• Zomerlezen – Herlezen

    Oorlogsenthousiasme

    Als ik drie boeken als tip voor de vakantie moet noemen denk ik het eerst aan Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Maar dat las iedereen natuurlijk al. Naast de hoofdthema’s migratie (van toeristen en vluchtelingen) en de identiteit van Europa zitten er ook aardige grapjes in. Toch even één voorbeeld: Ilja heeft in de auto van de vrouw van de Nederlandse ambassadeur in Noord-Macedonië een gesprek over het belang van je geworteld kunnen voelen: ‘Met bloedstollende nonchalance haalde ze via de buitenbocht een tractor in die een kar met bieten trok. “Wortels zijn belangrijk”, zei ze’.
    Wie deze roman niet las heeft wat in te halen.

    Nee. Laat ik enkele oudere boeken noemen waarnaar ik regelmatig nog eens grijp.
    Allereerst twee tegenvoeters: Oorlogsenthousiasme van Ewoud Kieft en De duizelingwekkende jaren van Phillip Blom. Ze beschrijven beide de tijd vanaf ongeveer 1900 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, maar vanuit gezichtspunten die soms diametraal op elkaar lijken te staan. Kieft verhaalt bijzonder boeiend hoe allerlei bewegingen van kunstenaars en schrijvers oorlog verwelkomden als een revolutie waarin een vastgeroeste en verouderde wereld een wedergeboorte zou doormaken vol energie en levenslust. Daarnaast ontstond er een verheerlijking van het patriottisme. Een toenemend aantal mensen was bereid zich te offeren voor het vaderland.

    Oorlogsenthousiasme
    Auteur: Ewoud Kieft
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De duizelingwekkende jaren

    Dat zijn aspecten die in De duizelingwekkende jaren bijna niet voorkomen. Blom probeerde zich in te leven in de mensen in die vooroorlogse jaren, die nog geen enkele vermoeden hadden van wat wij weten over 1914 en daarna. Bij hem lezen we over optimisme in de vooruitgang in een wereld die steeds sneller werd (denk aan de opkomst van de auto en de consumptiemaatschappij). Een opwinding die echter gepaard ging met angst. Er was dan ook tevens een tendens om juist oude waarden te benadrukken.
    Met die paar zinnen doe ik de boeken geen recht, ook niet in relatie tot elkaar, maar het is erg boeiend om ze allebei te (her)lezen en te toetsen aan ons eigen beeld van het lange decennium vóór WO I.

    De duizelingwekkende jaren
    Auteur: Philipp Blom
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het leven een gebruiksaanwijzing

    Als er één schrijver is met wie ik een dag zou willen optrekken is het Georges Perec (1936-1982). Deze Franse schrijver gaf een bijzondere invulling aan het gezegde ‘In de beperking toont zich de meester’. Het bekendste voorbeeld is zijn roman’t Manco, geschreven zonder de letter E te gebruiken. Perecs Het leven een gebruiksaanwijzing is en grandioos boek gebouwd op vooraf bepaalde patronen. Plaats van handeling een appartementengebouw aan de rue Simon-Crabellier 11, van honderd ruimtes. Perec doorloopt die via de paardensprong uit het schaakspel, waarbij elk appartement één keer mag worden aangedaan. Zo spint hij een web van meer dan honderd verhalen die elkaar kruisen (de genre-aanduiding van het boek is ‘romans’). Hij stelde zich als taak dat in elk hoofdstuk een aantal zelfde elementen terugkeren (eten, drinken, een boek, muziek). De grote lijn wordt gevormd door een legpuzzel, annex schilderij. Het boek ontpopt zich net zo: als een legpuzzel vol woordspelletjes, intertekstuele grappen en raadselachtige gebeurtenissen. Bij tweede lezing zag ik dat er iets raars was met ‘de partituur van een beroemde Amerikaanse hit, Gertrude of Wyoming, van Arthur Stanley Jefferson’. Je leest er overheen, maar in alles zit een grap: het ‘lied’ is een gedicht van de Schot Thomas Campbell; het is nooit op muziek gezet, was nooit een hit en de genoemde componist was de echte naam van Stan Laurel. Op internet wemelt het van de sites waarop de structuur van het boek wordt beschreven en bediscussieerd en dit soort grappen worden ontrafeld.
    Het leven een gebruiksaanwijzing lezen gaat dan ook gepaard met veel gesnuffel op internet, resulterend in marges vol aantekeningen.

    Het leven een gebruiksaanwijzing
    Auteur: Georges Perec
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Niet allemaal genieën alstublieft

    Niet allemaal genieën alstublieft

    Over een verband tussen xenofobie en eugenetica heb ik hier al eens geschreven: de verbetering van de kwaliteit van het eigen volk en het tegengaan van degeneratie ervan door vermenging met vreemd bloed. Dat verband wordt momenteel niet snel openlijk gelegd, maar in de geschiedenis gebeurde dat wel degelijk.
    Velen moeten bij de toepassing van eugenetica denken aan het nazisme, maar al eerder vonden de ideeën in brede kring gehoor. En bovendien in de hoofden van mensen van wie we dat maar moeilijk kunnen accepteren. Ik althans. Het is voor mij elke keer weer danig schrikken als ik er de voorbeelden van tegenkom. Dat gebeurde me de afgelopen maanden vier keer toen ik kennis nam van Het verboden boek van Ewoud Kieft, Oorlogsenthousiasme van dezelfde auteur, Wat is fascisme? van Robin te Slaa en Zie de mens van Linda Roodenburg. Het laatste is uit 2014, maar ik vond het nu pas in de ramsj.

    Ze halen allemaal de Britse grondlegger van de eugenetische beweging, Galton, aan die in 1865 al schreef dat we een wereld van genieën zouden kunnen creëren als we een twintigste deel van het geld dat we in de paardenfokkerij staken zouden besteden aan verbetering van het menselijke ras. Dat van Galton wist ik al langer, maar het is toch weer een dreun als je, vooral bij Kieft en Te Slaa, leest welke gerespecteerde personen dat idee serieus hebben overwogen. Wie bijvoorbeeld vond het verschrikkelijk dat zieken die totaal niet werkten en alleen maar noodlijdende kinderen op de wereld zetten, er beter maar niet konden zijn? Jawel: H.G. Wells. Wie wilde risicovolle groepen laten steriliseren? Jawel: Churchill als Minister van Binnenlandse Zaken in 1910. Wie schreef in haar dagboek dat verstandelijk gehandicapten beter ter dood gebracht zouden kunnen worden? Jawel: Virginia Woolf. En wie vond dat alleen een eugenetische religie onze beschaving nog zou kunnen redden en dat een groot aantal mensen beter gedood kon worden omdat het voor anderen tijdverspilling is om voor ze te zorgen? Jawel: George Bernard Shaw. Meer van soortgelijke beweringen zijn er van Keynes en Roosevelt.

    In Amerika en een paar Europese landen kwamen daadwerkelijk wetten tot stand die gedwongen sterilisaties mogelijk maakten,  en de grenzen sloten voor immigranten uit bepaalde landen uit angst voor gemengde huwelijken en dus degeneratie van het eigen volk. Wie de feiten kent moet vrezen dat achter de kreten van Trump, Wilders, Le Pen wn Orban een diepere angst zit dan een aanslag op onze trots en vrijheid.
    Roodenburg ziet in haar boek een parallel met honderd jaar geleden: de toenemende angst dat een vreemde meerderheid de eigen minderheid kan gaan domineren. Maar zij vertelt ook dit: de  Duitse naturalist Blumenbach classificeerde rond 1800 de menselijke rassen. Exotische volken zette hij lager in de ontwikkelingsboom van ‘autochtones’. Daarmee bedoelde hij, volgens Roodenburg, ‘de oorspronkelijke, door God geschapen, perfecte mens’. Ook daar schrok ik van. Goed dat we de term autochtoon hebben afgeschaft.