• In de verhalen van Keret is alles mogelijk

    In de verhalen van Keret is alles mogelijk

    De verhalen van Etgar Keret (Tel Aviv, 1967) verschijnen in vierendertig talen. Naast schrijver is Keret ook filmmaker en universitair docent. Zijn nieuwste verhalenbundel, Mijn konijn van vaderskant, vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt, valt behalve door de intrigerende titel op door het wat afwijkende formaat en blijkt als bonus ook een lichtblauwe boekenlegger in de vorm van een wortel te bevatten. De bundel bevat tweeëntwintig verhalen die met elkaar gemeen hebben dat ze de lezer direct enorm weten te boeien. Qua beleving doen de personages in een aantal verhalen denken aan de foute personages uit de sketches van de komische serie Little Britain, ooit uitgezonden door de VPRO.

    In het titelverhaal, Mijn konijn van vaderskant, blijkt de vader van een meisjesdrieling ‘van vorm veranderd’ te zijn. De meisjes beschouwen het konijn dat ze in hun vaders leunstoel aantreffen zonder meer als hun vader, ook al houdt hun moeder haar dochters voor dat hun vader ‘weg is gegaan’. De moeder wil dan ook niet dat de meisjes het konijn houden en daarom gaan zij het dier verstoppen bij een jongen wiens vader ook in een konijn veranderd blijkt te zijn. Het verhaal is exemplarisch voor hoe de werkelijkheid door Keret beschreven wordt. Enerzijds is er het gegeven van de echtgenoot die het gezin volgens moeder verlaten heeft en anderzijds is er het geloof van de dochters dat hun vader veranderd is in een konijn. Beide werelden bestaan in een verhaal van Keret op gelijkwaardige en geloofwaardige wijze naast elkaar en dat is ongelofelijk knap.

    Afschuwwekkend

    Keret is een meester in het schrijven van openingszinnen met een grote informatiedichtheid die bijna terloops gepresenteerd wordt. Het verhaal Morgen de kassa begint als volgt: We vieren zijn verjaardag de dag erna. Altijd een dag erna of ervoor, nooit op de dag zelf. Altijd dezelfde shit. Waarom? Omdat meneer de rechter heeft bepaald dat een kind op zijn verjaardag bij zijn moeder moet zijn, ook al is dat een liegend kreng dat plat gaat met elke idioot die op haar werk naar haar lacht. Een vader is minder belangrijk.’ De vader in kwestie gaat met zijn dus net niet meer jarige zoon naar het winkelcentrum voor een verjaardagscadeau. Hij heeft minachting voor iedereen in zijn omgeving. Zijn ex-vrouw noemt hij bij zichzelf ‘kutwijf’, de eigenaresse van de speelgoedwinkel wordt het ‘dwergvrouwtje’ genoemd, de jongen die hem helpt ‘puistenkop’ en de beveiliger waar hij mee te maken krijgt vanwege zijn gedrag wordt beschreven als een ‘blubberige vetzak met een snor’ en een ‘dikzak’, redenen waarom hij erg antipathiek overkomt. Het zoontje mag voor zijn verjaardag van zijn vader in de speelgoedwinkel uitzoeken wat hij wil. Van alle dingen waaruit hij kan kiezen wil de jongen het enige wat niet verkocht kan worden: de kassa. De zoon is met geen mogelijkheid van zijn keuze af te brengen en de vader stelt alles in het werk om de wens van zijn zoon in vervulling te doen gaan, tot onbegrip van zowel het personeel in de winkel als van de lezer. 

    Buitenaardse wezens

    De personages in het werk van Keret zijn soms ronduit afschuwwekkend, maar zonder uitzondering boeiend. Er komen virtuele figuren, ambitieuze engelen en zelfs buitenaardse wezens voor, maar ook klonen, pesterige ventjes die elkaar het bloed onder de nagels vandaan treiteren en engelachtige meisjes die zich ontfermen over wollige konijntjes. In het universum van Keret zijn er geen grenzen aan wat mogelijk is en dat geldt in zekere mate ook voor de vorm van de verhalen. Tussen de tweeëntwintig verhalen door wordt op verschillende plaatsen in het boek een uitgebreide emailwisseling weergegeven tussen de eigenaar van een escaperoom en een klant die daarvan gebruik wil maken op een dag dat de escaperoom vanwege een nationale feestdag gesloten is. De wending die het gesprek neemt is tenenkrommend en even onverwacht als origineel. 

    Te kort

    Keret creëert een eigen, veelzijdige wereld waarin alles mogelijk is. In een lichtvoetige stijl neemt hij de lezer mee naar een omgeving waarin het onmogelijke waarschijnlijk lijkt, waarin soms zwaarte en duisternis heersen, afgewisseld door absurditeit en humor en waarin personages die je niet graag als buren zou willen hebben het voor het zeggen hebben, maar waar je onwillekeurig wel vaak om moet lachen. Het enige minpunt aan de verhalen zou hun geringe lengte zijn; je zou wensen dat Keret op sommige verhaallijnen in romanvorm doorborduurt. Dat zou zeer zeker mogelijk zijn met het langste verhaal uit de bundel, Pineapple crush. Het is vernoemd naar een drug die ‘zo sterk was dat je, als je er genoeg van rookte, verliefd kon worden op een ananas.’ Ook in dit verhaal komt weer een bijzonder personage voor: een ik-figuur die op een BSO werkt, maar er een ziek genoegen in schept om kinderen te treiteren. Hij deelt op een dag zijn dagelijkse joint met een vrouw die nogal geheimzinnig doet, maar waar hij desalniettemin als een blok voor valt. Alhoewel het verhaal een redelijk gesloten einde heeft, bevat het genoeg ingrediënten om een roman op te kunnen baseren. Helaas heeft Keret vooralsnog geen aanstalten gemaakt in die richting.

     

  • Oogst week 8 – 2020

    Mijn konijn van vaderskant

    Het is altijd een plezier te vernemen dat er weer een boek van de Israëlische schrijver Etgar Keret (1967) naar het Nederlands vertaald is. Zijn nieuwste boek dat onlangs bij uitgeverij Podium verschenen is, heet Mijn konijn van vaderskant en wordt weer kenmerkend genoemd: warm, verrassend, origineel, fantasievol, geestig en onvoorstelbaar. In het titelverhaal bijvoorbeeld zien drie zusjes in een konijn hun net vertrokken vader, tot ongenoegen van de verdrietige moeder. Als het konijn wordt ondergebracht bij een jongen die in zíjn konijn eveneens een afwezige vader ziet, dan ga je je afvragen wat hier aan de hand is.
    Kerets personages worstelen met ouderschap en familie, oorlog en games, marihuana en pancakes, herinneringen en liefde.

    Het is een mooi initiatief van uitgeverij Podium om het werk van Keret die elders al wereldfaam geniet, ook voor de Nederlandse lezer toegankelijk te maken.

     

     

     

    Mijn konijn van vaderskant
    Auteur: Etgar Keret
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Gratie

    De Indiase schrijver Aravind Adiga (1974) is vooral bekend van zijn boek De witte tijger waarmee hij in 2008 de Man Booker Prijs won. Adiga werd geboren in Madras 1974, emigreerde naar Australië en studeerde daarna in New York en Oxford, woont nu in Bombay en werkt als journalist.

    Gratie is zijn nieuwe boek. Het gaat over Danny – (Dhananjaya Rajaratnam) – die gevlucht is uit Sri Lanka en illegaal in Sydney woont. Hij woont weinig comfortabel, werkt als schoonmaker, en is al drie jaar bezig een nieuwe identiteit voor zichzelf te creëren. Het normale leven ligt bijna binnen handbereik.
    Maar dan hoort hij dat een van zijn klanten is vermoord. Danny kende haar goed, en hij heeft een sterk vermoeden wie het gedaan heeft. Moet hij bekennen wat hij weet met het risico het land uitgezet te worden? Of moet hij zijn mond houden en rechtvaardigheid de rug toe keren? Terwijl de uren verstrijken, laat hij alles de revue passeren: het gewicht van zijn verleden, zijn toekomstdromen, en de onvoorspelbare, vaak absurde realiteit van een onzichtbaar leven zonder papieren. Danny moet diep in zijn geweten tasten om een antwoord te vinden. Heeft iemand zonder rechten wel verantwoordelijkheden?

    Gratie
    Auteur: Aravind Adiga
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Cliënt E. Busken

    Het nieuwe boek van Jeroen Brouwers heet Cliënt E. Busken. Het beschrijft een dag van het verblijf van de hoofdpersoon in de psychiatrische instelling. Deze E. Busken zit hier tegen zijn zin. In een rolstoel op een gesloten afdeling, maar hij neemt nog scherp waar wat er om hem heen gebeurt, en inwendig voorziet hij zijn medebewoners en het personeel van commentaar.

    ‘[…] Het blijft wel droog, meent ze. Er is zon voorspeld. Hier beneden waait het niet. Staat hij op de rem? Dat controleert ze. Ja, met die dragonderstem, u staat geblokkeerd. Hetgeen klopt. Geblokkeerd, ik. Geblokkeerder dan de wielen van de rolstoel, die ze ergens achter me, waar ik niet bij kan, heeft vergrendeld. Die wielen gaan gewoon weer draaien als ze niet meer zijn geblokkeerd, ikzelf ben niet als die wielen, want ik kan niets meer, wat wil je ook. Alleen nog zitten en liggen. En waarnemen. Denken. Piekeren. Malen. Bedoelen. Kleuren zien die er niet zijn, althans door anderen niet worden gezien. Ze heeft me met een riem om mijn middel in de stoel gefixeerd, de metalen gesp op mijn navel is niet door mij te openen. Mijn woede daarover en mijn verzet worden met injecties en pillen platgekookt. Wat nog kan bewegen zijn mijn handen en onderarmen. Met mijn benen, mijn voeten, kon ik schoppen, tot die ook aan de stoel werden vastgeknoopt. Hebt u uw saffies? Aansteker? Fluitje zit hier in het linkerzakje van uw overhemd, meneer Busken. Als u voelt dat u moet, meteen blazen. Dat er weer geen ongelukjes gebeuren. Ik denk dat ze niet beseft dat ze schreeuwt. Haar fraaie verschijning is als die op dat schilderij, doch haar decibels verstoren mij. Ze kijkt naar me. Ja meneer Busken? U hoort me wel. Meneer Busken? Antwoord geven kan u ook best. Hier raakt ze mijn hoofd aan, bij mijn slaap, met haar gesloten slanke hand een duwtje bij mijn oor, niet hard, maar toch dat ik het voel, een lichtgevend stompje. […]’

     

     

    Cliënt E. Busken
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Belcampo revisited

    Belcampo revisited

    Etgar Keret is een internationaal veelgeprezen Israëlische verhalenschrijver van wie een aantal titels in het Nederlands is vertaald (bv. Superlijm en Zeven vette jaren).
    Uitgeverij Podium heeft nu een heruitgave uitgebracht van de verhalenbundel Verrassing uit 2011, aangevuld met een aantal nieuwe verhalen, wellicht om deze schrijver weer eens onder de aandacht van de Nederlandse lezer te brengen. Keret is immers wereldberoemd, waarom dan niet in Nederland?

    Keret staat bekend om zijn absurdistische verhalen, waarin hij de werkelijkheid elke keer weer naar zijn hand weet te zetten. Een meisje ontdekt een rits in de mond van haar vriend. Een man verdwaalt letterlijk in zijn leugens. Een man wordt ontvoerd, krijgt zijn kinderkleren aan en wordt bij zijn moeder afgeleverd die hem als een schooljongen behandelt. En zo verder. De verhalen hebben geen duidelijke pointe, ze lijken geschreven te zijn op het effect van onverwachte en absurdistische feiten.
    Wat is de boodschap van deze verhalen? Dat je het leven naar je hand kunt zetten? Dat je de regie van je leven moet pakken en houden? Dat absurd hetzelfde is als humoristisch?

    Deze verhalen doen in een aantal opzichten denken aan die van Belcampo, een bijna vergeten (Nederlandse!) schrijver die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw talloze verhalen schreef waarin ook zulke absurdistische zaken een rol speelden. Bijvoorbeeld het verhaal De dingen de baas, waarin letterlijk gebeurt wat de titel zegt. Overigens: Belcampo schreef een verhaal dat De surprise heet.
    De verhalen van Belcampo zijn, ondanks het feit dat ze in de jaren vijftig en zestig zijn geschreven, nog heel goed leesbaar.  De verhalen van Keret wringen: namen en plaatsen zijn voor ons als Nederlandse lezers nietszeggend, onderlinge verhoudingen tussen de personages anders dan wij kennen, de couleur locale is afwijkend van die van ons. En dat maakt deze verhalen lastiger leesbaar dan die van Belcampo.

    Maar het is ook zeker zijn gevoel voor humor dat de lezer dwarszit. De verhalen zijn weliswaar absurd, maar ook erg gezocht: de absurditeit is tot doel verheven en is geen middel om een boodschap over te brengen, tenzij de boodschap juist de absurditeit is. Want dat is wat je kunt bedenken: het leven is absurd en niets is merkwaardig. Positief is dat zijn dialogen levendig en boeiend zijn: ad rem, bevlogen.

    Keret staat bekend als een schrijver die in het dagelijks leven geen blad voor de mond neemt over de politiek. In een recent interview laat hij zich ontvallen dat de literatuur een belangrijke rol speelt in het Joods-Palestijnse vraagstuk. Opvallend dus dat hij in deze bundel daar weinig woorden aan besteedt, nergens neemt hij een standpunt in over links of rechts in de politiek, over de keuzes die het land maakt in de omgang met Palestijnen. Nergens zijn deze verhalen maatschappijkritisch. Natuurlijk: het is zijn goed recht om een ander soort verhalen te schrijven en geen maatschappelijk belangrijke onderwerpen te behandelen. Keret is echter wel erg uitgesproken over zijn wereldbeeld op allerlei fronten, waarom dan niet in deze bundel?

    In 2004 publiceerde Keret samen met de Palestijnse schrijver Samir El-Youssef de verhalenbundel Gaza Blues. Dat was ten tijde van de Tweede Intifada een statement dat er niet om loog: in een boek konden een Israëli en een Palestijn vreedzaam samenleven. Merkwaardig dus dat er in deze bundel nauwelijks een standpunt is te destilleren over deze kwestie.

    Verrassing bevat leuke verhalen, maar ook niet meer dan dat. Ze lezen gemakkelijk weg, maar de inhoud beklijft niet.

     

     

  • Je baby als rekruut 

    Je baby als rekruut 

    Het is half maart 2014. Vanuit Israël en de Gazastrook worden over en weer raketaanvallen uitgevoerd. Bij uitgeverij Podium is net de verhalenbundel Zeven vette jaren van de Israëlische schrijver Etgar Keret (1967) verschenen.

    ‘Wat denk je van een spelletje Sandwich Pastrami?’ vraagt de auteur in het laatste verhaal aan zijn 7-jarig zoontje als de jongen bij een luchtalarm niet naast zijn moeder aan de kant van de weg wil gaan liggen conform de veiligheidinstructies. ‘“Mama en ik zijn boterhammen,” leg ik uit, “en jij bent een plak pastrami, en we moeten zo snel we kunnen een sandwich pastrami maken. Vooruit. Eerst ga jij op mama liggen.” En Lev gaat op Sjira’s rug liggen en omhelst haar zo stevig als hij kan. Ik ga boven op hen liggen, en duw hard tegen de vochtige aarde met mijn handen opdat ik ze niet plet’.
    Het ‘spel’ is een succes en Lev doet enthousiast mee.  Als het gevaar geweken lijkt, gaat het gezin de auto weer in: […] ‘“Papa”, zegt Lev als ik hem vastgesp, “beloof me dat als er nog een sirene gaat jij en mama weer Pastrami met me spelen.” “Beloofd”, zeg ik, “en als het gaat vervelen, leer ik je hoe je Gegrilde Kaas speelt.”’ 

    Zeven vette jaren begint bij de geboorte van Kerets zoon Lev, overigens ook tijdens een raketaanval. De verpleegkundigen bespreken ongelukken, terroristische aanslagen en spoedgevallen als vergelijkbare grootheden en Keret fluistert zijn pasgeboren zoontje in dat er niets is om zich zorgen om te maken. ‘Dat tegen de tijd dat hij groot is alles hier in het Midden Oosten is opgelost: er zal vrede heersen, er zullen geen terreuraanslagen meer gepleegd worden en zelfs als er nog een enkele keer een zal plaatsvinden, dan zal er altijd een bijzonder iemand in de buurt zijn, eindelijk iemand met een visie, om het perfect te beschrijven.- Niets menselijks is hem vreemd.

    De verhalen in Zeven vette jaren zijn zo goed als waargebeurde verhalen’ die de eerste zeven levensjaren van zijn zoon bestrijken.
    Het zijn korte persoonlijke verhalen over zijn gezin, zijn vader, zijn moeder, broer en zus die doen beseffen hoezeer de geschiedenis van Israël en het joodse volk, en de huidige situatie in het Midden Oosten van invloed zijn op het dagelijks leven van gewone mensen. In rake bewoordingen schetst hij hoe de diaspora, de holocaust, de Libanonoorlog en het orthodoxe geloof doorklinken in de huidige Israëlische samenleving, en ook in zijn eigen bewustzijn.

    Zwaar wordt het nergens. Keret is realistisch, kan cynisch zijn, maar weet ook te relativeren. Hij is geestig, beschikt over de nodige zelfspot en is ronduit ontroerend als hij over zijn ouders schrijft.
    De tragikomische houding die Keret aanneemt, en die in zijn manier van schrijven doorklinkt, is voor hem misschien de enige manier om om te gaan met het drama van het joodse volk en dat van zijn familie in het bijzonder. Ook waar dat drama in het heden speelt als zijn vrouw een miskraam krijgt en hijzelf bijna verongelukt.

    Aangrijpend is het als hij in het verhaal ‘Geëtter op de speelplaats’ het grote dilemma van Israëlische ouders beschrijft. Keret is een van de weinige vaders die regelmatig met zijn zoontje naar het park kan. De andere vaders gaan elke dag naar hun werk. De ‘babytalk’ met de moeders van andere drie-jarigen noemt hij ‘bijna pervers kalmerend’. Totdat een van de moeders uit het park de roze wolk doorprikt en vraagt: ‘Trouwens, gaat Lev het leger in als hij de leeftijd heeft’?

    ‘Mijn betreurde zuster’ gaat over zijn zusje dat orthodox is geworden. Als zij trouwt en in de meest orthodoxe buurt van Jeruzalem gaat wonen, is Keret bang dat haar leven ‘voorbij’ zal zijn. Hij is aanvankelijk net zo bevooroordeeld als een heleboel Israëli’s die geshockeerd zijn als vrienden of familieleden religieus worden. Keret zelf is niet gelovig: ‘Wat religie betreft – voor mij geen God’. Omdat hij van zijn zus houdt, probeert hij ‘voor die van haar enig respect op te brengen’. Het contact tussen beiden blijft net zo goed als het altijd is geweest.

    Zeven vette jaren is een aanrader, een bundel die je voor je plezier leest, ondanks de tragiek die erin voorkomt.

     

  • ‘Het is moeilijk een verhaal te verzinnen met de loop van een geladen pistool op je gericht.’

    Het is moeilijk een verhaal te verzinnen met de loop van een geladen pistool op je gericht. Maar de kerel staat erop. “In dit land,” verklaart hij, “moet je, als je iets wilt hebben, dwang gebruiken.”’

    (…)

    ‘“Er zitten twee mensen in een kamer,” begin ik. “Ineens wordt er aan de deur geklopt.”’

    Bij dit eerste verhaal in de bundel van Etgar Keret denk ik onmiddellijk aan het wereldberoemde toneelstuk La cantatrice chauve (De kale zangeres). Het is inderdaad maar een hele kleine stap terug naar het Théâtre de l’Absurde van Eugène Ionesco (1909-1994) en naar dit eerste absurdistische toneelstuk dat in 1950 voor de eerste keer opgevoerd werd en dat nu nog steeds speelt in Théâtre de la Huchette in Parijs! Hierin komt een brandweerman aanbellen om te informeren of er echt niet een klein brandje is om te blussen. Zijn opdracht is alle branden te doven in de stad (…). En de zaken gaan slecht, er zijn geen serieuze branden meer. Dus is de premie ook laag. De anderen in de kamer voeren sinds het begin van het stuk een dialogue de sourds, kort gezegd, het is alsof zij redelijke dingen zeggen, maar zij lijken elkaar niet te horen, hun antwoorden raken kant noch wal en het loopt uit in complete wartaal. De absurditeit ten top! Maar wel heel komisch! De spiegel die ons op deze manier wordt voorgehouden geeft in wezen een heel tragisch beeld van de mensheid!  Voldoende stof om over na te denken.
    Zo ook bij Keret.

    Keret beschrijft in 39 korte verhalen een ons vertrouwde, bekende, hele gewone wereld. Het is alsof wij de mensen over wie hij schrijft al kennen. Het zou de buurman kunnen zijn. Of je directeur, je leraar, misschien wel je vader of je zoontje. Al spoedig echter, neemt het verhaal een onverwachte wending en eindigt het nog verrassender. De lezer heeft even met de personen mogen meelopen. Maar mag het zelf verder uitzoeken.
    Kerets eerst zo realistische beschrijving van de beginsituatie gaat ongemerkt over in een gefantaseerde, gedroomde, leugenachtige en soms zelfs surrealistische werkelijkheid. Zijn humor hierbij is ongeëvenaard! Keret vindt het heerlijk om de wereld om hem heen te bespotten. In eenvoudige woorden, in weinig zinnen, weet hij door zijn gekke, absurde beschrijvingen meedogenloos de zwakke punten in de samenleving aan te wijzen.

    Hoewel er geen onderling verband is tussen de verhalen of de personen, is er wel degelijk een duidelijke leidraad te ontdekken. Al zijn personen proberen zich te onttrekken aan de realiteit die hen benauwt, angstig maakt, die ze kost wat kost willen ontvluchten. Ze belanden ook vaak ‘naast het verhaal’ door bijvoorbeeld hun reïncarnatie. Maar, ze weten steeds een oplossing te vinden voor hun ongelukkige situatie. Ze gaan over tot actie, bewust of onbewust, want ze geloven nog in het leven en dat is positief!
    Misschien zou je daarom zelfs kunnen zeggen dat deze 39 verhalen eigenlijk 39 ‘therapeutische’ oefeningen zijn om te ontsnappen aan de ons omringende negatieve wereld, om anders te leren leven, om beter om te kunnen gaan met de dood, met een scheiding, een ongelukkige liefde, met eenzaamheid, met zinloos geweld. 39 Levenslessen dus.

    Zoals hiervoor reeds opgemerkt, zijn de verhalen van Keret doortrokken van veel sarcastische humor, soms zelfs morbide humor die overigens op geen enkel moment tranen trekkend is. In sommige verhalen vindt men ook de zo specifieke joodse humor terug. Heerlijk! ‘En Osjri zei gedag met een knipoog, want als je rechterarm is verlamd zit handen schudden er niet in (…).’

    Vanaf het eerste tot en met het laatste verhaal is het duidelijk dat de achtergrond Israël, het Midden-Oosten is. In elk verhaal is ofwel de schaduw, de dreiging of de gevolgen van terrorisme merkbaar. De aanwezigheid van engelen en diverse positieve reïncarnaties zorgen daarbij voor een tegenstrijdig beeld die de werkelijkheid verzachten.
    Keret schrijft over Israëlische mannen, vrouwen en kinderen.
    Niet verwonderlijk, als je weet dat Etgar Keret in Tel-Aviv in 1967 geboren werd, en dat zijn hele leven vanaf het begin een politiek oormerk draagt. Overigens schuwt Keret karikaturale beschrijvingen van zijn geboorteland zeker niet. Lees bijvoorbeeld het begincitaat en het eerste verhaal.

    Alle 39 verhalen zijn zeer de moeite waard! Deze stuk voor stuk bespreken is dan ook niet aan de orde, maar toch, om de nieuwsgierigheid te prikkelen…:

    In ‘De Teef’ ziet een weduwnaar in een hondje het gezicht van zijn overleden vrouw Chalina. En zij praat met hem!
    ‘“Ben je nu blij?” vroegen de ogen van de poedel. “Het gaat” Hij keek terug. “Het is moeilijk alleen te zijn. En jij?” “Niet slecht”. De poedel opende zijn bek in wat bijna een glimlach leek. “Mijn bazin zorgt goed voor me, ze is een goede vrouw. Hoe gaat ’t met onze dochter?”’

    Hoofdpersoon Osjri in ‘Slecht Karma’ probeert in zijn nachtelijke dromen de coma opnieuw te beleven waarin hij zes wekenlang heeft gelegen na een ongeluk. ‘Hij herinnerde zich de kleuren en de smaak en de frisse lucht die zijn gezicht verkoelde. Hij herinnerde zich de afwezigheid van herinnering. (…) Hij wist niets, alleen dat hij leefde. En alleen die wetenschap vervulde hem van een enorm geluk.’ (…) ‘Je behoort geen geluk te beleven aan je coma terwijl de vrouw en dochter zich aan je bed de ogen uit hun kop huilen. Dus toen zij vroegen of hij zich er iets van herinnerde, zei hij van niet.’

    In ‘Pudding’ droomt Avisjai dat hij weer kind is en bij zijn moeder woont die heerlijk eten voor hem klaar maakt… Hij stelt het moment van wakker worden uit om dit gelukzalige gevoel te laten voortduren.

    In ‘Goudvis’ maken we kennis met een goudvis die de drie wensen van Sergei laat uitkomen. Maar wat wordt nu zijn derde wens?

    In ‘Guave’ verscheen 40 seconden vóór Sjkedi aan zijn eind kwam, een engel, helemaal in het wit, die hem meedeelde dat hij een laatste wens kreeg. Wat wenst Sjkedi? ‘Vrede op aarde!’.
    En hoe gaat het verhaal dan verder?

    Zou de lezer dezelfde beslissing hebben genomen als de patholoog-anatoom in  ‘Verrassingsei’ toen hij bij autopsie van een slachtoffer van een zelfmoordterrorist bemerkte dat deze jonge vrouw van 32 jaar binnen zeer korte tijd een onvermijdelijke dood zou zijn gestorven? De echtgenoot het wel vertellen of niet? De filosofische gedachten van deze arts zijn zeer de moeite van het lezen waard. Misschien is dit wel het mooiste verhaal van de bunde! Het enige verhaal overigens dat een opdracht heeft ‘Voor Danny’ en al eerder verschenen is in Gaza Blues (2006).

    Verrassing van Etgar Keret verscheen oorspronkelijk bij Kinneret Zmora-Bitan Dvir als PitomDfika Ba-Delret. Deze verhalen werden uit de Amerikaans-Engelse vertaling (Suddenly, a Knock on the Door) vertaald door Adriaan Krabbendam onder supervisie van Ruben Verhasselt, die de tekst vergeleek met de Hebreeuwse brontekst. De Nederlandse vertaling is erg eigentijds. Korte, simpele zinnen. Veel spreektaal. Als korte scenario’s voor een film.

    Nog een laatste citaat, uit ‘Verrassingsei’. Veel van de genoemde pluspunten zijn hierin verenigd.

    ‘Slachtoffers van aanslagen worden voor autopsie overgebracht naar het Instituut voor Forensische Geneeskunde (…). Veel mensen met sleutelposities in de Israëlische samenleving zetten vraagtekens bij deze procedure (…)  “Een lijk is geen verrassingsei dat je openmaakt zonder te weten of je er een zeilscheepje, een raceautootje of een koalabeertje in zult aantreffen. Want als ze sectie verrichten, vinden ze altijd dezelfde dingen: kogeltjes, spijkers of metaalscherven. Kortom, heel weinig verrassingen. Maar in dit geval. (…)’

    Van Etgar Keret verscheen onder meer de bundel Pizzeria Kamikaze. Zijn boeken verschijnen in meer dan 30 landen en hij publiceert onder andere in The New York Times en Le Monde. Naast schrijver en universitair docent is Keret filmmaker.