• De tijd gevangen

    De tijd gevangen

    De tijden vertelt over drie generaties en het lijkt of Elvis Peeters (pseudoniem van Nicole Van Bael en Jos Verlooy) alle grote gebeurtenissen binnen die generaties heeft willen vatten: de tijd die zich uitstrekt van de Tweede Wereldoorlog en de naweeën met collaborateurs en helden, de opkomst van de jazzmuziek, de onafhankelijkheid van Congo, mei 68, vrouwenrechten, de financiële crisis tot de wereld van nu. De tijden verhaalt van de rivier de Zenne tot Congo, Londen, Barcelona, Brussel, Zagreb. Het idee om zoveel feitelijke geschiedenis en de geest ervan op te tekenen aan de hand van persoonlijke verhalen is enorm.

    Door het boek heen word je een razende verandering gewaar. De tijd zet zijn stempels, trekt en sleurt met zijn tentakels en het lijkt of hij dat steeds feller doet, of hij steeds razender tekeer gaat. Maar er is ook een constante: die van de kwetsbare mens die niet alles bevatten kan en vaak slechts een pion is, maar evenzeer rustig blijft ademen en een akkertje ploegt, terwijl hij de tijd aan zich voorbij laat gaan.

    De mens Emiel

    Die kwetsbare mens heet Emiel. Emiel is het sterkst uitgewerkte personage van het boek. Bij hem kruip je onder de huid, zijn twijfel en weemoed zijn levensecht. Misschien leeft hij als landbouwer nog het dichtst van al bij de aarde en voel je dat in zijn persoon. De latere generatie lijkt er alleen nog maar overheen te vliegen. Net als in het boek van Chris de Stoop Dit is mijn hof getuigt ook De tijden over landbouwers die nog contact hebben met de natuur, landbouwers die verdwijnen, zoals het landschap verdwijnt en steeds meer geradbraakt wordt.

    ‘Zijn moeder droeg hem het jaar 1929 in.’ Een harde koude winter met een doodgevroren kip in het hok, de Elfstedentocht en Trotski die werd verbannen uit de Sovjet-Unie. Er kwam een griepepidemie. De geschiedvertelling wervelt hier tussen klein en groot en dicht en ver. De factor tijd is onlosmakelijk verbonden met de plaats. Wie werd er nog meer geboren in dat jaar? ‘Lee Hazlewood, Jacques Brel, Milan Kundera, Remco Campert, Hugo Claus, Anne Frank, Yasser Arafat, Jurgen Habermas.’ Opmerkelijk om deze namen plots verenigd te zien. Al die plaatsen en geschiedenissen uit één jaar. Wat een tijd niet al vergaren kan.

    In het verhaal blikt Emiel terug op zijn leven. Hij heeft dit leven niet altijd gewild. Weerhielden pech of een gebrek aan lef hem van zijn eigenlijke doel? Eentonig wil hij het niet noemen, maar hij had toch iets anders voor zich gezien. Hij had zijn universiteitsstudie kunnen afmaken, tropische gewassen bestuderen en dan naar Congo trekken. Maar op een dag werd hij kleurenblind. Daarna werd zijn vader ziek en uiteindelijk nam Emiel de boerderij over. ‘Dit is zijn bestaan,’ weet hij. Hij loopt in de voetsporen van zijn vader, zoals hij nooit had vermoed dat hij zou kunnen. Het boerenleven wordt verteld met het boerenidioom: het wannen van het graan, de ransel met het brood, de ploegschaar, de paarden roskammen, de haspel op het maaibord, halmen die in schoven op het gemaaide veld worden gegooid.

    Verandering

    Gisèle, Emiels jeugdvriendin, is opstandiger. Zij wil de tijden veranderen. Emiel kijkt op naar het vastberaden meisje. Ze inspireert hem, leert hem Rosa Luxemburg kennen, discussieert, gaat naar lezingen, woont vakbondsacties bij. Gisèle komt uit een armer nest, verklaart dat haar opstand? Emiel is bescheidener en introverter van aard. Hij trouwt uiteindelijk met Odette, een brave vrouw, geen grote persoonlijkheid. Was zijn liefde voor Gisèle platonisch? Was hij te bang voor het echte vuur? Is Odette een compromis? Om dat te ontdekken geraak je niet diep genoeg in het hart van Emiel. Misschien kent Emiel het zelf niet eens. Hij is niet slecht voor Odette met wie hij twee kinderen krijgt, maar later ontmoet hij Gisèle opnieuw en blijkt hij toch niet zo trouw, of… is hij juist wel trouw aan zijn hart? Het laffe deel van zijn karakter krijgt soms een doffe klank, maar Emiel verenigt dat laffe met het volhardende. Juist dat halfslachtige maakt hem menselijk. Hij ziet de vooruitgang aan, wil niet zomaar alles veranderd zien. Toch valt er ook door hem niet te ontkomen aan de modernisering, aan schaalvergroting. Paarden worden vervangen door tractoren en ze moeten geld vinden voor een melkmachine. Dat levert hartverscheurende scènes op. ‘Wat is er mis met de paarden, of met melken met de hand?’ vraagt Emiels moeder. ‘Daar is niks mis mee,’ zegt Emiel, ‘alleen kost het tijd die er in deze tijd alsmaar minder is.’ De Boerenbond beveelt onkruidverdelgers en hormonen aan.

    Intussen ‘werpen de Congolezen hun minderwaardigheid af in een uitbarsting van woede en geweld’. Emiels zus woont daar en moet abrupt terugkeren. Emiel had met een koloniale lening geïnvesteerd in Congolese koffieplantages en kan die nooit terugbetalen. Hij ruilt de boerderij voor werk van nine to five in een magazijn. Was het niet Gisèle die hem al van het begin zei dat hij de boerderij moest opgeven? Het verhaal van Emiel is eigenlijk brandend actueel met de boerenprotesten van nu.

    Tussen verzet en berusting

    Emiel zit geklemd tussen verzet en conservatisme, begrippen die in de loop van de tijd ook veranderen. Hiermee duidt Elvis Peeters de tijdgeest treffend aan.
    De tijden daarna dragen het idee van maakbaarheid in zich. Alles kan je naar je hand zetten, alles wordt bestelbaar, koopbaar. De personages van de volgende generatie zijn vlakker. Hannelore, de dochter van Emiel laat het werk op de boerderij achter zich, verzet zich. Lijkt ze op Gisèle? Hannelore gaat mee in de punkbeweging, studeert in Leuven. Daarna wordt ze reclamevrouw in Londen, slogans voor de revolutie veranderen in slogans voor producten. Ze baart een kind, is een afwezige moeder. Elvis Peeters toont kanttekeningen bij het feminisme dat hier vertegenwoordigd wordt. Hannelore gaat steeds meer mee in een oppervlakkig leven van consumptie en vlug genot. Van een vrouw die zich verzet verandert ze in een marionet. In 2008 breekt de financiële crisis uit en is ze in een klap alles kwijt.

    De idealen van de volgende generatie schuiven nog verder op. Deze generatie zit met de erfenis van de vooruitgang: vervuiling, troosteloze consumptie, de opwarming van de aarde. Hannelore’s zoon Matteo studeert af als jurist. Hij ziet zijn moeder als een ‘prototypische workaholic uit de bullshitsector.’ Toch is hij vaak even afstandelijk en oppervlakkig als zij en er gaat een subtiele vertwijfeling van hem uit. Hij lijkt dan weer rationeel, dan weer pathetisch. Er hangt iets ongevoelig over hem, alsof hij niet in staat is tot werkelijk contact. Zou het komen door zijn nogal liefdeloze opvoeding? Hij klaagt over te veel culturen in Brussel, vreest een toxische toekomst met niet-Europeanen ‘door het decennialange bewind van idiote ideologieën’. Wel voelt hij medelijden met verwaarloosde rijpaarden uit een reportage. Ook Matteo zet zich af tegen de vorige generatie. Hij bekritiseert de wereld rond zich maar komt niet tot zelfonderzoek. Hij en zijn vriendin Myrthe trekken de natuur in met een kruisboog. Dat ze uiteindelijk flirten met extreemrechts en ecofacisme is niet echt verrassend.

    L’art pour l’art en maatschappij

    Het verhaal is goed geconstrueerd, heeft een sterke compositie. De perspectiefwisselingen gebeuren virtuoos. Elvis Peeters legt haarfijn het mechanisme bloot van hoe idealen totaal kunnen veranderen. Hij probeert l’art pour l’art te verbinden met maatschappijkritische literatuur en dat is bij het personage van Emiel zeker gelukt. De passages over hem zijn verwerkt, de lagen goed gedroogd. De andere personages lijken soms slechts stickers van een tijd, geconstrueerd en minder doorleefd waardoor de vertelde tijd te lang wordt. De feiten en de maatschappijbeschrijvingen voelen ondanks hun waarheid wat geforceerd aan, zijn te veel gestapeld met oppervlakkige opsommingen die het betreffende personage maar weinig ademruimte geven. Of dat aan de schrijver dan wel aan die tijd ligt, is nog maar de vraag.

     

  • Oogst week 36 – 2023

    Een kleine weldaad – Alle verhalen

    Raymond Carver (1938-1988) groeide op in armoede en dat is terug te zien in veel van zijn verhalen. Hij was de zoon van een molenaar en een serveerster. Van die vader nam Raymond zijn alcoholisme over. Dat stond aanvankelijk een schrijverscarrière in de weg, ondanks de waardering die hij toen al kreeg van collega’s. Toen hij op zijn veerstigste de fles afzwoer ging het snel. Zijn korte verhalen werden ineens beroemd met befaamde titels als Waar we over praten als we over liefde praten. Ze gaan veelal over het dagelijkse banale leven. Het verhaal Buren begint bijvoorbeeld zo:  ‘Bill en Arlene Miller waren een gelukkig paar. Maar nu en dan hadden ze het gevoel dat zij als enigen van hun kennissenkring op de een of andere manier overgeslagen waren, in de zin dat Bill was blijven steken in zijn boekhouderswerkzaamheden en Arlene nog steeds dezelfde klusjes deed op kantoor. Ze praatten er wel eens over, doorgaans met als contrast het leven van hun buren, Harriet en Jim Stone. De Millers hadden de indruk dat de Stones een voller, sprankelender leven leidden. De Stones gingen uit eten of kregen visite of waren ergens in het land op reis in verband met Jims werk’.
    Uitgeverij Van Oorschot komt nu met Een kleine weldaad. Het zijn alle verhalen van Carver. Tweeënzeventig in totaal, waaronder een aantal dat nooit eerder in het Nederlands verscheen.

    Een kleine weldaad - Alle verhalen
    Auteur: Raymond Carver
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De Tijden

    Het schrijversduo Elvis Peeters waagt zich in De Tijden aan een Belgische geschiedenis die zeventig jaar bestrijkt aan de hand van de belevenissen van drie generaties uit één familie, de vader Emiel, de dochter Hannelore en de kleinzoon Matteo. Er komen grote thema’s voorbij die in elk van die generaties een grote rol speelden. De reorganisaties in de landbouw naar de plannen van Sicco Mansholt in de jaren zestig van de vorige eeuw in het leven van boer Emiel, de strijd tegen kruisraketten van punker Hannelore, die niettemin later geld verdient in de reclamewereld, en de klimaatcrisis die Matteo bezighoudt, die niettemin naar extreem-rechts neigt. De roman valt uiteen in drie delen die de namen van de drie familieleden beurtelings als titel hebben en steeds worden ingeleid door een stukje tekst uit een contemporain lied. Bij Emiel is dat ‘You know the feeling of something half remembered / Of something that never happened, yet you recall it well’ van Charlie Parker, bij Hannelore ‘Nothing’s gonna touch you in these golden years’ van Bowie en bij Matteo onder andere ‘Let’s not make it complicated’ van David Guetta. Of die songteksten de inhoud helemaal dekken mag de lezer beoordelen.

    De Tijden
    Auteur: Elvis Peeters
    Uitgeverij: Podium

    Naar zee

    Het zit er dik in dat liefhebbers van de romans Het oude land en Middaguur van Dörte Hansen meteen zullen grijpen naar haar nieuwste roman Aan zee. In die eerste liet ze het idyllische beeld van het platteland flink botsen met de werkelijkheid van vereenzaming en beschadigde mensen. Enigszins dezelfde sfeer heeft Middaguur over de teloorgang van het fictieve boerendorp Brinkebüll in Hanses geboortestreek in het noordwesten van Duitsland.
    Naar zee vertelt het verhaal van de familie Sander die woont op een Duits Waddeneiland. De drie kinderen uit het gezin hebben elk een heel eigen relatie met de zee. Zo vreest dochter Eske die in het verzorgingshuis oud-zeevaarders opvangt het toerisme, terwijl haar broer Henrik er juist aan hoopt te verdienen met zijn kunst, gemaakt van gejutte materialen. De beschrijvingen van Hanse zijn meteen weer herkenbaar, zoals in deze passage over de oudste zoon Ryckmer: ‘Er bestaan op een eiland geen geheimen. Je kunt je niet achter beenderhekken verstoppen als de buren en familieleden al eeuwen de oog- en oorgetuigen van het familieleven waren. Iedereen ziet het als de oudste van Hanne Sander van zijn havenkroegentocht naar huis slingert. Ze horen hoe hij zingt en lacht en vloekt en in de haag van de rimpelrozen kotst. En iedereen weet dat Ryckmer Sander, zoon van Jens en kleinzoon van Henrik, achterkleinzoon van Ove enzovoorts, zich langzaam maar consequent van de commandobrug van een tanker naar een pendelschuit op de Noordzee heeft gezopen. Van kapitein op de grote vaart naar dekknecht, die op een eilandveer door het kustwater tuft en nog een beetje zeebonk speelt voor de toeristen die zich door hem laten opjagen’.

    Naar zee
    Auteur: Dörte Hansen
    Uitgeverij: Harper Collins Holland
  • Oude man worstelt met verleden

    Oude man worstelt met verleden

    Recensie door Rein Swart

    België en Congo hebben een intieme band met elkaar, een trauma waarover Van Reybrouck onlangs nog in extenso berichtte. Dit pijnlijke onderwerp kan ook in een kleinere opzet uitgestald worden. Dat bewijst Elvis Peeters in de vorm van de herinnering van een 77 jarige ex-huurling die in een buitenwijk van Brussel woont.

    We beleven een een doordeweekse dinsdag uit het leven van deze man, waarop hij een boodschap doet, wat gras snijdt om daarmee, als het eenmaal tot stro verdroogd is, de kieren te dichten tussen de dakpannen. Sinds zijn vrouw Simone naar het rusthuis ging, slaapt hij op zolder. Het rusthuis staat ook niet ver van zijn bed. Hij krijgt regelmatig bezoek van een meisje van de sociale dienst, dat wil dat hij zijn huur opzegt zodat men kan beginnen met sociale woningbouw op de plaats van zijn huis. Hoewel ze hem beloofd heeft dat hij vanuit het rusthuis terug kan keren naar de nieuwbouw, is de man daar niet voor te porren.

    Fascinerend is de terloopse manier waarop de man de lezer inlicht over zijn leven. Seks speelde daarin altijd een belangrijke rol. ’Mijn lul wijst niet langer naar de hemel, denkt hij. Als ik hem nu achternaga, zak ik in het graf,’ mijmert hij bij het opstaan.

    Als hij vervolgens in de ochtend de straat overziet, trekt hij de volgende conclusie: ‘Ik stel met tussenpozen vast dat ik er nog ben, dat het anderen zijn die vertrekken en dat van degenen die blijven er mij steeds minder interesseren.’

    We weten inmiddels dat de man veel rookt en een maaglijder is en we krijgen te horen dat hij een hoerenloper was, die, voordat hij Simone ontmoette, kennis kreeg aan de oudere prostituée Erna.

    Temidden van de herinneringen aan deze vrouwen herkauwt hij zijn herinneringen aan Congo. Nadat hij een meisje uit het dorp verkracht had, werd hij op zijn achttiende door zijn ouders naar de koffieplantage van zijn zus in Congo gestuurd. De man werkte daar eerst een tijdje, maar zijn vrijheidsdrang en zijn seksuele lust wonnen het van zijn plichtsbesef. Hij maakte per scooter een tocht langs verschillende werkplekken in de mijnprovincie Katanga. Later vocht hij als huurling voor de Simba’s, een groep zwarte rebellen, in de oorlog om de Congolese onafhankelijkheid.

    Mooi is de dialoog met zijn moeder daarover:
    ‘Ik heb jaren op een brief van jou uit Congo gewacht. Je schreef niet graag. Pen en papier, dat was niets voor jou, dat wisten we. Maar een paar woorden, zei ze.
    Een paar woorden, zei hij.
    Ja, een paar woorden maar.
    Nee, zei hij, een paar woorden maar, dat ging niet, dat was nooit genoeg geweest.’

    Hij heeft zijn vrouwen nimmer veel verteld over de oorlog. Terug in België werd hij vrachtrijder. Hij probeerde goederen te verdonkeremanen zoals waspoeder, dat hij verborg in de ouderlijke boerderij, die inmiddels in handen van zijn broer was overgegaan. Als Erna en Simone hem wel eens zagen schieten op de kermis, verbaasden ze zich over zijn vaste hand. Het richten van een geweer ging hem gemakkelijk af.

    De man strooit kwistig met algemeenheden als: ’Een man moet zijn plek kennen en die ligt uiteindelijk altijd onder de grond.’ Tegelijk haalt hij prachtige anekdotes aan over zichzelf als kind toen hij tot ontsteltenis van zijn moeder in het hok van de waakhond gekropen was, over de commandant van de Simba’s die een stukje in Guido Gezelle leest of toen hij als vrachtrijder een keer alle lampen in de Sint Bernardtunnel aan gort reed.

    Behalve door de herinneringen aan Afrika, wordt de man bedreigd door het meisje van de sociale dienst dat vaak in zijn gedachten is, omdat hij niet echt meer in staat is om goed voor zichzelf te zorgen. Af en toe lijkt ze bij hem te zijn en hem daarover aan zijn kop te zeuren.

    Mooi is het Vlaamse taalgebruik zoals over Simone’s hoofd dat bleef verkazen. Opmerkelijk de soepele wisseling tussen de eerste en de derde persoon, waardoor het verleden terugwijkt en weer terugkomt. Het enige kritiekpunt zou kunnen zijn dat het plot niet dwingend is, net zoals de dag in de week wat willekeurig lijkt gekozen, maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt door de levensechte wijze waarop Elvis Peeters zijn personage heeft geschilderd.

     

     

  • Recensie 'Wij' – Elvis Peeters

    ‘De buitenwereld leek grauw als het leven van mijn vader.’

    Door Patrick Bassant

    Ik herinner me de eerste stickertjes met ‘WARNING EXPLICIT LYRICS’ op cd’s. Tipper Gore, de vrouw van toenmalig vice-president Al, had ‘family values’, ? Christelijke wel te verstaan ? hoog in het vaandel staan en probeerde de Amerikaanse jeugd te beschermen tegen de geile en boze negers die in gangster-style rapten over geweld en gratuite seks, tegen de langharige blanke griezels die volstrekt onverstaanbare dingen brulden over Satan in combinatie met willekeurige slierten darm. Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat wij ons daar druk om maakten. ‘Wij’ was in dezen Ice T vanuit een of andere ghetto in LA en ik op een keurige middelbare school nabij Amsterdam.

    Deze recensie begint al met ‘ik herinner me.’ Ik ben gewoon op basis van mijn leeftijd (31 jaar) niet in staat mij te identificeren met de pubers die de hoofdrol spelen in het nieuwe boek van Elvis Peeters. Op de kaft zit een stickertje ‘WAARSCHUWING EXPLICIETE ROMAN’ waardoor ik moest grinniken en dacht aan 1992, toen ikzelf ongeveer de leeftijd had van de personages in dit boek. Dat komt dan goed uit, zou je denken, dan zit het met die identificatie wel snor. Alleen, Wij is geen normale Bildungsroman over de verwarrende en onzekere puberteit.

    Wij is een snoeiharde, meedogenloze motherfucker van een boek. Acht jongeren zetten zich af tegen de volwassen wereld waar ze nog geen deel van mogen uitmaken, ontdekken hun seksualiteit en vervelen zich te pletter. Tot dusver niets bijzonders. Maar deze jongeren zetten zich af, ontdekken en vervelen zich met een intensiteit die zo ver gaat dat de rillingen over je rug lopen. Peeters heeft de sadistische wreedheid en het nihilisme van de jeugd uitvergroot tot angstaanjagende proporties. En tegelijkertijd hóóp je dat hij het opgeblazen heeft, dat het fictie is, dat Peeters’ fantasie met hem op de loop is gegaan. Want ergens spoken de krantenberichten door je hoofd waarin soortgelijke gebeurtenissen worden vermeld.

    Vier jongens, vier meisjes vormen een geheim clubje, compleet met verlaten schuur waar nooit pottenkijkers komen. Ze gebruiken deze schuur aanvankelijk als plek om zich af te sluiten van de wereld. Later beginnen ze elkaars lichamen te ontdekken en is de schuur hun experimenteerplek. Daarna is de schuur de uitvalsbasis voor hun gewelddadige penetratie van de buitenwereld. Ze beginnen met spelletjes als ‘raad eens wat ik in een van je holtes stop’, en het ontspoort richting sadisme, prostitutie en vermoorden-zonder-een-moordenaar-te-zijn.

    Er lijkt in dit boek geen sprake te zijn van geweld als gevolg van zwarte macabere romantiek ? het geweld van jonge terroristen dat we nog kunnen begrijpen of af kunnen doen als godsdienstwaan. Ook niet als groots en meeslepend gebaar om zich af te zetten tegen de volwassen wereld. De jongeren verantwoorden zich op niet andere wijze dan met ontdekkingslust. Vanuit de verveling, het in warme zomers lamlendig in de schuur bedenken wat ze nu eens uit kunnen proberen, verleggen ze grenzen. ‘Wij houden van de spelletjes die we doen, waarom doen we ze anders?’ (p. 49) Je zou het nihilistisch kunnen noemen, maar de jongeren zelf zullen daar geen genoegen mee nemen. Zij wijzen dit soort etiketten af, zij hebben de zuivere rede van Kant opzijgezet voor de zuivere riedel van de glibberige hiphopper Kanye West. ‘Wij waren jong, niet pervers.’ (p.19)

    Deze door bloed en zaad verbonden groepsleden ‘genoten ervan te zijn wie wij waren, onervaren en onverantwoord’ (p. 24) en nemen wraak op de volwassen wereld die ze niet toelaat omdat ze te jong zouden zijn. Ze bewijzen echter dat ze voor veel volwassen acties helemaal niet te jong zijn ? seks, voortplanting, prostitutie, zwendel en diefstal: ‘We bewogen ons als roofvissen in het water der volwassenen, ze hadden niets door.’ (p. 78)
    Het boek is op z’n best in de onderlinge confrontaties binnen de groep van acht. Als later in het boek een van de jongens zich meer en meer begint te ontpoppen tot loverboy en klein crimineeltje wordt de beslotenheid van de groep opengebroken en wordt het verhaal door de vermenging met de wereld van de volwassen criminelen minder intens en wat ongeloofwaardig. Niet dat de geloofwaardigheid van belang is. Als één van de meisjes sterft na een experiment met een ijspegel, zien de achterblijvers dat als verraad van het meisje, en de schuldvraag (een woord dat niet in hun woordenboek voor zal komen) wordt afgedaan met ‘er viel niets aan te doen, we zouden haar missen’ (p. 85). Zeven jongeren die na de dood van een vriendin besluiten dat er niemand iets te verwijten viel, de schouders ophalen en doorgaan is in elk werkelijk geval ongeloofwaardig, maar binnen dit boek klopt het geheel. Je kan ze cynisch noemen, of autistisch, of psychopathisch, maar eigenlijk gaan ze consequent door waar ze mee bezig waren: ‘Wij deden maar wat, alles waar leven ons toe uitnodigde. … Grote woorden, ik weet het, maar zo voelde het. Niemand van ons had het idee dat hij overdreef.’ (p. 113)

    Het boek eindigt met een scène waarin een hond niet afgemaakt wordt, een ochtend in de schuur waarop men te verveeld was om te neuken en de afsluiter ‘de wereld ligt aan onze voeten.’ Ik weet het niet helemaal zeker, maar misschien is dit een glorieus einde, de afsluiting van twee of drie intensieve puberjaren als rite de passage naar de volwassenheid. Het is mooi geweest, nu gaan we verder.

    Volgens mij schuimt in elk puberlichaam de mogelijkheid ontzettend te ontsporen. Peeters zet acht pubers bij elkaar en laat ze op vreselijke wijze escaleren. Dit boek is zo goed omdat het in zijn overtrokkenheid juist zo realistisch is. Een puber zal altijd grenzen willen verschuiven, heeft een vooralsnog slecht ontwikkeld geweten, en als ze met z’n achten zijn, heb je een kruitvat van jewelste. Elke puber die zich beperkt tot gangbangen in een kelderbox, comazuipen of breezerseks is een lieverdje, als je bij Peeters huiverend leest wat hij of zij ook zou kunnen uitvreten.

    Elvis Peeters, Wij. Podium, 2009. € 16,50.