• Oogst week 43 – 2025

    Gesprekken tussen vluchtelingen

    In 1933, één dag nadat de Reichstag in vlammen opging, ontvluchtte de politiek geëngangeerde dichter en (toneel) schrijver Bertolt Brecht (1898-1956) zijn vaderland. Hij vertrok in eerste instantie naar Denemarken, woonde daar 5 jaar en verbleef achtereenvolgens in Zweden, Finland, Rusland, de Verenigde Staten en Zwitserland.

    In die jaren tot 1945 schreef hij ‘Exilliteratur’ waarin hij zich verzette tegen de nationaalsocialistische en fascistische bewegingen.
    In Gesprekken tussen vluchtelingen verwerkte hij zijn eigen ervaringen als balling en legde hij de anti-immigratiepolitiek bloot. Hij schreef het in 1941, het verscheen postuum in 1956 en was tot nu toe nog niet in het Nederlands vertaald. Uitgeverij Jurgen Maas heeft daar nu verandering in gebracht.

    In dit boek gaan in Helsinki twee Duitse vluchtelingen met elkaar in gesprek, ze bespreken de staat van de wereld en hun eigen situatie daarin. Het zijn de intellectueel Ziffel en de arbeider Kalle, twee totaal verschillende mannen met uiteenlopende meningen en ervaringen die elkaar toch in de ballingschap weten te vinden.
    Gesprekken tussen vluchtelingen wordt door de uitgeverij omschreven als ‘een roman in dialogen vol humor en absurdisme’.

    In de NRC noemt Michiel Krielaars het verschijnen van dit boek in deze tijd ‘als geroepen’.

     

    Gesprekken tussen vluchtelingen
    Auteur: Bertolt Brecht
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2025)

    Nastya in Charkiv

    Eén dag al na de invasie raakt Jaap Scholten betrokken bij de oorlog in Oekraïne, zo valt te lezen in Nastya in Charkiv, Scholtens nieuwste boek. Omdat hij in Hongarije woont wordt hem gevraagd of hij een gezin met kleine kinderen kan helpen dat de gebombardeerde stad heeft verlaten en op weg is naar de grens.

    Vrij snel daarna richt Scholten samen met een aantal anderen de stichting Protect Ukraine op en komt hij in contact met Oekraïense burgers en buitenlandse vrijwilligers die met (meestal niet militaire) middelen het land helpen verdedigen. De stichting Protect Ukraine bevoorraadt het Oekraïense leger met uiteenlopende zaken. Daarover verscheen in 2024 het boek Spullen brengen van Jelle Brandt Cortius die zich aansloot bij de stichting.

    Een van de vrijwilligers is Nastya, een Bulgaars-Nederlandse studente uit Den Haag. Zij vertrok drie jaar geleden naar Oekraïne en is nu een ‘superior combat medic’ aan het front in Charkiv. Zij waagt dagelijks haar leven om militairen en burgers te redden.
    In Nastya in Charkiv schrijft Scholten over zijn contacten met Nastya, over de situatie waarin zij en haar landgenoten verkeren. Zijn teksten worden afgewisseld met korte berichtjes van Nastya zelf.
    De foto’s in het boek zijn van Eddy van Wessel die al jaren door Oekraïne reist en fotografisch verslag doet vanaf het front.

    Nastya in Charkiv
    Auteur: Jaap Scholten
    Uitgeverij: M10Boeken

    Hier en aan de overkant

    Bij, zoals zij zichzelf noemen, de piepjonge uitgeverij Drift die zich ‘ten doel stelt ouderwets mooie boeken op de markt te brengen’ is onlangs het eerste deel verschenen van een trilogie die begint in 1926 en doorloopt tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hoofdpersoon Alistair MacEwen keert terug naar de plek in Noord-Frankrijk waar hij vlak na de Eerste Wereldoorlog, toen hij was ingestort na de verschrikkingen in de loopgraven, werd verzorgd door Ghislaine.

    Hun weerzien heeft voor hen beiden en voor de mensen om hen heen grote, onomkeerbare gevolgen. Zowel Alistair als Ghislaine, maar ook de andere personages in Hier en aan de overkant hebben de nodige trauma’s te verwerken. Ieder doet dat op zijn of haar eigen manier. Door middel van herinneringen en flashbacks vertelt J.M. Williams tegen de achtergrond van het Interbellum hun verhaal.

    J.M. Williams (1959) studeerde o.a. filosofie en geschiedenis. Naast fictie schrijft zij non-fictie en poëzie, recenseert voor o.a. Literair Nederland. In 2022 debuteerde zij met De kwartiermaker. Momenteel legt zij de laatste hand aan het derde deel van de MacEwen-trilogie.

    Hier en aan de overkant
    Auteur: J.M. Williams
    Uitgeverij: Uitgeverij Drift
  • Oogst week 4 – 2025

    Oogst week 4 – 2025

    Bloedboek

    Met hun debuut Bloedboek viel de Zwitserse Kim de L’Orizon meteen in de prijzen. Het boek won de Deutscher Buchpreis, de Schweizer Buchpreis en de Literatuurprijs Jürgen Ponto Stichting. De non-binaire verteller van Bloedboek is opgegroeid in een klein en conservatief dorp in Zwitserland, in een familie waarin vooral gezwegen wordt. Nu hun oma haar geheugen verliest, neemt de verteller hun jeugd onder de loep. Wat kan die ontdekken over het verleden van hun oma en haar jong overleden zusje? Bloedboek gaat over volwassen worden en over intergenerationeel trauma, over het doorbreken van een familiaire zwijgcultuur.

    Kim de L’Horizon (1992) is (toneel)schrijver en -acteur. Die werd geboren in Ostermundigen (Bern) en studeerde Duits, Film- en Theaterstudies aan de universiteiten van Bern en Zurich en Literair Schrijven aan het Zwitserse Literaire Instituut in Bern. Die is redacteur van literair tijdschrift Delirium, speelde in meerdere toneelstukken en was in 2021 en 2022 residentschrijver bij het Bern Theater. Naast de prijzen voor hun debuutroman, die L’Horizon in een periode van tien jaar schreef, won die meerdere prijzen, waaronder prijzen voor poëzie en voor een korte film.

    Bloedboek
    Auteur: Kim de L’Horizon
    Uitgeverij: De Geus

    Monique ontsnapt


    ‘Ze belde me halverwege de avond. Ze huilde. Ik was achtentwintig jaar toen ze belde en het was pas de derde, misschien de vierde keer sinds mijn geboorte dat ik haar hoorde huilen.’ Zo begint Monique ontsnapt van Édouard Louis. Het is zijn moeder die belt, hijzelf is in Griekenland. De man met wie ze samenwoont is dronken en agressief, hij scheldt en tiert. Helaas geen nieuwe ontwikkeling, ze heeft het geweld van haar partner lang verborgen gehouden voor haar zoon. Alleen gaat dat niet langer, ze heeft zijn hulp nodig, ook omdat ze jaren eerder zijn vader is ontvlucht vanwege huiselijk geweld. Het is echt het verhaal van zijn moeder dat Louis vertelt, een vrouw die vastzit in een wrede en onrechtvaardige wereld.

    Édouard Louis (1992) is een Franse schrijver en socioloog. Hij werd geboren in Hallencourt in Noord-Frankrijk en groeide daar op in een arm gezin dat, nadat zijn vader ernstig gewond raakte tijdens zijn werk als fabrieksarbeider, afhankelijk is van overheidssteun. Zijn moeder vond af en toe werk in de ouderenzorg. Hij is de eerste in zijn familie die naar de universiteit ging. Louis schrijft autobiografisch. Zijn boeken gaan over thema’s als armoede, racisme, alcoholisme en homoseksualiteit.

    Monique ontsnapt

    Auteur: Édouard Louis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het passeren van onmeetbare ruimten


    In haar eerste essaybundel, Het passeren van onmeetbare ruimten, onderzoekt Hester van Gent in vijftien essays de ruimte om ons heen. Ze werpt een onalledaagse blik op alledaagse dingen en laat zich meeslepen door visioenen, waardoor ons beeld van de werkelijkheid kantelt. Ook gaat ze op zoek naar het verborgene, naar onbekend terrein. Op zoek naar avonturen dus, naar kinderen die hun stad verkennen. Het boek is voorzien van afbeeldingen die zich op verschillende manieren tot de tekst verhouden. Verrassend bijvoorbeeld, of verhelderend.

    Hester van Gent (1971) is schrijver van journalistieke stukken en essays. Ook schrijft ze recensies over stedenbouw, architectuur en kunst. Ze werkt als stedenbouwkundige en studeerde Stedenbouw aan de Technische Universiteit Delft. Aan de Hogeschool Utrecht rondde ze de postacademische opleiding Wetenschapsjournalistiek af en ze volgde de masterclass Architectuurkritiek die werd georganiseerd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Vlaams Architectuur Instituut. 

    Het passeren van onmeetbare ruimten

    Auteur: Hester van Gent
    Uitgeverij: In de Knipscheer
  • Achterkant van de geschiedenis

    Achterkant van de geschiedenis

    Er moest iets vastgelegd worden, iets voor later. Momenten van ontwapening. Dat is wat een kind is, ontwapenend. En lerend, elke dag. Ouders leggen die ontwikkeling vast. Met foto’s, door in schriftjes bij te houden wat ze zeggen, hoe ze zich verhouden tot de ander, zelfstandig zijn. Zelf deed ik dat ook. Op zeker moment krijgen zij die schriftjes in handen, de foto’s te zien. Dat is ook wat je wilt, dat ze lezen hoe ze waren, of beter: hoe ze gezien werden. 

    Felix Oestreicher legde van 1937 tot 1943 de bevindingen van zijn drie dochtertjes vast in brieven aan familie. ‘Beate is een klein diplomaatje. Eerst ruilt ze met mooie praatjes haar step voor een vlaggetje van Helli. Vervolgens biedt ze Maria hetzelfde speelgoed aan voor een tweede vlaggetje en geeft ze Helli een of ander oud emmertje. Na hooguit vijf minuten wil ze de step weer terug. De vlaggetjes heeft ze ondertussen weer teruggegeven.’ Zo eindigt een brief die Oestreicher op Pinksterzondag, 5 juni 1938 schreef. Ze verblijven dan in Bergen aan Zee, gevlucht voor de verordeningen van de nationalistische partij tegen Joden in april van dat jaar. Ze komen vanuit Karlsbad, Tsjechië. Ze zullen nog vijf maal verhuizen, de laatste keer naar Amsterdam. 

    Niets over dreigingen of Jodenvervolging is terug te vinden in die brieven. Al is er een vermoeden van spanningen wanneer een van de meisjes ‘lange huilbuien’ heeft, of een ander ‘heel aanhalig is en kruipt van tijd tot tijd tegen me aan’. Of in zijn laatste brief, van 25 oktober 1943, waarin een afwachten van dingen die komen gaan doorklinkt:
    ‘De tijd verstrijkt met niets. ‘s Ochtends houd ik spreekuur – of wat er althans nog van over is – en geef ik de kinderen les. Afwassen is tijdverdrijf. Daar moeten de meisjes om en om steeds een week mee helpen. Met veel plezier schrobben ze de pannen schoon. Na een middagslaapje is er altijd wel een boodschap te doen met of zonder kinderen en dan is het alweer avond. Na het eten lees ik Gerda voor. Door de nachtdiensten ben ik vaker buitenshuis. Bridgen doen we bijna niet meer, eens in de vier weken.’ Einde brief.

    Op 1 november wordt hij met zijn vrouw Gerda Oestreicher-Laqueur, de kinderen en zijn inwonende moeder Clara naar de Hollandse Schouwburg gebracht. Waar Helly, een van de tweeling, op de ziekenafdeling terechtkomt. Vandaaruit wordt ze naar een onderduikadres in Gorssel gebracht. De rest van het gezin komt via Westerbork in concentratiekamp Bergen-Belsen terecht. Kort na de bevrijding overlijden Felix en Gerda aan tyfus. 

    Middels de nalatenschap van Lisbeth Birman-Oestreicher, zus van Felix, die de meisjes na de oorlog in huis heeft genomen, kwamen in 1989 de brieven in handen van Maria, inmiddels getrouwd met Joop Goudsblom. Een keuze uit die brieven staat in 3lingnieuws. In een brief, die Oestreicher zijn testament noemde en achterin het boek is opgenomen, heeft hij het over de ‘vreemde’ dromen die hij tijdens die jaren had. Dromen waarin het hele gezin zich van het leven beroofde. Of over zijn schoonvader, die hem in 1938 niet met geld wilde helpen om Europa te verlaten. Hoe hem dit stoorde, zich voorstellend, met groot relativerend vermogen, hoe ze misschien ‘wel in de Verenigde Staten terecht [waren] gekomen en nu al lang en breed fatsoenlijk omgekomen bij een auto-ongeluk.’ Dat men hoe dan ook dood gaat, maar liever door een ongeluk dan deze vooropgezette volkerenmoord.   

    In een voorwoord geeft Helly Oestreicher, de enige nog levende van de ‘3lings’, de reden voor uitgave van deze brieven. ‘Dit 3lingnieuws is bedoeld voor mijn kleinkinderen, (…) en voor mijn onderduikzus Annie Hoetink-Braakhekke en haar kinderen en kleinkinderen; evenals voor al diegenen die het leven onder de stolp van de dagelijkse dreigende gevangenneming van drie volwassenen en drie zeer jonge kinderen willen meebeleven.’ 

    Berichten van een vader die met groot genoegen vader was, zeer betrokken bij de opvoeding van zijn kinderen. Genegenheid voor, en verwondering over hen spreekt uit al zijn brieven. Het zijn onderhoudende, vlot lezende brieven. Hoe de kinderen leren lezen, spelletjes spelen, ruzie maken, huilbuien hebben, gedrag van grote mensen kopiëren. Tegen het licht van de Jodenvervolging is het alsof je de achterkant van de geschiedenis leest. Dit prachtig vormgegeven boek, met foto’s gemaakt door de twintig jaar jongere zus van Felix Oestreicher, Maria Austria, is een document van grote waarde.



    3lingnieuws Brieven 1937-1943 / Felix Oestreicher / vertaling Elbert Besaris / 303 blz. / bij M10Boeken


    Inge Meijer is een pseudoniem. Altijd op zoek naar een goed verhaal.

  • Oogst week 6 – 2024

    De kant van Ada

    Binnen afzienbare tijd zal een veroordeelde verkrachter en moordenaar vrij komen. Hoofdpersoon en ik-verteller Ada Storkema piekert in De kant van Ada van Peter Middendorp over de dertien jaar die zijn verstreken voordat de dader, een jonge boer, werd opgepakt. Noodlottige jaren, want de veroordeelde moordenaar is haar man Tille en Ada vraagt zich af of zij mede schuldig is aan de misdaad, of ze deze had kunnen voorkomen.

    De kant van Ada is een vervolg op Jij bent van mij, dat in 2018 verscheen. Daarin maakt Tille Storkema op een nacht een fietstocht en ontmoet het zestienjarige meisje Rosalinde. Hij verkracht en vermoordt haar, de volgende ochtend wordt ze naakt in een weiland gevonden. Tille, totaal buiten verdenking, zwijgt, is gewoon boer en een vader voor zijn kinderen. Ondertussen wordt hij gekweld door herinneringen. Het dorp waarin de familie woont gelooft graag dat de dader uit het asielzoekerscentrum komt. Maar door een dna-onderzoek valt Tille na dertien jaar eindelijk door de mand.

    En nu krijgt Ada het woord. Voorzichtig vertelt ze hoe ze de voorbije jaren heeft beleefd. Bij Tille’s arrestatie besefte ze dat ze het ‘al die tijd had geweten’. Verteerd door schuldgevoel confronteert zij zichzelf keer op keer met de gruwelijke waarheid. ‘Als ik hem gegeven had wat hij wilde, als ik hem had gegeven wat hij nodig had…’ Hoe heeft ze verder geleefd, hoe moet het verder als Tille vrij is?

    Van het boek is ook een toneelvoorstelling gemaakt, momenteel in diverse theaters te zien.

     

    De kant van Ada
    Auteur: Peter Middendorp
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2024)

    3lingnieuws 1937-1943

    De Tsjechische en Joods arts Felix Oestreicher (1894-1945) voelt zich door de angstaanjagende politieke ontwikkelingen in april 1938 gedwongen om met vrouw en dochters Karlsbad (nu Karlovi Vary) te verlaten. Ze belanden aan de Nederlandse kust en later in Blaricum en Amsterdam. ‘3lingnieuws 1937-1943’ is een selectie van de brieven die hij schreef aan eveneens voor het fascisme gevluchte familieleden en vrienden.

    Afschriften van de brieven worden in 1989 na de val van de muur door Oestreichers dochters Beate, Maria en Helly gevonden, als ze na het overlijden van hun tante Lisbeth haar huis opruimen. Daar ontdekken ze een map met 196 brieven van hun vader. Een groot aantal daarvan bleken de ‘Drillingsberichte’, brieven die voornamelijk over hen gaan.

    Geboeid en liefdevol beschrijft Oestreicher de ontwikkeling van zijn drie dochters, die nooit van de brieven hadden gehoord. Ze wisten wel dat hun vader schreef, want hij hield een oorlogsdagboek bij in Westerbork en Bergen-Belsen. Dat heeft hij vlak voor zijn dood aan Beate overhandigd en zij gaf het aan Maria, historica. Maar de Drillingsberichte waren een verrassing voor hen. Het eerste 3lingnieuws is van 19 april 1937, het laatste van 25 oktober 1943. Het boek bevat een selectie van 74 brieven uit de map.

     

    3lingnieuws 1937-1943
    Auteur: Felix Oestreicher
    Uitgeverij: M10Boeken

    Bloedzang

    Caro van Thuyne (1970) denkt dat de meeste boeken van schrijvers over hun moeder rouwboeken zijn. Haar Bloedzang is het in zekere zin ook. De moeder van de ik-figuur, het literaire alter ego van Van Thuyne, heeft een herseninfarct gehad en wordt in coma gehouden. Als ze eruit komt is ze gedeeltelijk verlamd en praten kan ze alleen in onbegrijpelijke woorden en zinnen. Voor Van Thuyne is het een nachtmerrie dat haar moeder de taal is verloren. Ze vormde een eenheid met haar moeder, maar dreef door het lezen van literatuur ook van haar vandaan.

    Terwijl ze weet dat woorden immer tekortschieten om een mens volledig recht te kunnen doen, wil ze in een boek haar moeder nabij brengen. De auteur heeft een grote verbeelding en in een zintuigelijke stijl zoekt zij een weg om de moeder-dochterrelatie te beschrijven. Met haar kenmerkende animistische wereldbeeld haalt ze herinneringen op, vertelt anekdotes, kijkt naar foto’s en in spiegels, haalt er sprookjes, mythes en scheppingsverhalen bij. Ze gaat door onmacht, pijn, angst, leven, dood en ziekte.

    De moeder is haar taal verloren, maar Van Thuyne denkt aan het West-Vlaams dialect en schrijft: ‘Maar weet je, m’màtje, dat mijn taal een wildgroei is van de jouwe, dat mijn verbeelding van jouw tong is gerold. (…) Jouw taal is als bloedzang door mijn kinderlijf gegaan’. Met haar eigen bezielde taal bevrijdt ze in Bloedzang haar moeder en daarmee zichzelf.

     

    Bloedzang
    Auteur: Caro van Thuyne
    Uitgeverij: Koppernik (2023)
  • Oogst week 17 – 2019

    Het beroep van mijn vader

    Deze week uit elk boek een klein citaat. Te beginnen bij Het beroep van mijn vader, de nieuwe roman van de Franse journalist en schrijver Sorj Chalandon (Tunis, 1952).

    Hij begint als volgt:

    ‘Zaterdag 23 april 2011

    We waren maar met z’n tweeën, mijn moeder en ik. Toen het karretje met daarop de doodskist van mijn vader werd binnengereden, moest ik aan een serveerwagentje in een restaurant denken. De lijkdragers waren met zijn drieën. Vale gezichten, zwarte jassen, slecht geknoopte dassen, te korte broeken, witte sokken en slappe schoenen. Ze hadden niets plechtigs of ernstigs, wisten met hun blik en hun handen geen raad. Ik verjoeg een glimlach. Mijn vader zou worden afgevoerd door uitsmijters van een nachtclub.’

    Chalandon had geen gemakkelijke vader. In Het beroep van mijn vader, zijn meest autobiografische roman, stelt hij de vraag hoe je je als kind het beste kunt wapenen tegen de uitbarstingen van een paranoïde vader.
    Hij schreef het na de dood van zijn vader.

    Het beroep van mijn vader
    Auteur: Sorj Chalandon
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De kamer waar alle verhalen beginnen

    De kamer waar alle verhalen beginnen van Wouter Godijn (1955) gaat over een redacteur van thrillers, fantasy en sciencefiction die zo door zijn werk in beslag is genomen dat hij ervan droomt. Opvallend is dat hij droomt in de stijl van die genres, en de inhoud van de dromen is te herleiden tot de trauma’s die hij opliep in zijn eigen jeugd.

    Het boek begint als volgt:

    ‘De redacteur was zich aan het uitkleden. Zijn pantalon, als hij hem aanhad een nogal intimiderend kledingstuk, glanzend blauw als de avondhemel vlak voor het écht donker wordt, lag al in een enigszins ambivalente houding, een kruising tussen een prop en netjes opgevouwen, op een parmantig stoeltje niet ver van zijn bed. Hij stond voor een smalle, langgerekte spiegel, waar hij niet in keek en tegelijk wel, en knoopte zijn wit-lichtblauw gestreepte overhemd dat nu een beetje op een jurkje leek open, werktuiglijk speurend naar urinevlekken op het onderste deel (sinds de operatie was het risico daarop groter geworden) en andersoortige ongerechtigheden- hoewel hij de volgende dag sowieso een schoon overhemd zou dragen. Beroepshalve diende hij frisheid en reinheid uit te stralen.’

    De uitgeverij omschrijft De kamer waar alle verhalen beginnen als een ontroerend verhaal over waarschijnlijk de laatste nacht uit het leven van een man die zich heeft geprobeerd te verzoenen met iets wat dat leven heeft verruïneerd, en noemt het spannend, humoristisch en de verbeelding overstijgend.

     

    De kamer waar alle verhalen beginnen
    Auteur: Wouter Godijn
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Afhankelijkheidsverklaring

    De proloog van Afhankelijkheidsverklaring van theatermaakster Rebekka de Wit begint als volgt:

    ‘Het schijnt dat Aboriginals een absoluut gevoel voor richting hebben. Als ergens aan de linkerkant van een Aboriginal een gigantische rots staat te blinken in het zonlicht, zal hij die rots lokaliseren aan de hand van de windrichtingen. “Opmerkelijk”, zal hij mompelen. “Een blinkende rots in het noordoosten” Of er loopt een mierenkolonie voorbij, terwijl twee Aboriginals wat ditjes en datjes uitwisselen. Een van hen zou dan kunnen zeggen: “Kijk! Een Australische mierenoptocht, ongeveer tien centimeter ten zuiden van je enkel!”’

    Afhankelijkheidsverklaring is min of meer een logisch vervolg op haar debuut uit 2015 We komen nog één wonder tekort waarin De Wit schreef:

    ‘Ik zou een Declaration of Dependence willen schrijven, omdat dat veel minder bezijden de waarheid klinkt en troostender is dan de gebalde vuist, en independence me vrijwel uitsluitend doet denken aan het alleen zijn, wat er sowieso is.’

    En nu is die afhankelijkheidsverklaring er dus. Volgens Atlas Contact is het een bundel met bespiegelingen, verhalen en essays over het meest vanzelfsprekende. Rebekka de Wit probeert als een antropoloog te doorgronden waarom iedereen van zijn doodsangsten uitdagingen probeert te maken, waarom afhankelijkheid als falen wordt gezien en waarom mensen die graag te boek staan als ‘no nonsense’ doorgaans veel nonsens uitkramen.

     

     

     

    Afhankelijkheidsverklaring
    Auteur: Rebekka de Wit
    Uitgeverij: Atlas Contact (2019)

    QualityLand

    ‘Come to where the quality is! Come to QualityLand!’

    Zo begint de inleiding van het bij uitgeverij De Harmonie verschenen boek QualityLand.

    Het gaat verder:

    ‘Je gaat dus voor het eerst van je leven op reis naar QualityLand. Voel je de spanning stijgen? Nou? Volkomen terecht! Want nog even en je zet voet in het land dat zo belangrijk is dat de stichting ervan een nieuwe jaartelling inluidde: QualityTime

    Na de zoveelste crisis in korte tijd onderneemt de regering actie: ‘Meegesleurd in de blinde paniek van de markten vroeg de regering de bedrijfsadviseurs van Big Business Consulting (BBC) om hulp, en zij besloten dat het land vooral een nieuwe naam nodig had. […]

    De bedrijfsadviseurs gaven de creatieve geesten van WereldWijdeWarenhuis (WWW) niet alleen de opdracht om met een nieuwe naam voor het land te komen maar meteen ook een nieuw imago, nieuwe helden, een nieuwe cultuur, kortom: een nieuwe Country Identity.’

    In QualtiyLand vertelt QualityPartner je wie het beste bij je past en zelfrijdende auto’s weten precies waar je naartoe wilt. Werk, vrije tijd en relaties, alles wordt door algoritmes bepaald.

    De Duitse auteur Marc-Uwe Kling is kleinkunstenaar en poetryslammer. Hij was zeer succesvol met zijn debuut De kangoeroekronieken.Daarvan werden in Duitsland een half miljoen exemplaren verkocht. Ook werden de filmrechten verkocht.

    QualityLand
    Auteur: Marc-Uwe Kling
    Uitgeverij: Uitgeverij De Harmonie (2019)