Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter is de debuutroman van Elte Rauch. Rauch groeide op in Zeeuws-Vlaanderen, vertrok naar Bristol voor haar studie filosofie en sociale wetenschappen en werkte tot haar dertigste in Engeland. Daarna keerde ze terug naar Nederland, studeerde filosofie in Utrecht, werkte vervolgens bij de GGZ, als literair assistent van Huub Oosterhuis en als programmeur voor literaire en culturele podia. Naast auteur is Rauch ook uitgever bij de door haar opgerichte uitgeverij HetMoet.
Een vrouw met mooie borsten is een dagboek, een persoonlijke en intieme kijk in het leven van Veere Wachter. Veere is een vrouw van bijna veertig die met haar partner Krysztof in Amsterdam woont. Ze gaat vaak naar Engeland, waar haar broer Iain woont en waar ze vroeger zelf ook heeft gewoond. Ze is een creatieve vrouw, een bohemienne zoals ze zelf zegt. Ze werkt als trainer, is bezig met een boek, schrijft teksten en gedichten en houdt van culturele activiteiten. Dan krijgt ze borstkanker. Een zware periode vol chemobehandeling en bestralingen verandert haar leven drastisch. Ze schrijft bijna dagelijks in haar dagboek, behalve in de maanden juni en juli, waarin ze zo ziek is dat ze niet kan schrijven.
Virginia en Vita
Veere is een sociale vrouw en de relatie met anderen is heel belangrijk voor haar. Haar relatie met Krysz is aan de ene kant stabiel en goed , ‘mijn man, mijn anker, mijn levenspartner’, maar aan de andere kant voor haar toch niet voldoende. Zo schrijft Veere: ‘ik [wil] Krysz beschermen en hetgeen we hebben opgebouwd, wat heel liefdevol en vertrouwd is. Ik wil Krysz beschermen voor mijn wankele, zoekende onzin’. Veere blijft zoeken, is gefascineerd door vrouwen en vrouwelijkheid en verliest zichzelf volledig als ze op een avond de jonge zangeres Janna ontmoet. Volgens haar heeft ze Janna nodig. Ze ziet in hen een soort Virginia Woolf en haar geheime minnares Vita Sackville-West: twee sterke, creatieve en intellectuele vrouwen die elkaar beter maken. Veere schrijft Janna appjes, brieven, gedichten, belt haar, spreekt met haar af en verlangt constant naar haar. De relatie met Janna is complex, Veere zet Janna op een voetstuk, ze raakt helemaal in de ban van haar, terwijl Janna het spel van aantrekken en afstoten speelt. Hoe zieker Veere wordt, hoe meer ze naar Janna en haar vrouwelijkheid verlangt. En ondanks dat Veere zich meermaals voorneemt om de situatie met Janna te laten voor wat is het, krijgt ze haar niet uit haar hoofd.
Later worden de verhoudingen nog ingewikkelder als Janna bekent verliefd te zijn geworden op Erik, een collega van Veere met wie ze zelf ook een complexe, intieme band heeft.
Ondertussen gaan de bestralingen, chemokuren en onderzoeken gewoon door. Het is een loodzware periode voor Veere. Er zijn dagen waarop het relatief goed gaat, dagen waarop ze doodziek en depressief is en dagen waarop ze reflecteert op haar leven. Vaak verlangt ze daarbij naar Engeland, de plaats waar haar basis ligt, haar herinneringen aan haar oude leven met haar vader en haar ex-man A. en waar ze zichzelf kan terugvinden. De roman begint en eindigt dan ook daar, rond de jaarwisseling en rustig, samen met Krysz.
Authentiek
Een vrouw met mooie borsten is een heel persoonlijk en intiem werk: Veere schrijft heel eerlijk en open over haar gevoelens. Haar obsessie voor Janna gaat heel ver en ze durft alles in het dagboek te schrijven. Ook is het heel interessant om de veranderingen te zien in haar gemoedstoestand, van een dromerige, levens-genietende jongedame naar een zorgelijke, vermoeide en kwetsbare vrouw. Rauch weet de gevolgen van de behandeling prachtig te beschrijven, zowel met haar woordkeuze als met haar stijl. ‘Het lichaam liegt niet. Ik ben wat er van mij is overgebleven.’
Het is verleidelijk om te denken dat Een vrouw met mooie borsten autobiografisch is, maar dat is volgens Rauch niet het geval. In een interview met de Groene Amsterdammer geeft ze aan dat ze wel uit haar ervaring heeft geput, – ze heeft de ziekte bijvoorbeeld zelf gehad -, maar dat ze Veere niet ís. Groot compliment voor Rauchs inlevingsvermogen: het dagboek doet heel authentiek en echt aan. Rauch weet Veeres gevoelens, gedachten en twijfels heel mooi te bewoorden: ‘hoe begin ik nieuw. Weinig, minder, bijna niets. O lieve god, geef me niets en laat van me houden.’
De roman krijgt meerwaarde door de opname van prachtige citaten van literaire grootheden aan het begin van elke maand. Ook voegen Veeres gedichten veel toe, in het Nederlands, Engels en zelfs in het Frans.
Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter.
De Veere Wachter uit Een vrouw met mooie borsten begint de aantekeningen in haar dagboek op Nieuwjaarsdag 2019. Met vriend Krzysztof is ze in Saint Monans in Schotland. ‘Ik werd niet te sentimenteel, het was allemaal heel gemoedelijk en ik voelde me gelukkig waar ik was; bij het water, met mensen die ik niet kende maar die warm en vriendelijk waren naar elkaar, ergens in een onbeduidend vissersdorpje aan de oostkust van dit wonderlijke eiland’. Twee dagen later maakt ze een heerlijke wandeling met haar vriend. Ze praten over een kinderwens: ‘” Een hond kan natuurlijk ook,” opperde ik, want ergens diep in mezelf voel ik dat ik beter geen kinderen kan baren. Of is dat angst? Angst voor iets wat mijn leven over kan nemen, vermoedelijk zal gaan beheersen?’
Weer een paar dagen later, terug in Amsterdam, herinnert ze zich de zin van Virginia Woolf: ‘Een vrouw moet geld en een eigen kamer hebben als ze fictie wil schrijven’. Ze wil een kamer ‘waarin ik me kan terugtrekken, waarin ik kan lezen en schrijven, meer niet’.
Elte Rauch is Nederlandse. Ze groeide op in Zeeuws-Vlaanderen en studeerde Filosofie en Sociale Wetenschappen in Engeland en daarna Theologie in Utrecht. Ze was literair assistent van theoloog-dichter Huub Oosterhuis. Een vrouw met mooie borsten is haar debuut.
Auteur: Elte Rauch
Uitgeverij: Cossee
Bedrog
Joeri Felsen was het pseudoniem van de Russische schrijver Nicolai Freudenstein. Hij werd in 1894 geboren in Sint Petersburg, maar ontvluchtte de dictatuur in zijn land in 1923 en vestigde zich in Parijs. In zijn tijd werd hij vergeleken met Nabokov en zelfs werd hij in diverse teksten over hem op internet de ‘Russische Proust’ genoemd. Bedrog is Felsens debuut. Het verscheen in 1930 in het Russisch, maar werd in zijn geboorteland verboden. Het is een driedelige roman met dagboekaantekeningen van een Russische immigrant in Frankrijk. Hij draait grotendeels om de obsessieve liefde van de (naamloze) verteller voor zijn muze Lyolya.
Felsen werd in 1943 vermoord in Auschwitz-Birkenau en daarna zo goed als vergeten. Vertaler Hans Boland noemt de vernederlandsing van Bedrog in zijn naschrift ‘geen kattenpis’. Problemen vormden de onmogelijk lange zinnen, het veelvuldig gebruik van deelwoorden en het speciale woordgebruik van de auteur. ‘Met mijn vertaling van Felsen hoop ik (…) een – zij het minimale, maar nooit overtollige – bijdrage te kunnen leveren aan het behoud en de ontwikkeling van een Nederlands dat zich niet laat breidelen door formalisme maar houdt van zout in de pap en onvoorspelbaarheid. Want daaraan ontbreekt het de literatuur van de mooiste taal van de wereld naar mijn smaak te vaak’.
Auteur: Joeri Felsen
Uitgeverij: Athenaeum
Chain Gang All Stars
Nana Kwame Adjei-Brenyah (1991) debuteerde in 2018 met de ook in Nederland vertaalde (in 2019) verhalenbundel Friday Black over racisme en ongeremde consumptie. Chain gang All Stars is zijn romandebuut. Het is een dystopie over de duistere kanten van Amerika. Niet zozeer een dystopie in de zin van een onheilspellende toekomst, maar als een gechargeerde kwaadaardige uitbeelding van het gevangenissysteem in Amerika gecombineerd met de bewondering voor extreme sports. In de gevangenis worden in het programma Chain-Gang All-Stars van het Strafrechtelijk Programma voor Entertainment door Langgestraften sportwedstrijden georganiseerd waarin veroordeelde moordenaars elkaar bevechten tot de dood erop volgt. De ultieme winst is de vrijheid. In de Amerikaanse huiskamers genieten de kijkers via een streaming van de bloedige gevechten. Twee van de vechters zijn elkaars geliefden die door de gevechten kans maken elkaar kwijt te raken. Maar de roman gaat ook over de vraag hoe je in dit geweld je menselijkheid kunt bewaren, terwijl de productiemaatschappij alles doet voor de kijkcijfers. De New York Times schreef in zijn recensie: ‘De maatschappij waarin [de veroordeelden] leven definieert hen door hun ergste daden, maar de schrijver van deze roman weigert dat’.
Elte Rauch van Uitgeverij HetMoet is geen reguliere uitgever. Ze kiest voor literatuur met een stuwende kracht en blijft liever klein en persoonlijk dan dat ze mee zou gaan in de commerciële ratrace. Kwaliteit staat bij het uitgeven voorop en Rauch peinst er niet over daarvan af te wijken.
Een platbodem uit 1927, gelegen aan het Oosterdok in de Amsterdamse museumhaven, is het onderkomen van HetMoet, de enige varende uitgeverij in Nederland. Op de zonnige dag dat ik aan boord van de lage, bruinhouten woonboot stap komt hond Robin me tegemoet, blaffend, want ze weet nog niet of ik goed volk ben. Uitgever Elte Rauch stelt haar gerust. Manoeuvrerend over de smalle ruimte langs de kajuit loop ik naar voren waar Elte me opwacht en het trapje af gaat naar de gezellige woonruimte, half onder de waterlijn. Er staat een tafel met een laptop, lp’s langs de wand, een kachel, een zitbank, stoelen en kussens en een keukenblok, alles wat nodig is voor een prettig thuis. Het zonlicht valt door de ruiten. Hond Robin wordt door manlief meegenomen voor een wandeling.
Elte Rauch (1980) maakte in een vorige baan een bloemlezing van het werk van een Nederlandse schrijver, alsmede een jubileumuitgave. Ze ontdekte dat ze het hele proces van samenwerken met drukker, vormgever en uitgeverij ontzettend leuk vond, vooral omdat iedereen zo gepassioneerd te werk ging.
Ze ontmoette Simon Mulder, dichter en artistiek leider van Stichting Feest der poëzie (organisator van onder meer poëzie- en muziekevenementen), die graag een bloemlezing wilde maken van het werk van Henriëtte Roland Holst, in 2019 honderdvijftig jaar eerder geboren. De twee verzamelden wat mensen om zich heen die Roland Holst nog hadden gekend of veel van haar wisten en besloten: ‘We gaan het doen.’
En zo ontstond HetMoet?
‘Ik werd geconfronteerd met kanker en dacht, ik kan hier gaan zitten wachten maar ik kan ook een boek maken en me bezighouden met poëzie en literatuur die me altijd al, mijn hele leven kracht hebben gegeven. Ik zette alles op alles om dit boek te maken, met de mensen die erbij betrokken waren. Het werd een prachtige biografische bloemlezing. Niet iedereen kent Henriëtte Roland Holst meer, dus we hebben een boek gemaakt waarin mensen niet alleen met haar werk kennismaken, maar ook met haar als persoon. Simon Mulder noemde haar een “hipster avant la lettre”. Ze was vegetarisch, politiek geëngageerd, wat voor een vrouw in die tijd niet zo gewoon was. Er kwam net een boek uit van Rosa Luxemburg, een vriendin van haar met wie ze ook had geschreven, van wie ook een gedicht in onze bundel staat.’ Het resultaat was De zachte krachten zullen zeker winnen, de eerste uitgave van HetMoet, waarmee Rauch zich inmiddels had geregistreerd.
Waar komt de naam HetMoet vandaan?
‘Het was een beetje een grapje naar DasMag, ze konden er gelukkig om lachen. Ik zei nee, het moet. Mijn vader, hij leeft niet meer, heeft het logo, het mammoetje ontworpen. Dat was een schot in de roos. De literatuur die wij uitgeven heeft ook die stuwende kracht, een beetje eigenwijs, een beetje tegendraads, creatief. Ik ben absoluut geen reguliere uitgever, ga mijn eigen weg. De kern van de uitgeverij is dat het boeken zijn die moeten. Ook boeken waarvan wij vinden dat ze weer de aandacht moeten krijgen, of weer moeten worden vertaald, of soms vanwege een speciale of memorabele gelegenheid.’
Wij, betekent bij Rauch alle mensen met wie ze samenwerkt. De redacteuren, vormgevers en drukkers verdienen in Rauchs ogen evenveel aandacht als de schrijver en kunnen net zo goed als zijzelf suggesties voor uitgaven doen. Binding met alle medewerkers is belangrijk en ‘prettig omdat iedereen er uiteindelijk net zo gepassioneerd in staat als ik.’
HetMoet wil klein blijven en geeft boeken uit zonder commerciële instelling en in series zoals Open Archief, Biografische Bloemlezingen en de Singersteek Serie. De boeken worden mooi gedrukt en vormgegeven, de omslagen in boekdruk gedrukt en zijn vaak handgebonden.
‘Open Archief zijn boeken die ook moeten en die meer over actuele thematiek gaan,’ vertelt Rauch, ‘bijvoorbeeld Over ziek zijn, met onder meer het gelijknamige essay van Virginia Woolf. We maken nu een Engelse uitgave waarin de Nederlandse teksten van Lieke Marsman en Mieke van Zonneveld in het Engels worden vertaald en waarin nog meer bijdragen worden opgenomen, zoals van Nadia de Vries. Ik werk veel met agenten en schrijvers en kleine uitgeverijen in Ierland en Engeland.’
Het is nogal divers, wat je uitgeeft. Hoe komt die keuze tot stand?
‘Iemand komt met een idee, ik kijk of het binnen ons fonds van de drie series past. Als het daarin past, dan zeg ik meestal ja. Uiteraard moet het wel een bepaalde literaire kwaliteit hebben. Samen met onafhankelijke redacteuren kijk ik daarnaar, ik beslis er niet alleen over. De series ontstonden om de uitgeverij en de boeken duidelijk te profileren. Ik kies er niet voor om alles wat los en vast zit uit te geven. Ik wilde iets ethisch neerzetten, iets ambachtelijks en iets eigenwijs. Misschien wat heftige woorden, maar daardoor werd ik wel gedreven. Ik ga een beetje mijn eigen gang. Ik ben niet bang voor nieuwe en ook niet voor klassieke literatuur, maar de uitgaven moeten wel op een bepaalde manier gerepresenteerd worden. Zo zijn mijn eerste drukken binnen Open Archief altijd hard back. Dan zul je altijd de eerste druk herkennen. De boekjes uit de Singersteek Serie zijn jubileum- of gelegenheidsuitgaven. De naam van de serie komt van de wijze waarop ze zijn gebonden: zonder rug en genaaid met een naaimachine. Je krijgt dan wel kritiek, zo van, ‘het heeft geen rug’. Nee, het heeft geen rug. We hebben nu al een hele serie en op een gegeven moment herken je ze wel.’
Onlangs verscheen in de meestal tweetalige Singersteekserie, Het gif/Le poison van Charles Baudelaire, die dit jaar 200 jaar geleden geboren werd. Rauch nam contact op met vertaler Peter Verstegen die bereid was zijn favoriete decadente gedichten van Baudelaire uit te kiezen voor een mooie bloemlezing in de serie.
‘Ik heb er vierhonderd van laten drukken. Ze zijn best goed verkocht in de boekhandels. Net als bij Roland Holst heeft Stichting Feest der poëzie er een programma aan gewijd – door corona een beetje anders – met muziek, theater, film, voordracht en een heuse poëziebar. Er wordt van alles uit de kast gehaald om die poëzie neer te zetten. Baudelaire is blijkbaar nog populair genoeg. Sommige boekhandels hadden een hele Baudelaire-tafel ingericht, zoals Atheneum. Bij zo’n uitgave is het criterium: hoe urgent is het, moet het, moet het nu? Ja, dit moest nu.’
‘Het boek Ik kies Elena (uit de serie Open Archief) is onder de coronawolk terechtgekomen. Het is het debuut van schrijver en essayist Lucia Osborne-Crowley. Niet alle Nederlanders lezen gemakkelijk Engels en dit boek zou ook een meisje van vijftien moeten kunnen lezen, daarom heb ik het laten vertalen.’
Hoe kwam je op het idee van deze uitgave?
‘Ik was op een literair festival in het boekdorp Hay-on-Wye, waar ik lang heb gewoond en het boekje viel me gewoon in handen. Ik heb het in één ruk uitgelezen en dacht, heel intuïtief, dit moet ik uitgeven. Er was destijds een discussie gaande over misbruik binnen de sportwereld, vooral bij turnmeisjes. Daar gaat dit boek ook over. Maar het is geen slachtofferboek, het gaat voornamelijk over haar herstel. Wat voor mij heel belangrijk is in dit boek, en ook bij mijn andere uitgaven, is de dialoog met de wereld en de literatuur. Osborne-Crowley las de boeken van Elena Ferrante, de poëzie van Rupi Kaur en andere krachtige literatuur en daaruit putte zij kracht in haar hersteltijd. Ze gaven haar bijna een sense of being. De dialoog tussen de literatuur en het leven zelf is een soort dialectiek die dan ontstaat. Ik vind dat heel erg krachtig en mooi en dit soort literaire non-fictie is in Nederland nog vrij onpopulair. Met andere schrijvers ben ik bezig om die in Nederland een plek te geven. Bijvoorbeeld Nadia de Vries schrijft zo ook, of Lieke Marsman. Dat is een van mijn criteria. Ik geef geen zelfhulpboeken uit of “mijn verhaal in zestien delen”, het moet die beweging, dat reiken naar literatuur hebben.’
Elte Rauch schreef zelf in 2020 in het kader van 75 jaar bevrijding, Vormen van vrede, korte verhalen met herinneringen aan haar Indische familie en de Tweede Wereldoorlog.
‘Daar maak ik geen sport van hoor, om eigen werk uit te geven. Nu gebeurde het gewoon zo. Ik gaf het samen uit met de vertaling van de Jiddische dichter Mordechai Gebirtig, de boeken horen ook echt bij elkaar. Er waren een documentaire en een podcast aan gekoppeld, allemaal over 75 jaar bevrijding.’
Er komt nu ook weer een jubileumuitgave aan?
‘Ja, een ontzettend leuke opdracht van het Nias (Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences, A.M.) over writers in residence, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Nias. Met schrijvers als Tommy Wieringa, Hagar Peters en Lieve Joris, totaal zo’n dertien auteurs die schrijven over het thema Belonging, ergens bijhoren, thuiskomen. Het Nias wil een authentieke uitgave, iets wat mooi gedrukt is. Ik werk samen met beeldend kunstenaar Octavie Wolters, zij maakt de omslagillustratie, in linosnede. Ik ken haar via mijn drukker, een van de laatste der Mohikanen die nog in boekdruk drukt.’
Rauch doet alles zelf. Ze heeft geen apart kantoor maar werkt thuis. Met een armgebaar geeft ze aan dat zich achter in het ruim een bibliotheek en een werkkamer bevinden. Daar ligt ook de voorraad boeken van HetMoet opgeslagen. In het voor- en najaar wordt er gevaren.
‘We zijn net weer terug. Rotterdam, Gouda, over de IJssel. Dan maak ik ook contact met lokale boekhandels. Heel soms komen er ook schrijvers langs of wordt er aan boord voorgedragen. We doen kleine evenementen, niet te groot want we wonen hier ook. We vervoeren de boeken, hebben altijd literatuur aan boord en dat promoten we. Ik heb aanvankelijk veel hulp gehad van het collectief De Vrije Uitgevers die mij ook met bepaalde drukkers hebben verbonden. Maar ik ga heel intuïtief af op wat ik zelf prettig en mooi vind.’
De meeste mensen kunnen zich waarschijnlijk niets voorstellen bij een varende uitgeverij. Zijn de eerste contacten die je legt met boekhandels?
‘Ja. Ik heb bijvoorbeeld een heel leuk contact met boekhandel ’t Spui in Vlissingen. Die volgen ons op de voet. Als we daar zijn kom ik altijd wat brengen. Op 5 mei hadden ze een stapeltje Vormen van vrede neergelegd. Ik kom uit Zeeland, dus dat vonden ze extra leuk. Het is allemaal low key. Ik woon en werk hier, we zijn geen evenementenboot, maar het is een mooi en romantisch idee dat je je eigen boeken onder zeil vervoert. Als varende uitgeverij is het leuk om iets te doen met andere literaire activiteiten.’
Voor een vaartocht deelt Rauch het plan daarvoor op sociale media en stuurt af en toe een nieuwsbrief uit waarin de aanlegplaatsen worden vermeld. Vorig jaar had ze een boek met gedichten van de Zeeuw P.C. Boutens uitgegeven, in Zeeland kwam een dichter deze gedichten aan boord voordragen. Volgend jaar gaat HetMoet samenwerken met de Vrijbuiter uit Zierikzee, ook een zeilende platbodem en Rauch wil ook een zomer-zeil- schrijfcursus aanbieden. Deelnemers moeten dan een ‘Mammoetje’ (een manifest, gedicht, essay) schrijven waarvan het beste stuk online gepubliceerd wordt.
Is zo’n uitgeverij met heel specifieke uitgaven rendabel?
‘Ik ben wel met een uitstervend beroep begonnen. Daar maak ik me nog wel eens zorgen over. Er wordt weinig gelezen in Nederland en de omloopsnelheid van boeken is niet bij te houden. Ik ga daar ook niet in mee, ik ga niet mee in die commerciële ratrace want dat haal ik niet in mijn eentje. Mijn boeken zijn tijdloos en ik bied ze steeds opnieuw aan. Het is nog niet rendabel en elke keer als ik quitte speel denk ik, hé, ik heb niets verloren, ik kan weer een boek maken. Collega-uitgevers zeggen: het is veel te duur, je moet het daar en daar laten drukken. Maar het is mijn keuze dat het om het boek en het proces gaat en de kwaliteit die daaraan vastzit. Daar wijk ik niet vanaf zolang ik mijn boterham kan betalen. Ik blijf liever klein, kwalitatief en persoonlijk bereikbaar. Die ambitie houd ik voor ogen.’
‘Ondertussen is het verdomde moeilijk om je hoofd boven water te houden in de grote boze boekenwereld, bij wijze van spreken. Ik kan het me niet veroorloven een tafel op de beurs te huren. Ik moet het hebben van initiatieven, leg veel contacten met culturele podia zogauw het weer kan, zoek de mensen op. Sociale media vind ik zelf niet belangrijk maar voor mijn bedrijfje is het een manier om zichtbaarheid te genereren. Mijn ambitie is klein zijn, maar wel zichtbaar. Dat is wel een uitdaging. Er wordt zóveel gepubliceerd, ik heb daar een dubbel gevoel bij. Er komen wel drieduizend boeken per maand van de pers. Waar gaat dat heen? Ik lig niet met Herman Koch-achtige stapels bij Scheltema, maar ik bel Scheltema wel op met de vraag: kunnen we een keer iets doen in de boekhandel?’
Het is niet meer bij te houden wat er allemaal uitkomt.
‘Nee, precies. Ik ga me daar ook niet aan meten want dan word ik gek en kan ik wel stoppen. Een vriendin van me die een keer met ons meevoer, zei: alles vertraagt hier. En zo is het. In Gouda gingen we de haven uit, dat is een kwartier lopen en wij deden er met de boot anderhalf uur over. Omdat we door sluizen moesten, wachten, onder bruggen door, weer wachten. En ik hou daarvan! Ik hou van die vertraagdheid en het accepteren daarvan. Daarin zit zo’n kwaliteit van leven. Dat heb ik ook met mijn boeken. Een essay van honderd jaar geleden combineren met essays van nu, daar zit een tijdcapsule van een eeuw in en toch is het met elkaar in gesprek. Dat komt doordat we erbij stilstaan, het blijft actueel. Ziek zijn is nou eenmaal ook een thema, of je het nou leuk vindt of niet. Ik wil juiststilstaan bij dingen die er al zijn en bij dingen die nog moeten komen, op een soort ontluikende en zachtaardige manier. Niet snel, snel en nu, en veel.’
‘Ik heb ontzettend veel geluk gehad, heb een beetje subsidie gekregen van het Letterenfonds. Het is moeilijk om daar tussen te komen als kleine uitgeverij. Ik vind het ook ontzettend sportief van het Letterenfonds, dat ze een kleine maar kwalitatieve uitgeverij hebben gezien tussen alle paperassen. Ik ben ze daar dankbaar voor. Ik ken daar niemand maar geef ze wel aandacht in mijn nieuwsbrief en op sociale media. Want alleen kan ik het niet, een boek maak je altijd samen. Aan de mensen achter de coulissen wil ik ook meer zichtbaarheid geven, de vertalers, de redacteuren, de illustratoren. Die zijn voor mij bijna net zo belangrijk als de auteur. Wat de vormgever van de serie Open Archief altijd doet is dit:’ Elte Rauch pakt het boek Over ziek zijn, haalt het papieren omslag met de tekening van Virginia Woolf eraf en toont de harde kaft, waarop dezelfde tekening nogmaals gedrukt is. ‘Dat vind ik zo’n mooi detail! Heel chic. Het was niet mijn idee, maar van boekontwerper Steven Theunis van Armée de Verre bookdesign. Geweldig hè!’