• Me and my shadow

    Me and my shadow

    En opeens is daar een schaduwkant. Eigenlijk sinds kerst. Er bewoog iets in me rond dat zicht wilde krijgen op een deel van mezelf dat ik maar niet te zien kreeg. Kort voor kerst las ik in Trouw de rubriek ‘Leesvoer voor de kerstperiode’ waarin zes schrijvers een boek aanbevolen. Elke Geurts tipte Ontmoeting met je schaduw. Ze had het over ‘de kracht van de onderdrukte kanten van je persoon’. Dat het enige wat je schaduw wil, is gezien worden. Dus kocht ik het boek, volgde het advies van Geurts op en kroop (lekker) onder een dekentje op de bank. Dat viel nog niet mee met een boek dat in gewicht een pond ruim overschreed en zich niet soepel liet openen. Tot blz. 79 kwam ik, daar las ik: ‘Feedback van anderen is een van de beste methoden om inzicht te krijgen in je persoonlijke schaduw. Hoe ziet iemand anders je?’ 

    Kort daarvoor las ik de roman Empusion dat opent met een citaat van Fernando Pessoa. ‘Het zonlicht blijft de regisseur van de waarneembare wereld. Het onbekende loert naar ons vanuit de schaduw.’

    Empusion wordt de feministische tegenhanger van De toverberg genoemd. Gek genoeg komen er geen vrouwen in voor. Ja, aan het begin, de kokkin,maar die ligt op bladzijde 39 al dood op de eettafel in de eetzaal. Een andere vrouw beweegt zich als een soort belofte door het boek, ongrijpbaar. Het boek wordt bevolkt door aan tuberculose lijdende mannen en hun verzorgers die in 1913 in een kuuroord in Görbersdorf verblijven. Deze mannen vinden vrouwen van een ondergeschoven soort. Dat het vrouwenlichaam niet de vrouw toebehoort, maar de mensheid. Wanneer er een literaire kritiek van een vrouw in de krant is geplaatst, zeggen ze: ‘Dus ook hier willen de suffragettes iets te vertellen hebben. Dit is werkelijk grotesk.’ Volgens hen schrijven vrouwen niet, ‘en als ze al schrijven dan lezen wij dat niet.’

    Het was ergerlijk, en ik vroeg me af wat Tokarczuk met al die vrouwmiskennende opmerkingen wilde laten zien. Tot ik achter in het boek onder ‘Aantekeningen van de auteur’ lees dat alle misogyne opvattingen afkomstig zijn van beroemde auteurs als Joseph Conrad, Freud, Fielding, Kerouac, Pound, Sartre, Yeats, Strindberg, Plato enzovoorts. Ja, dan is het opeens klip en klaar dat dit een feministische roman is.

    Tokarczuk schrijft na al die misogyne uitlatingen ergens: ‘Volgens ons is juist dat wat in de schaduw blijft, dat wat aan het oog onttrokken wordt, het interessantst.’ Het is of ik docente (Elke Geurts) van de cursus schaduwschrijven hoor praten. Drie zondagmiddagen ging ik naar de Haarlemmerdijk in Amsterdam. De eerste cursusdag riep ik, in een poging wat beslagen te ijs te komen naar de man of hij mijn schaduwkant kende. ‘O ja’, zei hij. ‘Dat jij alles altijd van de positieve kant ziet, dat alles zomaar kan.’  O jee, hier doelde hij op onze verhuisplannen, de (confronterende) discussie die ik de dag ervoor nog over voerde. Ik riep direct, terwijl ik mijn tas pakte, dat dat niet telde. Dat hij dat niet mocht gebruiken.

    Dat was natuurlijk wel een vet schaduw dingetje dat ik daar van tafel veegde.

     

    Deze week was ik in museum More en werd getroffen door het schilderij ‘Alter ego’ door de Zweedse kunstenares Mamma Andersson. Daarin was de schaduw zichtbaar gemaakt. Zag ik opeens  mezelf.

     

     

    Citaat Pessoa uit: Kroniek van een leven dat voorbij gaat / vertaling Michael Stoker


    Inge Meijer is een pseudoniem, altijd op zoek naar een goed verhaal.

  • Dode zwaan en het meisje

    Dode zwaan en het meisje

    We vierden sinterklaas. Onze vier  kinderen, waarvan twee met hun kinderen, waren vanuit verschillende delen van het land gekomen. Oudste dochter gaf me het boek terug, Ik nog wel van jou van Elke Geurts, dat ik in de zomer had uitgeleend. We waren er beiden enthousiast over, hoe goed het in elkaar zat. Nadat mijn dochter het over de man had gehad die niet verder wil, maar ook niet vertrekt, noemde ik de dode zwaan op de voetgangersbrug. Oh jaaa, knikte dochter. Hoe dat kleine meisje, ging ik verder, met een dode zwaan in haar armen op die voetgangersbrug staat. De blik van dochter wazigde wat. Ik zei, die zwaan die tegen de reling was gecrasht? De mistflarden en hoe heftig het meisje reageert op de dode zwaan? Hmm, zei dochter. Ik beschreef de lange witte zwanenhals, hoe die vanuit de armen van het meisje omlaag bungelde. Dochter volgde me niet meer. Ik zag het aan haar blik. En er moest ook nog koffie, chocolademelk geschonken worden.

    Later vroeg ik me af of er wel sprake was van mist. Er was op dat punt in het verhaal wel veel in nevelen gehuld voor de vrouw. En die dode zwaan verwijst naar het uiteenvallen van iets, (zes jaar later het gezin). Ik denk aan W.F. Hermans die zei dat er ‘bij wijze van spreken geen mus’ zonder enige betekenis van het dak mag vallen. Dan is de betekenis van een neergestorte zwaan toch wel immens. Het kleine meisje wordt intens geraakt door het lot van de zwaan. Ik pak nu het boek er bij voor ik nog meer verzin wat er niet staat.

    Op bladzijde drieënveertig staat dat het stralend mooi weer is. Mannen lopen in bermuda’s, kinderen op slippers. Vader, moeder, baby en het meisje wandelden over IJburg, vinden de dode zwaan op de voetgangersbrug. ‘Het was ondraaglijk om naar zijn witte veren te kijken, de zon die erop weerkaatste, zoals op verse sneeuw.’ Het verhaal wil dat ook het zwanenvrouwtje, dat haar man zocht, tegen de reling van de brug vloog, stierf. Nergens iets over een meisje dat de zwaan droeg.

    Haar nieuwste boek, Wie is die vrouw? gaat over de ontdekking dat ex-man al jarenlang een relatie met een ander had op het moment dat hij zei, ‘Ik hou niet meer van jou’. Waarop het boek, Ik nog wel van jou ontstond. Kort na verschijning daarvan verneemt ze dat hij dus al jaren vreemd ging. ‘Ik had het heus wel kúnnen bedenken.’ schrijft ze. ‘Maar tot aan dat moment zou ik mijn leven ervoor hebben durven geven, en dat van mijn kinderen, dat het niet zo was gegaan.’ Voor het verhaal lijkt het onzinnig dit bedrog openbaar te maken, het is mosterd na de maaltijd. Zij  stelt voor dat hij haar de komende jaren regelmatig een doosje goede wijn stuurt en het er dan niet meer over hebben. ‘De volgende dag al werden er drie dozen goede wijn bezorgd. De weg was weer vrij. We gingen verder.’

    Maar sommige dingen laten zich niet afkopen. Er moet geschreven worden (dit boek gaat ook over schrijven). De bedrogen vrouw schrijft zich toe naar een vrouw die op zichzelf bestaat. ‘De mist tussen mij en de wereld trok (…) op.’ Geurts speelt met verschillende stijlvormen, versies van eenzelfde gebeuren. Alles om te onderzoeken hoe het had kunnen gaan, waar die vrouw toch was toen de dingen plaatsvonden. Geweldig boek!

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over het snijvlak waar literatuur en het leven elkaar raken.

  • Haasje over met het leven

    Haasje over met het leven

    De in 2015 bij De Bezige Bij uitgegeven verhalenbundel van Elke Geurts, getiteld Lastmens & andere verhalen omvat volgens Esther Gerritsen in haar voorwoord: ’….de beste verhalen van Elke Geurts uit haar bundels Het besluit van Dora Korstjens (2008) en Lastmens (2010) samen met drie gloednieuwe verhalen.’

    De huidige Lastmens start met het aangrijpende verhaal Hier waak ik dat meteen de toon zet: vader is op een congres in IJsland waar een vulkaan is uitgebarsten wat hem belet aanwezig te zijn als moeder in erbarmelijke omstandigheden bevalt; het veertienjarige dochtertje neemt het voortouw, hoewel het zelf niet helemaal koosjer is. Zij oogt fysiek niet bepaald aantrekkelijk. Zij droomt ervan kapster te worden en laat dit herhaaldelijk blijken in de beurtelings hilarische en schrijnende manier waarop zij mensen en vooral hun haartooi kritisch bekijkt. Zij is sterk en breekbaar tegelijk, dynamisch en ontredderd. Haar werkelijkheid en haar droom zijn eenzelfde elan, wat trouwens geldt voor de meeste zo niet alle personages die de bizarre en tevens beklijvende wereld van de schrijfster bevolken en teisteren.

    Onzichtbare scheidslijnen
    Realiteit en verbeelding glijden op zowat elke bladzijde geruisloos in elkaar. Zo ook dood en leven en het mediteren over elk van beiden vanwege de betrokkene, de dode dus. Dat stoort de auteur niet in het ontplooien van de ritmiek en van de waarachtigheid van haar verhalen. Zij is immers ergens in een al bestaand verhaal binnengestapt en stapt er even verder weer uit, zonder al te zeer rekening te houden met wat logisch zou moeten zijn volgens onze normen. Er is geen sprake van een ‘alsof’ en ook geen aankondiging van wat als fictie zou moeten worden begrepen. De lezer belandt gewoon in een voortschrijdende geschiedenis die even tastbaar als etherisch oogt, even begrijpelijk als verwarrend.

    Het jonge meisje Erika, de hoofdfiguur uit ‘Hier waak ik’; bekijkt de wezens rondom haar met een vranke, ontluisterende en licht gestoorde blik die cynisch lijkt te zijn maar gewoon geen rekening houdt met regels van welvoeglijkheid of van wat dan ook.
    Het verhaal groeit en ontvouwt zich aan de hand van ogenschijnlijk nonchalante en rake zinnen in een vinnige, geïnspireerde en veelzeggende stijl die een veelheid aan nuances bevat en geleidelijk aan het gehele gebeuren zijn frappante realistische allure verleent.

    Zo is ieder verhaal een verbazingwekkende en wonderbaarlijke tocht in een wereld waarin frustraties, angstbeelden, onvervulde betrachtingen, bizarre gedragingen, bitterheid en ontroering, behoefte aan zelfbehoud en tegelijk uiteindelijk vertederend gedrag elkaar verdringen.

    De personages van Elke Geurts dragen op persoonlijke wijze het verhaal, in die zin dat zij vanuit het ik-beeld reageren op de hen omringende wereld van ‘andere’ mensen. Een buurvrouw adopteert mentaal een baby omdat zij geen kleinkind heeft. Voor een keer een heel menselijke en in hoge mate positieve geschiedenis. Een koppel pleegt op amateuristische wijze abortus in ‘groezelig blauwe’ omstandigheden in een bizar kasteel in de Pyreneeën waar een Nederlandse misdaadacteur samen woont met een diep gefrustreerde Aziatische vrouw. Wat de ene hartstochtelijk en bijna ziekelijk wenst drijven de anderen af. Een koppel met een baby brengt een blitzbezoek aan een oom in een beklemmende sfeer die de baby bedreigt met als onheilspellende getuigen drie zwijgzame zusjes in rubberlaarzen. Dora Kerstjens sterft op een bouwwerf en leeft verder in een waanbeeld van dood zijn en daaromtrent verder fantaseren. Een jonge moeder doet zich voor als de au pair van haar eigen nukkig dochtertje en belandt in een typisch Geurtsiaanse krabbenmand.

    Een van de constanten in het oeuvre van de schrijfster bestaat erin dat sterven aanleiding is tot een spontaan en ogenschijnlijk evident beschrijven van hoe het voelt dood te zijn en naast de levenden te blijven vertoeven zoals in het laatste korte verhaal ‘Het schot’ waarin een jonge neurologe met de fiets op weg naar huis door een kogel wordt getroffen, sterft en even later weer verder fietst na enige zelfanalyse.

    Verontrustende familie
    Moeders, grootmoeders en daar tussenin een dochter/kleindochter staan centraal in het heerlijk theatrale universum van Elke Geurts waarvan de vaak korte geladen en vaak vrij cynische zinnen de zegging van Herta Müller evoceren. Moeders worden veelal met achterdocht en enig misprijzen behandeld en benaderd. Ook de ooms bij gebrek aan vaders. De oma’s genieten echter een voorkeursbehandeling. Echtgenoten zijn inderdaad quasi onbestaanden. Ooms daarentegen incarneren het begrip familie met zijn talrijke vaak onwelriekende uitwassen.

    De wereld van Elke Geurts is er een van vrouwen en opgroeiende jonge meisjes. Dat wil zeggen van evenzeer verrukkelijke wezens als van zelfzuchtige gefrustreerde harde tantes die de hypocrisie als een bos giftige bloemen met zich meezeulen.

    Sommige brave en weldenkende lezers zullen zich ongetwijfeld storen aan de harde en realistische of noem het naturalistische ondertoon in de beeldende evocaties van wat mensen overkomt. Anderen zullen enthousiast en vol verwachtingen de twee vorige verhalenbundels opzoeken ook al botsen zij fataal op enkele reeds gelezen taferelen van dood en verder leven, van lumineuze beslissingen en hun onvermijdelijke narigheden.