• Krachtig betoog over scheppings- en bestaansvoorwaarden van kunst

    Krachtig betoog over scheppings- en bestaansvoorwaarden van kunst

    Is het concept ‘banaan, met ducttape bevestigd aan de witte muur’ kunst? Is in dit geval de naam van de kunstenaar – Maurizio Cattelan – daarbij van doorslaggevend belang, de specifieke banaan en haar unieke ‘aura’ of het feit dat het idee voor 120.000 dollar werd verkocht? Deze vraag zong eerder deze maand rond. Een vraag die Florette Dijkstra in haar essaybundel Rumoer, over het begin van kunst, in feite ook stelt, maar algemener en doorwrochter. Wat is kunst, waar begint (en eindigt) ze? Dijkstra bespreekt filosofische, sociologische, culturele en artistieke opvattingen die onze kijk op kunst mogelijk hebben beïnvloed of dat nog steeds doen. Uiteindelijk onderzoekt ze meer dan ‘alleen’ kunst. Ze gaat na hoe kunst zich verhoudt tot de huidige maatschappij en hoe die zich verhield tot de vroegste menselijke samenlevingsverbanden. In een verhalende, soms anekdotische vertelstijl laat ze invloedrijke kunstenaars en denkers aan het woord, ieder in het bestek van een paar pagina’s. Enkele essays die in Rumoer zijn opgenomen zijn al eerder verschenen in de bundel Oerstof (2016, De Ketelfactory).

    Schetsmatige stijl

    Dijkstra is naast schrijver kunstenaar. De omslagillustratie van Rumoer, getiteld, ‘Een schrijver werkt’, is van eigen hand en is een portret van schrijver en beeldend kunstenaar Michel Seuphor (pseudoniem Ferdinand Louis Berckelaers, 1901-1999). Seuphor zit licht gebogen over een nog onbeschreven blad papier, achter hem zweeft een wolk van licht. Dijkstra’s schetsmatige stijl en gebruik van donker en licht keren terug in haar schrijfstijl: ze schrijft associatief, soms van de hak op de tak. Ze licht uit wat naar haar idee het belangrijkst en veelzeggendst is en laat toch ruimte over voor de lezer. Ze is afwisselend schrijver, kunstenaar en toeschouwer en in die drie rollen benoemt ze steeds andere aspecten van kunst en kunstenaarschap.
    Waarvan een aspect – associatie – terugkomt in de opbouw van de bundel. Soms is samenhang enkel tussen de regels door aanwezig – denkers en kunstenaars die ‘tegenover elkaar’ worden geplaatst, simpelweg door middel van de volgorde van de essays, zodat plots de ogenschijnlijke verschillen of overeenkomsten tussen hun denkwijzen opvallen.

    Romantiek rond kunstenaarschap

    De keerzijde van die haast willekeurige (zij het min of meer chronologische) indeling, is dat het de lezer aan een duidelijk referentiekader ontbreekt. Op den duur kunnen hoofd- en bijzaken nog maar moeilijk van elkaar worden onderscheiden. Dit gegeven is echter te verklaren aan de hand van Dijkstra’s visie op kunst en engagement. In 2012 richtte zij het tijdschrift KUNSTWORDTTERUGKUNST (een verwijzing naar een collegereeks van kunstenaar Luciano Fabro) op als reactie op bezuinigingen in de kunstsector. In een interview over haar initiatief in Trouw stelt zij dat ze in haar werk op zoek is naar ‘lege plekken in de kunstgeschiedenis’. ‘Ik zie de kunstgeschiedenis als een fictief verhaal dat telkens opnieuw wordt verteld. Wat in dat verhaal vergeten wordt, probeer ik te reanimeren,’ aldus Dijkstra. In het licht van deze uitspraak kan ook Rumoer worden begrepen: Dijkstra kijkt mee over de schouder van de kunstenaar of kruipt in zijn huid. Ze duidt en interpreteert zonder op grond van haar bronmateriaal exáct te kunnen weten hoe een kunstenaar of filosoof zich gevoeld moet hebben voor, tijdens of na het creëren van een nieuw kunstwerk of theorie.

    Toch legt ze daar haar focus. Ze vertelt over Sappho’s liefde, legt de twijfels van Mallarmé bloot, doorbreekt Duras’ isolement om de lezer een blik op het schrijfproces te gunnen. In zekere zin lijkt Dijkstra ook te impliceren dat de kunstenaar nog steeds het romantische genie van weleer is, het scheppend individu dat ook onder omstandigheden die verre van ideaal zijn weet te creëren en te inspireren (Vincent van Gogh, Virginia Woolf, Marlow Moss, om er enkelen te noemen – die laatste is desondanks bijna in de vergetelheid geraakt).

    Gedachte en mens centraal

    Wie een (populair)wetenschappelijk werk verwacht met de belangrijkste artistieke stromingen en cultuursociologische perspectieven van de afgelopen eeuwen, komt bedrogen uit – de vraag is of dat erg is. De geïnteresseerde lezer kan zich voornemen de gebruikte primaire bronnen te raadplegen na deze kennismaking. De kunstkenner, expert of filosoof kan Rumoer zien als een werk waarin niet alleen de gedachte, maar ook de mens daarachter centraal staat.
    Dijkstra geeft legio concrete voorbeelden van eerste keren in de kunst, maar formuleert geen sluitend antwoord op de vraag die ze opwerpt. Waar en wanneer moet het begin van kunst worden gesitueerd? Haar onderzoek is eerder een verkenning dan een afgerond geheel. Elk essay leidt tot een andere interpretatie over scheppings- en bestaansvoorwaarden van kunst. Eigenlijk is dat juist de kracht van haar betoog. Misschien bestaat kunst vooral bij de gratie van de toeschouwer. Of, denkend aan het incident met de banaan, dat al snel viral ging: misschien is zelfs de geïnspireerde of juist geschokte toeschouwer (of lezer) van ondergeschikt belang. Kunst is nooit af: zodra iemand besluit een banaan van de muur te halen en op te eten, ontstaat een nieuw ‘kunstwerk’ en daarmee een nieuw begin.

     

  • Het is een Nederlandse ziekte om te stellen dat literatuur een morele boodschap moet uitdragen

    Het is een Nederlandse ziekte om te stellen dat literatuur een morele boodschap moet uitdragen

    Dit verhaal gaat over de succesvolle schrijfster Erica Hart en het begint in de periode na de Tweede Wereldoorlog. De ziekelijke Erica woont nog bij haar moeder en zus Corrie in hun pension waar ze gasten ontvangen. Erica verblijft het grootste deel van de tijd alleen op haar kamer waar ze vaak met gesloten gordijnen, bij het elektrische licht, haar boeken schrijft.

    Tijdens het schrijven van haar laatste boek De onvoltooide, overlijdt Erica plotseling. In een van haar werken komt een passage voor, die de personages in het boek het idee geven alsof ze haar einde had voorzien. ‘Ik ben gestorven zonder het te weten want anders had ik me toch wel verzet.’ (p. 54)
    Wat volgt is een verhaal waarin vanuit wisselende perspectieven over het leven van Erica, voor en na haar overlijden, wordt geschreven.

    In een periode van ziekte wordt ze verpleegd door de vakkundige en enigszins koele, Alide Vos. Deze is er helemaal voor Erica maar over haar privéleven laat Alide niets los. De verpleegster wordt heel belangrijk voor Erica. Wanneer ze op een gegeven moment niet meer komt, zet Erica de gevoelens voor haar om in woorden op schrift. En zo is een schrijfster geboren.
    Erica bedeelt in haar boeken de mensen uit haar leven rollen toe, zoals haar geliefde Louise Riffeford en de bevriende schrijver Blanka. Ook laat ze deze laatste haar teksten lezen.
    Op een gegeven moment in het verhaal denkt Erica na over Blanka. Ze ziet hem als iemand zonder ballast ondanks het feit dat hij de oorlog heeft meegemaakt.
    ‘Dat hij een oorlog heeft doorstaan is niet aan hem af te lezen. Hij heeft het verleden verdrongen, is hij daarom zo licht en vrij? Met vrij bedoel ik hier: oningevuld, als onaf.’ Maar stelt Erica vervolgens: ‘Mijn blik op Blanka is gekleurd, doordat ik hem vooral ken zoals hij hier is, in mijn kamer.’ (p. 37).

    Terugkijkend op het verhaal lijkt het of Dijkstra, met alles wat ze beschrijft een diepere reden heeft. Het maakt dat je je als lezer een soort detective voelt. Sterk dringt zich het gevoel op dat de hoofdpersoon Erica, via haar werk wraak wilde nemen op de mensen die haar lief waren en haar bedrogen, deels waar ze bij was. Het wekt de indruk van een kat-en-muisspel. Deze geliefden hebben zich tijdens het lezen van Erica’s verhalen zo vereenzelvigd met hun fictieve zelf dat ze de scheidslijn tussen werkelijkheid en fictie nog maar nauwelijks van elkaar kunnen onderscheiden, met alle gevolgen van dien.

    De sfeer in het boek is soms benauwend en in bepaalde passages zelfs dreigend waardoor het minder makkelijk leest. De beschouwende, soms filosofische schrijfwijze, maakt het verhaal op bepaalde punten lastig te doorgronden. Maar dit is tevens de kracht van het boek. Dijkstra is een kei in het beschrijven van het innerlijke leven van haar personages. Ze speelt in dit verhaal met het tijdsverloop, en thema’s als eenzaamheid, licht, donker, sterfelijkheid en schuld staan centraal in het verhaal.

    Op een gegeven moment werpt de hoofdpersoon een kritische noot op over de aard van de Nederlandse literatuur. In deze passage geeft Dijkstra mijns inziens een heel duidelijke knipoog naar het werk van Anna Blaman. De hoofdpersoon, Erica vertelt over de kritische ontvangst van haar werk in de Nederlandse maatschappij.
    ‘Ik bedoel daarmee het schandaalsucces van mijn boeken, dat vooral voortkwam uit een stroom reacties uit christelijke hoek. De grootste aandacht voor mijn werk ging naar de vraag of het ethisch verantwoord is, wat het zeer zeker niet is, want we hebben het over literatuur. Het is een Nederlandse ziekte om te stellen dat literatuur een morele boodschap moet uitdragen. Ik schreef dit al eerder en het kan niet vaak genoeg gezegd. Heel lang heb ik geleefd met de gedachte dat ons land een vrijhaven is voor andersdenkenden, maar dat is valse romantiek.’ (p. 40)
    Deze knipoog van Dijkstra, naar het werk van Blaman is treffend daar 2010 uitgeroepen is tot het Anna Blamanjaar waarin een ‘ware revival’ van haar werk plaatsvindt. (Hans Sibarani (2010) ‘Anna Blaman tussen verguizing en bewondering’, In: Lover. Literatuur. Het boekentribunaal. p. 8-9.) Daarnaast is het het vijftigste sterfjaar van Blaman.
    Genoeg redenen dus om dit bijzondere werk te lezen en de ‘boodschap’ van deze diepzinnige schrijfster te doorgronden.

    Over de schrijfster:
    Florette Dijkstra is in 1963 in Den Haag geboren. Florette studeerde af aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving. Naast beeldende kunst houdt ze zich sinds 1990 ook bezig met het schrijven over beeldende kunst. De onvoltooide, is haar tweede roman. De vrouw van verf, was haar romandebuut in 2004. Haar woon- en werkplek is Den Bosch.