• Verontrustende en geruststellende waarheid

    Verontrustende en geruststellende waarheid

    ‘De dingen waar we zelf niets van begrijpen zijn het moeilijkst te vertellen.’ Dit is de laatste zin van het eerste hoofdstuk van De verborgen dochter van Elena Ferrante. De 47-jarige Leda is na een korte strandvakantie weer thuis in Florence en ligt met een onverklaarbare wond in haar zij in het ziekenhuis. Vervolgens gaan we een paar weken terug in de tijd. Het is zomer en Leda gunt zichzelf een strandvakantie van haar werk aan de universiteit. Met veel innerlijke monoloog vertelt ze het verhaal dat zo moeilijk te vertellen is. Het is een biecht van een moeder met een groot innerlijk conflict: de kwelling van het moederschap en de drang om een onafhankelijke vrouw te zijn. 

    Leda, echtgenote van een professor, wilde toen ze jong was zelf graag studeren maar kreeg in plaats daarvan kort na elkaar twee dochters, Bianca en Martha. Ze voelde zich opgeslokt door de druk van de opvoeding en werd geleefd door haar kinderen. Toen ze het gezin verliet waren ze nog klein. Drie jaar later kwam ze terug omdat ze zich nutteloos voelde. ‘Ik heb me erbij neergelegd dat ik zelden voor mezelf leefde en meestal voor de twee kinderen… dat ging me op den duur steeds beter af.’ 

    Opgeluchte moeder

    Ondertussen is Leda gescheiden en docent aan een universiteit en wonen haar twee jong volwassen dochters bij hun vader in Canada. Ze bellen hun moeder regelmatig, wat bij Leda irritaties oproept. Ze heeft weinig op met hun gebabbel. ‘Toen mijn dochters naar Toronto verhuisden, waar hun vader al jarenlang woonde en werkte, ontdekte ik met gegeneerde verwondering dat ik helemaal geen verdriet had maar me opgelucht voelde, alsof ik ze toen pas definitief ter wereld had gebracht.’

    Tijdens haar strandvakantie leest, werkt en zont ze dagelijks op het strand dat bezocht wordt door verschillende Italiaanse gezinnen. Met niemand maakt ze echt contact, maar ze raakt geobsedeerd door een luidruchtige Napolitaanse familie. Vooral Nina, de jonge moeder die devoot met haar dochtertje speelt, heeft haar aandacht. Moeder en kind vertroetelen samen de pop van het kind alsof het een baby is. Dit schouwspel houdt Leda’s aandacht gevangen en voert haar terug naar haar jeugd in Napels en naar haar eigen moederschap. 

    De herinneringen worden door Ferrante naadloos door elkaar geweven met het heden op het strand. Steeds als er iets op het strand gebeurt, moet Leda aan haar eigen leven, huwelijk, moederschap en dochters denken. Als enkele leden van de luidruchtige Napolitaanse familie contact maken met Leda ontstaan er gesprekken waardoor ze elkaar iets beter leren kennen. Op Leda heeft dit contact een ongunstige invloed. Belast door spijt en wroeging wordt ze in een neergaande spiraal gezogen en doet ze iets wat grote gevolgen heeft voor de Napolitaanse Nina en haar kind en uiteindelijk voor Nina’s relatie met haar man en hele familie.

    Begrip voor onsympathiek romanpersonage

    De thematiek in De verborgen dochter is, net als in al Ferrante’s boeken, de levens van vrouwen met negatieve gevoelens over vriendschap, huwelijk en het meest vernietigende: moederschap. Leda is gefrustreerd als echtgenote. ‘Liefde vraagt energie, die had ik niet meer. Als hij begon met strelen en kussen werd ik nerveus, voelde ik me een misbruikt stimuleringsmiddel voor zijn solitaire genot.’ Haar daden op het strand refereren wellicht aan een lege-nestsyndroom. Het maakt haar een onsympathiek romanpersonage, maar toch begrijp je als lezer haar beweegredenen. 

    Ferrante weet te boeien met haar prettig toegankelijke stijl, veel oog voor details en natuurbeschrijvingen en een uiteindelijk intrigerende protagonist.  Ze durft woorden te geven aan onuitgesproken gevoelens die een waarheid blootleggen die voor veel moeders en vrouwen verontrustend en geruststellend herkenbaar is. 

     

  • Vrouw verwijt man en vice versa

    Vrouw verwijt man en vice versa

    Wie zich wil wagen aan de gelaagde roman Strikken van Domenico Starnone(1943) moet zich – wellicht – ook even verdiepen in de voorgeschiedenis van dit meesterwerk.
    Toen het boek vorig jaar verscheen, was direct duidelijk dat het een aanvulling, zo niet een reactie was op Dagen van verlating, een in 2002 verschenen roman van Elena Ferrante. Wetenschappers uit Padua presenteerden in de zomer van 2017 de resultaten van hun kwantitatieve tekstanalyse van het werk van Ferrante. Daaruit bleek, dat achter haar pseudoniem niemand minder schuilging dan Starnone. Ferrante en Starnone zijn dezelfde persoon. Dit werd bevestigd door de Italiaanse uitgever.

    Uitgeverij Atlas besloot tot het vervroegd op de markt brengen van Strikken, waarmee ook in Nederland- zeer tegen de wens van de auteur – een geheim onthuld werd en de identiteit van Elena Ferrante vaststaat.
    Terwijl Ferrante samen met haar uitgever in een interview met The Paris Review juist voor anonimiteit pleitte: ‘Een anonieme schrijver geeft de lezer de ruimte hem te leren kennen in de tekst zelf, in zinnen en gedachtepatronen waarin de auteur een zelf kan ontplooien, dat hij zelf niet eens kent.’

    Verstrikt
    In het lange voorwoord – twaalf bladzijden – van schrijfster Jhumpa Lahiri staat: ‘Strikken gaat over onze dwingende behoefte aan orde, en onze fundamentele afkeer van dichte ruimtes.’ Dat is een vrij ingewikkelde opmerking, maar waarschijnlijk verwijst Lahiri naar de menselijke behoefte aan geborgenheid. Het vertrouwen dat je in een huwelijk van elkaar op aan kunt, dat je elkaar vrijheid geeft, maar ook zekerheid. Misschien ook de zekerheid dat je partner geen rare onverwachte dingen gaat doen. En last but not least, het huwelijk als een soort vesting waarin je je kunt verschansen. Of zoals Shakespeare eens zei: ‘My Home is my Castle!’ Wat Starnone in het verhaal laat zien is dat het huwelijk kan mislukken en dat daardoor het huwelijk een benauwde dichte ruimte wordt. Een gevangenis.

    Het verhaal in drie delen wordt verteld vanuit verschillende perspectieven. In het eerste deel zijn de echtelieden Vanda en Aldo aan het woord, vooral door brieven. Het tweede deel laat de twee zien als ze bejaard zijn en in het laatste deel vertellen de twee kinderen Anna en Sandro hun verhaal.

    Vervreemd
    Ooit ging Aldo, inmiddels 74, vreemd. Zijn verhouding met een veel jongere dame duurde een paar jaar, maar uiteindelijk koos de vrouw voor een jongere man. Aldo keerde terug naar Vanda. Ze heeft hem nooit vergeven dat hij haar destijds in de steek liet. Op de achtergrond spelen de naweeën van de jaren zestig een rol. De vrouw geeft die vrijgevochten tijdgeest de schuld van de dwalingen van manlief. Het lijkt of zij gevangen is geraakt in haar houding ten opzichte van de man. Aan de ene kant verwijt ze hem ontrouw, aan de andere kant dat hij bij haar is teruggekeerd en dat hun verhouding nooit meer hetzelfde zal zijn als ervoor.
    De man ziet het juist als een verworvenheid van die tijd, dat je er meer verhoudingen tegelijkertijd op kon nahouden.

    Bergman
    Wat zich ontrolt voor de lezer is een huwelijksdrama dat doet denken aan Scenes uit een huwelijk van Ingmar Bergman. Twee huwelijkspartners die van elkaar zijn vervreemd, elkaar beloeren en vooral verstrikt zitten in gewoontes, die hun huwelijk alleen maar stuk maken. De vrouw, Vanda, wordt steeds agressiever. ‘Wat ben je toch goed. Wat hebben jullie mannen het toch goed voor met vrouwen. Jullie hebben drie grote doelen in het leven: ons neuken, ons beschermen en ons pijn doen’, voegt de vrouw hem toe. De man trekt zich steeds meer terug. ‘Mij hebben ze (de kinderen, K.W.) door het huis zien dwalen als een ongevaarlijke, praktisch stille geest. En ik geef hen geen ongelijk. Mijn leven heeft zich volledig buiten hen om afgespeeld. Ik ben een schim van een man geweest binnen het gezin, altijd zwijgend, ook wanneer Vanda heel uitbundig mijn verjaardagen vierde, waarbij ze mijn vrienden uitnodigde, en mijn familieleden.’

    Aan het begin van Strikken keren Aldo en Vanda terug van vakantie en zien dat er is ingebroken in hun appartement. Alles is overhoop gehaald en de kat Labes, waar een buurman op zou passen, is verdwenen. Daar maken ze zich nog het meest druk over. Prachtig is vooral hoe Starnone het verschil tussen de echtelieden laat zien. De vrouw denkt in haar woede dat het de schuld van de man is dat er is ingebroken. Hij zou het appartement niet goed hebben laten beveiligen. De man daarentegen treurt om het verlies van Labes de kat. Ze bekommeren zich helemaal niet om elkaar, maar zijn gevangen in zelfbeklag en ongeïnteresseerdheid.

    Slachtoffers
    Zoon Sandro en de dochter Anna komen in het laatste hoofdstuk aan het woord. Vooral de dochter maakt een bittere indruk. Ze voelt zich een slachtoffer van haar ouders. Waarom deed haar vader nooit eens iets leuks met haar, vroeger? Waarom zeurde haar moeder altijd over haar eigen misère in plaats van haar een gelukkige jeugd te geven? De zoon, hij lijkt waarschijnlijk op zijn vader, heeft zich buiten het gekrakeel gehouden. Hij bemoeide zich niet met zijn ouders en daardoor ook niet met hun ruzies en problemen. Dat wordt hem aangewreven door zijn zuster.
    Hij vond het leuk om schoenveters van gasten stiekem aan elkaar te binden onder de tafel. Wanneer ze dan opstonden struikelden ze. Zijn vader vond het enig, maar de moeder ergerde zich eraan. Net zoals de ouders zijn de kinderen met zichzelf bezig. Het is hun rotjeugd, hun ellende en enige warmte voor de ouders is er helemaal niet. Wel veel zelfbeklag. En dat gedrag vertonen de ouders ook.

    Droste-effect
    Verder ontrolt zich nog een mysterie wanneer de dochter aangeeft meer van de inbraak te weten in het appartement van haar ouders. Heeft ze het zelf gedaan? Iemand laten inbreken uit wraak voor haar verpeste jeugd? De foto’s van de minnares van Aldo zwerven na de inbraak opeens door het huis. Weer een wraakactie van de dochter? Zo lijken ook de raadsels weer verstrikt in nieuwe raadsels.
    Het hele verhaal is zo geschreven, dat het effect wordt bereikt door een geschiedenis in een geschiedenis. De verpleegster op de blikken van Droste van vroeger; zij stond afgebeeld met een blikje waarop een verpleegster met daarop, enz. enz.
    Starnone slaagt erin vanuit een vrij simpel verhaal over een – vooral – mislukt huwelijk, laag na laag op te bouwen en soms licht hij een tipje van de sluier op en krijgen we vooral via de brieven een inkijkje in de zielenroerselen van Vanda en Aldo. Hij is een schilder met de pen en een meester in het componeren van – voor de lezer – ongemakkelijke situaties. Dat is een prestatie van formaat en het boek werd in Italië terecht onderscheiden.

     

  • De Kameleon, Ferrante en Lispector

    De Kameleon, Ferrante en Lispector

    Ik ging van huis om voor een week in Den Haag te verblijven. In mijn rugzak de gebruikelijke spullen voor een week logeren (tandenborstel, badpak, zes stuks verschoning) en De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector. Al verwachtte ik niet echt aan lezen toe te komen daar de zoontjes (7 en 8 jaar) van mijn dochter, die er zelf niet zou zijn, op mijn onverdeelde aandacht rekenden.

    Zij wensten nagenoeg elk moment uit De kameleon te worden voorgelezen. Waar ik dacht dat één deel uit de zestig-delige reeks voldoende zou zijn, verheugden zij zich na het dichtslaan van het ene deel, op het openslaan van een volgend deel, (ze hadden er vier). Werd ik door gaapneigingen overvallen wanneer de tweeling voor de zoveelste keer en in vrijwel eendere bewoordingen met de Kameleon de poldervaart opvoer, en hoorde ik mezelf weer uitspreken dat ze op de Woudaap (een molen) afvoeren om Kees op te halen, zij kregen er geen genoeg van. De gretigheid waarmee ze  luisterden, deed me afvragen of ik iets gemist had. Onderschatte ik wellicht de simpele eenvoud waarmee de verhalen geschreven waren of zag ik iets over het hoofd, een sublimiteit van vertellen die alleen door kinderoren werd opgepikt?

    ’s Avond op mijn logeerkamer inspecteerde ik de boekenkast waar ik altijd nieuwe titels ontdek naar gelang mijn gemoed. Zo had ik nu opeens oog voor, na haar maandenlang genegeerd te hebben, Elena Ferrante. Ik nam haar Napolitaanse romans ter hand maar begon te lezen in Dagen van verlating, dat er ook stond. Zo gauw de jongens in hun eigen spel zaten en De Kameleon  terzijde lag, las ik aan de keukentafel of in de tuin Ferrante. Lispector was voor aan zee of in bed, (elk boek heeft zijn plek waar deze het best tot zijn recht komt). Ferrante’s verlaten Olga die tot alles in staat is om haar man te laten inzien dat hij toch echt gelukkig met haar was, leest vlot en lijkt heel even een romannetje zoals je er honderd in een dozijn hebt, even maar. Tot de woede en de zinnen waarin Ferrante de ontluistering van Olga laat beleven waarbij het masker van geluk af gaat en de ware gedaante naar voren komt. Jezelf terugvinden heeft grote gevolgen voor het dagelijks bestaan maar tilt je er dan ook voorgoed overheen; de blik op de rol die je speelt is opeens helder.

    En dan Lispector in bed, die me fluisterend heldere beelden schetst in het stuk ‘Persona’. Dat we allemaal maskers dragen, met make-up of onze dagelijkse opgewektheid, we dragen een masker om te maskeren hoe we ons voelen. Over de ‘verschrikkelijke vrijheid van niet te zijn’. Dan begrijp ik opeens wat de jongetjes in de Kameleon zo aantrekt, de recht toe recht aan karakters van Sietse en Hielke en de andere personages; die zijn wat ze zijn. Daar valt op te bouwen en vormt een basis van waaruit later, in de ‘echte’ literatuur, weer naar de onschuld van toen kan worden gezocht.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren in het dagelijkse leven en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

     

     

     

     

  • Wreedheid en schoonheid

    Wreedheid en schoonheid

    Drie jaar geleden was ik in Napels op vakantie om te genieten en me op te laden aan de genoegens van het leven. En om een beeldhouwwerk te zien dat ik alleen uit de boeken kende: de Farnese Stier. Een verblindend loodwitte berg van marmer uit de klassieke oudheid. Gehakt uit een enorm blok van ruim negen kubieke meter, dat toen de beeldhouwer eraan begon zo’n slordige 80 ton moet hebben gewogen. Wat in de oudheid – zonder heftrucks en kranen – een verzoeking moet zijn geweest. Maar verzoeking of niet, het resultaat is verbluffend. Een pastoraal tafereel, met een imposant steigerende stier die in bedwang wordt gehouden door de tweeling Amphion en Zethus, terwijl hun moeder Antiope de verrichtingen van haar zonen rustig gadeslaat. Maar hoe langer je kijkt hoe meer de wreedheid van het beeld zich openbaart. Onder de opgeheven voorpoten van de stier ligt Dirce, de tante van Antiope, die haar ooit gruwelijk behandelde en daarvoor nu de rekening krijgt gepresenteerd: haar achterneven binden haar aan haar haren vast aan de horens van de stier en bezegelen zo Dirce’s lot. Maar hoe wreed dit lot ook is, de verbeelding ervan is een streling voor het oog.

    Dat de grens tussen wreedheid en schoonheid vaak flinterdun is bewijst ook Elena Ferrante’s Napolitaanse romancyclus. Het eerste deel daarvan (De geniale vriendin) las ik toen ik in 2013 in Napels was. Inmiddels heb ik me opnieuw op het Napels van de hoofdpersonen Lina en Lenù (of Elena) gestort en ben vrijwel door de gehele romancyclus heen. Wat net zo’n plezierige onderdompeling is als het bekijken van de Farnese Stier uit de klassieke oudheid. Met net zo’n voortdurend heen en weer springen tussen bewondering en afgrijzen. Want in de volkswijk waar Lila en Lenù opgroeien, wisselt grauwheid voortdurend met de schittering van hoop. De hoop bijvoorbeeld van Lenù, dat ze als Elena Greco een leven buiten de wijk van haar geboorte kan opbouwen; een leven zonder dialect en criminaliteit. Een hoop die echter steeds weer ijdel lijkt.

    Alhoewel grenzen voortdurend vervagen verdwijnen ze nooit. Geld lijkt geld, maar het verschil tussen goed en slecht geld, tussen dat van de maffiose familie Solara en Elena’s sjieke schoonfamilie Airota, is onoverbrugbaar. En het lot van beide families lijkt net zo bezegeld als dat van Dirce in de Farnese Stier. Waardoor Elena Greco’s pogingen om zich te ontworstelen aan haar wortels waarschijnlijk net zo vruchteloos blijven als Dirce poging om aan de stier te ontkomen. Althans daar lijkt het op nu ik aan het afsluitende deel van de romancyclus ga beginnen. Maar dat geeft niet, want hoe gruwelijk het verhaal ook is, echte schoonheid drijft altijd boven. Of, zoals Elena het zegt: ‘De warrige wolken kwamen buitelend in diepgrijze massa’s op ons af. Maar verderop, tussen zee en wolken, trof een lange streep licht de paarse schim van de Vesuvius, een wond waaruit verblindend loodwit droop.’ Een verblindend loodwit waar ik me graag nog even aan overlever.

    Farnese Stier.

     

     

  • Onthullingen

    Onthullingen

    Laatst vertelde een bekend schrijver op de radio dat zijn nieuwste boek ontstaan was uit verveling tijdens de zomervakantie. Hij had al zijn boeken uit, e-reader kapot. Toen herinnerde hij zich een anekdote over een filmactrice. Hij wilde eens kijken of hij daar geen verhaaltje van kon maken. En dat kon hij. De schrijver die altijd met uitgebreide schema’s werkte had binnen ‘No time’ 90 bladzijden geschreven. En het was goed ook, vond zijn vrouw. Het boek in kwestie lag in al zijn nieuwigheid op me te wachten, in zijn aantrekkelijke oranje cover waarop een vitale naakte vrouw in het luchtledige zweefde. Al luisterend naar hoe het in zijn werk was gegaan met dit boek, werd ik een soort ontluistering van de dingen gewaar. Een boek bevat geheimen waarvan zelfs de schrijver niet altijd weet hoe ze erin zijn gekomen.

    Of dat niet genoeg was, werd vorige week de identiteit onthuld achter schrijver Elena Ferrante. Twintig jaar geheimhouding naar de knoppen. Ik heb de boeken gelezen en houd van de visie die ze haar personages heeft meegegeven. Of de schrijver het allemaal zelf beleefd of verzonnen heeft, het maakte me niet uit. Nu is dat opeens een ding geworden: mag een schrijver zich een cultuur toe-eigenen waar ze zelf geen deel van uitmaakt? Dat Ferrante een pseudoniem was, maakte de mythe compleet. Als lezer hoefde je nergens rekening mee te houden, er was alleen het verhaal dat voor je lag. Alleen voor jou.

    Net als Frida Vogels, van De harde kern en later haar Dagboeken, die zich ook nooit inliet met de media. Toen Vogels in 1994 de Libris Literatuurprijs kreeg, kwam ze die niet zelf in ontvangst nemen. Als Ferrante de Nobelprijs voor de literatuur had gewonnen, zou ze die ook niet zelf in ontvangst hebben genomen. Daar ben ik van overtuigd. Ze leefde, net als Vogels in de beschutting van haar werk. En dat werd hogelijk gewaardeerd want het siert de schrijver die zich niet op zijn kunsten laat voorstaan. En wat het mooie is, een schrijver die niet bekend is in de media is helemaal voor jou alleen, je hoeft haar met niemand te delen. Nou ja, zo voelde dat dan.

    Nu vroeg iemand me laatst of ik het was die wekelijks deze stukjes schrijft. Ze keek me daarbij, met grote, licht bollende ogen, verwachtingsvol aan. Het intimideerde me nogal. Alleen al omdat zij dacht dat ik het zou  kunnen zijn: een stukjesschrijver. Ik heb wel iets beters te doen, dacht ik. Maar zei niets omdat ik het ergens wel grappig vond. Maar ook ergerde het me dat ze niet kon bedenken dat ik echt wel wat anders te doen heb dan stukjes, die columns genoemd worden, te schrijven. Al was ik het wel  zou ik het niet zeggen.

    Waar ik nu vurig op hoop, is dat nooit, maar dan ook nooit iemand het in zijn hoofd zal halen te onderzoeken wie het meisje is, dat Campert eens ‘op een tramhalte zag’.

     

     

  • Moederschap

    Moederschap

    Het somberde nogal de laatste week. Donkere dagen in juli, dat red ik niet. Sombere gedachten rommelden door mijn hoofd en filterden zich uit tot er één idee bleef hangen waarvan ik dacht: hm, daar zit wat in. Ik dacht: moederschap is een onmogelijke opgave. En daar schrok ik nogal van.

    Op zulke dagen is het goed je boekenkast te herschikken. En wat bleek ik opeens een veelheid aan boeken te bezitten die de duistere kanten van het moederschap bevestigen. De moederkarakters in boeken zijn vaak schrikbarend  herkenbaar.
    Ik pak er willekeurig wat uit om te etaleren. De moeder in Julia Francks roman Rug aan rug heeft zonder twijfel haar moederschap niet aanvaard, ze is een on-moeder. Hoewel het zich afspeelt in de tijd na de Tweede Wereldoorlog en Duitsland in puin ligt, is ze niet te volgen in haar keuze voor de wederopbouw van haar land en daarbij haar twee kinderen aan hun lot overlaat. Het loopt dan ook niet goed af met die kinderen. Wel een mooi boek.

    Dan heb ik hier Beenderen van de onlangs (en te jong) overleden Zimbabwaanse schrijver Chenjerai Hove (1956). Het komt me nu wat bevreemdend voor maar ik las dit boek begin jaren negentig met grote aandacht toen ik zwanger was van mijn tweede dochter. Beenderen is een zeer intens verhaal over de zoektocht van de oude moeder Marita naar haar zoon die  omkwam in de vrijheidsstrijd toen Zimbabwe nog Rhodesië was. De zoektocht van Marita gaat via de herinneringen van degenen die hem gekend hebben. Deze moeder is tot grote offers in staat. Ach, ik zou zo’n Grootse moeder willen zijn, dacht ik toen.

    Wat zich op een inzichtelijke manier in de geest van een moeder afspeelt, is te lezen in De verborgen dochter van de Italiaanse schrijver Elena Ferrante. Ferrante weet het moederschap te schetsen als een drama in vele bedrijven. Als een gekmakend doolhof van emoties en schurende verwachtingen, waaraan je je  steeds weer verwond, als aan de braampjes van een glad stuk metaal. Ze schrijft over een jonge vrouw die twee dochters krijgt maar al snel besluit dat het moederschap haar niet ligt. Op een dag vertrekt ze en begint een nieuw leven, zonder kinderen. Er gaat een bepaalde dreiging uit van dit verhaal, van de weggelopen moeder. Ze voelt geen spijt of verdriet. Het gaat zelfs nog verder: ze kan de liefde tussen een jonge moeder en haar dochtertje, die ze ontmoet op het strand aan de Ionische kust, niet aanzien en stookt ertussen. Een verhaal waarvan je je als moeder wilt afkeren maar blijft er naar kijken. Dat verlangen de dingen achter je te laten, gewoon op stappen en aan een nieuw stuk beginnen. Ik ken dat wel. Maar ja.

     

     

  • Het ontstaan van een vriendschap in een armoedig Napels

    Het ontstaan van een vriendschap in een armoedig Napels

    ‘Als je nog niet zo lang op de wereld bent, is het moeilijk om te zien welke rampen ten grondslag liggen aan wat wij als ramp ervaren, en misschien heb je er ook geen behoefte aan. In afwachting van morgen bewegen grote mensen zich in een heden waarachter een gisteren ligt of een eergisteren  [….]: aan de rest willen ze niet denken. Kleine kinderen kennen de betekenis van eergisteren niet, en evenmin die van morgen, alles is dit, nu: dit is de straat, dat is de voordeur, dit zijn de trappen, dit is mama, dit is papa, dit is de dag, dit is de nacht. Ik was klein en als het erop aankwam wist mijn pop meer dan ik. Ik praatte tegen haar, zij praatte tegen mij.’

    Op een kwade dag wordt Elena gebeld door Rino, de zoon van Lila, haar hartsvriendin uit haar kinds- en puberteitsjaren, met de mededeling dat zijn moeder is verdwenen zonder een spoor achter te laten. ‘Ik was verschrikkelijk boos. Laten we maar eens zien wie dit keer zijn zin krijgt, zei ik bij mezelf. Ik zette de computer aan en begon onze geschiedenis op te schrijven, alles wat ik me ervan herinner, tot in de details.’

    Elena en Lila groeien op in de jaren 50 en 60 in een Napolitaanse volksbuurt, door Ferrante prachtig beschreven in sfeervolle beelden: de armoede van de jaren 50 tegenover de eerste verschijnselen van de consumptiemaatschappij in de jaren ’60; de langzaam eroderende Napolitaanse masculine machocultuur gebaseerd op het verdedigen van de eer van de familie; het losbreken uit de verstikkende sociale beslotenheid van de familie en de wijk, het ontluikende zelfbewustzijn van vrouwen. Ferrante slaagt er heel knap in de typisch lokale Napolitaanse werkelijkheid van die tijd te transformeren naar de meer universele werkelijkheid van de jaren ’50 en ’60. Ook voor ons in Nederland is deze heel herkenbaar in de opkomst van de nozems, de rock and roll, de TV en de auto, en de botsing tussen generaties.

    Als Lila de pop van Elena weggooit achter het gaas van het souterrain van de in de ogen van de kinderen meest boosaardige man van de wijk, beantwoordt Elena deze gemene streek met het op haar beurt weggooien van de pop van Lila. In plaats van te huilen om het gebeuren, sluiten ze een bondgenootschap en spreken af samen de poppen terug te halen. Dit is het begin van een levenslange vriendschap, waarvan de verhoudingen meteen duidelijk zijn. Beiden zijn voortdurend op zoek naar de grenzen van hun mogelijkheden, waarbij Lila het voortouw neemt en Elena niet aflaat te volgen. Door het verhaal in de ik-vorm te vertellen, is het mogelijk intens mee te leven met de gevoelens van Elena: gevoelens van bewondering voor Lila tegenover eigen minderwaardigheid, gevoelens van wrok en haat tegenover solidariteit en liefde. Elena leeft in voortdurende concurrentie met Lila. Lila is de geniale vriendin van Elena. Lila is wat Elena wil zijn. Beiden trotseren de benepen wereld van hun omgeving door weliswaar ieder hun eigen weg te gaan, maar voortdurend in contact met elkaar. Uiteindelijk blijken zij beiden er niet in te slagen zich hieraan te ontworstelen. Lila treedt in het huwelijk met iemand die haar op haar eigen huwelijksdag al weet te verraden, terwijl Elena beseft dat ook zij niet in staat is te ontsnappen uit de gevangenis van haar achtergrond door zich te voegen naar de conventies van haar omgeving.

    Eigenlijk ligt hierin ook de oorsprong van het verhaal. Elena kan niet accepteren dat Lila er uiteindelijk toch in zal slagen zich aan haar omgeving te ontworstelen door te vertrekken zonder een spoor achter te laten.

    Elena Ferrante heeft een heerlijk boek geschreven dat leest als een trein. Het biedt een prachtig inkijkje in de geesteswereld van een onzeker pubermeisje in een overgangstijd. Ook compositorisch zit het boek knap in elkaar: het heden dwingt volwassenen tot terugkijken, het verleden werkt door in het heden met het oog op morgen: Elena is woedend omdat Lila alsnog lijkt te slagen waar zij faalde.