• Oogst week 26 – 2023

    Zeven omhelzingen

    De Oostenrijkse Friederike Mayröcker (1924-2021) is in Nederland niet bekend, maar heeft in Duitstalige landen een indrukwekkend oeuvre van wel tachtig uitgaven op haar naam staan aan gedichten, proza en kinderboeken.

    Daarnaast schreef ze ook nog toneel- en hoorspelteksten. Haar nu in Nederland onder de titel Zeven omhelzingen verschenen verzameling poëzie bevat zeven gedichten die afkomstig zijn uit haar bundel Von den Umarmungen uit 2012. Mayröcker, die lerares Engels was, ontmoette in 1954 haar grote liefde Ernst Jandl, die ook leraar was. Ze woonden een tijd lang samen, leefden grotendeels gescheiden van elkaar, maar vonden elkaar vooral in hun werk.
    Mayröckers proza en gedichten worden gezien als autofictie. Zo is in Zeven omhelzingen duidelijk Ernst Jandl aanwezig hoewel zijn naam maar één keer, en dan nog louter met de initialen E.J. wordt genoemd.

    De vertaling is van Ton Naaijkens, aan wie in april van dit jaar de Martinus Nijhoff Vertaalprijs  werd toegekend. Hij schreef ook het nawoord bij de zeven gedichten.

    Zeven omhelzingen
    Auteur: Friederike Mayröcker
    Uitgeverij: Stichting M10Boeken

    Werken voor de kost

    Werken voor de kost is het debuut van de jonge Franse Claire Baglin. De vertelster in de roman groeit met haar ouders en een broer op in een fabrieksarbeidersgezin waarin elk dubbeltje moest worden omgedraaid. Tot de heerlijkste uitjes hoorden bezoekjes aan een fastfood restaurant.

    Buiten dat vette eten was er, op een enkele vakantie na, weinig waarmee de karigheid van het dagelijkse bestaan kon worden opgeluisterd. Als het meisje volwassen is neemt ze een baan aan in een dergelijk restaurant en wordt daar geconfronteerd met een wereld waarin het sloven is. Dat wat in haar kindertijd bijna een feest was blijkt achter die façade een harde wereld te zijn van hete dampen en gestress bij de drive-inbalies. Ze ontdekt de achterkant van de romantiek uit haar kindertijd, een achterkant die veel parallellen heeft met wat haar vader in de fabriek onderging. Toch is Werken voor de kost gekruid met humor.

    Werken voor de kost
    Auteur: Claire Baglin
    Uitgeverij: Pluim

    Bruiloft / De Zomer

    Van Albert Camus worden romans als De pest ( zelfs ineens weer erg populair in coronatijd) en De vreemdeling nog altijd gelezen. Er bestaan meerdere Nederlandse vertalingen van. Veel minder bekend zijn Camus’ essays als Bruiloft en De zomer. Beide werden al enkele malen eerder in het Nederlands uitgegeven maar zijn nu opnieuw vertaald door Eva Wissenburg. Eén van de essays is getiteld De wind in Djélima:

    ‘Het is geen stad om even halt te houden en dan weer door te gaan. Ze leidt nergens heen en biedt geen toegang tot andere streken. Het is een plek waar je van terugkeert. De dode stad ligt aan het eind van een weg vol haarspeldbochten, en omdat je haar achter elke bocht verwacht lijkt de route ellenlang. Wanneer op een flets plateau diep tussen de hoge bergen eindelijk haar gelige skelet oprijst als een woud van beenderen, ligt Djémila daar als een les in liefde en geduld die als enige ons naar het kloppend hart van de wereld kan brengen’.

    Bruiloft / De Zomer
    Auteur: Albert Camus
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 18 – 2021

    De vrouw in de bontjas

    ‘Er is geen leeftijd waarop een vrouw alleen hoort te leven. Zolang ze jong is, heeft ze een chaperon nodig. Later een bewaakster. Ik leef alleen. Dat komt door juni 1940, want op de weg van die juni ben ik de mensen kwijtgeraakt dankzij wie ik niet alleen was. Alles is volledig in elkaar gestort. Dus hier sta ik, in Nice, met mijn laatste briefjes van honderd frank. En mijn jeugd aan een zijden draadje. Waarom komt alles altijd tegelijkertijd?’ Al op één van de eerste pagina’s lezen we deze verzuchting van een vrouw die zojuist een tafereel heeft meegemaakt in een kruidenierswinkel waar een morsige grijsaard kaviaar kocht. Weer buiten voelt ze dat de man haar achtervolgt.
    Het is het begin van de novelle De vrouw in de bontjas van Elsa Triolet over een jonge vrouw die in het begin van de oorlog haar minnaar is verloren. Ze ziet wat er om haar heen gebeurt maar het voelt voor haar alsof ze er nauwelijks nog deel van uitmaakt.
    De Frans-joodse schrijfster Elsa Triolet (1896-1970) werd geboren als Ella Joerjevna Kagan in Moskou. Ze was (na een mislukt huwelijk met een Franse officier Triolet) de vrouw van Louis Aragon. De vrouw in de bontjas uit 1944 is het eerste verhaal dat van haar in het Nederlands is vertaald.

    De vrouw in de bontjas
    Auteur: Elsa Triolet
    Uitgeverij: Vleugels

    Winnetou

    Hoeveel jongens zijn in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw niet opgegroeid met de vijftien Prisma-pockets over de helden Winnetou en Old Shatterhand? De originele Duitse versie van Karl May verscheen in 1893 in drie delen. Het was knap werk want May was nooit in Amerika geweest; hij baseerde zijn verhalen louter op persoonlijke studie. We zijn nu bijna 130 jaar verder. Blijven de verhalen over de vriendschap tussen het opperhoofd van de Apachen, Winnetou, en de Duitse landmeter die om de kracht van zijn vuist Old Shatterhand werd genoemd, nu nog overeind? Uitgeverij IJzer vindt van wel. In een nieuwe frisse vertaling verscheen het eerste deel van de trilogie. De vertalers verklaren in hun nawoord hun keuzes in onze tijd waarin het kolonialistische en racistische vocabulaire ter discussie staat. Zo leggen ze uit waarom ‘roodhuid’ is gehandhaafd en waarom niet ‘blanke’ maar ‘withuid’ wordt gebruikt.

    Winnetou
    Auteur: Karl May
    Uitgeverij: IJzer

    Op de schouders van de natuur

    De Noorse Anne Sverdrup-Thygeson is hoogleraar ecologie. Van haar is in Nederlandse vertaling verschenen Op de schouders van de natuur. Het is een prachtig geïllustreerd boek over biodiversiteit en het belang ervan voor ons voortbestaan als mens. In haar voorwoord schrijft ze: ‘Ik had het geluk op te groeien in een gezin waarin het vanzelfsprekend was om veel tijd buiten door te brengen en waarvan de leden geïnteresseerd waren in verhalen en taal die de relatie tussen ons en de natuur beschrijft in het verleden en het heden. Waarin het geen probleem was dat ik graag alles wilde weten en waar werd geprobeerd mijn eeuwige vragen over hoe alles eigenlijk met elkaar samenhing te beantwoorden’. Maar ze is niet alleen de bevlogen wetenschapper. Ze kan ook schrijven. Geen wonder, want ‘Als kind verzamelde ik mooie woorden, woorden die feestelijk in je mond golfden en rolden als ik ze las, zoals onomatopoetikon of woorden die van je huig over je tong huppelden voor ze op het puntje van je tong belandden, zoals trigonometrisch punt. Mijn opa leerde me dat het klein hoefblad in het Latijn Tussilago farfara heette’.

    Op de schouders van de natuur
    Auteur: Anne Sverdrup-Thygeson
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Tweemaal delven in een literaire niche

    De nutteloze monden

    Een filosofisch getoonzet toneelstuk en een met de vertelvorm experimenterende novelle, het zijn nogal verschillende teksten waarover het hier gaat. Beiden verschenen in de ‘Franse reeks’ van uitgeverij Vleugels dat in ons taalgebied het platform vormt voor exclusieve, vertaalde Franstalige literatuur uit de 20e eeuw. De nutteloze monden van Simone de Beauvoir en De gefnuikte roeping van Pierre Klossowski worden opgenomen in een rij werken van klinkende namen: André Gide, Paul Válery, Marguerite Duras en Guillaume Appolinaire, om er een paar te noemen.

    Eten of gegeten worden

    Simone de Beauvoir is een gevestigd schrijver en filsoof, maar haar toneelstuk De nutteloze monden geniet geen grote bekendheid. Het werd opgevoerd in het najaar van 1945 en zou haar enige toneelwerk blijven. Voor de Nederlandse vertaling tekende Eva Wissenburg, die ook een lezenswaardig nawoord schreef. De setting is een Vlaams stadje in de 14e eeuw, Vaucelles, maar het stuk valt niet los te zien van de oorlogsjaren die net ten einde waren en met name van de Jodenvervolging. De middeleeuwse bevolking van Vaucelles is in opstand gekomen tegen onrechtvaardige heersers en hoge belastingen. Bestuurd door een stadsraad probeert men een nieuwe samenleving op te bouwen, met democratische trekken. Vanzelfsprekend laten de oude machtsstructuren dit niet zonder slag of stoot gebeuren en daarom wordt de stad belegerd. Naarmate het voedsel schaarser wordt, loopt de spanning in Vaucelles op.

    Voor de kern van het plot liet De Beauvoir zich inspireren door een historisch fenomeen, beschreven in middeleeuwse teksten, namelijk dat in tijden van beleg soms een deel van de bevolking als ‘nutteloze monden’ de stadspoort werd uitgezet. Door middel van een handvol personages belicht de Franse filosofe de verschillende ethische kanten hiervan, waarbij individuele vrijheid maar ook het vraagstuk van handelen versus niet-handelen belangrijke thema’s zijn. Voor elk ingewikkeld probleem bestaat een simpele oplossing, en die is fout, dat is gechargeerd gezegd de vuistregel die opdoemt. Deze sterk morele insteek vormt zowel de kracht als de zwakte van de vertelling. Enerzijds zijn de filosofische overpeinzingen interessant, anderzijds blijven de personages en het verhaal te schematisch, omdat ze in dienst staan van de ideeën die Simone de Beauvoir naar voren brengt.

    Dilemma’s goed invoelbaar

    Toch hebben met name de karakters van Jean-Pierre en Catherine, die zich beiden verzetten tegen het besluit van de stadsraad om de helft van de bevolking op te offeren, de nodige ambivalentie en hun dilemma’s zijn goed invoelbaar. Het gaat bij hen zeker niet alleen over abstracte zaken maar bijvoorbeeld ook over menselijke relaties en het ruimte geven aan de ander. Neem Jean-Pierre wanneer hij zijn geliefde beschrijft: ‘“Clarice is anders dan u. Ze is een vreemdelinge in deze wereld en verwacht niets van de toekomst. Voor haar is het genoeg om zichzelf te zijn. Ik hoef niets van haar te hebben en heb haar niets te geven”’.

    De positie van Catherine, echtgenote van de voorzitter van de raad, doet wat denken aan die van het personage Serena uit The Handmaid’s Tale (met name in het tweede seizoen van de tv-serie); zij heeft zich eveneens verbonden aan een man van wie ze moreel en qua intelligentie de meerdere is, maar staat vervolgens zelf met lege handen. Heel wat fraaie, korte scènes en dialogen komen voorbij in De nutteloze monden, bijvoorbeeld het begin van hoofdstuk één, vol honger en verveling, en twee waarin stadsbewoners elkaar beschuldigen van het eten van stro. Veel aardser wordt het niet, wat een mooie contrastwerking geeft met al het gefilosofeer later. De verschillende personages strooien intussen met uitspraken om over door te denken, zoals deze vraag van Jean-Pierre aan zijn lief: ‘“Sinds wanneer geloof jij in woorden?”’

     

     

    De nutteloze monden
    Auteur: Simone de Beauvoir
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels

    De gefnuikte roeping

    Voer voor promovendi

    Pas echt obscuur wordt het bij Pierre Klossowski en diens novelle De gefnuikte roeping. Liehebbers van niche literatuur kunnen hun hart ophalen. Een rariteit vormt direct de expositie, dat het genre van de religieuze literatuur analyseert. Dit gebeurt op zo’n complexe manier dat de tekst na een paar pagina’s al niet meer au sérieux kan worden genomen: de schrijver stuurt je welbewust het bos in. De hele novelle blijkt een geparafraseerde samenvatting van een, zogenaamd, anoniem werk waarop de verteller de hand heeft weten te leggen. Dankzij deze opzet lees je nooit rechtstreeks over protagonist Jerôme en zijn zoektocht langs de katholieke instituten, maar altijd vanuit een metaperspectief. Wanneer er al iets gezegd wordt door de personages dan gebeurt dat als een citaat, met vaak vertellerscommentaar erbij. Belangrijke bouwstenen van de traditionele roman, personages en verhaal, verdwijnen op deze manier naar de achtergrond ten faveure van de vertelwijze. Daarom kan dit werk van Pierre Klossowki uit 1950 misschien wel als een vroege uiting van de Nouveau roman worden gezien. Net als in De Beauvoirs De nutteloze monden speelt het Derde Rijk op de achtergrond een rol, gerepresenteerd via ‘De inquisitiepartij’.

    Wie de moeite neemt ontdekt daarnaast vermoedelijk heel wat literaire theorie en intertekstualiteit bij Klossowski, maar je kan de vraag stellen of dit voor de algemene lezer werkelijk zo boeiend is. De gefnuikte roepinglijkt vooral interessant voor essayisten en promovendi. Vertaler Katelijne de Vuyst helpt het publiek wel met een vrij uitgebreide verklaring achterin en ook de beperkte omvang van het werkje – zo’n 70 pagina’s telt het – moet geen belemmering vormen.

    Van de twee besproken werken zal de toneeltekst van De Beauvoir waarschijnlijk het grootste publiek trekken, niet ten onrechte, want het is een interessant stuk. De belangstelling voor Simone de Beauvoir lijkt de laatste jaren gestaag toe te nemen. Zeer recent nog kwam een niet eerder verschenen autobiografische roman van haar uit, De onafscheidelijken. Pierre Klossowski valt echt in de categorie van de verworven smaak. Werk zoekt lezer, en dan vooral degenen die bereid zijn hun literaire vleugels flink uit te slaan.

     

     

    De gefnuikte roeping
    Auteur: Pierre Klossowski
    Uitgeverij: Uitgeverij Vleugels (2020)
  • Oogst week 16

    Een zomer in Venetië

    In de oogst van deze week een kleine roman van de Poolse schrijver Włodzimierz Odojewski, evenals van de Duits/Franse schrijfster Cécile Wajsbrot, nagelaten werk en brieven van Franz Kafka en het laatste deel uit de Cazelets-reeks.

    Włodzimierz Odojewski (1930-2016) schreef vele romans, verhalen, theaterstukken en gedichten. Zijn werk werd onder meer in Frankrijk, Duitsland en Spanje vertaald. Een zomer in Venetië is het eerste boek van Odojewski dat in het Nederlands vertaald is.

    Een zomer in Venetië gaat over het negenjarige jongetje Marek dat op vakantie gaat naar Venetië. Hoewel hij pas negen is, weet hij alles over de stad. Maar de zomer van 1939 heeft andere verrassingen voor hem in petto. Vanwege de dreigende oorlog moet hij in Polen blijven en wordt hij naar zijn tante Weronika op het platteland gestuurd. In haar landhuis ontdekt hij op een dag een plas water in de kelder, die snel groter wordt. Een heilzame bron!

    Zijn lievelingstante Barbara gaat meteen met dit idee aan de slag. Stoelen worden bruggen, de pingpongtafel wordt het San Marcoplein. En terwijl buiten uit de blauwe lucht de eerste bommen vallen, beleeft Marek onder de lampionnen in de verduisterde kelder een reis die het echte Venetië ver overtreft.

    Een zomer in Venetië
    Auteur: Wlodzimierz Odojewski
    Uitgeverij: Querido

    Caspar David Friedrichstrasse

    Tijdens de oorlog waren de ouders van Cécile Wajsbrot naar Frankrijk gevlucht waar zij in 1954 als dochter van Poolse joden in Parijs geboren werd. Tegenwoordig leeft ze afwisselend in Parijs en Berlijn.

    Caspar David Friedrichstrasse is een bitter relaas van een leven voor en na de muur in Berlijn. Over levens die verscheurd werden. De Duitse kunstenaar Caspar David Friedrich (1774-1840) was een schilder uit de romantische periode. In het Berlijn van na de muur wordt een straat naar de kunstenaar vernoemt.

    Een dichter wordt gevraagd te spreken op de openingsceremonie van de straat, hij laat zich meeslepen door herinneringen aan een geliefde aan de andere kant van de muur. Midden in zijn  gepassioneerde lezing over het werk van de romantische schilder, verbindt hij heden met verleden. Dan verandert zijn toespraak in een bekentenis over een leven dat even verscheurd is als de geschiedenis van zijn land.

    Caspar David Friedrichstrasse
    Auteur: Cécile Wasjbrot
    Uitgeverij: Vleugels

    Veranderingen

    Voor de trouwe  Cazalets lezers is er goed nieuws (of niet). Het vijfde en laatste deel van de Cazalets-serie van Elizabeth Jane Howard (1923-2014) is verschenen. Op zesendertigjarige leeftijd debuteerde Howard met The Beautiful Visit. Na een aantal mislukte huwelijken maar wel succesvol als schrijfster, werd ze de tweede vrouw van Kingsley Amis. Het was op aanraden van haar stiefzoon, de schrijver Martin Amis dat Howard in 1982 begon aan de romanreeks geënt op haar eigen familiegeschiedenis, de Cazalets.

    In het vijfde en laatste deel Veranderingen is het halverwege de jaren vijftig. De baronie is overleden, en met haar is een heel tijdperk voorgoed verdwenen. Hoewel de oorlog al tien jaar voorbij is, voelen de Cazelets kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen nog steeds de naschokken ervan. Veel staat er op het spel, het voortbestaan van hun geliefde Home Place, het familiebedrijf, familierelaties en huwelijken. En de nichtjes Polly en Clary proberen het huwelijk en moederschap te combineren met professionele ambities.

    Veranderingen
    Auteur: Elizabeth Jane Howard
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap

    Franz Kafka (1883 – 1924) schreef voornamelijk proza, waarvan zijn romans Het proces (1925), Het slot (1926) en Amerika (1927) de bekendste zijn. Later vonden ook enkele prozavertellingen hun weg naar het grote publiek. Pas in de jaren dertig van de negentiende eeuw groeide de belangstelling voor zijn werk, dat mede dankzij zijn vriend Max Brod postuum verscheen.

    ‘Mijn schrijven ging over jou,’ luidt Kafka’s oordeel over zijn eigen literaire werk in Brief aan mijn vader. Veel van de teksten in deze verzameling alsook veel van de ‘Aforismen’ gaan over de verhouding van het individu tot de ander, de samenleving, de macht.

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap bevat een keuze uit nagelaten verhalen en fragmenten. Kafka schreef de Brief vijf jaar voor zijn dood, in 1919. Opmerkelijk is dat hij de brief typte, waaruit kenners opmaken dat hij met deze brief niet enkel privé bedoeling had. Toch was de brief wel degelijk voor zijn vader bedoeld, al durfde Kafka hem niet zelf op te sturen. Hij vroeg zijn moeder de brief door te geven, maar zij weigerde. Het is een uiterst persoonlijk, pijnlijk en aangrijpend document waarin de vaderfiguur bijna mythische vormen aanneemt.

     

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap
    Auteur: Franz Kafka
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Vier genomineerde vertalers Dr. Elly Jaffé-prijs vertellen over hun werk

    Vier genomineerde vertalers Dr. Elly Jaffé-prijs vertellen over hun werk

    Dit jaar wordt er voor het eerst met een shortlist gewerkt voor de uiteindelijke winnaar van de driejaarlijkse Dr. Elly Jaffé Prijs wanneer ook het Elly Jaffé stipendium bekend wordt gemaakt. De shortlist werd op 20 maart j.l. vrijgegeven. Vertalers Anneke Alderlieste, Kiki Coumans, Martin de Haan en Liesbeth van Nes zijn de genomineerden voor de beste literaire vertaling uit het Frans. Al is niet iedereen blij met de shortlist. Anneke Alderlieste (1943) heeft zo haar bedenkingen hierover. ‘De prijs is tot nu toe altijd, hupsakee, aan één winnaar toegekend. Die kon dan bij de uitreiking een prachtig doorwrocht dankwoord uitspreken. Ik heb mevrouw Jaffé nog gekend, volgens mij wilde zij dat zo. Persoonlijk verheug ik me er niet op dat we straks allemaal in spanning zitten af te wachten wie de winnaar wordt.’

    Lees meer op de site van de Auteursbond waar de genomineerden vertellen hoe ze soms jarenlang puzzelen aan vertalingen om ze in alle opzichten recht te doen aan het Franstalige origineel. Met eindeloos geduld zoeken naar Nederlandse zinnen die de juiste beelden, klanken en gevoelens van een boek oproepen. Maar alles met liefde voor de taal en het verhaal.

    De prijsuitreiking vindt plaats op 31 mei 2018 in Vondel CS in Amsterdam. De winnaar ontvangt € 40.000 euro. Ook is er een Stipendium van € 7.000,- te vergeven als aanmoediging voor beginnende vertalers. De drie genomineerden voor het Stipendium 2018 zijn Carlijn Brouwer, Gertrud Maes en Eva Wissenburg. De jury 2018 bestaat uit Philip Freriks, Rudi Wester, Wineke de Boer en Eric Metz.

    De Dr. Elly Jaffé Prijs werd in 2001 ingesteld op initiatief van mevrouw Elly Jaffé (1920-2003). Zij gaf les, maakte vertalingen en was jarenlang literair criticus van Franse literatuur voor het weekblad De Groene Amsterdammer.

    Eerdere prijswinnaars waren Hans van Pinxteren (2001), Marianne Kaas (2003), Rokus Hofstede (2005), Jeanne Holierhoek (2007), Mirjam de Veth (2009), Jan H. Mysjkin (2012) en Hannie Vermeer-Pardoen (2015).