• Literatuur uit de provincie

    Literatuur uit de provincie

    Wie gelooft dat er een kloof bestaat tussen de randstad en het overige deel van Nederland, ook wel ‘de provincie’ genoemd, zal zijn eigen gelijk bevestigd zien als het gaat over uitgevers: ze zijn vrijwel allemaal gevestigd in Amsterdam. Je hebt echter beslist geen zweeftrein nodig om vanuit de hoofdstad een plek als Groningen te bereiken. Na iets meer dan twee uur kan je al uitstappen op het fraaie hoofdstation, tegenover het nog altijd futuristisch ogende museum. Ergens op het einde van dat spoortraject speelt dit boek zich af. De plaats van handeling is een camping in Onnen, gelegen in een landelijke omgeving tussen het Zuidlaardermeer ten oosten en de Drentsche Aa ten westen. In het Gronings volkslied worden deze ‘ommelanden’ beschreven als de gouden rand rondom het ‘Pronkjewail’, de Stad.

    Op genoemde camping staat het langzaam wegroestende hoofdkwartier van het literaire tijdschrift De Karavaan. De vier personages die afwisselend worden opgevoerd in Ergens op het eind, verhouden zich allemaal anders tot de bewuste caravan, dit zieltogend epicentrum van literaire aspiratie. De officiële eigenaar Sipko Baars, tevens mede-oprichter van het tijdschrift, is er al geruime tijd niet geweest. Pas op het moment dat zijn compagnon de boel besluit te verkopen onderneemt hij de treinreis vanuit Amsterdam, wellicht voor het laatst. Kachelhandelaar Folkert Boon lijkt in veel opzichten zijn tegenpool: hij heeft een vaste staanplaats op de camping en is wars van stadse fratsen. De verlopen caravan van zijn buurman is hem een doorn in het oog. En dan hebben we nog Louis van Vuuren, een uitgebluste theatermaker die tevergeefs heeft gepoogd wat sociaal engagement in het literaire gezelschap te brengen, en Hylke Gorters, de natuurdichter wiens schrijfsels altijd per kerende post terugkomen omdat ze niet voldoen aan de basiseis van het tijdschrift, namelijk dat er een relatie moet zijn met reizen of caravans.

    Erik Nieuwenhuis laat zijn karakters in korte hoofdstukken individueel aan het woord komen, telkens vanuit een ik-perspectief. Achter de figuur van Sipko Baars kan waarschijnlijk de schaduw van de auteur zelf worden herkend, die geput heeft uit zijn ervaringen met het tijdschrift Schrijver & Caravan. Pas tegen het einde worden alle vier de personages onvermijdelijk samengebracht, een beproefd concept. De miskende dichter weet de finale ontmoeting treffend in één woord te vatten, maar ook nu wordt hij niet begrepen. Als lezer kan je bijna niet anders dan sympathie voelen voor deze man, die over zijn noeste arbeid zegt: ‘Alles wat ik vraag is een plek om mijn woorden in bewaring te kunnen geven. […] De zinnen van het gemene volk rollen als puin en erts de diepte in. Ik ben degene die de puinhopen onvermoeibaar met een lantarentje doorzoekt. Soms zit er een briljantje tussen.’

    Ergens op het einde is een vakkundig geschreven novelle. Het werkje kwam tot stand in het kader van het Belcampo Stipendium, een tweejaarlijkse schrijfopdracht met als doel het letterenbeleid in Groningen een impuls te geven. Literatuur voor, door en over de provincie. Besproken door een recensent die zich thuis voelt in het Noorden. Op een site waarvan het hoofdkwartier in Amsterdam zit, dat dan weer wel.

  • Oogst week 49

    Wit is ook een kleur

    Naar aanleiding van haar nieuwe film Wit is ook een kleur, hield Sunny Bergman vorige maand de Van der Leeuwlezing in Groningen. Zij vertelde over onthutsende resultaten naar aanleiding van een onderzoek, en inzichten over wat zij bewust noemt ‘de etniciteit’ van de blanke/witte mens. Waarom zeggen we ‘blank’ en niet ‘wit’?

    Bergman vertelt dat zij er tot voor kort nooit over na had gedacht dat zij tot een etnische groep behoort. ‘Etnische minderheden; dat zijn de anderen. Mijn stiefvader zei: “Ik ben gewoon blank. En alles wat gewoon is verdwijnt naar de rand van je bewustzijn.”’

    Haar nieuwe film Wit is ook een kleur gaat 15 december in première. Tegelijkertijd verschijnt er een bundeling van haar beste columns. Wordt het niet eens tijd voor een verkiezing van de meest feministische man? Geldt de vrijheid van meningsuiting wel of niet onverkort voor mensen met een dubbel paspoort? Hoe problematisch is wit zijn, en wat hebben feminisme en anti-racisme met elkaar gemeen?

    Wit is ook een kleur
    Auteur: Sunny Bergman
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen

    Dagen zonder eind

    Querido is al 10 jaar bezig met het uitbrengen in Nederlandse vertaling van de boeken van de veelvuldig bekroonde Ierse schrijver Sebastian Barry. Sebastian Barry heeft een reeks onafhankelijk van elkaar te lezen romans geschreven waarin hij één familie, zijn eigen familie, op de voet volgt. Door de verhalen van meerdere generaties te vertellen brengt hij de geschiedenis van de Ieren in kaart.
    Literair Nederland recenseerde eerder Annie Dunne en De tijdelijke gentleman.

    Dagen zonder eind is het meest recente boek dat in Nederland verschijnt. De zeventienjarige Thomas McNulty en zijn wapenbroeder John Cole nemen dienst in het Amerikaanse leger om aan de honger te ontsnappen. Eerst dient de strijd tegen de indianen zich aan en vervolgens de Burgeroorlog. De jongens worden geconfronteerd met de verschrikkingen van de oorlog en hun medeplichtigheid laat diepe sporen na, maar desondanks beleven ze, zo voelen ze dat zelf althans, sprankelende dagen zonder eind.

     

    Dagen zonder eind
    Auteur: Sebastian Barry
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Bloedend hart

    Erik Nieuwenhuis (1964) schreef vijftig columns over zijn leven aan de hand van Nederlandstalige hits. Bij 1982 hoort Bloedend hart van De Dijk.

    […]…’Met mijn beperkte verstand kwam ik niet verder dan de invalide conclusie: if unhappy childhood than writer. Dat ik mijn pre-adolescente twijfels en onzekerheden uitvergrootte tot ongeluk – vet en in kapitalen – kan ik mijn jongere ik niet serieus verwijten: da’s de natuur.’ […]

    […]’Bij Huub van der Lubbe heb je nooit het gevoel dat hij met het rijmwoordenboek op schoot een potentiële hit heeft zitten plotten. ‘Bloedend hart’ klinkt als een spontane gevoelsuitstorting. Alsof het niet voor publiek geschreven is, maar voor de zanger zelf die zich – er luistert toch niemand – voor de badkamerspiegel helemaal durft te laten gaan. Datzelfde hoor je soms bij Brel, Springsteen en misschien Frank Boeijen, maar die hebben het voordeel dat je de helft van wat ze zingen toch niet verstaat en dus per definitie minder kritisch op de tekst bent.’ […]

    Het levert een biografie op met een originele insteek, maar daarnaast ook een beeld van de Nederlandse cultuur van de afgelopen halve eeuw.

     

    Bloedend hart
    Auteur: Erik Nieuwenhuis
    Uitgeverij: Uitgeverij Kleine Uil

    Van Brugman tot Ter Balkt

    Nijmegen en poëzie, dat is de gezamenlijke noemer in het boek Van Brugman tot Ter Balkt, waarin 42 portretten zijn opgenomen van overleden dichters.

    Brugman, een 15e eeuw pater en dichter, -en blijkbaar de prater uit het gezegde- is de eerste. Daarna is er o.a. aandacht voor Anna Ampt (1832-1885), G.W. Lovendaal (1847-1939), Anton van Duinkerken (1903-1968), Guillaume van der Graft (1920-2010), Wam de Moor (1938-2015), Pé Hawinkels (1942-1977), Andreas Burnier (1931-2002).
    Het boek eindigt met de PC Hooft-prijswinnaar H.H. ter Balkt (1938-2015) en is te koop bij boekhandels als Dekker v.d. Vegt, Augustinus en Roelants.

     

     

     

    Van Brugman tot Ter Balkt
    Auteur: Riny Jans en Joan ten Hove
  • In ieder leven zit een roman

    In ieder leven zit een roman

    ‘Maar weinig mensen weten precies hoe het zo gekomen is met Michael Bernache.’ De eerste zin belooft dat er heel wat met Michael Bernache gaat gebeuren. Die ‘normale kerel’ gaat iets doen wat niemand verwacht: ‘Maar wat weet je van de mensen?’ De proloog van Man van de wereld van Erik Nieuwenhuis maakt de lezer nieuwsgierig naar deze humorvolle kritiek op het moderne leven.

    Man van de wereld is de tweede roman van Erik Nieuwenhuis en gaat over Michael, die op een grote luchthaven mensen vervoert in een elektrisch karretje. Hij is niet ambitieus, Michael wil voornamelijk rustig leven. Hij is even in de war geweest na de dood van zijn ouders en probeert sindsdien al te heftige gevoelens te voorkomen, daarom slikt hij ook diazepam. Samen met collega Jamal heeft hij een illegaal handeltje in vliegtuigmaaltijden en chat hij regelmatig op internet, waar hij zijn ongezouten mening over allerlei zaken anoniem kan geven (de lezer kan achter het pseudoniem van Michael te komen). En via een datingsite heeft hij contact met Nina, die van experimenten houdt, maar hij wil trouwen met de Russische stewardess Ljoeba, zodat hij met haar en haar zoontje een gezin kan vormen.

    Alles gaat zijn gangetje totdat Michael de schrijver Robert Benssen in zijn karretje krijgt. Hij zet Michael aan het denken met de uitspraak: ‘In ieder leven zit een roman, …’ Dit leidt ertoe dat Michael knopen gaat doorhakken in zijn leven. Hij trouwt met Ljoeba en ze gaan samenwonen, het illegale handeltje wordt steeds groter en er ligt misschien een promotie in het verschiet. Het is gedaan met zijn rustige leventje.

    Nieuwenhuis weet de lezer regelmatig een glimlach op de mond te toveren met de scènes uit het leven van Michael. Zeker gedurende de schrijfcursus van Benssen ergens in de totaal verregende Ardennen is hij goed op stoom. Maar uiteindelijk is het boek een kritiek op de hedendaagse samenleving. Michaels gedoe met de buitenlandse bruid versus de datingsitedame, het illegale handeltje en de extreme uitspraken in de chatroom, zijn kenmerkend voor het gebrek aan moraal van veel mensen in Nederland. Het is niet belangrijk wat je doet, het is belangrijk dat je niet betrapt wordt. Leven volgens regels en staan voor je keuzes, maken het leven nodeloos ingewikkeld. Zodra Michael besluit om iets met zijn leven te gaan doen en keuzes te maken loopt alles dan ook in het honderd. Hij is gewend aan zijn rustige, makkelijke leventje. En daarvan is hij zich bewust. En hij weet ook dat zijn kwaal niet strikt persoonlijk is, maar dat ze heerst in heel Nederland. Hij barst aan het einde van het boek uit in een paginalange litanie over alles wat vroeger goed was en tegenwoordig mis is:

    ‘Wanneer zijn radiopresentatoren allemaal gaan schreeuwen alsof het aankondigen van een nieuw nummer van het miljoenste zangeresje dat een paar jaar later dood in bed of bad gevonden wordt even spectaculair is als het neerstorten van de Hindenburg? Wanneer zijn quizkandidaten van bedeesde en wereldvreemde provincialen veranderd in zelfbewuste fuifnummers, wanneer is het overal en elke dag carnaval geworden?’

    Een messcherpe en hilarische opsomming. Aan de hand van het leven van Michael laat Nieuwenhuis zien hoe het er tegenwoordig aan toe gaat in van de Nederlandse samenleving. In die zin is Man van de wereld zeer vergelijkbaar met Het diner van Herman Koch. Alleen heeft Nieuwenhuis niet de wezenloze stijl van Koch, Nieuwenhuis schrijft met humor.