• Een fraaie collage

    Een fraaie collage

    ‘De dagen laten ons zien wat telt, de seizoenen, de bomen. Tijd is niet in een definitie te vangen, er zijn allerlei soorten.’ In Dagen van glas van Eva Meijer is de tijd ook ongrijpbaar. Er wordt tussen de hoofdstukken vooruit en achteruit gesprongen tussen 1933 en 2060. Daarnaast wordt ieder hoofdstuk vanuit een ander perspectief geschreven en worden er ook verschillende tekstsoorten gehanteerd; het grootste deel is weliswaar proza, maar er is ook sprake van een briefwisseling, van een voorwoord bij de heruitgave van een boek (inclusief voetnoten) en van een dagboek waarin een soort gedichten verwerkt zijn. In combinatie met de filosofische stijl vormt het boek een etherisch geheel dat in al zijn breekbaarheid toch een fraaie compositie blijkt te zijn.

    Eva Meijer is dan ook wel een homo universalis; ze is filosoof en behalve schrijver van romans, essays, poëzie en academische filosofie ook kunstenaar en singer-songwriter. Haar werk is vertaald in meer dan twintig talen. In Dagen van glas staan drie personen centraal: Emel, haar echtgenoot Johannes en hun dochter Doris. Aan het begin van het boek is Emel aan het woord, in een ik-perspectief. Je kunt als lezer overigens pas later deduceren dat ze Emel moet heten. Emel neemt zichzelf soms op een wonderlijke manier waar in spiegels en ruiten. Ze vraagt zich dan af of haar spiegelbeeld misschien haar echte en goede ik is en zijzelf slechts een slap aftreksel. Emel is schrijfster en kiest er meestal voor om die andere ik te negeren. Ze werkt liever aan haar boek over Derrida (de filosoof die bekend geworden is vanwege zijn veelgeciteerde zinsnede ‘Er is niets buiten de tekst’ en vanwege de basis die hij legde voor de cynische, postmoderne filosofische stroming van het deconstructivisme, waarin niets een vastliggende betekenis heeft), ook al vordert ze daarmee niet hard: ‘Boeken verdubbelen de werkelijkheid ook: ze verslaan die niet simpelweg maar voegen er een laag aan toe, die op zichzelf staat en er tegelijk op parasiteert.’ Tussen de regels door is duidelijk dat Emel worstelt met het leven. Ze sluit zich af voor haar echtgenoot en haar dochter en neemt soms impulsieve beslissingen. In het laatste hoofdstuk kijkt ze als hoogbejaarde dame terug op haar leven.

    Identiteit

    Johannes is de echtgenoot van Emel. Hij is een zorgzame en loyale man. Hem leren we beter kennen in onder meer het derde hoofdstuk van het boek, dat zich ruim twintig jaar eerder dan het eerste hoofdstuk afspeelt. Johannes is eveneens schrijver. Hij doet aan de universiteit onderzoek naar de brieven van schrijfster Marie Vanderbeecke en naar haar boek Kamers achter glas (!). Daarin worstelt Marie met haar identiteit en beschrijft ze hoe ze geleerd heeft om in haar hoofd vrij te zijn. Johannes ervaart bij het uitwerken van zijn onderzoek veel steun van collega Sonja. Tussen hen is er over en weer echt een klik, maar ook tot zijn eigen verbazing krijgt Johannes uiteindelijk toch een relatie met de meer gecompliceerde Emel.

    Doris is aan het woord in het tweede en zesde hoofdstuk (2025 en 2033). Net als haar moeder Emel heeft ze behoefte aan rust. Als hobby maakt ze zwart-witfoto’s. Haar gedachten zijn heel filosofisch: ‘Weer een dag. Wat is een dag? Een woord, een drager van de tijd, gezel van de nacht, gedachte, meeteenheid, het leven zelf, vandaag een houder voor sneeuw.’ Haar ouders maken zich zorgen om haar en ze blijkt onder behandeling te zijn van een psycholoog. Ze maakt haar ouders wijs dat ze samen met een vriend naar een vakantiehuisje in België gaat, maar ze gaat er helemaal alleen naar toe. Net als haar moeder heeft ze de behoefte om te verdwijnen.

    Lijm

    Op het eerste gezicht lijken de hoofdstukken van Dagen van glas als los zand aan elkaar te hangen en is de prachtige stijl waarin het boek geschreven is de lijm waarmee de delen aan elkaar verbonden zijn, maar schijn bedriegt. Naast de hoofdstukken waarin Emel, Johannes en Doris centraal staan, zijn er ook nog hoofdstukken waarin het niet of slechts zeer zijdelings over deze hoofdpersonen gaat. Het betreft vooral het onderzoek van Johannes naar Marie Vanderbeecke. Je kunt je afvragen wat deze fragmenten toevoegen. Enerzijds leiden ze de lezer af, omdat ze qua vorm en personages sterk afwijken van de rest van het boek, anderzijds dagen ze de lezer ook juist uit om toch parallellen te zien waar die er op het eerste gezicht niet lijken te zijn.

    Eva Meijer zorgt voor betekenisvolle herhalingen en fraaie verwijzingen en ze speelt meesterlijk met concepten als taal en tijd. De afwisseling in perspectieven en de tijdsprongen vragen een aandachtige lezer die bereid is te rekenen, te combineren en af te leiden. Wie daarin slaagt onthult voor zichzelf een mozaïek, een fraaie collage, wellicht zelfs gemaakt van glas, net zo breekbaar als de kwetsbare personages die het boek bewonen.

     

     

  • Oogst week 46 -2023

    Kukuruznik

    Na het overlijden van haar ouders vindt de joodse Noa in de nalatenschap van haar vader allerlei documentatie over vrouwelijke ‘aviatrices’. Ze heeft geen idee waar de obsessie van haar vader met deze vliegeniersters vandaan kwam en gaat op onderzoek uit. Noa is een kluizenaarster, woont in een kruip-door-sluip-doorhuis op de Wallen, en is mensenschuw omdat ze is opgevoed door getraumatiseerde ouders die na de Tweede Wereldoorlog bang waren voor anderen en de buitenwereld. Spreken deden Noa en haar ouders vooral via de muziek. Muziek speelt daarom ook een belangrijke rol in deze roman.

    Bij toeval stuitte schrijfster Saskia Goldschmidt op een bericht uit 1938 over een vliegenierster. Het bleef haar bij, en stond aan de basis van deze roman waarin talloze geschiedenissen van vrouwelijke piloten de revue passeren.

    In een interview met Opium vertelt Goldschmidt dat ze met deze roman niet alleen de rol van vrouwen in de geschiedenis zichtbaar wil maken, maar ook aandacht wil vragen voor de moed van deze vrouwen om anders te durven zijn dan van hen verwacht werd. Die moed noemt ze inspirerend.

    In Kukuruznik verweeft Goldschmidt Noa’s familieverhaal over een oorlogstrauma met tal van geschiedenissen van bijzondere en moedige pilotes, van o.a. de Kukuruzniks, kleine, lichte vliegtuigjes die de Russen gebruikten om de Duitsers te bombardeerden en die vooral door vrouwen werden gevlogen.

    Noa vraagt zich af waarom haar vader haar deze verhalen zo bewust heeft nagelaten. Daar komt ze langzaam maar zeker achter.

    Saskia Goldschmidt (1954) schreef eerder o.a. De hormoonfabriek en De voddenkoningin.

    Kukuruznik
    Auteur: Saskia Goldschmidt
    Uitgeverij: Uitgeverij Meulenhoff

    Dagen van glas

    Bij uitgeverij Cossee is onlangs de nieuwe roman van Eva Meijer verschenen, Dagen van glas.
    Eva Meijer (1980) is veelzijdig, zij deed het conservatorium in Den Haag, wijsbegeerte in Amsterdam, schreef romans, novellen, essays en gedichten. In 2017 ontving ze de Halewijnprijs voor haar oeuvre, een prijs op basis van de onweerstaanbaarheid van het gepubliceerde werk. Haar werk is in meer dan twintig talen vertaald en werd meermaals genomineerd voor literaire prijzen of won deze.
    Meijer is daarnaast ook politiek actief, en ook als muzikant, kunstenaar en columnist.

    In Dagen van glas gaat het volgens de flaptekst ‘over de kernvraag van ons bestaan: wat betekent het om goed te leven? Hoe moet je je eigen bestaan betekenis geven, en wat houdt het in om goed samen te leven met anderen?’

    Ook hier op Literair Nederland aandacht voor diverse boeken van Meijer. Thomas van Houwelingen bijvoorbeeld, schrijft over Voorwaats: ‘Meijer slaagt erin een toch vrij ernstige ideeënroman zodanig licht en stijlvol op te schrijven dat de inhoud ervan niet te zwaar op de maag ligt.’

    Dagen van glas
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Gelukkige dagen

    Renée van Marissing (1979) schrijft romans, korte verhalen, essay, theater- en hoorspelteksten.

    Haar romans gaan veelal over familie: -leven, -leed en -liefde.
    Ging het in haar debuut Het waaien van mijn oma over de relatie tussen drie generaties, in Parttime astronaut over een uiteenvallend huwelijk, in Onze kinderen stond het ouderschap centraal. Met deze laatste roman stond ze op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. De jury schreef o.a.: ‘Hoewel het verhaal bij vlagen hartverscheurend is, houdt ze het elegant, licht en geestig.’

    Het onlangs verschenen Gelukkige dagen is haar vijfde roman. De waarde van vriendschap is hierin het thema. In Gelukkige dagen maken we kennis met de zesenveertigjarige Sil. Zij krijgt al jong de diagnose ‘ziekte van Alzheimer’. Haar vriendin Lina verzorgt haar zo goed en zo kwaad als het gaat, samen met Sils vrienden. Naarmate de tijd verstrijkt en woorden steeds meer hun betekenis lijken te verliezen, wordt dat steeds lastiger.

    Gelukkige dagen
    Auteur: Renée van Marissing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido
  • Oogst week 36 – 2022

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.

    Filosoof Eva Meijer heeft zich verdiept in de rol van stilte in de politieke samenleving en daarover het essay Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes geschreven.
    De veelzijdige filosoof Meijer is op velerlei gebiedt creatief. Ze maakt tekeningen, kunstprojecten, schrijft liedjes, treedt op, fotografeert, schrijft essays, verhalen, romans en artikelen. Dieren staan in haar werk centraal plus de vraag wat het is om mededier – mens – te zijn. Taal is daarbij een instrument dat niet alleen door mensen wordt gebruikt, zo betoogt Meijer. Ze liet dat onder meer zien in haar boek Dierentalen (2016).

    Het politieke discours lijkt in toenemende mate afhankelijk van het taalgebruik. Wie het meest ad rem is wint het publieke debat en luide stemmen krijgen vaak de meeste aandacht. Wat er gezegd wordt is dan van ondergeschikt belang, net als op sociale media waar iedereen bijna alles kan roepen wat hij wil. Er is ook stilte, zegt Meijer. Die kan onderdrukken, maar kan ook stil verzet zijn, of deelname aan een gesprek via luisteren. In Verwar het niet met afwezigheid onderzoekt Meijer verschillende soorten politieke stiltes en schetst ze contouren voor nieuwe politieke omgangsvormen en de rol van morele dilemma’s.

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De fiscalist

    De fiscalist beschrijft een man, de fiscalist Anton, die in zijn verbleekte leven op zoek gaat naar echt contact. Zijn huwelijk stelt weinig meer voor en zijn werk is meer een dagelijkse sleur dan dat hij het succesvol kan noemen. Hij beseft dat hij eigenlijk hulp nodig heeft, maar in plaats van een psycholoog te bezoeken of zelfhulpboeken of -websites te raadplegen zoekt hij het in contacten via zijn telefoon. Hij merkt al snel dat het hem weinig oplevert.

    Dan richt hij zijn aandacht op Mila Kaufman, de dochter van een van zijn klanten. Deze Kaufman bezit talloze panden in Amsterdam en Anton is voor hem en de familie behalve belastingadviseur ook een vertrouwenspersoon. Mila weet niets van Antons adoratie. Hij laat zich steeds verder gaan en ziet in haar de vrouw die hij zich zou wensen maar die zij niet is. Ze wordt een obsessie. Om zijn rusteloosheid onder controle te krijgen spreekt hij voor zichzelf voicemails in. Gaat dit Anton helpen zijn leven te herscheppen of raakt hij verder verwijderd van de realiteit?
    De fiscalist is gebaseerd op een waargebeurd verhaal waarin Ariëlla Kornmehl zelf de hoofdrol speelde.

    De fiscalist
    Auteur: Ariëlla Kornmehl
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo Anthos

    Rombo

    Het is 1976. In het noordoosten van Italië vindt tweemaal, in mei en in september, een hevige aardbeving plaats. De aardverschuivingen zijn enorm. Bijna duizend mensen vinden de dood onder de puinhopen, tienduizenden mensen worden dakloos en velen verlaten voor altijd hun vertrouwde omgeving. Er ontstaat een nieuw landschap waarin de kracht van het natuurgeweld zichtbaar is. Minder zichtbaar is het menselijk trauma, de taal ervoor is niet zo gemakkelijk te vinden. Maar in Rombo, de nieuwe roman van Esther Kinsky, komen zeven mensen aan het woord over de gebeurtenissen van toen.

    Ze wonen in een afgelegen bergdorp waar de aardbeving behalve in het landschap ook in de geesten van de mensen littekens heeft achtergelaten. Langzaam leren deze mannen en vrouwen woorden te geven aan de gevoelens die hun toen verpletterde levens zijn gaan beheersen. Verlies en angst kennen allen, maar de individuele herinneringen brengen ook diepere en oudere pijnen boven. Kinsky maakte er ontroerende en beklijvende verhalen van.

    Rombo
    Auteur: Esther Kinsky
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Ook vogels kunnen schelden

    Ook vogels kunnen schelden

    In haar roman Het vogelhuis geeft Eva Meijer een stem aan de Britse violiste en biologe Len Howard (1894-1973), die in de tweede helft van haar leven een opmerkelijke keuze maakte. Ze trok zich terug uit Londen en betrok een cottage op het Engelse platteland om daar vogels te bestuderen in hun natuurlijke omgeving. De boeken die zij schreef, Birds as Individuals en Living with Birds, vonden hun weg naar een groot publiek.
    Het vogelhuis is een fictieve biografie. Belangrijk in het verhaal is Howards beleving van de verhouding tussen mens en dier, de vogels, dat ze als wezens gelijkwaardig zijn. Meerdere keren wordt in het boek gesproken over ‘mensen en andere dieren.’ Een zinsnede die overeenkomt met de visie van Eva Meijer en die ook terugkomt in haar eerder verschenen roman Dagpauwoog en het meer wetenschappelijke werk Dierentalen.
    Het schrijven van een roman over een personage dat werkelijk heeft bestaan, brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee. Want hoe doe je recht aan de persoon Len Howard? Eva Meijer heeft zich in het leven van Howard verdiept door haar boeken te bestuderen en haar verhalen te lezen. Ook bezocht ze het huis in Ditchling, waar Howard woonde en sprak ze met mensen die haar gekend hebben.

    Het moment van terugtrekken

    Van kinds af aan voelt Howard een liefde voor vogels, net als haar vader. Ze groeit op in een milieu van kunstenaars, dichters en musici. Zelf speelt ze viool en treedt regelmatig op tijdens de avondjes die door haar ouders worden georganiseerd. Dan al wordt duidelijk dat ze zich in een wereld bevindt waarin ze niet past. Haar kijk op dingen is anders. ‘(…) de gesprekken gaan over buren, affaires, over wat buiten de lijnen valt, nooit over wat de lijnen ter discussie stelt.’
    Howard verhuist naar Londen waar ze werk vindt als violiste in een orkest en probeert haar leven in te richten zoals anderen om haar heen dat doen. Haar relatie met kunstschilder Thomas, is moeizaam: hij heeft aan haar alleen niet genoeg. Tevergeefs zoekt ze troost bij haar viool. ‘Ik blijf een vrouw in een kamer met een stuk hout in haar handen.’ Ook het lezen van haar aantekeningen over de koolmezen is onbevredigend. In Londen kan ze zich niet voldoende in hun gedrag verdiepen. De conclusie is even eenvoudig als veelzeggend. ‘Als ik niet wegga, is dit alles wat ik kan verwachten.’ Het is een kantelpunt in haar leven. Ze vertrekt uit Londen en trekt zich terug in een cottage op het Engelse platteland, ze noemt haar huis ‘Het vogelhuis’.

    Vogels als metgezellen

    Howards huis en tuin behoren aan de vogels, mensen zijn daaraan ondergeschikt. Mussen, roodborstjes, merels en vooral koolmezen zijn de belangrijkste bewoners. De ramen staan altijd open, zodat de vogels in en uit kunnen vliegen. Alleen zo kan Howard hun gedrag op een natuurlijke manier bestuderen en niet in een laboratorium, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Bezoek weert ze zoveel mogelijk. Niet zozeer omdat Howard geen mensen wil zien of mensenschuw zou zijn, maar omdat bezoek de vogels wegjaagt. Mensen kunnen niet stil zijn. ‘Ze zijn zo groot. […] Ze praten alsof ze zichzelf niet horen, alsof ze niet beseffen hoeveel ruimte ze innemen.’

    Menselijke eigenschappen

    Howard geeft namen aan de vogels met wie ze samenleeft: Kaalkopje, Groentje, Ster. Net zo makkelijk kiest ze voor namen die doorgaans aan mensen voorbehouden zijn: Charles, Billy, Pietertje. Dit geeft haar verhouding tot de vogels goed weer. Met een natuurlijke vanzelfsprekendheid ziet ze menselijke eigenschappen in haar vogels, die kunnen schelden of jaloers worden, verdrietig zijn of een tevreden uitdrukking hebben. Howard realiseert zich hiermee af te wijken van de gangbare wetenschappelijke en maatschappelijke norm. ‘Mensen denken dat ik vogels menselijke eigenschappen toedicht. Ze snappen niet dat die eigenschappen helemaal niet alleen menselijk zijn.’
    Soms twijfelt ze, maar uiteindelijk is de zekerheid dat dieren net als mensen emoties kennen sterker. ‘Ze zullen me van antropomorfisme betichten als ik over de pimpelmees schrijf dat ze om hulp vroeg, terwijl ik zeker weet dat dat gebeurde.’

    Eva Meijer zet Howards visie neer als een vanzelfsprekende, zonder uitleg en zonder de drang om te overtuigen. Waarmee ze ruimte geeft aan Howards twijfel. Hierdoor is ze erin geslaagd van Howard geen zonderlinge, mensenschuwe vrouw te maken. Ook is Howard geen verbeten of teleurgestelde activiste. De gekozen stem is rustig, innemend en intelligent, niet belerend of betweterig. Howard is een vrouw met wie je meebeweegt, zoals zij met de vogels en de natuur meebeweegt. Door haar ga je anders naar vogels kijken.

    Veranderen van vorm

    De hoofdstukken hebben in de titel een niet chronologische jaartal vermelding. Het begint met een proloog (1965), gaat terug naar 1900 en besluit met 1973, het jaar waarin Howard sterft. Het geven van jaartallen werkt goed, want niet alleen Howard maakt een ontwikkeling door, ze leeft in een veranderende tijd, van bijna Victoriaans naar modern. Hoewel dit op de achtergrond blijft, net als de twee wereldoorlogen. De hoofdstukken worden afgewisseld met verhalen over Ster, Howards favoriete koolmees. In de verantwoording schrijft Meijer dat deze stukken zijn gebaseerd op de verhalen die Howard zelf over Ster geschreven heeft. Het boek eindigt met hoofdstuk Ster 0. In dit hoofdstuk gaan we terug naar de kennismaking met Ster, terug naar het begin. Het verhaal is rond, het eindigt niet, het blijft. ‘De vogels laten me zien dat tijd niet de lijn is die mensen ervan maken. Dingen eindigen niet, ze veranderen alleen van vorm.’

    De stem die Eva Meijer aan Howard geeft, is een krachtige en eigengereide, maar ook een innemende en soms twijfelende. De stem van een vrouw die, in een tijd waarin dat allesbehalve vanzelfsprekend was, haar eigen weg ging. ‘De volgende ochtend sta ik vroeger op dan nodig zodat ik sporen kan maken, kan lopen zonder de sporen van anderen te volgen.’ Haar verteltoon is prettig en zacht. Misschien bereiken we een tijd waarin mensen met eenzelfde vanzelfsprekendheid als Howard beseffen dat zij ‘andere dieren’ zijn. Dit boek is een prachtig verwoorde bijdrage in die richting.

     

    Het vogelhuis is in 2018 als Bird cottage verschenen in Engeland, vertaald door Antoinette Fawcett.

  • Gelaagde ideeënroman van Eva Meijer

    Gelaagde ideeënroman van Eva Meijer

    Op het pand van de Bezige Bij in Amsterdam staat een gedicht van Remco Campert te lezen: ‘Verzet begint niet met grote woorden / maar met kleine daden (…) jezelf een vraag stellen / daarmee begint verzet / en dan die vraag aan een ander stellen’. De lezer die toevallig tegelijkertijd in de nieuwe roman Voorwaarts van Eva Meijer bezig is, zal geen moeite hebben dat gedicht met dat boek te verbinden. Ook verandering, zo suggereert filosofe Meijer, begint niet met grote woorden, maar eerder met iets kleins, iets concreets. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen: je kunt het leven wel proberen zin te geven met één of ander -isme, maar dat is zinloos.

    In deze roman beschrijft Meijer in, op het eerste oog, twee losstaande verhalen twee groepen twintigers die met een beroep op abstracte en ook wat romantische idealen besluiten om zich terug te trekken op het platteland. Beide groepen willen daar zelfvoorzienend leven zonder dierlijke producten te eten.

    Het verhaal van de ene groep speelt zich af in de jaren 20 op het platteland van Frankrijk, dat van de andere in het heden in Friesland. De meeste communes zijn helaas gedoemd in de (plantaardige) soep te lopen merkt één van de hoofdpersonen met vooruitziende blik op. Er wordt inderdaad kwistig gekibbeld en de spanningen lopen van tijd tot tijd hoog op. Het leven in een commune blijkt dus bepaald geen pretje en lezer wordt niet uitgedaagd om het zelf eens te proberen.

    Beide groepen hebben genoeg van de status quo: de ene, anarchistische, groep uit de jaren 20 strijdt tegen het heersende kapitalisme, waarin volgens hen het bezit de mens heeft gecorrumpeerd. Het doel van hun bestaan ‘is om in harmonie met de natuur te leven. Daar hoort (…) een geweldloze houding ten opzichte van alle levende wezens [bij] (…) Gezag van bovenaf tast onze vrijheid aan, daarom zijn we anarchist.’ De andere, die we nu progressieve hipsters zouden noemen, lijkt zich meer te verzetten tegen het consumentisme van steeds méér: voedsel, spullen, geld. Interessant is daarbij dat de millennials zich in eerste instantie willen gaan onderhouden met het (betaald) organiseren van retraites en ‘troostcursussen’ (het type mens dat op dat soort cursussen afkomt, beschrijft Meijer geestig). Maar toch: een bedrijf om geld te verdienen dus – kunnen ze (of bedoelt Meijer misschien wel ons, de moderne mens?) soms niet ontsnappen aan een vorm van kapitalisme?

    Meijer slaagt erin een toch vrij ernstige ideeënroman zodanig licht en stijlvol op te schrijven dat de inhoud ervan niet te zwaar op de maag ligt, al is een verhaallijn over een overleden familielid van de hedendaagse hoofdpersoon niet zo relevant voor het verhaal dat Meijer vertelt. Dat komt voor de lezer wat plompverloren over: alsof dat er óók nog in moest op het laatste moment. De mooie, gelaagde manier waarop het verhaal is vormgegeven zorgt er gelukkig voor dat dit niet te zeer afleidt.

    De hoofdpersoon van het deel in de jaren twintig (Sophie) schreef namelijk een dagboek dat de hoofdpersoon van nu (Sam) leest. De twee lijken in veel opzichten op elkaar, ze koesteren beiden gevoelens voor andere vrouwen en zijn ook beiden scribent van de groep: de één schrijft blogs en de andere ronkende anarchistische opiniestukken in de toenmalige linkse kranten.

    Uiteindelijk weet Sam -alleen- met een in eerste instantie heel kleine, sympathieke daad iets teweeg te brengen wat als kibbelende groep wellicht wel nooit was gelukt. Ze stelt zichzelf een vraag en stelt die vervolgens, via Facebook, aan een hele hoop andere mensen.

     

  • Oogst week 13 – 2019

    Vallen is als vliegen

    Alleen maar ervaren en gewaardeerde Nederlandse schrijvers, deze week in de Oogst.

    In Vallen is als vliegen valt de zestien jaar oudere zus van de hoofdpersoon, uitgehongerd en uitgedroogd, van de trap en sterft. Dat doet de woede van de schrijfster ontbranden. De dood van Henne Vuur, ooit haar ‘schaduwmoeder’, dwingt haar een gruwelijk en angstwekkend verleden onder ogen te zien.

    De nieuwe roman van Uphof begint direct met die val:

    ‘Henne Vuur

    Op 13 november van het jaar 2015 viel Henne Vuur van de trap en stierf, enkele uren vóór een groep uitgaande jongeren in de Bataclan te Parijs voorgoed weerhouden werd van verdere onschuldige uitstapjes.
    Henne Vuur was mijn zus. Mijn moeders eerstgeborene.
    Ze lag onderaan de trap en weigerde de ambulance. Ondanks aandringen van arts en ambulancemedewerkers om zich te laten opnemen in het ziekenhuis, aangezien ze ernstig ondervoed was en uitgedroogd.
    Ik had haar in geen jaren bezocht en wist niet eens wat haar adres was. In mijn leven was ze weinig meer dan een terugkerend moment van bespotting op onze jaarlijkse Familiedag van de Doden. Moest je ze nou eens zien: die moeder, altijd en eeuwig met haar volwassen zoon in zijn hakke-hakke-puf-puf-invalidenwagentje. Deed het niet denken aan Psycho? Wat een bizar en ongelooflijk paar!’ […]

     

    Vallen is als vliegen
    Auteur: Manon Uphoff
    Uitgeverij: Querido

    De onverwachte rijkdom van Altena

    Jan van Mersbergen viert op vier april a.s. vanaf 17.00 uur de presentatie van zijn nieuwe roman bij boekhandel Athenaeum op het Spui in Amsterdam.

    In een dorp verschijnt een persoon met de mededeling dat de man is overleden die dertig jaar eerder een geliefd meer door een hek liet omheinen en afsluiten. Waarom deed hij dat? De dorpelingen denken dat hij voor zichzelf deed. Maar is dat zo? Diens dochter komt vervolgens met de sleutel van het hek.

    Het boek begint als volgt:

    ‘1 horizontaal: Beloning voor de portier

    Er staat een Chinees voor de cafetaria.
    Dat is niet een van de opgaven van de puzzel die hier voor me ligt, al zou het ervoor door kunnen gaan. Ik denk aan iets heel anders en dat begon met die Chinees, bij de cafetaria. Daarvoor gebeurde er veel en daarna gebeurde er nog veel meer, geloof me, maar het werd in gang gezet door die oude Chinees op het stoepje.
    Het zou iets met bami kunnen zijn, als die Chinees een crypto was, of met mayo. De eerste opgave van deze puzzel, één horizontaal, is: Een beloning voor de portier.’ […]

    De uitgeverij: ‘De onverwachte rijkdom van Altena laat zien dat delen pas zin heeft als iedereen ervan profiteert. Een intrigerend verhaal over afgunst en solidariteit onder de uitgestrekte hemel van de Nederlandse polder.’

     

    De onverwachte rijkdom van Altena
    Auteur: Jan van Mersbergen
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Voorwaarts

    Eva Meijer (1980) debuteerde in 2011 met Het schuwste dier (2011). Later volgden  Dagpauwoog (2013) en Het vogelhuis (2016), beiden op Literair Nederland besproken.

    Meijer (filosoof, kunstenaar, singer-songwriter en schrijver) is zowel voor haar literaire als essayistische werk genomineerd voor verschillende prijzen, haar werk wordt in veel landen vertaald en zij won in 2017 de Halewijnprijs voor haar gehele oeuvre.

    Op haar blog van 16 maart jl. schrijft ze over haar nieuwe roman Voorwaarts!:

    Uit betrouwbare bron vernam ik dat mijn nieuwe roman Voorwaarts al in de winkel ligt. Nog voor ik het boek zelf gezien heb. Dus ren naar je favo boekhandel en koop het voor jezelf, je geliefde, en/of je buurvrouw. Over het boek:
    In 1923 verlaat een groep anarchisten Parijs om nabij Luynes een commune op te richten. Veganisme, nudisme en gelijkheid tussen man en vrouw bieden volgens hen de mogelijkheid om in harmonie met de aarde te leven. Bijna honderd jaar later leest student politieke filosofie Sam een oude uitgave van het dagboek van één van hen, Sophie. Sam raakt betoverd door de verhalen over het leven op de boerderij, haar liefde voor Clémence, en de vele discussies die ze hebben over de juiste manier van leven. Ze overtuigt haar eigen vrienden om de stad te verlaten en zelfvoorzienend te gaan leven. In het noorden van het land krijgen ze te maken met spirituele gelukszoekers, geldminnende makelaars, de grenzen van de open liefde en de beklemming van afzondering. Hun dromen lijken niet bestand tegen het experiment en één voor één verlaten ze het huis. Of kan het toch anders? Voorwaarts is een roman over liefde en vrijheid, en de strijd voor wat de moeite waard is.’

     

    Voorwaarts
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De verboden tuin

    Dan de heruitgave van de debuutroman De verboden tuin uit 1986 van Wessel te Gussinklo die hem meteen de Anton Wachterprijs opleverde en een debutantenbeurs van het Fonds voor de Letteren

    De verboden tuin beschrijft het leven van een kind met een blik op de wereld zoals alleen kinderen die hebben. De roman beschrijft ook de wijze waarop je – zowel kind als volwassene – probeert je de wereld toe te eigenen. Het heimwee naar de ongeschondenheid, naar het samenvallen van de eigen werkelijkheid met dé werkelijkheid: een droom die in iedereen leeft, maar die bij het kind nog ongerept is.

    De verboden tuin is de eerste roman met als hoofdpersoon Ewout Meyster, die later terug zal keren in de romans De opdracht en De hoogstapelaar.

     

     

    De verboden tuin
    Auteur: Wessel te Gussinklo
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    Een van ons zal omkijken

    Tot slot de meester Toon Tellegen die een bloemlezing samenstelde uit al zijn gedichten. In al zijn bundels dicht hij over ons, de mens, over het leven, de liefde, de twijfel en de dood. De uitgeverij schrijft daarover: ‘Soms zijn die gedichten ingetogen en melancholisch, dan weer spreken ze met uitroeptekens van hoop, verlangen en geluk. En steeds gaan ze over herkenbare gedachten en gevoelens, van het verdrietigste treurgedicht tot de gloedvolste liefdespoëzie.’

    Geniet ervan!

     

    Een van ons zal omkijken
    Auteur: Toon Tellegen
    Uitgeverij: Querido
  • De natuur zijn

    De natuur zijn

    Een roman als een landschapsschilderij uit het einde van de 19e eeuw. De sfeer van een Monet. Een vrouw loopt door de velden, links is een bootje aangemeerd. Mensen gaan picknicken in het gras. Rechts in de verte, bijna terloops geschilderd, een klein huis. De vrouw loopt over een pad, rond haar hoofd fladdert een groep vogels. Boven de heuvel dreigt een regenbui. Ze is alleen, staat stil en roept iets. Als je haar van dichtbij bekijkt, valt haar kordate houding op. Ze weet precies waar ze naartoe gaat.

    Het vogelhuis is de derde roman van Eva Meijer waarin het woord ‘dier’ of de naam van een dier(soort) in de titel voorkomt. Eerder verschenen de romans Het schuwste dier (2011) en Dagpauwoog(2013). In 2016 werd Dierenverhalen gepubliceerd, een onderzoek naar de communicatie van dieren. Bij Het vogelhuis kruipt de schrijfster in de huid van Len Howard, een Britse biologe die leefde in de eerste helft van de vorige eeuw. Howard woonde in een huisje op het platteland waar ze het gedrag van koolmezen, mussen en pimpelmezen bestudeerde. Wellicht is ‘bestuderen’ niet het juiste woord. Eva Meijer schetst Howard – in de roman soms Lennie en meestal Gwen genoemd – als een vriendin van vogels, een moeder die voor hen zorgt. Als Gwen roept reageren de vogels direct en vliegen naar haar toe. Ze vereenzelvigt zich met hen. Hun gedrag is het kader waarmee Gwen naar zichzelf kijkt: ‘Ik sta stil, mijn hoofd schuin als een merel.’

    In gedeelten van de roman dreigen (de gevolgen van) de Eerste en Tweede Wereldoorlog op de achtergrond. Gwen maakt zich zorgen over haar broer, die niet van het slagveld is teruggekeerd. Eva Meyer verweeft, schijnbaar moeiteloos, deze onzekerheid met de vraag of de kraai Charles nog leeft. Als de vogel zich niet laat zien is Gwen bezorgd. Ook als ze verhuist naar Londen om daar als violiste in een orkest te gaan spelen, denkt ze: ‘… en nu ben ik alleen in een stad die me aarzelend welkom heet. Twee kraaien kletsen met elkaar, hoog in een populier. Ik krijg pijn in mijn buik. Charles weet niet waar ik naartoe ben gegaan, of waarom.’
    De schrijfster introduceert op een geraffineerde manier de eigennamen van vogels. Als lezer ben je even de weg kwijt. Pas een paar regels verder merk dat je niet met een mens maar met een dier te maken hebt. Verrassend ben je op het verkeerde been gezet.

    Voor Gwen is de natuur de maat der dingen. Als ze twijfelt tussen de rest van haar leven vioolspelen of zich geheel aan de vogels wijden, denkt ze: ‘… de tegenzin [tegen het viool spelen, hm] blijft, groeit als een boom in verschillende richtingen, takken uit mijn oren en mijn mond.’ Het muziekstuk dat ze speelt is als een landschap: ‘… in het begin is er gras […], dan water – een rivier die brak wordt, uitloopt in een zee, er is eigenlijk altijd water, soms kalm soms kolkend…’

    De roman wordt door dit type metaforen als een schilderij. Je gaat als lezer niet altijd mee met ( het innerlijke leven van) de ik-figuur. Je blijft er rustig naar kijken, als een belangstellende buitenstaander en geniet van de mooie teksten die als mijmeringen passeren. Soms wat dik aangezet. Bijvoorbeeld door de manier waarop de schrijfster de (kortdurende) verhouding tussen Gwen en een man schetst. Hij kan op een prachtige manier koolmezen tekenen. Ze bezoeken het museum. ‘Hij laat me de schilderijen opnieuw zien. Verf, stemming, kleur, kleur, kleur. Bij Turner pakt hij mijn hand.’ Elkaars hand pakken bij een schilderij van Turner in een schilderachtig verhaal. Dit is geen scharrel met een getrouwde man, maar (te) duidelijk een romance.
    Maar dat neemt niet weg dat Het vogelhuis een mooi gecomponeerde roman is.

    Het levensverhaal van de ik-figuur wordt afgewisseld met (dagboek)notities over de koolmees Ster. En zo gaat de levensloop van Gwen en die van de koolmees gelijk op.
    ‘… de slimste koolmees, die ik heb mogen kennen, en degene met wie ik de hechtste band ontwikkelde.’ Een vogel als levenspartner.
    ‘… Ster was geconcentreerd zoals een muzikant in zijn spel,’ en ‘Ster was er met haar hoofd niet bij…’ Deze notities zijn, vermeldt Eva Meijer in de Verantwoording, gebaseerd op de verhalen van Len Howard.

    Het Vogelhuis is niet alleen een roman voor degene die van vogels en natuur houdt.  Zeker niet. Het is ook een kleine (tere) filosofie over de verhouding tussen mens en natuur. ‘Langzaam hebben de seizoenen zich hier in mijn lichaam genesteld,’ mijmert Gwen in haar vogelhuis, ‘beweeg ik mee met alles wat terugkeert: de spinnenwebben in de heg, de ijsbloemen op de ruiten, […] licht tot het einde van de avond.

    Eva Meijer toont ons – en dat doet ze uiteindelijk overtuigend – dat de natuur niet een ‘object’ buiten de mens is. Het is niet waarnaar de mens kijkt, luistert en onder de indruk raakt van de schoonheid of dreiging zoals op een landschapsschilderij. Niet alleen de dieren, de heuvel in de verte maar ook de mensen zijn natuur. Mens en natuur, een eenheid. Onlosmakelijk.

     

  • Een verwarrende zoektocht

    Een verwarrende zoektocht

    Eva Meijer (1980) is niet alleen schrijver, ze is ook beeldend kunstenaar en filosoof. Ze publiceerde korte verhalen en poëzie. Haar debuutroman Het schuwste dier werd genomineerd voor de Academica Literatuurprijs, de Gouden Boekenuil en de Vrouw&Proza Debuutprijs. Dat ze bezig is met een promotieonderzoek met de titel Political Animal Voices verbaast niet na het lezen van haar tweede boek Dagpauwoog, dat eind 2013 verscheen. Tijdens het lezen dringt zich de vraag op in hoeverre een schrijver politiek stelling moet nemen. Want dat Meijer dieren een stem wil geven is duidelijk.

    Hoofdpersoon in het boek is Iris Dagpauwoog. Deze kunstenares van rond de 50 dwaalt totaal ontredderd door haar leven, omdat haar partner haar na jaren verlaten heeft. Ze kan dit verlies en vooral het verlaten zijn, geen plekje geven. Ze werkt niet meer en is naar eigen woorden veranderd in ‘een soort sukkel’. Iris verlaat de stad en verhuist naar een dorp aan de kust. Samen met Pol. Pol wordt zo menselijk beschreven dat het even duurt voor je je realiseert dat het hier om een hond gaat. Al snel ontmoeten Iris en Pol buurman Marcel, een fanatieke dierenactivist. Iris helpt hem met een website over veganisme. Pol wordt uitgebreider beschreven dan Marcel. Sterker nog, iedere beschrijving van hem ontbreekt. Hij is er gewoon en wordt binnen een paar pagina’s een persoon met een enorme invloed op Iris’ leven.

    Al snel wordt Iris door Marcel geïntroduceerd in de wereld van het dierenactivisme. Ze verlegt haar werkzaamheden van het bijhouden van de website naar het leggen van bompakketjes bij slagerijen. Na een korte aarzeling doet een interne monoloog van anderhalve pagina Iris radicaal omslaan. Vond ze aanvankelijk bommen leggen niet acceptabel, nu doet ze het gewoon. Voor ze het weet belandt Iris via het vermenselijken van haar hond in een harde strijd met de maatschappij. Deze plotselinge omslag is niet erg geloofwaardig.

    Deels komt dit ook door de schrijfstijl. Meijer vertelt kort en afstandelijk. Eenzaamheid in onderkoelde zinnen. Het blijft bij vertellen, nergens laat de auteur zien of voelen. Als lezer voel je daardoor niet mee met Iris, je registreert haar gevoelens enkel. Het kost daardoor moeite om sympathie op te brengen voor deze hoofdpersoon, die zich maar moeilijk kan vermannen. Die zich slachtoffer voelt en zo beïnvloedbaar is. En daardoor gaat het snel. ‘Eerst droeg ik mijn leren schoenen nog omdat het me zonde leek ze weg te gooien, maar Marcel bleef er fronsend naar kijken, dus borg ik ze op in een doos.’

    Het is al snel duidelijk dat het alleen maar verkeerd kan gaan met Iris. Een van haar acties loopt niet goed af, ze wordt opgepakt. De schrijfstijl verandert dan van eenvoudig en onderkoeld, naar filosofisch en poëtisch aan het einde van het boek. Daar zitten mooie scènes bij. Iris’ verblijf in de gevangenis bijvoorbeeld. Toevallige celgenoten, volslagen vreemden, begrijpen haar beter dan haar vriendinnen. Mooi filosofisch is de ontwikkeling die Iris dan eindelijk doormaakt. Haar vaste overtuiging het juiste te doen, slaat om naar een diepe twijfel. Ze vraagt zich af wat haar acties voor zin hebben, omdat ze nauwelijks worden opgemerkt en niet het verschil maken zoals ze hoopte. Verwachtte misschien zelfs. Haar gedachten draaien rondjes: er zijn zoveel dieren te redden en zoveel misstanden aan de kaak te stellen dat Iris geen idee heeft hoe ze de wereld kan veranderen. Het overweldigt haar en met haar de lezer.

    Dat werpt de vraag op: wat wil de auteur met deze roman bereiken? Bewustzijn kweken? Een discussie aanzwengelen? De individuele lezer aan het denken zetten? Omdat Meijer als auteur zo duidelijk stelling neemt lijkt het boek af en toe een maatschappelijk manifest, waarbij de lezer maar weinig ruimte krijgt voor zijn eigen gedachten. Of is het toch geen manifest, maar een roman over eenzaamheid? Over het zoeken naar een doel als je leven op zijn kop staat? Zoeken naar zingeving misschien zelfs? En zo eindigt het boek beklemmend.