• Over een oude en een nieuwe aarde

    Over een oude en een nieuwe aarde

    In haar laatste roman Gebied 19 schept Esther Gerritsen, naast de bestaande aarde, eenzelfde planeet met de naam TOI-700d, die zich lichtjaren ver weg in het heelal bevindt. De nieuwe aarde is een replica van de oude, al is alles wat groter. Ongeveer de helft van de bevolking van de oude aarde is hiernaartoe verplaatst. Het regime op de nieuwe aarde probeert te voorkomen, dat de bewoners omkijken naar het verleden en zich bekommeren om de achterblijvers. Het internet wordt er gecontroleerd om de bewoners te beletten zelfstandig informatie te verzamelen. De nieuwe aarde bestaat ten koste van de oude. De oude aarde is voor de nieuwe een ‘backup’, een voorraadkamer van voedsel en grondstoffen.

    Esther Gerritsen werkt deze fantastische constructie uit in een verhaal dat zich concentreert op de lotgevallen van Tomas Boom en zijn vrouw Suzanne, met wie Tomas net getrouwd is. Als hij op de ochtend na de dag van de huwelijksvoltrekking wakker wordt, is zij weg. Al snel komt hij erachter, dat zij van de aardbodem verdwenen is, evenals zijn buren, zijn zoon Parker en zijn moeder. Hij is achtergebleven met de mensen boven de veertig, die op de nieuwe aarde niet nodig zijn. Dat is het begin van een zoektocht naar zijn geliefden, een zoektocht die uiteindelijk op een verrassende manier slaagt.

    Een ander leven

    In deze roman zijn er mensen die zich verzetten tegen de verplaatsing en mensen die zich erbij neerleggen. Die laatsten bevinden zich grotendeels op de nieuwe aarde. Voor degenen die toch nog moeite hebben om de oude aarde te vergeten staan drie wegen open. De eerste mogelijkheid is dat ze zich laten immuniseren voor heimwee, nostalgie en medegevoel met de achtergeblevenen. Via medische experimenten gericht op Gebied 19 in de hersenen, waar iedere eerste indruk aankomt, herinnert voortaan geur, klank noch woord nog aan de oude aarde. De tweede mogelijkheid is jezelf in de vergetelheid te drinken en de derde mogelijkheid is dat er voor de twijfelaar zulke plezierige omstandigheden worden gecreëerd dat er geen enkele reden meer bestaat om terug te verlangen naar de oude aarde en allen die daar op wonen.

    Dat laatste overkomt Tomas. Hij wordt uiteindelijk toch nog naar de nieuwe aarde verplaatst waar men hem tot bestsellerauteur maakt terwijl hij op de oude aarde een marginaal schrijver was. Dat verleidt Tomas echter niet zijn verzet tegen de nieuwe wereld te staken. Hij kan en wil zich niet conformeren aan een wereld waarin mensen hun verleden vergeten en geen medegevoel met anderen hebben.

    In verzet

    Tomas blijft zich hardnekkig verzetten. Hij voelt zich op de nieuwe aarde als iemand op een tuinfeest die zelf net van een begrafenis komt. Tomas wil zich niet neerleggen bij het ontkennen van de ramp die de oude aarde bedreigt en neemt de anderen kwalijk (moeder) of benijdt ze (Parker) dat ze van niets willen weten of van niets weten. Hij weigert de mensen die achtergebleven zijn te vergeten en gaat hen min of meer idealiseren, als echte mensen. En ‘echt’, is een verboden woord op de nieuwe aarde, want dat zou betekenen dat de mensen op de nieuwe aarde ‘nep’ zijn. De meeste mensen negeren zijn protest, of hebben er de pest aan; slechts af en toe vindt hij een medestander die (nog) eenzelfde heimwee heeft. Het nieuwe regime lijkt zijn protesten te tolereren. Hij wordt in de watten gelegd, als schrijver vereerd en zijn boeken lopen als een trein. Tevergeefs. Hij blijft zich verzetten. Dat heeft uiteindelijk consequenties, voor hem en voor zijn hele gezin.

    Wellicht beïnvloed door de covidquarantaine die mensen van elkaar scheidde, probeert Gerritsen via een groot verhaal te onderzoeken wat er gebeurt als mensen uit hun vertrouwde wereld worden gehaald of alleen komen te staan. Al houdt ze zich niet bezig te houden met de technische kant van de constructie. Ze geeft geen enkele aanwijzing hoe de mensen verplaatst worden over lichtjaren afstand of hoe zo’n identieke, maar iets ruimere wereld tot stand is gekomen. Ze gaat er van uit dat de lezer haar hierin gewoon volgt. Als in een kinderboek. Ze geeft geen uitleg hoe die nieuwe aarde een kopie van de oude kan worden. In een interview in Trouw zegt ze: ‘…echt of niet, dat maakt niet uit. Als het maar invoelbaar is geschreven.’

    De nieuwe orde

    Schrijven kan Gerritsen als geen ander. Haar dialogen zijn vlot en lopen soepel, hier en daar gevat. Dat is echter wat anders dan invoelbaar. Gerritsen maakt hele rare sprongen in het verhaal. Waarom Tomas uiteindelijk toch op de nieuwe aarde wordt geplaatst blijft onduidelijk. De roman is een constructie die gebaseerd is op een grabbelton aan invallen en meningen. Halsstarrige hoofdpersoon Tomas laat je koud, ondanks zijn sympathieke weigering zich aan te passen. Helemaal niet invoelbaar is het gebrek aan verwondering bij de mensen die op de nieuwe aarde geplaatst zijn. Alsof ze gedrogeerd zijn accepteren ze de nieuwe wereld als een gegeven. Tomas’ zoon Parker van twaalf jaar verdedigt de nieuwe orde alsof hij hem zelf bedacht heeft. Verder is de verhouding tussen Tomas en Suzanne ook moeilijk te vatten. Ze houden veel van elkaar, maar blijkbaar is de een (Suzanne) erin geslaagd wel volledig op de hoogte te zijn van de komende verplaatsing, terwijl de ander (Tomas) er helemaal niks van wist. Gerritsen heeft hoofdpersonen gecreëerd die een bepaalde houding geïncarneerd hebben, maar het zijn geen mensen van vlees en bloed.

    Het gedachtenexperiment wordt nergens verontrustend en zet niet echt aan tot denken. Daarvoor is het allemaal wat te ongeloofwaardig en zijn de personen te eendimensionaal. De schrijfster is te veel gefascineerd door haar eigen constructie. Toen ze op het idee van deze roman kwam, zei ze tegen zichzelf: ‘Het is dit of niks, je ziet maar waar het schip strandt.’ Wie het boek uitleest en aan het open einde is gekomen weet dat de schrijfster al op een vervolg aan het broeden is en dat het schip, wat haar betreft, nog niet gestrand is.

     

     

  • Oogst week 29 – 2023

    Voor elkaar

    Toon Tellegen (1941) schreef een bijna ontelbaar aantal boeken, vooral kinderboeken. Het eerste was Er ging geen dag voorbij – Negenenveertig verhalen over de eekhoorn en de andere dieren (1984). Daarna volgden er nog talloze andere verhalen; grappig, ontroerend, met een filosofische inslag en soms een beetje moraal. Ook volwassenen lezen ze graag.
    Daarnaast publiceerde Tellegen meer dan twintig poëziebundels, en proza voor volwassenen. Bovendien schrijft hij teksten voor film en toneel. Hij ontving vele prijzen, waaronder Gouden en Zilveren Griffels, en voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygens-prijs, de Theo Thijssen-prijs en de Hendrik de Vries-prijs.

    Dieren spelen vrijwel altijd de hoofdrol in zijn kinderenboeken. Allerlei dieren komen voorbij, vooral Tellegens mier en eekhoorn zijn beroemd. Ook de krekel, olifant, bij, egel, kikker, walvis en nog veel meer dieren fungeren als personages in de korte verhaaltjes waarin een probleem of vraag wordt opgeworpen. Het zijn metaforen voor menselijk gedrag en emoties. Olifant bijvoorbeeld wil graag vliegen en egel wil iemand anders zijn. Bij Tellegen komen ze na een klein avontuur en een ervaring rijker weer met de voetjes op de grond.

    De verzamelde verhalen in Voor elkaar gaan over dieren die elkaar troosten en helpen als er iets verkeerd is gegaan of als iemand verdrietig is. Zo heeft de sprinkhaan in zijn winkel nóg een dag voor de eendagsvlieg en kunnen schildpad en slak niet zonder elkaar bij het wedden wie van hen het langzaamst is.

     

    Voor elkaar
    Auteur: Toon Tellegen
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Gebied 19

    Tijdens de coronapandemie met lock-down en avondklok stelde Esther Gerritsen zich voor hoe het zou zijn als er steevast weinig mensen op straat zouden zijn. Toen ze haar hond uitliet, was ze vrijwel alleen buiten en haar fantasie ging aan het werk. Daar is Gebied 19 uit voortgekomen, een psychologische sciencefictionroman. Sciencefiction is een ‘oude liefde’ van Gerritsen, vertelt ze in een interview op Libris.nl. Ze leest het nog steeds graag.

    In Gebied 19 heeft op aarde een grote verandering plaatsgevonden. Niemand is daar erg verrast over, behalve hoofdpersoon Thomas, die niks heeft zien aankomen. De dag na zijn bruiloft laat hij de hond uit en blijkt hij alleen op straat te zijn. Wel ziet hij een groep mensen bij een buurthuis. Hij piekert, want hij had bij het wakker worden zijn vrouw niet in huis aangetroffen. Een soort depressie maakt dat hij niet kan geloven dat gelukkig zijn voor hem mogelijk is. Het leven voelt onecht, Thomas kan de werkelijkheid niet aanvaarden zoals die is. Uiteindelijk verhuist hij naar een andere planeet waar hij nieuwe inzichten verwerft en leert met de realiteit om te gaan.

    Gerritsen liet zich inspireren door onder meer boeken van Kurt Vonnegut en Ray Bradbury waar aliëns en andere planeten in voorkomen. Maar ‘Gebied 19 gaat uiteindelijk gewoon over relaties,’ zegt Gerritsen.

    Gebied 19
    Auteur: Esther Gerritsen
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus

    Nagenoeg

    De Belg Filip Rogiers (1966) werkte dertig jaar in de journalistiek, onder meer als redacteur en columnist bij De Standaard. Maar nu verruilt hij dat werk voor het onderwijs. Vanaf september gaat hij op een middelbare school Nederlands en Engels geven. De reden is dat hij op zijn zevenvijftigste nog nieuwe dingen wil leren, zegt hij. Eerder gaf hij al lessen journalistiek aan de Erasmushogeschool in Brussel.

    In 2011 publiceerde Rogiers een bundel literaire verhalen, Nauwelijks lichaam, die werd bekroond met de Debuutprijs 2012. In 2015 kwam Verman je uit, zijn eerste roman waarin de hoofdpersoon door overmoed twee keer onderuit gaat. Het boek werd genomineerd voor De Bronzen Uil. In 2018 verscheen de roman Angel over een Canadese Navo-militair die in Noord-Frankrijk is gelegerd tijdens de koude oorlog.

    Nagenoeg is Rogiers’ poëziedebuut. Tussen het eerste en het laatste gedicht zit dertig jaar, de dichter liet zijn werk rijpen. Sommige gedichten verschenen eerder in de Poëziekrant en Het Liegend Konijn. Ze ademen een sombere atmosfeer. Onderwerpen zijn gevreesde intimiteit, gedwarsboomde liefdes en moeizame levens. Dagblad De Morgen bestempelt de teksten als donkere maar glasheldere gedichten. De flaptekst heeft het over ‘meedogenloos hard’.

    Nagenoeg
    Auteur: Filip Rogiers
    Uitgeverij: Uitgeverij Poeziecentrum Vzw
  • Broosheid en de beer

    Broosheid en de beer

    Zondagnacht was het min vier graden. Ik werd er telkens even wakker van, voelde dan aan mijn neus, die als een thermometer de omgevingstemperatuur opnam, en tjee, wat was die koud. Waarna ik onder het dekbed kroop, mijn neus  in een holletje van duim en wijsvinger warmde, verder sliep. ’s Morgens waren bomen, struiken, de auto’s in de straat met een laagje rijp bedekt. Tijd voor mijn rode, knielange trui, dacht ik. De dikste die ik ooit kocht, het minst gedragen. Ik zocht in elke kast. Dingen die je niet vaak gebruikt of nodig hebt, raken ergens achterop, tot ze op onverklaarbare wijze verdwenen zijn. Net zoals mensen uit je leven verdwijnen, al zitten ze nog zo goed geborgen in je geheugen. Pas als ze gestorven zijn, komen ze tevoorschijn, als toegift. De laatste tijd lees ik met meer dan gewone belangstelling over familie. Over broers die anders zijn, onbegrijpelijk onhandig zijn.

    Charlotte Mutsaers schreef na de dood van haar broer de roman Harnas van hansaplast. Ze heeft haar broer jaren niet gezien als ze hoort dat hij dood gevonden is, in bed, onder ontluisterende omstandigheden. Ze schrijft dat ze woest wordt als ze aan haar broer denkt, ‘Die bij de geringste tegenwerking een driftbui kreeg, in katzwijm viel of dreigde met zelfmoord. Rotzak die je was, rot op. Waarom zou ik me voor zo’n Kleingeist uit gaan sloven; ik houd toch van grandeur?’ Maar dan smelt ze, denkt, ‘godverdegodver, kon hij het ook helpen?’
    In Big Brother van Lionel Shriver leidt de broer van Pandora een onverantwoord leven. In de jaren dat ze elkaar niet zagen, is hij ongelofelijk dik geworden, en dakloos. Ze neemt hem voor een verblijf van een maand in haar gezin op. Kostbare meubels en haar huwelijk sneuvelen onder zijn gewicht. Pandora trekt met haar broer in een motel om hem 80 kilo te laten afvallen. Voor dit boek stond Shrivers eigen broer model nadat ze hem een keer met kerst bij haar ouders trof, kwaad werd om zijn door overeten verknalde leven. 

    Esther Gerritsen schreef over een broer en zus die geen contact meer met elkaar hadden, tot hij belt om te zeggen dat zijn been geamputeerd moet worden, door verwaarloosde diabetes. Woest is ze, dat hij het zover heeft laten komen. Toch laat ze alles uit haar handen vallen om bij hem te zijn. Maar het mooiste wat ik las over broers en zussen is het geweldige boek Opgebouwd uit hetzelfde, Broers en zusters in de literatuur van Jan Fontijn. Hoewel het uitgangspunt de zusterrelatie is (Fontijn had er zes), biedt het boek nieuwe zienswijzen. Zoals, ‘Een kind registreert al vroeg wat er thuis aan de hand is (…). Een goede ouder speelt daarop in. Gebeurt dat niet dan is de beer los. De relatie tussen broer en zuster is broos. Er hoeft maar iets te gebeuren of zij gaat kapot.’ Zo simpel is het, de broosheid en de beer. Nu verder.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft nog steeds thuis, wast haar mondkapjes.

  • Gemeenschapszin in een klooster

    Gemeenschapszin in een klooster

    Esther Gerritsen geldt als een van de belangrijke hedendaagse Nederlandse schrijvers en uit De Trooster blijkt waarom. Haar boek is stilistisch goed en de thematiek is maatschappelijk zeer relevant. De vertelling gaat over een politicus die in diskrediet is geraakt en zich terugtrekt in een klooster. Het verhaal stelt misdragingen aan de orde die deels onbestraft blijven, en gaat over het religieshoppen in de deze tijd. Over wat vriendschap inhoudt en wat het over iemand zegt als hij of zij vriendschap sluit met een persoon die verdorven blijkt te zijn. Ook de thematiek van botsende werelden, die van geloven en niet geloven, van idealisme en cynisme, wordt uitgewerkt.

    Sympathieën in tijden van secularisering
    Hoofdpersonage is een onaantrekkelijke conciërge in een klooster. Hij is diepgelovig en treft in de politicus een atheïst. Er volgt een poging hem te leren over het katholicisme, maar de politicus maakt zo nu en dan het naïeve geloof van de conciërge belachelijk. Hiermee stelt Gerritsen een thematiek aan de orde die herkenbaar is voor veel mensen. Velen nemen in tijden van secularisering gelovige mensen niet serieus, omdat ze de werkelijkheid blijkbaar duiden met een gedateerde visie op iets hogers, waar geen bewijzen voor zijn. De ongelovige lezer zal zich snel vereenzelvigen met de denkbeelden van de politicus. Maar Gerritsen doet iets interessants; ze laat zien dat de politicus slecht is en wrijft daarmee de lezer in dat hij of zij zich met deze nare man, of althans met zijn denkbeelden, heeft geïdentificeerd. Ze laat in feite zien dat religie misschien naïef is, maar dat veel religieuze mensen uiteindelijk goede mensen zijn en in sommige opzichten beter dan atheïsten met een cynisch wereldbeeld.

    Misbruik buiten de kerk
    Gerritsen kiest er niet voor om het misbruik in de katholieke kerk aan de orde stellen maar om juist te laten zien dat misbruik overal voorkomt,  ook buiten de kerk.  Ze weet empathie op te wekken voor de conciërge. Ze neemt hem serieus en laat zien dat naïeve mensen ons respect verdienen. Boeiend is de rol van vrouw van de politicus, die hem nadat hij haar verlaten heeft, komt opzoeken in het klooster om hem ertoe te bewegen bij haar terug te keren. Zij overschrijdt grenzen en lijkt haar man alles te vergeven. Het is echter vooral de politicus zelf die tot grensoverschrijdend gedrag komt.

    In een klooster heerst een gemeenschapszin die voor mensen van buiten aantrekkelijk kan zijn. Zij willen in tijden van jachtigheid even vluchten naar een veilige coherente wereld die minder van hen vergt. Dat is de achtergrond van de impuls die veel mensen voelen om zich even terug te trekken in een klooster waar een ander levensritme heerst.

    Behoefte aan begrenzing
    De filosoof Ad Verbrugge stelde ooit dat dat begrenzing een menselijke oerbehoefte is. Als er teveel op je afkomt, kan een periode in een klooster helpen om tot rust te komen. Het gaat om een coherente omgeving die katholicisme ademt: in geluiden en geuren maar ook in details van alles wat men ziet: van reli-kitsch tot exotische religieuze dracht die andersheid symboliseert.

    De gemeenschapszin in een klooster is een van de thema’s in het boek. Gerritsen laat zien dat deze gemeenschapszin positieve en negatieve effecten heeft. Een klooster kan in verband worden gebracht met het begrip ‘total institution’ van de socioloog Erving Goffman. Deze liet zien dat het met een groep verblijven in een coherente omgeving impact heeft op de individuen die deel van deze groep uitmaken. Vergelijkbaar met een klooster zijn in die zin bijvoorbeeld een psychiatrische inrichting, een gevangenis, een kostschool of een duikboot.

    De politicus probeert weg van zichzelf te vluchten naar een wereld die de zijne niet is. Hij wil begrensd worden, maar overschrijdt zelfs, of juist in deze in letterlijke en figuurlijke zin begrensde wereld, de grenzen. Als mens kun je uiteindelijk niet aan jezelf ontsnappen.

    Katholieke thematiek
    De stijl van het boek is in eerste instantie onberispelijk. Er staat geen woord teveel in, maar soms wel een woord te weinig. Gerritsen schrijft een lange beeldende zinnen. Hoe ze schrijft sluit aan bij de Nederlandse literaire traditie van (calvinistische) soberheid. Dat is misschien een probleem in de Nederlandse literatuur: schrijvers kiezen vaak voor soberheid in plaats van stilistische exuberantie. In die zin wordt er in de Nederlandse letteren een soort universele stijl gebruikt. Gerritsen is er een van de belangrijkste exponenten van. Het is een vorm die Gerritsen duidelijk beheerst. Door de thematische rijkdom, de actualiteitswaarde en de beschreven wrange wisselwerking tussen naïviteit en verdorvenheid, is deze roman zonder meer een aanrader.

     

  • Oogst week 10

    Stilte, ruimte, duisternis

    Kester Freriks legt de lat hoog. Zijn Stilte, ruimte, duisternis: verkenningen in de natuur moet ‘een kaart in proza’ zijn ‘met als doel de waarden stilte, ruimte en duisternis op te sporen en aanschouwelijk te maken’. Zijn vertrekpunt is de natuur, maar hij gaat niet alleen de confrontatie met het diverse Nederlandse landschap aan. Hij reageert ook op kunstwerken en gaat in gesprek met de makers.
    Dat levert een divers, persoonlijk gekleurd drieluik waarin Kester Freriks een vrij dwingende gids is die de lezers langs gebaande paden en over avontuurlijke sluipwegen voert. Klassieke werken – literatuur, beeldende kunst, muziek en wetenschap – ontbreken niet, maar Freriks kiest ook minder voor de hand liggend.

    Er is een wat merkwaardige bijrol weggelegd voor Joost Zwagerman in het deel over stilte. Zijn De stilte van het licht: schoonheid en onbehagen in de kunst ontbreekt in de literatuurlijst, terwijl Freriks het deels ook over de door Zwagerman geselecteerde en besproken kunstenaars baseert en hij een aantal bladzijden aan het boek en de door Zwagerman georganiseerde tentoonstelling Silence out loud wijdt.

    Stilte, ruimte, duisternis
    Auteur: Kester Freriks
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep

    In de wildernis

    Wat oer en ongerept is, dat gaat het voorstellingsvermogen van de mens te boven. Die heeft in de loop van zijn aanwezigheid op aarde zoveel ingegrepen dat van natuur nauwelijks sprake meer is. Dat neemt niet weg dat er mensen zijn die in staat zijn zich op een authentieke wijze tot de omgeving waarin ze belandden weten te verhouden. Neem Henry David Thoreau die in Walden of leven in het bos verslag deed van zijn ‘ontberingen’ aan de oever van zijn pond op loopafstand van het dorp. Of Sylvain Tesson die met Zes maanden in de Siberische wouden een eerbetoon aan Thoreau brengt, maar onder erbarmelijker omstandigheden de winter moest zien door te komen.

    In het rijtje avonturiers met hart voor de natuur past ook John Muir die halverwege de negentiende eeuw met zijn ouders van Schotland naar de Verenigde Staten van Amerika emigreerde en in Wisconsin terechtkwam. Hij zal zich ontpoppen als de eerste natuurbeschermer in de VS. Dankzij hem bestaan er nationale parken en is landschap deels gevrijwaard van al te menselijk ingrijpen.
    John Muir schreef ook. In In de wildernis: tochten door Wisconsin, Nevada, Californië en Alaska zijn verslagen gebundeld van zijn reizen door diverse staten. Dat hij onderweg onder de indruk was, is zacht uitgedrukt.

    In de wildernis
    Auteur: John Muir
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    De gulheid van de zeemeermin

    Vijf verhalen telt de postuum verschenen bundel De gulheid van de zeemeermin van Denis Johnson. Vijf relatief lange, korte verhalen waarin de schrijver op stoom komt zonder zichtbaar te versnellen en nooit ergens echt nadruk op legt. Hij doet ook geen moeite zaken mooier voor te stellen dan ze zijn.
    Maar rauw en hoekig zijn die verhalen niet. Johnson kiest zijn woorden zo voor de hand liggend raak en zijn toon is zo onontkoombaar dat ze van een tijdloze vanzelfsprekendheid zijn.

    Terwijl zijn onderwerpen en de entourage waarin zijn verhalen zich afspelen dat niet zijn er bovendien onder het oppervlak van alles gebeurt. Zijn eenvoud is schijn. Zijn verhalen zijn minstens zo gelaagd als zijn romans. En dan zijn het ook nog eens verhalen die hij schreef terwijl de dood hem op de hielen zat. Dat is voelbaar.

    De gulheid van de zeemeermin
    Auteur: Denis Johnson
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Beladen erfgoed:

    Frans van Hasselt koos zelf voor Griekenland als standplaats. Dat was in 1959, hij bezocht het land toen voor de vijfde keer. Zijn hele arbeidzame leven zou hij voor het (Algemeen / NRC) Handelsblad gedegen stukken schrijven die getuigen van zijn betrokkenheid bij het land en de bevolking. Behalve die journalistiek volledig verantwoorde reportages leverde zijn verblijf ook lichte stukken op die soms de vorm van een column kregen, maar die hij zelf graag als ‘correspondenties’ aanmerkte. Ze verschenen verspreid en werden regelmatig gebundeld. Stukken die soms over een specifiek onderwerp gingen  (Verslaafd aan Griekse muziek), maar vaak bleek wat hem opviel in het dagelijks leven geschikt genoeg als onderwerp.

    Beladen erfgoed: het Griekenland van voor de crisis dat postuum verschijnt, was bedoeld als een geschiedenis van het moderne Griekenland. Beladen erfgoed moest een veelomvattend boek worden waarin de ontwikkeling van Griekenland sinds de burgeroorlog; de Junta, kerk en staat; minderheden; politieke families en hun schandalen; de relatie tussen Griekenland en Europa; het conflict met en over ‘Macedonië’ en de Griekse economie aan bod zouden komen.
    Frans van Hasselt had een eerste versie af toen Griekenland in 2008 op de rand van een crisis belandde.

    De crisis duurde en duurde en had grote gevolgen voor Griekenland. Van herschrijven en actualiseren van het manuscript kwam het door het overlijden van Frans van Hasselt in 2011 niet meer. Voor zover nodig om het Griekenland van voor de crisis te begrijpen zijn voetnoten toegevoegd.

    Beladen erfgoed:
    Auteur: Frans van Hasselt, i.s.m. Agnes van Dijk (met een voorwoord van Hero Hokwerda)
    Uitgeverij: Uitgeverij 'Ta Grammata'

    De seringenboom

    Twee jaar geleden overleed de grote broer van Toon Tellegen. In De seringenboom: herinneringen aan mijn broer haalt hij herinneringen op. Groteske herinneringen aan de tijd dat ze allebei nog thuis woonden. De verteller neemt de rol van bewonderende broer op zich die zich nergens over verbaast en zijn zes jaar oudere  broer vele heldendaden en eigenzinnige opvattingen gunt.
    Pas gaandeweg dringt door dat sprake moet zijn van schromelijk overdrijven als gevolg van een oververhitte fantasie. Heeft Toon Tellegen toch weer literatuur gemaakt van zijn familieleven.

    De seringenboom
    Auteur: Toon Tellegen
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    De trooster

    Vroeger dan verwacht arriveert de in opspraak geraakte staatssecretaris van Financiën Henry Loman bij het klooster voor zijn retraite. Er wordt hem opengedaan door Jacob, de conciërge, die zich in zekere zin over hem ontfermt. Jacob groeit dankzij de komst van Loman in een rol.
    Esther Gerritsen laat hem een verteller zijn met een verlangen van doorslaggevende betekenis te zijn, maar die in wezen vooral afhankelijk en ondergeschikt is. En dus moet alles wat hij zo eenvoudig en doeltreffend weet te verwoorden met een korreltje zout genomen worden en blijkt De trooster een lijdensverhaal.

    De trooster
    Auteur: Esther Gerritsen
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus
  • Boeken benefiet voor vluchtelingenkinderen

    Boeken benefiet voor vluchtelingenkinderen

    Onder de titel Een nieuw hoofdstuk wordt een grote literaire benefietavond gehouden voor vluchtelingenkinderen. Vele auteurs hebben zich hierbij aangesloten en treden die avond belangeloos op in een uniek programma dat in en samen met de Stadsschouwburg Amsterdam wordt georganiseerd. Naast initiatiefnemer Dimitri Verhulst geven onder anderen Tommy Wieringa, Connie Palmen, Jelle Brandt Corstius, Christine Otten, Anne Vegter, Kader Abdolah, Renate Dorrestein, Maartje Wortel en Esther Gerritsen acte de présence. Presentatie van de avond is in handen van onder meer Ruben Nicolai en er is muziek van Wende Snijders.

    De opbrengsten van de avond gaan naar My Book Buddy. Dit project voorziet alle kinderen in AZC’s van een eigen prentenwoordenboek Nederlands en zorgt ervoor dat AZC-scholen boekenkasten met geschikte leesboeken krijgen. In dit project wordt niet ingegaan op de oorzaken en gevolgen van het vluchtelingenvraagstuk, dat vele nuances kent. Het richt zich op een groep kwetsbare kinderen die de huidige crisis niet heeft veroorzaakt, maar er wel door wordt geraakt.

    2016 Jaar van het Boek
    Het benefiet wordt georganiseerd door de Leescoalitie* in het kader van 2016 Jaar van het Boek. Doel van dit jaar is om boeken dichter bij iedereen te brengen: bij jong en oud, rijk en arm, laaggeletterd en boekenwurm, bij hen die al generaties lang hier wonen en bij nieuwkomers. Taal en lezen als basisvaardigheden kunnen gevluchte kinderen op weg helpen in een nieuwe samenleving. Beschikbare en aantrekkelijke boeken helpen bij de taalontwikkeling, bieden inspiratie en (voor)leesplezier.

    De line up wordt nog steeds aangevuld, zie voor een actueel overzicht 2016jaarvanhetboek.nl. Tickets voor het benefiet zijn verkrijgbaar via de ticketshop van Stadsschouwburg Amsterdam. De opbrengsten uit de kaartverkoop gaan volledig naar My Book Buddy.

    De benefiet wordt mede mogelijk gemaakt door het Nationale Toneel.

     

  • Gerritsen speelt virtuoos met flashbacks 

    Gerritsen speelt virtuoos met flashbacks 

    Hoe reageer je als je hoort dat je man is omgekomen bij een auto-ongeluk? De zevenentwintigjarige Roxy, hoofdpersoon uit de gelijknamige roman van Esther Gerritsen, verneemt het nieuws gelaten. Ze gaat weer naar bed, probeert te slapen en belt ’s morgens aarzelend haar kennissen en naaste familie op. De dagen erna blijft ze koel, vooral wanneer ze erachter komt dat er in de aangereden auto van haar man een jonge vrouw aanwezig was, met wie hij al maanden een verhouding heeft.

    Roxy is een ongrijpbaar personage. Ze voelt zich het meeste op haar gemak wanneer ze haar omgeving van een afstandje kan observeren, zonder er echt deel van uit te maken. Daarom trekt ze zich terug op de zolderkamer van haar villa, waar ze in alle rust aan haar autobiografische verhalen kan schrijven. Roxy’s familie en kennissen proberen haar zoveel mogelijk te steunen. Haar ouders, met wie ze een problematische relatie heeft, trekken bij haar in om de leegte op te vangen die er na Arthurs dood is ontstaan. Jane, Arthurs secretaresse, en Feike, de oppas van Roxy’s dochter Louise, zorgen ervoor dat Roxy alle tijd en ruimte heeft om haar verdriet te verwerken. Maar Roxy hoeft helemaal niets te verwerken. Het bezoek van haar ouders komt haar voor als opportunistisch; in een huis dat van alle gemakken is voorzien, willen haar ouders, die een bescheiden bestaan leiden in Brabant, maar al te graag verblijven. De ruimte die ze van Jane en Feike krijgt, ziet ze als een persoonlijke bevrijding. Ze kan wraak nemen op de man die haar bedrogen heeft.  Roxy gaat ver in het loslaten van de verantwoordelijkheden. Het regel- en papierwerk voor de begrafenis en de verzekering laat ze volledig aan Jane over, die zich steeds meer verbaast over de onkunde en onverschilligheid van de kersverse weduwe. Feike neemt de zorg voor Louise voor haar rekening. Wanneer Roxy zelf een keer voor haar dochter moet zorgen, zet ze haar voor de televisie en heeft ze een ‘neukpartij’ met de jonge begrafenisondernemer.

    Roxy stelt voor om een gezamenlijke reis naar Frankrijk te maken, die alle dames in staat stelt om even bij te komen van alle stress en hectiek. Maar de spanningen lopen op wanneer Roxy haar verantwoordelijkheden als moeder en weduwe steeds meer op de anderen afschuift.

    Qua thematiek lijkt Roxy op Hannah Loontjes’ Misschien wel niet, dat eveneens gaat over de verhouding tussen de persoonlijke vrijheid en de verantwoordelijkheden van de moderne vrouw. Het gezin is fijn en veilig, maar het belemmert ook je mogelijkheden. De nieuwsgierigheid naar het Andere blijft bestaan, vreemdgaan ligt op de loer. In Misschien wel niet is het de vrouwelijke hoofdpersoon die haar heil zoekt in een Facebookrelatie met een onbekende Marokkaanse Nederlander. Ze weet dat het eigenlijk niet goed is, maar ze kan het niet laten. In Roxy is het eerst Roxy’s man die veelvuldig een scheve schaats rijdt en daarna, als Arthur is overleden, pakt Roxy uit. Ze geniet van de macht die ze over mannen heeft. Maar ook die ingeslagen richting biedt weinig soelaas. Moet ze dan maar een goede moeder zijn voor haar dochter, die ze steeds meer uit het oog verliest?

    Het is knap hoe Gerritsen de spanning opbouwt naar de uitbarsting aan het einde van de reis, wanneer Roxy’s innerlijke demonen tot uiting komen. Zo gaan de vrouwen aanvankelijk als vriendinnen met elkaar op vakantie, maar slaat de sfeer geleidelijk om in afgunst, onbegrip en vijandigheid. Gerritsen speelt virtuoos met flashbacks, die informatie geven over Roxy’s moeilijke jeugd en haar relatie met de dertig jaar oudere Arthur. Ook Gerritsens vergelijkingen zijn treffend en mooi, vooral met betrekking tot de driejarige Louise. ‘Louise gaapt zonder gêne, zo mooi als dieren dat doen’. En: ‘Louise lacht (…) even hard en net zo lang als de anderen, want Louise is drie en doet graag mee zoals de vogels die in formatie vliegen. Nooit is er één die zo nodig bijzonder moet zijn en een andere kant op wil’.

    In haar vergelijkingen toont Gerritsen zich een scherp observator, zoals ze ook in haar columns en eerdere romans heeft laten zien. Roxy is een goede roman, geschreven in korte, heldere zinnen en gezegend met een ijzersterke structuur. Maar doordat de kwetsbare kant van Roxy zo onderbelicht blijft, wekt ze in de loop van het verhaal vooral irritatie op. Roxy gedraagt zich als een verwend kind dat niet kan kiezen uit het aanbod in de snoepwinkel. Wanneer een opmerking van haar niet in goede aarde valt, keert ze de anderen haar rug toe en voelt ze zich buitengesloten. Ze vraagt haar vader om haar te komen ophalen in het zuiden van Frankrijk, maar als hij na dagenlang reizen is aangekomen, besluit ze toch naar haar dochter te gaan. Iedereen om haar heen doet zijn best haar te helpen, maar ze toont amper dankbaarheid. Misschien hoort het allemaal bij het karakter van een vrouw die nooit op eigen benen heeft gestaan, maar sympathiek is het niet.

     

     

  • De Oogst van week 37

    Oogst van de week

    door Ingrid van der Graaf

    Er was een tijd dat het gewoon was dat men in de zakenwereld met voorkennis onderhandelde. Sinds decennia wordt dat niet meer getolereerd en springen de media er direct bovenop om de dader te slachtofferen. Als interviewer voor VN en NRC leerde Janneke Koelewijn het  zakenleven kennen. In 1994 publiceerde zij Het koningsdrama van Fokker over het conflict in de bestuurstop. Als journalist leerde ze ook de andere kant kennen in de affaire rond het ski-ongeluk van Prins Friso. Ook zij handelde met voorkennis en werd daarop afgerekend. Het is de relatie tussen het afgerekend worden op de handelswijze van een groot zakenman en wat voor impact dat heeft op zijn leven, waar Heilmans hel over gaat. ‘Bijna niks is verzonnen in het boek’, verklaarde Koelewijn bij Brands met Boeken. Cor Heilbron, topman van b4you, een groot voedingsmiddelenconcern, wordt verdacht van handel met voorkennis. Er is geen bewijs, maar Heilbron zal hangen. De officier van justitie die de zaak behandelt, is met zijn hoofd ergens anders. Via een relatiebemiddelaar heeft hij een nieuwe vrouw leren kennen. Intussen probeert een overmoedige journaliste de waarheid boven tafel te krijgen. Volgens A.L. Snijders is het: ‘Een heel goed boek, ik ben er door aangeslagen.’ Heilmans hel, door Janneke Koelewijn is uitgegeven door Atlas Contact. Prijs: € 19,99

    RoxyRoxy is zevenentwintig en getrouwd met de liefde van haar leven, dacht ze. Dan verongelukt haar man, die rijk en een stuk ouder is dan Roxy, met zijn minnares. Ze blijft achter met hun dochter, hun huis, de auto, zijn assistente, de oppas en de schaamte om dit roemloos einde van hun huwelijk. Ze heeft opeens een ander verleden dan ze altijd gedacht had. Haar familie ontfermt zich over haar, maar Roxy zoekt geen troost, ze zoekt een vijand. Dan stapt ze in haar ‘stretched’ limo, met de au pair, haar chauffeuse en haar dochter en ze gaat er vandoor voor de begrafenis. Een soort road novel met een limo. Esther Gerritsen staat bekend om haar  rake beschrijvingen van intermenselijke relaties waar het drama onder de oppervlakte loert. En ook van de verkeerde interpretaties, daar is zij ook van. Roxy, Esther Gerritsen, verschijnt deze maand bij De Geus. Prijs: € 18,95

    Gouden jarenIn Gouden jaren beschrijft econoom Annegreet van Bergen de naoorlogse economische groei die ons leven op alle fronten heeft veranderd. De wekelijkse teil werd een dagelijkse douche, het papieren loonzakje een digitale bankrekening en de boterham met tevredenheid een broodje gezond. In 1952 deelde ik een stofzuiger met mijn schoonmoeder. In 1961 zond de televisie 24 uur uit – per week. In 1965 moesten we naar de buren om te bellen. Vertrouwde beroepen verdwenen, nieuwe deden hun intrede. Wie had er in de jaren vijftig al gehoord van mondhygiëniste of activiteitenbegeleider? Gouden jaren staat vol met herkenbare anekdotes, scherpe observaties en schitterende foto’s. Het laat zien hoe compleet anders ons leven er een halve eeuw geleden uitzag en dat we (materieel) rijker zijn geworden dan we ooit voor mogelijk hielden.Van Bergen werkt sinds 1982 als journalist voor de Volkskrant en Elsevier en vanaf 1999 als freelancer. Gouden jaren, Annegreet van Bergen, is onlangs verschenen bij Atlas Contact. Prijs € 19,99

  • Esther Gerritsen wint driejaarlijkse Frans Kellendonk-prijs

    Literaire prijs

    Esther Gerritsen wint de Frans Kellendonk-prijs 2014, zo maakte haar uitgever De Geus vorige week bekend. De prijs wordt haar toegekend voor haar hele oeuvre. Gerritsen zoekt, aldus de jury,. De jury, bestaande uit Jasper Henderson, Ton van Kalmthout en Maria Vlaar, waren van mening dat Gerritsen in haar proza voortdurend de grens opzoekt tussen normaal en zonderling gedrag, tussen publieke en privézaken. De Frans Kellendonk-prijs bestaat uit een oorkonde en een bedrag van € 5.000,-. De prijs wordt op 24 februari 2014 uitgereikt.

    Esther Gerritsen (1972) debuteerde in 2000 met de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn. Twee romans volgden, Tussen Een Persoon en Normale dagen (longlist Libris Literatuurprijs 2006). In 2008 verscheen haar alom geprezen De kleine miezerige god (longlist Gouden Uil 2008). Twee jaar later kreeg de roman Superduif een nominatie voor de Libris Literatuurprijs. In 2011 volgde een bundeling van columns en artikelen, Jij hebt iets leuks over je. In 2012 verraste ze met de roman Dorst. Hiermee stond ze op de toplist van de AKO Literatuurprijs, de shortlist van de Libris Literatuurprijs en werd ze genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs en de Dioraphte Jongeren Literatuurprijs.

    In 1993 werd de driejaarlijkse Frans Kellendonk-prijs in het leven geroepen. Een prijs  voor Nederlandstalig literair werk of oeuvre dat getuigt van een onafhankelijke en originele geest waarmee maatschappelijke of existentiële problematiek wordt behandeld. In het verleden werd de prijs voor het gehele oeuvre toegekend aan onder meer Kristien Hemmerechts (1993), Dirk van Weelden (1999), Arnon Grunberg (2011). In 1996 won Benno Barnard de prijs met zijn literaire werk, Het gat in de wereld (uit 1993).   De prijs is ingesteld op initiatief van de Stichting Frans Kellendonk Fonds ter ere van en nagedachtenis aan de Nederlandse schrijver Frans Kellendonk (1951-1990).

    Lees hier het gehele juryrapport.

     

     

  • ‘Liever banaliseren dan verhevigen’

    ‘Liever banaliseren dan verhevigen’

    ‘Liever banaliseren dan verhevigen’

    Als de VPRO-gids in de brievenbus valt, heb je sinds twee jaar een dilemma: eerst de brieven van Achterwerk lezen? Of meteen de column van Esther Gerritsen?
    In Ik ben vaak heel kort dom zijn deze columns voor het eerst gebundeld. Niet-VPRO-leden kunnen eindelijk kennis maken met deze verfrissende kijkjes in de menselijke geest.

    Esther Gerritsen (1972) staat met haar laatste roman Dorst op de Shortlist van de Libris Literatuurprijs 2013. Zij is bekend geworden met haar theaterteksten, verhalen en romans. Sinds september 2010 is zij columnist voor de VPRO-gids.

    Een lezer, ‘Gerrit’, schreef een brief aan de VPRO-gids waarin hij vroeg of Gerritsen kon ophouden met over haarzelf te praten. ‘Hoe leg ik Gerrit uit dat deze columns niet over mij gaan maar over hem?’, schrijft Gerritsen.
    We krijgen inderdaad scènes uit het persoonlijk leven van Gerritsen voorgeschoteld. We leren dat ze een dochter heeft, getrouwd is en in Amsterdam woont. De columns krijgen zelfs de contouren van een plot als Gerritsen haar scheiding introduceert (met een scène in de Praxis waarin zij gereedschap zoekt; ‘Ik heb niet één bepaald stuk gereedschap nodig, ik heb alles nodig’.) Maar de columns gaan niet over haar, maar over óns.

    Gerritsen concentreert zich niet op de gebeurtenissen in haar leven, maar op de gedachtes over die gebeurtenissen. Herinneringen, fantasieën, gevoelens: ze observeert, registreert, associeert en analyseert. Zij kan een bepaalde scène in haar leven op stil zetten, het filmpje beeld voor beeld laten afspelen en dan registeren wat er in haar hoofd gebeurt. Gerritsen weet zo allerlei mechanismen zichtbaar te maken die wij niet opmerken, vergeten of zorgvuldig wegpoetsen.

    In de column ‘Dom’ waaraan ook de titel is ontleend geeft zij een opsomming van domste vergissingen: je afvragen of er ook ijs ligt als je sneeuw op de Amstel ziet liggen, terugdenken aan de geboorte van je dochter en je afvragen hoe oud zij toen was, en: wat is dat rare roze ding in mijn haar? (een oor). Zij concludeert: ‘Ik vermaak me nogal met mijzelf. Als je er maar dicht genoeg op zit, gebeurt er snel iets.’
    Dat is precies wat Gerritsen doet in haar columns. Ze zit dicht op zichzelf, maar ze weet vergelijkbare situaties, gedachten en herinneringen naast elkaar te plaatsen, zodat de verbanden zichtbaar worden en een menselijk mechanisme wordt blootgelegd. In veel columns zie je deze opbouw terug: een opsomming van equivalenten, waardoor de persoonlijke scènes het particuliere overstijgen.

    Een terugkerende techniek daarbij is de omkering. Als zij iets bij anderen registreert, betrekt zij dat vervolgens op zichzelf. Na een beschrijving van hoe smerig het eruit ziet als vrouwen sla netjes proberen te eten, volgt de zin ‘Soms ben ik zelf zo’n vrouw.’ En de dingen die bij haar voorkomen, probeert ze te herkennen bij anderen. ‘Ik ga ervan uit dat ik niet heel veel verschil van mijn medemens’.

    Bij Gerritsen vind je geen overbodige woorden. Haar schrijfstijl is helder en precies. Omdat zij zo treffend bepaalde beelden kan neerzetten, zie je ook de meest onwaarschijnlijke fantasieën van haar voor je en worden die invoelbaar.

    De columns van Gerritsen zijn grappig (‘Op de verjaardag van mijn vader vertelde ik over de eerste keer dat ik een stijve lul zag. Ik dacht dat het wel kon.’ ), ontroerend (als het verlangen naar en de onmogelijkheid van orde eindigt met ‘het vakje in de theekast waar de spullen liggen die bij de doden horen’, herkenbaar en spannend. Spannend omdat Gerritsen de lagen eraf schraapt die wij zo zorgvuldig hebben opgebouwd en zo de vreemde kronkels in de menselijk geest blootlegt. Dat klinkt zwaarder dan het is. Gerritsen houdt zich aan haar uitspraak: ‘Liever banaliseren dan verhevigen’.

     

    Ik ben vaak heel kort dom
    De VPRO-columns 2010-2012

    Auteur: Esther Gerritsen
    Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
    Prijs: € 15,-