• Over een matroos op leeftijd

    Over een matroos op leeftijd

    Edoardo, een zeeman uit een klein dorpje in Ligurië, wil nog één keer varen, nog één keer een tocht volbrengen voor hij met pensioen gaat. Hij is gehecht geraakt aan het zeemansbestaan en de zee blijft trekken. Ondanks dat zijn vrouw hem ervan probeert te weerhouden besluit hij nog eenmaal weg te gaan, wanneer ‘ze’ het hem aanbieden. Spannend is het zeker; het is namelijk onduidelijk hoe lang de tocht gaat duren; de vraag is wanneer hij weer thuiskomt en vooral óf hij thuiskomt – men weet het nooit met de woeste tochten die Edoardo gewend is te maken.

    De nadruk in deze roman ligt op het beschrijven en weergeven van de gedachten van Edoardo. Daarnaast worden de gesprekken die hij met anderen voert eveneens uitgebreid beschreven, zowel de oppervlakkige en dagelijkse (beleefdheids)gesprekken als de moeilijkere zoals die met zijn vrouw over zijn op handen zijnde laatste reis. Er wordt veel beeldspraak gebruikt, en de dialogen zijn prachtig: ‘Francois zat op een draaistoel, zijn gezicht vlakbij een miniatuur zeilscheepje. Hij keek Edoardo onderzoekend aan en leek hem niet te herkennen. Maar toen schudde hij zijn hoofd: “Je bent geen spat veranderd, precies dezelfde als toen we nog op zee zaten.” “Ik ben blij je te zien. Ik ben maar gekomen… ik had haast. De honger drijft de wolf uit zijn hol.” “Kom hier!” zei de ander, en hij liep met gespreide armen om de tafel heen waar het scheepje op stond. “Wat wil je drinken?” “Wat je hebt.”’ Andere voorbeelden zijn onder andere: ‘De zon stak vuren aan op de daken van Pietraluna’, ‘Hij streelde haar haren, dik als honing’ en ‘Vandaag zijn de bergen blauw.’ De gedetailleerde beschrijvingen zijn vaak prachtig en lieflijk. Hoewel de auteur zich vaak van dit soort taal bedient, wordt het nergens gekunsteld of irritant. Biamonti weet het op een juiste manier, gedoseerd te gebruiken. Verder spelen kleuren een belangrijke rol: ‘Hij had nooit meer willen ophouden met naar haar kijken, met zich verliezen in haar bruine en gouden tinten’ en ‘het parelgrijs van de muur werd steeds zwarter’.

    Edoardo moet lang wachten, voor hij uiteindelijk voor een laatste opdracht wordt gevraagd. Gaandeweg komt de lezer er achter dat het nogal louche handelswaren zijn die hij moet vervoeren, naar verre overzeese bestemmingen. Via via moet hij laten weten dat hij ‘beschikbaar’ is, maar niet te opzichtig, en hij moet goed opletten aan wie hij dat laat weten. Tegen de tijd dat hij daadwerkelijk de zee op gaat, is het verhaal al bijna ten einde. De radio valt uit en Edoardo en de rest van de bemanning zijn overgeleverd aan elkaar en hun eigen gedachten. En nu de radiostilte is begonnen, begint het wachten op zee. De titel is tweeledig op te vatten, zowel letterlijk en figuurlijk. (In het Italiaans is de titel ook ‘wachten op de zee’). Terecht heeft de vertaler dit letterlijk overgenomen.

    Na Wachten op zee is ook het onvoltooid gebleven boekje De stilte opgenomen in de uitgave (Biamonti stierf tijdens het schrijven hiervan, het telt slechts 29 pagina’s). Erg anders van toon en aard dan Wachten op zee is dit niet, dezelfde schrijfstijl en dezelfde thema’s, en Edoardo is wederom de hoofdpersoon. Dit keer leeft hij samen met ene Lisa. Ook hier vooral dialogen en het weergeven van gedachten, maar geen echte ‘gebeurtenissen’. Stilte… en weer wachten.

    De lezer die spanning en sensatie wenst, komt met deze twee werkjes niet aan z’n trekken, maar degene die geniet van mooie gedachtenbeschrijvingen en dialogen met prachtige beeldspraak van een matroos op leeftijd zal ze zeker waarderen.

     

    Wachten op zee
    (& De Stilte)

    Auteur: Francesco Biamonti
    Vertaald door: Pietha de Voogd en Mieke Geuzebroek
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Gennep
    Aantal pagina’s: 166
    Prijs: € 17,90

  • Fascinerende desolate roman

    Fascinerende desolate roman

    Varí is de laatste die in het gehucht Aúrno op de Frans/Italiaanse grens is achtergebleven om mimosa en olijven te verbouwen. De overige bewoners hebben die plek allang verlaten. Het is er onherbergzaam en dor, en de wind waait alles droog. Als zijn oogst door vorst mislukt, besluit Varí dat er ook voor hem geen toekomst meer zit in olijven en mimosa.

    Rond dat moment overlijdt de plaatselijke ‘passeur’ en Varí neemt zijn rol over. In eerste instantie om diens aangegane verplichting na te komen, en min of meer op verzoek van de aantrekkelijke jonge vrouw Sabèl, maar later smokkelt hij voor geld mensen over de grens naar de Côte d’Azur. Een magere inkomstenbron, zeker nadat zijn vaste ‘leverancier’ is omgekomen.

    Wie moeten er eigenlijk steeds maar de grens over? Wat zijn dat voor mensen, waar willen ze heen en waarom? Er zijn wat vage verwijzingen naar drugs- en wapenhandel, maar er echt achter komen, doe je niet. Het zijn mensen van allerlei nationaliteiten die de grens over willen, Oost-Europeanen, Turken, Arabieren. De oude Varí, vraagt het zich allemaal niet eens af. Ja, éénmaal maakt hij een wat teleurgestelde opmerking: ‘Wat wil je! Eerst hielp ik vluchtelingen, mensen die verjaagd waren… maar dit is handel in arbeidskrachten.’

    Wat hem echter echt bezighoudt is de verdwijning van de jonge vrouw Sabèl. Waarom is zij verdwenen? Heeft het iets te maken met het overlijden van de ‘passeur’ of verstopt zij zich voor iets of iemand?
    En van wie zijn de voetstappen die hij zo nu en dan denkt te horen?

    Je komt er in Waaierwind niet achter. Met de stukjes die je aangereikt krijgt, kan je de puzzel niet leggen maar vul je hem tot op zekere hoogte zelf in. Je maakt even deel uit van Varí’s omgeving, bent even deelgenoot van zijn contacten, de gesprekken die hij voert en zijn overpeinzingen over zijn leven: ‘Hij mijmerde over zijn hopeloze situatie als gewezen boer en werkeloos passeur. ~ Was het tijd om weg te gaan? Waren het verval van het ommeland, de verdwijning van Sabèl, de vorst en de rondwarende gevaren aansporingen om van die paar terrassen weg te trekken en ze aan hun lot over te laten? ~ Toen Sabèl er nog was, was de onbestendigheid van zijn bestaan hem nooit opgevallen.’

    Dor, droog en desolaat. Dat is de sfeer die Biamonti schildert. Alleen het zeewater schittert zo nu en dan in het zonlicht. De geluiden zijn monotoon. De atmosfeer is geheimzinnig. Waaierwind gaat over vergankelijkheid, maar stemt niet droevig. Het fascineert en is prettig vluchtig.