• Niemand kent ooit iemand

    Niemand kent ooit iemand

    De Amerikaanse Elizabeth Strout (1956) is bekend van titels als Olive Kitteridge waarmee ze in 2009 de Pulitzer Prize for Fiction won, en van Ik heet Lucy Barton. Onlangs werd The Burgess Boys in het Nederlands uitgegeven. Op de achterflap van het boek staat te lezen dat De Burgess-broers ‘het ontbrekende puzzelstuk [vormt] in de geliefde Lucy Barton-serie’. Die blijkt uit in totaal zes delen te bestaan. De flaptekst zou lezers die niet bekend zijn met het werk van Strout ervan kunnen weerhouden om het boek te gaan lezen, in de veronderstelling dat er een bepaalde voorkennis vereist is, maar niets is minder waar.

    Het boek begint met een proloog in ik-perspectief waarin een ik (de schrijfster) en haar moeder het hebben over de familie Burgess, en dan met name over de kinderen Jim, Bob en Susan, die afkomstig was uit het slaperige plaatsje Shirley Falls in Maine. Deze familie heeft in het verleden een tragedie meegemaakt. Bob heeft namelijk toen hij vier jaar oud was zijn vader per ongeluk doodgereden met de auto, toen hij in een onbewaakt moment met de versnelling zat te spelen. De schrijfster en haar moeder zijn het erover eens dat het verhaal van de familie Burgess een ‘goed verhaal’ is voor een boek. ‘‘‘Ze zullen zeggen dat het niet aardig is om te schrijven over mensen die ik ken.” Mijn moeder was die avond moe. Ze gaapte. ”Ach, je kent hen niet,” zei ze. “Niemand kent ooit iemand.’’’

    Varkenskop

    En precies over die laatste zin gaat het in De Burgess-broers. In vijf delen beschrijft Strout in een alwetend perspectief een aantal maanden uit het leven van met name Jim en Bob Burgess. Zij hebben Shirley Falls al jaren geleden en tot hun grote vreugde achter zich gelaten. Jim is een succesvolle bedrijfsjurist geworden in Manhattan. Hij is getrouwd met Helen, die ten tijde van het boek gebukt gaat onder het legenestsyndroom vanwege het feit dat hun jongste kind is gaan studeren. Bob is minder succesvol dan zijn oudere broer. Hij is minder carrièregericht en werkt in de rechtsbijstand. Zijn vrouw heeft hem verlaten omdat hun relatie kinderloos bleef.

    De tweelingzus van Bob, Susan, is wel in Shirley Falls blijven wonen. Zij roept de hulp in van haar broers, omdat haar zoon Zachary een bevroren varkenskop door de voordeur van een moskee heeft gegooid tijdens het gebed in de ramadantijd. Er blijkt in Shirley Falls een grote Somali-gemeenschap neergestreken te zijn waarvoor het overwegend witte stadje niet altijd sympathie kan opbrengen. Het lukt de broers niet om helder te krijgen waarom Zachary dit haatmisdrijf heeft gepleegd. Sinds de scheiding van zijn ouders is de broodmagere jongen enorm in zichzelf gekeerd geraakt. De enige die hem enigszins doorgrondt is een vriendelijke vrouwelijke predikant.

    Verwachtingen

    De verwachtingen die zich bij de lezer ontwikkelen naar aanleiding van deze ingrediënten buitelen in het eerste deel nog ongelimiteerd over elkaar heen. In de delen die volgen worden alle elementen echter zonder uitzondering uitvoerig genuanceerd. Jim is inderdaad de gewiekste advocaat van wie je zou verwachten dat hij zijn neefje met allerlei slinkse juridische trucjes uit de gevangenis weet te houden. Maar Jim blijkt veel meer te zijn dan alleen dat en daardoor loopt alles net iets anders dan verwacht. Daarnaast blijkt Jim zijn hele leven al een ingewikkeld geheim met zich mee te dragen. Bob heeft zijn hele leven in de schaduw gestaan van zijn grote, knappe en succesvolle broer en aangezien zijn leven ooit al is begonnen met een fout lijkt het logisch dat hij een mislukkeling zal blijven. Hij heeft weinig verwachtingen van zichzelf en ook als lezer zit je lang op het spoor dat je met Bob de oorlog niet zult winnen. Ook dit personage krijgt in de loop van het boek steeds meer diepgang.

    Het is aangrijpend om te zien hoe de door afstand bekoelde relatie tussen de broers en hun zus zich na aanvankelijk wat stroeve weken toch verdiept. De invloed van de gebeurtenissen uit het verleden blijkt voor Jim, Bob en Susan groter te zijn dan ze zelf voor mogelijk hadden gehouden. De oplossing voor het incident met de door Zachary gegooide varkenskop komt uiteindelijk uit een onverwachte hoek.

    Vooroordelen

    De Burgess-broers is een boek waarin veel vooroordelen beschreven worden. De personages hebben onderling (voor)oordelen over elkaar, zowel positieve als negatieve. Hetzelfde geldt voor de gemeenschap waarin ze zich bewegen. Over en weer is er sprake van allerlei vooronderstellingen die Strout haarfijn fileert, zonder politiek correct te willen zijn en zonder oordeel. Daarvoor neemt ze haar tijd, de roman is met bijna vierhonderd bladzijden tamelijk dik en bij vlagen wat langdradig. Dat komt ook omdat Strout ervoor zorgt dat werkelijk ieder draadje zorgvuldig wordt afgehecht. Zelfs in de proloog zijn achteraf nog antwoorden te lezen op vragen die je na het lezen eventueel nog zou kunnen hebben. Als je een minpunt zou willen noemen van dit boek, dan is het dat alles grondig wordt voorgekauwd en uitgekauwd.

    Toch is het eindresultaat een verhaal dat onder je huid gaat zitten. De vlotte maar redelijk rechttoe rechtaan-stijl met veel dialogen zorgt ervoor dat je als lezer het gevoel krijgt aanwezig te zijn bij gesprekken. Je raakt behoorlijk begaan met de verschillende personages, zelfs met personages met wie je aanvankelijk weinig hebt. Je krijgt bijna de neiging om ze toe te spreken, vanwege het alwetend perspectief waardoor je als lezer soms meer weet dan de personages zelf. Het is ook een boek dat aanzet tot nadenken over je eigen standpunten en vooroordelen, omdat je ontdekt dat er een kern van waarheid zit in de stelling van de moeder van de auteur dat niemand ooit iemand kent. Toch komt haar dochter een eind in de buurt met het schrijven van De Burgess-broers, een boek dat zeker een uitnodiging is om de andere delen van de Lucy Barton-serie te gaan ontdekken.

     

  • Twee aspirine

    Twee aspirine

    In alle vroegte printte ik het toegangsbiljet uit waarmee ik ’s middag zal worden toegelaten tot het Paleis op de Dam. Waar de Israëlische schrijver David Grossman uit handen van de koning de Erasmusprijs krijgt uitgereikt. Buiten hangt een dikke mist, er is migraine op komst. Op radio 4 hoor ik uitgeefster Eva Cossee over David Grossman vertellen. Hoe belangrijk hij voor het humane is. Het klonk zo mooi, ik wilde gaan. Dus voer ik de ochtend volgens plan uit: kleding uitzoeken (er was een dresscode), douchen, haar in krul laten opdrogen, gezicht bijwerken, foundation, mascara, lipstick, klaar. Slik twee aspirine.

    In 2006 riep Grossman samen met de schrijver Amos Oz de Israelisch regering op om de oorlog in Libanon te beëindigen. Niet lang daarna kwam zijn zoon in die oorlog waar nooit een einde aan komt om het leven. Grossman schreef erover in Een vrouw op de vlucht voor een bericht, een moeder die haar zoon aan het front verliest. In Uit de tijd vallen, schreef hij over het verlies van zijn zoon. In een interview in de Volkskrant uit 2020 zei Grossman, ‘Ik probeer in al mijn boeken het harde, versteende deel van onze geest te masseren.’ Ik wilde in de buurt van zo’n mens verkeren. Het belang los te komen van je eigen verhaal, zonder oordelen over afkomst naar een ander kunnen kijken. Troost vinden in boeken waarin een ongenadig hard leven, armoede en anders zijn, zoals in de boeken van Elizabeth Strout, de mensen voortstuwt. 

    Het uur dat ik de trein naar Amsterdam moet nemen, verstrijkt. Buiten is het nog steeds donker, november. Ik zet thee, slik twee aspirines. Op de bank sluimer ik weg. Ik sta in een boekwinkel, zoek bij de B van Barton, kan haar niet vinden. Ik heb teveel van Elizabeth Strout gelezen, over de schrijfster Lucy Barton. In Strouts verhalenboek Niets is onmogelijk, komt Lucy in bijna alle verhalen voor. Als aanleiding voor een gesprek, in de herinnering van een gepensioneerde schoolconciërge. Er is neef Abel, groeide op in net zo’n armoedig gezin als dat van Lucy, haalde als kind zijn eten uit vuilnisbakken. Tientallen jaren later ziet hij Lucy weer bij een boekpresentatie. De vreugde van het weerzien, dat ze het gered hebben. Lucy als beroemd schrijfster.

    In het verhaal ‘Zus’ komt Lucy na dertig jaar op bezoek bij haar broer Petie. Ook zus Vicky is uitgenodigd. Zus weigert, valt onverwacht toch binnen. Petie en Lucy hebben elkaar dan net met woorden afgetast, een bijkans gemoedelijk sfeer gecreëerd. Vicky verpest dat, is ziedend op Lucy, verwijt haar mooi weer te komen spelen. Lucy is toegevend, nodigt uit te komen zitten. Dan deze zinnen vol ongemak. ‘Vicky zette haar handtas op de grond en ging zo ver mogelijk bij Lucy vandaan op de bank zitten. Maar Vicky was omvangrijk en de bank niet zo groot, dus erg ver kon het niet zijn.’ Zo vinden ze elkaar terug, elk een ander geworden, nooit meer dezelfde, als familie onbereikbaar. Niets is onmogelijk, prachtig boek, pijnlijk ook. Ik slik nog twee aspirine.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over waar literatuur en het leven elkaar raken.

  • Over William de ex-man van Lucy Barton

    Over William de ex-man van Lucy Barton

    De recent verschenen roman Het verhaal van William van Pulitzerprijswinnaar Elizabeth Strout begint een jaar na de dood van David, een mank lopende cellist en tweede echtgenoot van de ik-figuur, schrijfster Lucy Barton. Met zijn dood komen de herinneringen weer boven aan haar ex-man, William, een academicus. Over William gaat dit boek, vanuit het gezichtspunt van Lucy, vanaf het moment dat hij negenenzestig jaar is.

    Lucy Barton kent de doorgewinterde Strout lezer al van de boeken, Ik heet Lucy Barton en Niets is onmogelijk. Lucy heeft iets mysterieus over zich, waarbij het broeit onder de oppervlakte. Ze is onsentimenteel, onuitgesproken in haar behoeften. Strout verwijst in Het verhaal van William soms naar haar eerdere boeken: ‘Dat heb ik al eens gezegd’. Zo schept ze een band tussen haar boeken over Lucy en een eenheid in haar oeuvre. 

    Kleine en grote angsten

    William is half Duits, half Amerikaans. Hij is voor de derde keer getrouwd met Estelle. Zij hebben samen een dochter, Bridget. Uit het huwelijk van Lucy en William zijn er twee dochters: Chrissy en Becka. William lijdt ’s nachts aan angstaanvallen. Sommige daarvan hebben te maken met de oorlog. Zijn vader was een Duitser en had in de oorlog gevochten aan de kant van de nazi’s. Andere angsten zijn gerelateerd aan zijn moeder, Catherine. Lucy is ook niet vrij van bange gevoelens sinds haar moeder haar langs de kant van de weg liet staan en wegreed. Ze wil zich ‘onzichtbaar’ maken – een omschrijving die doet denken aan de essaybundel Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid van Rebecca Solnit. ‘Ze wil’, zo schrijft Solnit (Strout vult het niet in) ‘een zo klein mogelijk gebiedje dat niet opviel’ innemen om veilig te kunnen zijn.

    In vergelijking tot William zijn het ‘kou en kiezeltjes angst’ waar ze zelf last van heeft. Of is het zo dat William een man van het kinderachtige soort is, die van een beetje een boel maakt? Terwijl Lucy door periodes van depressie gaat, haalt hij zijn schouders daarover op. Ze laat William gaan, en denkt: ‘Ach, William’ – wat een adequatere vertaling van de Engelse titel Oh William was geweest. Ook William zegt het: ‘Ach, Lucy’. Op momenten dat ze elkaar nog steeds na staan, alsof er spiegelneuronen werkzaam zijn.

    Spiegelingen en harmonie

    Op een gegeven moment vraagt William aan Lucy of ze met hem op zoek wil gaan naar het kind dat zijn moeder voor hem had bij een andere man. En dan komt het: zijn moeder had het kind, een meisje dat Lois Trask heet, achtergelaten om met zijn vader te gaan leven. Dat hebben we eerder gelezen. Lucy’s moeder reed weg, Williams moeder wandelde zomaar de deur uit en liet haar dochtertje achter. Bovendien doet het denken aan de manier waarop Estelle, Williams derde vrouw, hem verliet en daarvoor hoe Lucy hem had verlaten om zijn buitenechtelijke relaties. 

    Het zijn die grote en kleine spiegelingen die Strout zo vernuftig door haar verhaal weeft. William droomt op een nacht van hun baby Beckya. Op Luzy’s vraag of hij wel goed had geslapen, antwoordt hij: ‘Als een baby’. Het spiegelt ook een beetje de manier waarop ze als vrienden met elkaar omgaan; ‘voor ons klopte het helemaal’ meent Lucy op een gegeven moment, zoals ze denkt dat Houlton, een stadje ‘al jaren in harmonie was met zichzelf’. En de halfzus Lois, wanneer ze is gevonden, in harmonie was met zichzelf is, ‘zoals iemand is, denk ik, wanneer allebei zijn ouders van hem hebben gehouden’. Dit harmonieus-zijn, wat voor Lucy een gemis betekent, is een centraal thema in Strouts boeken. We komen het ook tegen in Olive Kitteridge (2015), waar Denise en apotheker Henry’s wezen zich even gemakkelijk met elkaar verbonden, ‘als aspirine met het enzym COX-2’. 

    Determinisme en vrije keus

    Je kunt je afvragen, of het niet iets met determinisme te maken heeft, omdat William zich op een gegeven moment afvraagt: ‘Hoe vaak kiest iemand echt iets?’ Lucy had geen keus om haar gezin achter te laten, ze moest wel. William had naar eigen zeggen, geen  keus om vreemd te gaan. Bovendien – zo lezen we – leek het huwelijk tussen Lucy en David, haar overleden tweede man, ‘made in heaven’Je kunt je óók afvragen of dit ook voor de negatieve uitingen opgaat. Lucy’s schoonmoeder Catharine zegt bijvoorbeeld tegen haar: ‘Donder op!’ Haar dochter Chrissy (beide namen met een C) zegt tegen haar: ‘Ik kan je niet uitstaan’, zoals William opbiecht dat hij zijn moeder niet kon uitstaan. Inleven in elkaar lijkt niet de sterkste kant van de personages in Strouts roman. In die zin hebben ze allemaal een rafeltje, zijn ze allemaal gecompliceerde ‘round characters’.  

    Tot in detail vertelt Strout haar verhaal. Zo sabbelde William als kind op de kraag van zijn jas, en later op zijn snor. Een snor die hij op het eind afscheert. Je kunt als lezer lang op de betekenis hiervan kauwen. Valt wat je overkomt en wat je kiest niet gewoon soms samen, omdat het niet anders kan ? Zo is dit een boek dat je bijblijft, dat is een ding dat zeker is.

     

     

  • Het geluid van een brekend hart

    Het geluid van een brekend hart

    Net als bij geliefden kan de liefde tussen een ouder en kind pijnlijk zijn. Onbeschrijfelijk pijnlijk, alhoewel dat dan wel weer de mooiste verhalen kan opleveren. Zoals bij graaf Ugolino, wiens kinderen zo van hem hielden dat ze hun eigen lichaam als voedsel aan hun vader aanboden toen hij tot de hongerdood was veroordeeld. Een verhaal dat Jean-Baptiste Carpeaux tot een prachtige witmarmeren beeldengroep inspireerde. Zijn uitbeelding van een vertwijfelde Ugolino met vier zonen aan zijn voeten is te bewonderen in het Metropolitan Museum of Art in New York en speelt een belangrijke rol Elizabeth Strout’s roman Ik heet Lucy Barton. Een boek waarin de pijnlijke liefde tussen de hoofdpersoon Lucy Barton en haar ouders centraal staat. Liefde die vergezeld gaat van onbegrip en pijn, maar die er zeker is. Zo ziet Lucy in als ze na vele keren achteloos langs Ugolino gelopen te zijn de beeldengroep een keer goed bekijkt en beseft dat kinderen altijd alles zullen doen om de nood van hun ouders te ledigen. Alles. Zoals ook zijzelf uiteindelijk had gedaan.

    Lucy was altijd een buitenbeentje geweest. Ze was anders dan haar ouders en haar oudere broer en zus en anders dan alle andere mensen in het boerendorp Amgash in Illinois. Haar familie was een van de armste uit het dorp en haar jeugd niet echt een gelukkige. Ze bracht haar dagen vaak in eenzaamheid en koude door, die ze ontvluchtte door na de lessen langer op school te blijven, waar de kachel brandde en het warm was. Ze deed er haar huiswerk, las er boeken en haalde door al dat werken louter tienen. Het bracht haar een studiebeurs en een nieuw leven in Chicago en uiteindelijk New York.

    De keerzijde van haar succes en vertrek uit Amgash was dat er geen verbondenheid meer was tussen Lucy en haar ouders, broer en zus. Haar leven was een ander leven, en ook als ze even terug is in Amgash blijkt steeds weer snel dat er voor haar eigenlijk geen plaats meer is. Haar leven is te onbekend, te verwarrend en misschien ook wel te pijnlijk voor haar ouders. Lucie weet dat ze haar eigen leven op moet bouwen en familiebanden verwateren langzaam. Lucie ziet haar ouders, broer en zus niet meer, totdat ze herstellende is van een eenvoudige operatie en haar moeder haar vijf dagen in New York komt opzoeken. Vijf dagen waarin haar moeder niet van haar zijde wijkt en ze in haar verhalen over dorpsgenoten Lucy weer deelgenoot maakt van het leven in Amgash. Verhalen die moeder en dochter helpen hun broze relatie onder de loep te nemen, waarbij steeds pijn opsteekt en liefde onbespreekbaar blijft. Moeder en dochter spelen zo een vijf dagen lang een kat en muis spel dat door Strout treffend wordt beschreven. Soms met harde woorden: ‘Grote genade, Lucy Barton. Ik ben niet helemaal hierheen gekomen met het vliegtuig om me door jou te laten vertellen dat wij uitschot zijn.’ Om later plaats te maken voor broze woorden van de onzekerheid: “‘Mam! Hou je van me, hou je van me, hou je van me?’”. Als haar moeder weigert te antwoorden sluit Lucy haar ogen. “‘Hou je van mij als ik mijn ogen dicht heb?” “Als je je ogen dicht hebt,” antwoordde ze. Toen stopte we met dit spelletje, maar ik was zo gelukkig…’

    Vooral de gedachten van Lucy zijn door Strout mooi verwoord en vatten de verbondenheid én kwetsbaarheid van haar en haar geboortegrond samen: ‘Ik heb heel wat mensen gekend, ook uit het Middenwesten, die tegen me zeggen dat je maïs niet kunt horen groeien, maar ze hebben het mis. Je kunt mijn hart niet horen breken – ik weet dat dit gedeelte klopt – maar voor mij zijn die geluiden onlosmakelijk met elkaar verbonden, dat van groeiende maïs en dat van mijn hart dat breekt.’

    In dergelijke passages toont Elizabeth Strout zich een ware literaire Carpeaux. Haar taal heeft hier en daar dezelfde zachtheid en doorschijnendheid als de witmarmeren beelden van Carpeaux, maar ze vertelt er een even pijnlijk verhaal mee als de beeldhouwer in zijn Ugolino-groep. En ze doet dat op een vergelijkbaar hoog niveau. Ook al lijkt de roman door de toegankelijkheid een niemendalletje, waar je als je niet oppast snel en achteloos doorheen leest. Maar er komt een moment dat je het, net zoals Lucy bij Ugolini was overkomen, opnieuw een keer leest en tot het besef komt dat je door dit boek wat meer begrijpt van het leven.