• De moed om te vliegen

    De moed om te vliegen

    Vlieg! zegt de vloer is een nieuwe dichtbundel van Eva Gerlach. Een op het oog dun boekje, maar met een grootse inhoud. Aangevuld en verrijkt met prachtige illustraties van Trui Chielens.

    Gerlach schrijft over onderwerpen die dicht bij de belevingswereld van tieners liggen. De fase van het ontdekken van jezelf en je plek vinden in de wereld om je heen.

    Ze vertaalt deze thema’s in gevoelige maar krachtige poëzie en maakt de lezer deelgenoot van de ontdekkingsreis van een meisje in de tienertijd. De bundel maakt op een indringende en ontroerende manier duidelijk dat opgroeien niet zonder moeilijkheden verloopt. Gescheiden ouders, stieffamilie, verdriet, eenzaamheid en angst zijn thema’s die Gerlach niet uit de weg gaat en die veel tieners zullen herkennen.

    Leeftijd: 12+

    Lees de hele recensie op Jong Literair Nederland.

  • Twintig jaar een vrijplaats voor dichters in alle maten en soorten

    Twintig jaar een vrijplaats voor dichters in alle maten en soorten

    Terwijl de premier van het Verenigd Koninkrijk zijn ambt voortijdig moet neerleggen, gaat  Het liegend konijn zonder veel ophef of rumoer zijn twintigste jaargang in. Een jubileumjaar in poëzie, een gekroond konijn siert de cover. Sinds 2003, publiceerde HLK  meer dan vijfduizend vers geschreven hedendaagse, Nederlandstalige gedichten van meer dan vierhonderd dichters. Dat betekent dagelijks iets meer dan één nieuw gedicht per dag, twintig jaar lang, verzameld, gekozen, geredigeerd door een persoon, dichter Jozef Deleu. Die dit alles jaar in jaar uit als eenmans redactie tot stand bracht, en gestaag doorvoerde. In een redactioneel stuk, bedankt Deleu de dichters, uitgever, lezers en mecenassen voor hun inzet. HLK twintig jaar als een vrijplaats voor dichters in alle maten en soorten, een vrijplaats voor al wat niet ongenoemd kon blijven. Menig dichter maakte zijn debuut in HLK.

    Dat ook de raadselachtige tekst die elke editie de achterflap siert, in al die jaren nog niet heeft doen vervelen, geeft weer eens aan hoe sterk poëzie kan zijn. Het fragment is uit ‘Diergaarde voor kinderen van nu’ van Paul van Ostaijen (1896-1928). Ostaijen zal welhaast de enige dichter zijn van wie een tekst zo veelvuldig gelezen wordt. Wie nooit een achterflap leest, moet in dezen geadviseerd worden dit wel te doen, waarmee gelijk de kans geboden wordt een literair tekst uit het hoofd te leren. Om u op weg te helpen hier de eerste regels uit het wonderlijke fragment.

    ‘Lang heeft het konijn de lach gezocht. Zo zielsgraag had het konijn gekend de luide lach. Waarom het de lach zo graag had gekend, weet ik niet. Zoiets kan men niet weten. Het konijn heeft de lach niet gevonden. Maar het was de lach zeer nabij. Dat het het geheim van de lach zo  nabij was, weet het konijn niet. Vlak vóór de lach hield de kennis van het konijn halt. Daar vond het in plaats van de lach die het zocht, de verwondering die het niet zocht. Dit is nu iets wat buiten het begrijpen van het konijn valt; hoe je in plaats van het gezochte iets anders vindt. (…)’ een tekst die onze nieuwsgierigheid scherpt en ‘zet onze zekerheden op de helling,’ schrijft Deleu in zijn inleiding.

    Het bladeren, hardop voorlezen, namen noemen

    Honderdzevenentachtig nieuwe gedichten van veertig dichters in deze laatste editie. Het bladeren kan beginnen, regels hardop lezen, namen noemen, coupletten souperen, met  de smaak van poëzie in elke regel.
    ‘Ik zie dat u dapper noteert. / Vreemd genoeg beschouw ik wat ik uitkraam / als volstrekte nonsens.’ (Edwin Mortier)

    ‘zij kent geen ingekeerd / en treurend buigen / als wat met haar verbonden is / uit handen glipt / en van haar schoot afglijdt / zij recht het hoofd -’ (Ludwien Veranneman, gelijk als het personage Veranneman uit een verhaal van Campert).
    ‘Nergens hebben dingen het zo voor het zeggen / als in de zoldering, in sponning en gebinte / van een huis. Zij zingen herinneringen uit / die groots en nobel blijven nazinderen.’ (Luuk Gruwez)
    ‘licht veranderde in zand / en regende zachtjes bedekte / niemand in het bijzonder / en nestelde en // alles wachtte’ (Linda Veldman)
    ‘De ree in het veld stapt achter een bosje / net als ik haar aanwijs. Nee echt zeg ik, / mijn wang tegen het glas.’ (Isa Altink)
    ‘Aan de badkamerdeur staat zij doodstil / te luisteren. Ze hoort in de geluiden / de vreemde onrust die zijn wangen kleurt’ (Charles Ducal)
    ‘in alle potjes zalf van mijn moeder / ontstaat in het midden een bergje / terwijl die van mij een dal krijgen / nu het nog kan verzamel ik dat / het blijkt dat alle vogels duiven zijn / in de ogen van mijn moeder’’ (Bianca Boer)

    Het kortste gedicht is van K. Michel:

    Op de Dam

    (klimaatmars 6-11-21)

    als het zonlicht doorbreekt
    en valt op twee flaporen voor mij in de menigte
    zie ik twee dieprode vlinders

    Het langste gedicht, van Michael Tedja ‘Het uitgelezen deel’ beslaat vijf dichtbeschreven pagina’s. Indringend en overrompelend, niet eenvoudig te betreden, met overstelpende regels over uitsluiting, plichten en verboden. Poëzie die trekt en duwt, niet altijd te bevatten, maar het moet gelezen worden.

    ‘De ongebreidelde expansiedrift werd van bovenaf bestuurd.
     Jij gaat katoen plukken, zeiden wij in koor. Sta op en pluk
     de dag door die in toom te houden. Hier kwam het kader
     in beeld. Het is mooi vandaag. Ik trek mijn T-shirt aan.
     Door de driften te contextualiseren ontstond er betekenis.
     (…)’
     Wij waren één ding en isoleerden alle dingen om ons heen.
    Er groeien plukkers aan de takken van het verkoolde houdt.’ 

     (…)

    Poëzie die aan de randen van je comfort zone trekt

    Er zijn stromende gedichten, overvloedige en niet helemaal te begrijpen gedichten, die trekken aan de randen van je comfort zone. Neem deze van Eva Gerlach, het vierde uit een serie van vijf gedichten.

    ‘Hoe krijg ik je samen heel
     stil mag je zijn hier breekman
     schreeuwend in dromen schreeuwend in het diepe
     dagwater in, schreeuwend om losgelaten
     vastgehouden te zijn

     Hoe zwijg je zo hoog schreeuwend in me
     hartman hoe snij je je
     klem in me, kraak je je schrap, hoe krijgt elke amper

     begonnen schreeuw van je zwijgende lichaam het mijne
     elke dag meer zoals jij raasman elke dag stiller.’

    Ach, wie twintig jaar aan Het liegend konijn bijeen op de plank heeft staan, heeft de poëzie in pacht. Die kan zich niet ander dan een verguld mens voelen.

     

     

  • Oogst week 13 – 2021

    De eerste vrouw

    In De eerste vrouw van Jennifer Makumbi groeit het leergierige kind Kirabo op te midden van familie. Haar moeder heeft ze echter nooit gekend en ze is opgegroeid bij haar grootouders. Haar omgeving in het Oegandese dorpje Nattetta lijkt haar te dwarsbomen als ze op zoek gaat naar de vrouw uit wie ze voortkwam. Zelfs van haar vader, die ze wel kent, wordt ze niets wijzer. Kirabo is ook een merkwaardig kind. Ze kan bijvoorbeeld uit haar lichaam treden.

    In het eerste hoofdstuk van de roman besluit ze de blinde dorpsheks Nsuuta te raadplegen. Die weet haar het vertrouwen te geven dat haar uittredingservaringen haar in staat stellen de oorspronkelijk vrouw te vinden die nog niet is gekneed voor de mannenmaatschappij. De roman is gebaseerd op het Oegandese scheppingsverhaal van de eerste vrouw.
    De eerste vrouw begint in 1975 als dictator Idi Amin aan de macht is. Het is de tweede roman van Makumbi van wie in 2020 Kintu in het Nederlands verscheen.

    De eerste vrouw
    Auteur: Jennifer Nansubuga Makumbi
    Uitgeverij: Cossee

    Beer

    In april verschijnt Beer van de Canadese schrijfster Marian Engel (1933-1985). Het origineel is al uit 1976 en is nu in het Nederlands vertaald door Barbara de Lange. Het boek oogstte nogal wat kritiek om de seksuele en spirituele relatie die de 27-jarige bibliothecaresse Lou krijgt met een beer. Dat gebeurt als ze op een verlaten eiland, waarop ze zich heeft teruggetrokken om de bibliotheek van een excentrieke kolonel te catalogiseren, ontdekt dat er buiten haar nóg een bewoner is, de beer.

    Margaret Atwood loofde het als een vreemd en wonderlijk boek en een verontrustend sprookje.

    Beer
    Auteur: Marian Engel
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV

    Revisor Binnenpost

    ‘Als ik ’s ochtends aan het fietsen ben, trap ik alle tegenstrijdige gedachten, alle onzekerheid, alle schuldgevoelens en frustratie er even uit en ben ik gewoon lichaam, een steeds makkelijker heuvel op fietsend lichaam. Ja, dit jaar is het jaar van het lichaam. Van medelichamen (…) Is 2020 niet ook een jaar geweest waarin jij je juist geconfronteerd zag met je lichamelijkheid en met een zekere blindheid? Door jouw ervaringen met ziekte en isolatie kan ik me dat goed voorstellen, maar misschien heb ik het verkeerd. Is jouw glas halfvol of halfleeg? En heb jij nog woorden, voor nu de échte, allerlaatste brief?’

    Het is een fragment uit een brief van Alfred Schaffer aan Bernke Klein Zandvoort, één van de bijdragen aan Binnenpost, het nieuwste nummer van De Revisor. Daarin schrijven zes auteurs elkaar in 2020 vanuit vier landen 22 brieven over wat de coronapandemie voor hen betekent. Naast de twee genoemden zijn dat Roos van Rijswijk, Sander Kollaard, Bernard Wesseling en Neske Beks. Ook opgenomen is Aantekeningen uit het moeras van Eva Gerlach.

    Revisor Binnenpost
    Auteur: Diverse auteurs
    Uitgeverij: Querido
  • Terugblik op de Poëzieweek

    Terugblik op de Poëzieweek

    Lees je de tijd af in gedichten dan kom je tot de ontdekking dat ze sneller verglijdt wanneer ze in poëzie wordt gevat. Anders gezegd; poëzie verheft het gerammel aan normen en waarden en Beruhigt de wereld tot een aantal overzichtelijk opgestelde strofen.

    In de loop van de voorbije Poëzieweek  (26 jan. t/m 1 febr.), gaf Dichter Des Vaderlands Anne Vegter het poëziestokje door aan Ester Naomi Perquin, werden de winnaars van verschillende poëzieprijzen bekend gemaakt, won Else Kemps het jaarlijks Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en werd de Turing Gedichtenwedstrijd gewonnen door Dorien de Wit. En niet te vergeten, kreeg iedereen die in de poëzieweek een gedichtenbundel kocht, het poëziegeschenk   – Rotterdamse kost, geschreven door Jules Deelder – cadeau.

     

    Herman de Coninck Prijs en VSB Poëzieprijs
    9789044629699-cover--178
    Tijdens Gedichtendag (do. 26 januari) werd bekend gemaakt dat Peter Verhelst de Herman de Coninckprijs gewonnen heeft met zijn bundel: Zing zing. Ook won hij de publieksprijs voor het mooiste gedicht ‘Als je geen contact meer hebt met de dingen’. Het gedicht verscheen op de Gedichtendagposter.
    Voor deze prijs komen oorspronkelijk Nederlandstalige bundels van Vlaamse auteurs in aanmerking. Een uitzondering wordt gemaakt voor buitenlandse auteurs die in het Nederlands schrijven en die een bijzondere band  hebben met Vlaanderen. Aan de prijs is een bedrag van 6.000 euro verbonden.

     

    Ibinsbergenn Groningen werd de VSB Poëzieprijs uitgereikt aan Hannah van Binsbergen voor haar bundel Kwaad gesternte. De jury is van mening dat: “Niets aan Kwaad gesternte verraadt dat het een debuutbundel is, of het moet nu juist de onbevangenheid zijn waarmee de dichteres haar lezers tegemoet treedt, niet gehinderd door de last van de verwachtingen.”
    De VSB Poëzieprijs is dé jaarlijks prijs voor Nederlandstalige poëzie en de winnaar ontvangt een bedrag van 25.000 euro.

     

    NK Poetry Slam 2017 in Utrecht
    Vrijdag 27 januari vond de finale van het Nederlands Kamioenschap Poetry Slam plaats. In Utrecht streefde Else Kemps de zeven andere deelnemers met verve voorbij en werd winnaar van de 15e editie. Hoewel de jury unaniem koos voor het sterke performerschap van Gijs ter Haar, koos het publiek (die uiteindelijk de beslissende stem heeft), in de finalebattle voor de sterke teksten van Else Kemps. Vorig jaar was Kemps een ijzersterke tweede op het NK en winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd 2016. Hierna gaat ze Nederland vertegenwoordigen op het EK Poetry Slam in Ierland en het WK in Parijs.


    Dichter Des Vaderlands in Rotterdam
    Het mooiste nieuws in die week was natuurlijk dat Ester Naomi Perquin gekozen was tot Dichter Des Vaderlands voor de komende twee jaar.
    Poëzie als middel tot communicatie, was de inzet van scheidende Dichter Des Vaderlands Anne Vegter. Het instrument om poëzie te begrijpen is de lezer zelf; ‘Gedichten gaan in principe altijd over de wereld om je heen en jij bent het middelpunt’, aldus de dichteres in een gesprek op Radio 1. Vegter ontdekte tijdens de vier jaar in haar functie als DDV, dat het een uitdaging is  iets in gang te zetten met poëzie. Op haar laatste dag als Dichter Des Vaderlands presenteerde Vegter de website HALLO GEDICHT!, waar een keur aan gedichten uit de moderne Nederlandstalige poëzie voor elke geïnteresseerde lezer toegankelijk wordt gemaakt.
    Ook laat ze een mooie bundel na: Wat helpt is een wonder: gedichten van de Dichter des Vaderlands 2013-1017. Deze zijn ook te vinden op Dichter des Vaderlands.

     

    Persfoto_Ester_Naomi_Perquin_door_Lenny_Oosterwijk_LowResMet blijdschap en opgewekt gemoed werd de nieuwe Dichter Des Vaderlands, Ester Naomi Perquin, ontvangen. Perquin die bij het horen van haar verkiezing op geheel Perquiniaanse wijze zei, “Het was nooit in mij opgekomen dat ik zoiets zou kunnen ambiëren.’ aanvaarde de functie.
    Perquin stapte haar nieuwe ambt binnen met een toespraak die gestoeld leek op een andere spreker die voor zijn vaderland spreekt in termen als: ‘We geven de poëzie terug aan het volk. Deze dag zal de geschiedenis in gaan als de dag waarop het volk weer de lezer van poëzie werd. U kwam met duizenden om onderdeel te worden van een historische beweging. Gevangen in doorzonwoningen zonder boekenkast zullen we u bevrijden. De poëtische slachting stopt hier en nu. Drukkerijen en bibliotheken sloten, dat is het verleden. We kijken alleen nog naar de toekomst. Vanaf vandaag wordt ons land geregeerd door  een nieuwe visie, vanaf vandaag is het poëzie eerst. Poëzie op de eerste plaats. We zullen onze sonnetten terugbrengen… we zullen onze burgers uit de chicklit halen en gedichten bezorgen.We zullen onze dromen terugbrengen. En we zullen ons aan twee simpele regels houden: Koop dichters, en boek dichters. Samen zullen we de poëzie weer sterk maken. En ja, samen zullen we de poëzie weer groots maken.’

     

    Turing Gedichtenwedstrijd en Awater Poëzieprijs
    De prijsuitreiking van de Turing Gedichtenwedstrijd vormt de afsluiting van de Poëzieweek. Aan de wedstrijd deden dit jaar 2572 dichters uit Nederland en België mee. Zij stuurden samen 7815 gedichten in. Dorien de Wit won uiteindelijk de hoofdprijs van 10.000 euro voor haar gedicht ‘Legenda’.
    Volgens de jury bestaan er geen criteria waarmee vast te stellen is wat goed is in een gedicht. “Literaire kwaliteit kun je niet afvinken. Oplagecijfers kan je bijhouden, dichtersoptredens kun je turven, maar kwaliteit is iets wat je ervaart.”

    Tijdens de uitreiking van de Turing gedichtenwedstrijd werd tevens bekend gemaakt dat Eva Gerlach de Awater Poëzieprijs gewonnen  heeft met haar bundel Ontsnappingen. Aan deze jaarlijkse prijs van poëzietijdschrijft Awater is een bedrag van 500 euro verbonden. De winnaar werd gekozen door negenentwintig beroepslezers die een top 3 van de dichtbundels maakten die in 2016 zijn uitgekomen.

     

    Foto Ester Naomi Perquin: Lenny Oosterwijk

     

     

     

  • Poëzie rendez-vous met Eva Gerlach in Gent (B)

    Poëzie rendez-vous met Eva Gerlach in Gent (B)

    Eva Gerlach is een van de belangrijkste dichters uit het Nederlandse taalgebied. Vorig jaar verscheen haar recentste dichtbundel Ontsnappingen (De Arbeiderspers), die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs 2017 en waarvoor de dichteres op 1 februari 2017 de 9e Awater Poëzieprijs in ontvangst mocht nemen. Haar bundels werden bekroond met tal van literaire prijzen. In 2000 ontving ze voor haar volledige oeuvre de prestigieuze P.C. Hooftprijs.


    Eva Gerlach debuteerde met enkele gedichten in het literaire tijdschrift het Hollands Maandblad. Daarna verscheen haar poëzie in Raster, Tirade en het Nieuw Wereld Tijdschrift. Haar eerste poëziebundel, Verder geen leed, verscheen in 1979 en werd meteen bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de J.B. Charlesprijs.
    Voor haar bundel jeugdpoëzie Hee meneer Eland (1998) kreeg ze de Zilveren Griffel en de Nienke van Hichtumprijs.

    Vanaf 2001 schreef Gerlach ook columns voor De Morgen, waarvan ze er een aantal bundelde in Losse bedrading (2003). Incidenteel vertaalt ze uit het Engels, Spaans en Italiaans van onder meer Flannery O’Connor en Mario Vargas Llosa.

    Ontmoet Eva Gerlach hier alvast dankzij de korte videoreportage DichterBij Eva Gerlach uit de VPRO Poëziereeks DichterBij.

    Kijk voor meer info: www.poeziecentrum.be
    Foto © Petra van Vliet

     

  • Niets is wat het lijkt

    Niets is wat het lijkt

    Wie Eva Gerlach wel eens heeft zien optreden of horen voorlezen, bewaart misschien ook de herinnering aan iemand die kwetsbaar oogt en klinkt, en tegelijkertijd in haar poëzie iets kan laten doorklinken van onverzettelijkheid, kracht en hardheid. Dat dwingt respect af maar schept ook afstand. Die afstand maakt het soms hachelijk om deze gedichten te ‘beoordelen’. Bovendien stelt Gerlach hoge eisen. Ontsnappingen maakt deel uit van een drieluik getiteld Labyrint. Het drieluik is echter nog niet in z’n geheel verschenen. Als we dus een deel van Labyrint lezen en bespreken, doen we dat zonder het gehele ‘labyrint’ te kennen. Ziedaar, een enigma. Dat past wel bij deze soms zo duistere – om niet te zeggen labyrintische dichteres. De gedachte aan het befaamde credo van Harry Mulisch dringt zich op: “Het beste is, het raadsel te vergroten.”

    Anderzijds: poëzie van Eva Gerlach lezen en bespreken… er is niks hachelijks aan. Zij heeft in de poëtische eredivisie al jaren een solide koppositie. Haar werk is sinds haar debuut in 1979 met enthousiasme begroet, in het jaar 2000 verwierf zij de hoogste literaire onderscheiding van ons land: de P.C. Hooftprijs.

    Ontsnappingen dan. De bundel bestaat uit negen afdelingen, die elk weer vijf of zes gedichten omvatten. In de eerste afdeling ‘trein’ ontsnapt iemand door in slaap te vallen:

    […]
    Herinnering maakt de wereld,
    kijk ze zweeft over de sloot
    en de koeien staan woest en leeg zonder gedachten
    terwijl tegenover je nu
    het volmaakt bespikkelde meisje haar schoenveters losknoopt,
    een mandarijn eet, in slaap valt.

    De afdeling ‘Meneer Touba’ verwijst naar de bekende briefjes die wij allen wel eens in de brievenbus vinden. Zij betreffen de bemoedigende beloften van exotische dokters die elke kwaal kunnen genezen en aan elke ongewenste situatie een eind kunnen maken.  Valt er aan de geneeskracht van meneer Touba te ontsnappen?

    Hoe ziet de wereld eruit er is niets veranderd
    gewoon de slingerwereld van altijd,
    ik raak iets aan, het draait zich om en geeft mee,

    alles ook putdeksels de fietsen,
    zacht als mijn moeders vel dat alles vergeet.
    […]

    De afdeling ‘helder’ is zo vol van liefde, zo vol van tederheid en warmte dat juist ‘ontsnappingen’ niet gewenst lijken. Heet daarom het eerste gedicht ‘Anders’?

    Als je hem kon zien voorbij de halte
    TIJD IS GROEIEN VAN MOS OVER ALLES, hoe hij
    thuiskomt, melk drinkt bij de koelkast, hij  

    staat daar en hij heeft die ogen altijd,
    waarom is deze avond anders dan alle andere?
    Omdat hij elke avond anders hij

    Neemt me in zijn armen en hij neemt me
    in zijn armen en hij. Zo veel

    dagen en nachten: alle.

    Het mooie van de poëzie van Eva Gerlach is dat niets is wat het lijkt. Daarmee zijn de gedichten van deze begenadigde en gelauwerde dichteres ook zelf weer ‘ontsnappingen’, ontsnappingen aan een labyrint – nog vóórdat het voltooid is. Het bevestigt de vluchtige tijdelijkheid. Niks meer kwetsbaarheid of kracht: Gerlach ontsnapt zelf aan het oordeel, aan de lezer en aan ‘de wereld’, en haar gedichten ontsnappen navenant – wie weet ook wel aan de schrijfster zelf, want ook een gedicht kan je ‘ontsnappen’. En begrijpen we iets niet? Klopt … we zijn immers aan het ont-snappen, aan het niet-meer-snappen? Voilà.

    De mooiste woorden in de bundel ten slotte zijn die van meneer Touba, en Eva Gerlach heeft ze zelf voor ons uitgekozen:

    Alles is altijd hier, zegt meneer Touba, doet u
    gewoon wat ik zeg en alles komt bij u terug.  

     

  • Eva Gerlach op haar best

    Eva Gerlach op haar best

    Alleen dieren kunnen het ware geluk kennen, zo schreef de filosoof Friedrich Nietzsche in zijn vroege essay Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben. Dieren leven namelijk ‘onhistorisch’ in een continu heden. De mens, daarentegen, is in staat zich zaken te herinneren en hierop te reflecteren. Een last, omdat dit meegetorste verleden het zicht kan vertroebelen en de levenslust kan afremmen. Maar ook een zegen, omdat de mens hiermee de unieke gave heeft om cultuur te vervaardigen.

    Van die laatste gave bedient dichteres Eva Gerlach (1948) zich in Ontsnappingen op voortreffelijke wijze. In negen reeksen van steeds vijf of zes gedichten worden mensen opgevoerd die proberen te ontsnappen aan of naar iets of iemand – of juist een ontsnapping, zoals het vlieden van de tijd of een gekoesterd moment, tegen te gaan. De rode draad in al dit escapisme is dat dit meestal op dezelfde manier eindigt: tragisch.

    Tijd
    Die thematiek is niet nieuw voor Gerlach. Al sinds haar debuut Verder geen leed uit 1979 speelt zij op confronterende wijze met alledaagse menselijke smart. In Ontsnappingen is het veelal de verstrijkende tijd die de karakters opbreekt, doorwrocht van een verlangen naar een “toen” dan wel naar een “straks”. Dit wordt direct aangekondigd in de eerste strofe:

    ‘Het veld verschuift terwijl je wordt gereden. / Dichtbij sneller dan ver, zo verplaatst het zich samen / naar achteren buiten je oog.’ en even verderop ‘als een belegerd fort wacht herinnering, aan alle / kanten ritselt het vergeten, al het bekende / schijnt door, gaat liggen, teert in’

    Is dit knagen van de klok hier nog abstract, analytisch haast, in de rest van de bundel worden tal van personages opgevoerd in wie het treuren om het verleden concreet wordt. Net als in de rest van het oeuvre van Gerlach steken ook in Ontsnappingen de doden (of breder: de vertrokkenen) veelvuldig hun hoofd om de hoek. Soms lukt het de ik-persoon niet zich van hen los te rukken, dan weer worden verwoede pogingen ondernomen om zij die ons ontvallen zijn terug te halen.

    In de dichtreeks Meneer Touba zien we hoe ‘moeder’ zich voor duizend euro (het wordt al gauw twaalfhonderd) laat oplichten door een spirituele goeroe (‘een rots in de tijd’). ‘Voor duizend contant / maakt hij me nieuw’, ratelt de moeder, maar van nieuw maken is geen sprake: de vrouw wil slechts dat meneer Touba ‘Vader’ terughaalt. ‘Als ik vastere grond ben geworden kom je terug’, spreekt moeder hoopvol in een brief aan vader terwijl ze vijfeurobiljetten opvouwt. Als de man naar wie zij zo verlangt toch niet verschijnt en de goeroe de benen neemt, volgt moeder het voorbeeld van veel sekteleden bij wie een verwachte Apocalyps toch uitblijft. Vaak zie je dat zij niet hun geloof opgeven, maar zeggen dat de wereld dan wel niet is vergaan, maar er wel een “kosmische verandering” heeft plaatsgevonden. “Alles is nieuw, zegt mijn moeder, wat was er eerst, niets.”

    Bewaarzucht
    Verderop in de bundel zien we een ik-persoon die de gedachte aan een vertrokken geliefde warm houdt door ‘vier van je handdoeken’ over verschillende deuren in het huis laat hangen.

    ‘Handdoek over de deur van de keuken, ik / kraak de kamers allemaal tegelijk / zodat ik weer zie hoe je hier / rondloopt daar stilstaat‘.

    Wanneer het ongemakkelijk of zwaar wordt, zet Gerlach geregeld warrig taalgebruik of afgebroken zinnen in om dit voelbaar te maken. De tocht langs de handdoeken eindigt dan ook met ‘Ben je nu weg of’.
    Een drang tot behouden komt op meerdere plaatsen in Ontsnappingen terug: de karakters bewaren (of conserveren zelfs) voorwerpen van vertrokkenen (vier handdoeken dus, maar ook lippenstift, ‘je holte in het matras’) die een brug slaan naar een verleden toen zij er nog waren, voordat zij ontsnapten. De last van het gemis drukt hard op de nostalgische personages.

    Oorlog en migranten
    Gerlach neemt in Ontsnappingen ook actuele ontwikkelingen op in haar tijdloze thematiek. De dichtreeks ‘geen ding’, waarvan delen eerder verschenen in het oorlogsnummer van Het liegend konijn in 2014, is volgens de dichteres ‘gebaseerd op nieuwsuitzendingen en YouTube-video’s over kinderen in de Syrische burgeroorlog. Hier minder complexe beeldspraak en meer rauwe werkelijkheid.
    Een ander actueel thema in Ontsnappingen is de vluchtelingencrisis. Zij wijdt een dichtreeks aan het personage Draadnagel, die een stank meedraagt die ‘niet te harden’ is, wat zowel letterlijk als figuurlijk opgevat kan worden. De ik-persoon besluit met hem te ruilen. Ook de onwelwillende houding van Europa komt ter sprake: ‘ ‘vaarniet’ zei de god / maar we gingen aan boord’ en meer belerend

    ‘Sluit de mond, hou de adem binnen, / kijk niet om, we komen hier aan / op atlassen, nooit in onszelf, we gaan niet terug’.

    Haar beeldspraak is niet zozeer cryptisch, als wel rijk en gelaagd. Haar metaforen kunnen soms wel drie, vier lagen in zich dragen en bij een derde keer herlezen kun je nog steeds nieuwe aspecten ontdekken en inzichten opdoen die je daarvoor over het hoofd zag – iets wat niet iedere dichter weet te presteren. Toch blijft veel van haar metaforiek direct en toegankelijk, met name wanneer het over oorlogsleed of  romantische liefde gaat. Zoals in ‘mors’:

    ‘ik zal de tijd verdelen in toen / je er was en toen niet, ik heb je als dorst vriend, ik neem je / mee in mijn vel dat zo doof als een stok / niet meer terugpraat wanneer ik het aai’.

    Of het gedicht ‘zegel’, waarin gekoesterd wordt hoe iemand zijn hoofd teder tegen de ik-persoon aanlegt. Minder gelaagd, maar zeker niet minder schitterend.

    Triptiek
    Deze nieuwe bundel is het middelste deel van het drieluik Labyrint, dat in 2011 opende met Kluwen. In laatstgenoemd dichtwerk stonden ook het vastklampen aan herinneringen en het ontsnappen aan het heden centraal, hoewel een prominentere rol was weggelegd voor een antropologie van de ongrijpbare doolhof die het leven is, alsook de personen die hierin figureren. De bundel besluit met een helder voorbeeld van de ambiguïteit van het ontsnappen, dat als rode draad door de bundel loopt, namelijk: het sterven van een dierbare. In een aftellende reeks wordt gekeken naar de “voet” van een stervend persoon. De cyclus (en bundel) besluit prachtig met een eenvoudig kwartijn, waarin de sfeer en thematiek van het hele boek in vier regels worden samengevat:

    Ik heb je voet na een tijdje / weer onder de deken gedaan, / ging aan je hoofdeind zitten, / ben nog niet opgestaan.’

    In Ontsnappingen is Gerlach op haar best: haast tastbare emotie vervlochten in weergaloze, rijke beeldspraak met een thematiek die tegelijkertijd tijdloos en actueel is. De dichteres introduceert tal van karakters en strooit ze met neologismen. Een zeer gevarieerde bundel die wel  eens tot de beste poëzie van 2016 zou kunnen behoren.

     

     

     

     

  • Eva Gerlach publiceerde onlangs haar nieuwe bundel ‘Ontsnappingen’

    DichterBij is een serie van de VPRO over Nederlandstalige dichters. De filmpjes zijn een gedicht en een flard uit het dagelijks leven van de dichter.

  • Alledaagse ergernissen in het theater

    Agenda // 20.30 uur// Torpedotheater // Amsterdam

    Aanstaande maandag 16 maart verzorgen beeldend kunstenaar Bianca Sistermans en de dichters Eva Gerlach en Sasja Janssen een optreden in het kleinste theatertje van Amsterdam. Bianca Sistermans, Eva Gerlach en Sasja Janssen maakten samen een boek waarvoor de eerste het beeld verzorgde en de laatste twee verantwoordelijk zijn voor de tekst.

    In dit boek komen bijna vijftig foto’s van Sistermans samen met teksten van de dichters Eva Gerlach en Sasja Janssen. Beeld en tekst versterken elkaar wanneer ze naast elkaar staan. Gedachten kunnen een hoge vlucht nemen als een dichter meekijkt naar gewone dingen: een snotterig zeepje, een half opgegeten boterham in een lunchtrommeltje, een barst in de muur. Gerlach en Janssen komen uit bij grote zaken als tijd, dood en liefde. Maar desalniettemin fijnzinnig en geestig. Zoals naar aanleiding van ‘het eeuwige peertje’ aan het plafond:

    Te bedenken: dat definitief niet bestaat, dat alles wat
    wij ons kunnen voorstellen, tegelijk alles is waaraan
    wij twijfelen, dat het (…) levensbedreigend is om wat
    dan ook te voltooien.

    Sistermans, Gerlach en Janssen maken met kijken alledaagse zaken nieuw. Oftewel, vrij naar de Duitse dichter Christian Morgenstern: ‘de diepte zit verstopt. Waar? Aan de oppervlakte.’ Alledaagse ergernissen waar wij allemaal in ons dagelijks leven mee te maken hebben.

    Het publiek wordt uitgenodigd deel te nemen aan een gesprek over deze ergernissen.

    Alledaagse Ergernissen

    Aanvang: 20.30 uur
    Toegangsprijs: €7,50
    Graag reserveren: reserveren@torpedotheater.nl
    (max. 36 plaatsen beschikbaar)

    Torpedo theater
    Sint Pieterspoortsteeg 33, Amsterdam
    020-428499 (9.00-17.00 uur)

    Boekprijs: € 24,50
    96 blz.
    Illustraties volledig in kleur
    Verschenen bij Afdh Uitgevers