.

    Gazdanov beschrijft in deze wat zwaarmoedige roman zijn leven als Russische vluchteling in Parijs. Als hij in 1920, na de revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog, zijn vaderland ontvlucht en via Turkije in Frankrijk terechtkomt, is hij de eerste jaren werkzaam als fabrieksarbeider in de autoindustrie. Later begint hij een studie aan de Sorbonne en verdient de kost als taxichauffeur in Parijs. De nacht is zijn exclusieve domein en maakt hem tot observator van het leven in de kleine uurtjes.

    Dat leven wordt vooral bevolkt door mede-ontheemden uit Rusland en andere nachtvlinders in het Parijse uitgaansleven. De schrijver rijdt zijn taxi met de meest uiteenlopende klanten en verblijft in de rustige uren in een van de vele nachtcafés waar hij onderduikt in de verhalen en de problemen van anderen. We komen weinig te weten over hemzelf, hij is de waarnemer en toehoorder die alles in de gaten houdt en leidt ‘het leven aan de zijlijn, alsof ik zelf geen deel had aan de gebeurtenissen’.

    Als taxichauffeur krijgt hij te maken met wonderlijke ontmoetingen, op straat en op de achterbank van zijn wagen. Maar hij neemt gek genoeg amper deel aan deze bewegingen – ontworteld als hij is – het is een ‘ongewone wereld’ voor hem. Hij lijkt bewust te willen benadrukken dat hij slechts tijdelijk in deze situatie is beland.

    Bij dit werk kon geen enkele indruk, geen enkele betovering langdurig zijn – en pas achteraf probeerde ik me te herinneren wat ik op zo’n nachtrit had gezien, en dat te duiden, vanuit de details van deze ongewone wereld, die kenmerkend zijn voor nachtelijk Parijs.

    De beklemming die zijn houding bij de lezer veroorzaakt is voelbaar tot in de uithoeken van deze bijzondere roman. Het is moeilijk sympathie op te brengen voor een vertellende hoofdpersoon die zelf onzichtbaar blijft: hij strijkt met een lichtbundel over de verschillende acteurs maar speelt zelf niet mee in dit theaterstuk. De afstand die hij hierdoor creëert, en ook zijn vaak cynische commentaar, maakt tegelijkertijd zijn intense eenzaamheid zichtbaar.

    Van de ontmoetingen die hij heeft is die met Jeanne Raldi het meest indrukwekkend. De ook in Rusland beroemde courtisane is volledig aan lager wal geraakt en kan op het einde van haar professionele loopbaan nog slechts wat geld verdienen langs de straten van nachtelijk Parijs. De schrijver ontfermt zich als het ware over de oude dame en hoort haar verhaal aan. Wat later, als ze vergeefs probeert haar sterfelijkheid op te rekken, is hij getuige van haar poging een beeldschone prostituee – als jonge protegé – in te wijden in het vak. Het meisje maakt gebruik van haar ervaring maar gaat verder hooghartig haar eigen weg en Jeanne Raldi kwijnt weg op haar armoedige zolderkamer en sterft uiteindelijk alleen.

    Vrijwel iedere nacht brengt de schrijver/chauffeur een aantal uren door in het nachtcafé waar de meeste Russische exiles zich verzamelen. Hij wisselt wat woorden met Plato, de selfmade-filosoof die na zijn eerste vijf glazen witte wijn niet meer te volgen is. Ook hier is hij de afstandelijke beschouwer: hij drinkt zijn glas melk en laat de oren hangen naar iedereen die hem kan afleiden van de dagelijkse realiteit. De Russen – alsof hij daar zelf niet bijhoort – verkeren volgens hem in ‘een vormeloze en chaotische wereld die ze dagelijks moeten scheppen en inrichten.’ Hij verwondert zich over ‘de zuiver Slavische bereidheid elke dag, elk uur van het bestaan alle schepen achter je te verbranden en van voren af aan te beginnen.’

    Op dezelfde wijze doet hij verslag van de toestand van zijn kennis Fedortsjenko die, eenmaal getrouwd met de struise Suzanne – prostituee in ruste – langzaam wegzakt in een lethargische cocktail van heimwee gemixt met een flinke dosis neerslachtigheid. In een Russisch restaurant in Montparnasse zit Fedortsjenko nachtenlang te zwijmelen bij een zangeres die liedjes uit zijn kindertijd kweelt, om later op een ochtend te worden gevonden, in de deuropening hangend aan zijn broekriem.

    Gajto Gazdanov schetst een dieptreurig beeld van zijn landgenoten in den vreemde, waarbij hij tegelijkertijd, zelfs in de grote afstandelijkheid die hij verkiest, een onbewust portret van zichzelf tekent. Zijn verzet tegen zijn eigen omstandigheid verschuift naar een afkeuring van alles wat naar het verleden riekt. Hij heeft weinig compassie met zijn mede-emigranten en hun in alcohol gedrenkte toekomstvisioenen, hun losbandigheid en hun vaak ‘dierlijke domheid’. Wat hij zelf voor ogen heeft is onduidelijk – Gazdanov komt overigens zelf later goed terecht in München – maar zijn wereld wordt op dat moment gekenmerkt door in lange, prachtig rondzwervende zinnen vastgelegde vertwijfeling.

    Parijs kwijnde voor mijn ogen weg; het leek alsof ik geleidelijk aan blind begon te worden en de hoeveelheid dingen die ik zag van lieverlee kleiner werd – tot het moment waarop de totale duisternis zou invallen.

     

    Nachtwegen

    Auteur: Gajto Gazdanov
    Vertaald door: Arie van der Ent
    Verschenen bij: Uitgeverij: Lebowski/Cossee
    Aantal pagina’s: 286
    Prijs: € 19,95

  • Treurnis, weemoed en melancholie in adembenemend proza

    Treurnis, weemoed en melancholie in adembenemend proza

    Gajto Gazdanov was een van de bekendste Russische emigrantenschrijvers in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Een avond bij Claire verscheen in 1929 in Parijs, gevolgd door nog enkele romans en verhalen, waaronder de roman Het fantoom van Alexander Wolf. In 1992 verscheen Een avond bij Claire in een vertaling van Helen Saelman. Zij heeft die vertaling voor deze heruitgave volledig herzien.

    De schrijver Gazdanov en het hoofdpersonage Kolja lijken in bepaalde opzichten op elkaar. Beiden kiezen op jonge leeftijd (Kolja was 16 jaar) in de Russische Revolutie de kant van de Witten. Van Kolja weten we dat hij dat niet uit overtuiging deed, want als zijn oom Vitali, een oud-officier, hem probeert tegen te houden door te zeggen dat de vrijwilligers (de Witten) de oorlog gaan verliezen, denkt hij: ‘De vraag of de vrijwilligers de oorlog zouden winnen of verliezen interesseerde mij niet zo. Ik wilde weten wat oorlog was, (…). Ik trad toe tot het Witte leger omdat ik me op het grondgebied daarvan bevond, omdat iedereen dat deed’.
    Zoals de schrijver zelf belandt ook Kolja, gedwongen te vluchten omdat de communisten de oorlog gewonnen hebben, na lange omzwervingen in Parijs. Daar ziet hij Claire terug, op wie hij in het Rusland van voor de Revolutie hopeloos verliefd was en die hij uit het oog verloren was ten gevolge van een nogal onhandige toenaderingspoging en die hij ‘nergens en nooit had kunnen vergeten’.

    Claire is inmiddels getrouwd met een rijke zakenman die vaak en langdurig op reis is, zoals ook het geval is op het moment dat het verhaal een aanvang neemt. Kolja bezoekt de zieke Claire iedere avond tot hij van haar ontvangt waarnaar hij tien jaar verlangd heeft, maar ’toen ze ingeslapen was, draaide ik me met mijn gezicht naar de muur en werd bevangen door mijn oude droefheid.’ Treurnis, weemoed, melancholie voeren de boventoon in de roman. In die bewuste nacht, bij Claire, realiseert Kolja zich dat aan het weemoedig verlangen naar Claire nu een einde is gekomen en dat besef leidt tevens tot een keerpunt in het verhaal. Vanaf dat moment namelijk begint Kolja zich geleidelijk alles voor de geest te halen wat voorafging aan de avonden bij Claire. Hij voert ons mee naar zijn bepaald niet ongelukkige jeugd die echter wreed verstoord werd door de dood van zijn bijzondere vader, de man die hem leerde hoe hij in zijn dromen wereldreizen kon maken als commandant van een toverschip. Ook zijn leven als gymnasiumleerling passeert de revue. Het valt hem op dat hij meer dan anderen van zijn innerlijk leven houdt, dat zijn aandacht getrokken wordt door ‘kleinigheden waaraan ik eigenlijk geen belang had moeten hechten’, en dat belangrijke gebeurtenissen (lees veldslagen, doden en gewonden) ‘nauwelijks effect’ op hem hadden en voor hem pas veel later, in zijn herinnering, de betekenis krijgen die ze hadden moeten hebben toen ze plaatsvonden.

    Deze roman laat een onuitwisbare indruk na, niet alleen door wat Kolja beschrijft, maar ook en misschien wel vooral door hóe hij het beschrijft. Adembenemend en in bijna poëtische bewoordingen weergegeven is de reis van de pantsertrein. Deze trein, waarmee  Kolja, zijn kameraden en de officieren naar het front vervoerd worden, brengt hem in contact met lieden van allerlei slag. (Later bij de aftocht van de Witten ’trok de pantsertrein over de rails van de Taurus en de Krim, als een door honden opgejaagd en door jagers omsingeld wild dier.’) In geuren en kleuren schildert Kolja laffe officieren – van wie een zich tijdens een zwaar gevecht onder een hoop lijken verschool en pas op stond toen het gevecht was afgelopen – en heldhaftige soldaten. Zelfs dat hij als soldaat van het artilleriecommando naar een observatiepost wordt gestuurd die zich in een boomtop in een bos bevindt, en dat hij daar alleen gelaten wordt, wordt voorgesteld als iets moois, iets waar je bijna jaloers op zou kunnen zijn: ‘De bladeren ruisten in de wind, een sprinkhaan, die god mag weten waarvandaan gekomen was, tsjirpte beneden op de grond en verstomde toen plotseling, alsof iemand een hand voor zijn mond hield. Alles was zo mooi en transparant (…) dat ik vergat dat ik de mondingsvlammen en de bewegingen van de vijandelijke cavalerie in de gaten moest houden, (…) en vergat dat er in Rusland een burgeroorlog aan de gang was en dat ik aan die oorlog deelnam.’ Met dit soort opvallende vergelijkingen en beschrijvingen weet de schrijver de lezer steeds weer te verrassen!

    Bijna een eeuw later is Gazdanov nog steeds in staat de lezer de werkelijkheid te doen vergeten met zijn fantastische (in de ware zin van het woord!) vertelling, fraai gekozen beelden en prachtige stijl.

    Een avond bij Claire

    Auteur: Gajto Gazdanov
    Vertaald door: Helen Saelman
    Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
    Aantal pagina’s: 176
    Prijs: € 18,90