• Voor het eerst in Nederlandse vertaling

    Voor het eerst in Nederlandse vertaling

    De verteller en hoofdpersoon uit Patrick Modiano’s Nachtronde zou volkomen tevreden zijn geweest met een klein dorpje en een oude klokkentoren, zoals hij zegt, maar hij bevindt zich nu eenmaal in Parijs, een stad als een reusachtig Luna-Park, waar hij heen en weer wordt gesleept tussen schiettenten en achtbanen, tussen het Poppentheater en de Sirocco-draaimolens. Dit alles schijnbaar tegen wil en dank: Ik was voor al die dingen niet in de wieg gelegd. Ik had niemand ooit iets gevraagd. Ze waren me komen halen. Dit is wat we over zijn achtergrond te weten komen. Man zonder eigenschappen? Misschien. De persoon die zich schijnbaar willoos door de stad laat voortbewegen is in feite een dubbelspion, een louche verrader, die zich laat inhuren om informatie te verzamelen over groeperingen die elkaar op leven en dood bestrijden: enerzijds gangsters en zwarthandelaars die collaboreren met de Gestapo, anderzijds Franse officieren in het verzet. Nachtronde is de tweede roman van Modiano en tegelijk het tweede deel van zijn ‘oorlogstrilogie’. Het boek verscheen in 1969 voor het eerst als La ronde de nuit, werd niet eerder in het Nederlands vertaald.

    Eind jaren zestig, begin jaren zeventig riep het boek felle emoties op: de schrijver maakt geen onderscheid tussen goed en fout in de oorlog, zijn ‘held’ is een slapjanus zonder moraal die meehelpt bij het roven van joodse bezittingen en zich goed laat betalen om namen en adressen van verzetsmensen te verzamelen. Zijn zulke emoties inmiddels misschien een beetje gedempt? Niets is ‘zwart/wit’ bij Modiano. Je hebt niet meteen in de gaten wat er aan de hand is, wie de centrale personages zijn, wie bij wie hoort, wat er precies wordt gezegd. Zelfs de identiteit van de verteller lijkt onbestemd; hij wordt aangeduid als ‘jongetje’, maar ook als ‘prinses’, hij heet Swing Troubadour, maar ook Lamballe. Mystificaties alom. Ondanks de doodernstige context–bezet Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog–zijn de beschreven incidenten soms frivool. Geen oorlogshandelingen en geweld, maar feestjes, drank en absurde gesprekken. Dat was uitdrukkelijk de bedoeling. We zien het als Modiano ons door de stad voert. Nog een paar stappen. Links het theater Des Ambassadeurs. Er werd Nachtronde opgevoerd, een totaal vergeten operette.

    Bij een operette hoort parodie, voor sommigen is operette niet veel meer dan dat. Als de collaborateurs een feestje geven voor hun volgelingen worden en drankjes, sigaretten en petit-fours gepresenteerd, schaarse goederen in de oorlog. Tot de aanwezigen behoren markies Lionel de Zieff, baron Gaétan de Lussatz, Pols de Helder, Rachid von Rosenheim, Jean-Farouk de Méthode, Ferdinand Poupet, graaf Baruzzi, Micky de Voisins, Emprosine Marousi, barones Lydia Stahl en vele anderen–operettefiguren met bijpassende bezigheden en beroepen: pooier, driftkop, spion, magiër, homoseksueel prostitué, stripteasedanseres, kampioen gewichtheffen, bordeeleigenares, prinses, lesbienne. Ook Hitler doet mee.

    De verteller bevindt zich als dubbelspion tussen twee vuren, hij wil iedereen van dienst zijn maar moet met resultaten komen die  dood en verderf tot gevolg zullen hebben. Door dat besef krijgen de frivoliteiten van de operette wel degelijk scherpe kanten en dringt Modiano door tot vragen die ook vandaag de dag actueel zijn, misschien actueler dan ooit. Op een dag zouden ze me op zo’n manier het vuur aan de schenen leggen dat ik me, om ervan af te zijn, aan mijn beloftes zou moeten houden. De ‘vangst’ zou plaatsvinden. Ik zou eindelijk de benaming van ‘verklikster’ verdienen’. Soms vergeet hij dat hij geen toekomst heeft en dat hij ‘levend uit de nachtmerrie’ tevoorschijn zou kunnen komen. Hij mijmert over een mogelijk baantje als barman in een luxe hotel. Dat beroep is net zo ‘nobel’ als dat van arts of politieman. Achter de bar sta je beschermd, meent hij, en is iedereen je vriend omdat ze iets van je nodig hebben wat je direct kunt verschaffen: cocktails. Je schenkt in wat ze maar willen en na een paar glazen worden ze emotioneel en vragen ze om troost. Hitler smeekt je tussen twee hikken door om vergiffenis.

    Bij de ‘vloeibaarheid’ van Nachtronde past een onbeslist einde. Swing Troubadour ontvlucht Parijs, op de hielen gezeten door zijn opdrachtgevers uit de bende van collaborateurs, ze spelen kat en muis met hem–soms rijden ze vlak achter hem, dan laten ze hem weer een stukje vieren. Langs de weg staan rijen populieren. Eén onhandige beweging zou genoeg zijn. Ik blijf half slapend doorrijden.

  • Oogst week 19

    door Carolien Lohmeijer

    Heeft het vertrek van Wouter van Oorschot bij zijn uitgeverij G.A. van Oorschot een direct verband met het verschijnen van Verborgen boeken dat eind vorige maand bij Querido verscheen? Daar lijkt het wel op. Verborgen boeken kon geschreven worden omdat bij uitgeverij G.A. van Oorschot persoonlijke documenten van Querido’s eigenaar Emanuel Querido werden gevonden. Het kan haast niet anders of Wouter van Oorschot heeft zijn kantoor ‘opgeruimd’ willen overdragen aan zijn opvolgers en toen de documenten gevonden die zijn vader jarenlang bewaard had. Zijn vader, Geert van Oorschot, was door Emanuel Querido als zaakwaarnemer aangesteld vlak voor diens deportatie naar Sobibor. Tot voor kort wist men niet beter of het archief van de uitgeverij was bij de inval van de Duitsers verbrand om de joodse auteurs en medewerkers te beschermen.
    Bijzonder feit is dat uitgeverij Querido dit jaar honderd jaar bestaat; een mooier cadeau kan de uitgeverij zich niet wensen.

    Willem van Toorn beschrijft de geschiedenis van Querido Verlag, waar Duits-joodse schrijvers vanaf de jaren dertig hun werk konden publiceren. Arjen Fortuin belicht de rol van Geert van Oorschot als zaakwaarnemer in oorlogstijd. En Hugo van Doornum schetst de jaren na de bezetting.
    Verborgen boeken. EM. Querido’s Uitgeverij tijdens en na de bezetting, Arjen Fortuin, Hugo van Doornum, Willem van Toorn, Uitgeverij Querido, 140 pagina’s, € 18,99

     

    De Israëlische trilogieSchwob is een initiatief voor de ‘beste onbekende boeken uit de wereldliteratuur’. Op Schwob-avonden gaan auteurs met elkaar in gesprek over hun favoriete vergeten boeken.
    Arnon Grunberg sprak tijdens zo’n avond over Marek Hlasko (1934-1969). Hlasko was een populaire schrijver in post-stalinistisch Polen, die toen hij in 1958 Polen verliet, geen toestemming kreeg om terug te keren. Hij leefde daarna in West-Europa, de VS en Israël. Hij was geen Jood, maar voelde zich zeer betrokken bij de Poolse Joden in Israël, en schreef in dat land een aantal meesterwerken, waaronder De tweede hondenmoord, Bekeerd in Jaffa en Ik zal jullie over Esther vertellen.

    De boeken van Hlasko zijn geen vergeten boeken meer. Bovengenoemde drie romans zijn nu opgenomen in De Israëlische trilogie die bij uitgeverij Athenaeum verschenen is. Zij schetsen een beeld van de mensheid vol zwarte humor. De stijl is direct en filmisch.

    De Israëlische trilogie, Marek Hasko, vertaald door Karol Lesman en Gerard Rasch, Uitgeverij Athenaeum, €19,99

     

    Franz KafkaIn Franz Kafka, schrijver van schuld en schaamte analyseert Saul Friendländer Kafka’s leven en werk. Hij geeft een beeld van de auteur als jonge man die wordt verscheurd door gevoelens van schuld en schaamte. Over dit beknopte biografische essay wordt gezegd dat het het beeld doorbreekt van de verlegen literaire heilige dat werd geschilderd door Kafka’s vriend Max Brod. Aan de hand van brieven en dagboeken schetst Friedländer de afgronden van persoonlijke angst, van seksuele ambiguïteit, van ziekte en van de permanente wanhoop waarin Kafka’s werk wortelde. Hierdoor ontstaat een nieuw beeld van de ‘verknoping tussen persoonlijk lijden en een uniek literair oeuvre’.

    Franz Kafka, schrijver van schuld en schaamte, Saul Friedländer, vertaling Jabik Veenbaas, Uitgeverij Bijleveld, € 19,50