• Mussolini greep macht via hypnotische toverij

    Mussolini greep macht via hypnotische toverij

    Het is 1919, de Eerste Wereldoorlog is net afgelopen. Italië speelde daarin een complexe rol. Het vormde aanvankelijk een alliantie met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, maar koos in 1915 de kant van de gealliëerden. Het land zou dus uiteindelijk gerekend kunnen worden tot de overwinnaars, maar dat werd door de Italianen niet zo gevoeld. Er waren honderdduizenden op een gruwelijke manier gesneuveld in de gevechten in de Alpen en nog meer keerden verminkt terug zonder dat Italië er iets mee was opgeschoten. Daar kwam bij dat Fiume (het huidige Rijeka) dat een overwegend Italiaanse bevolking had bij het Verdrag van Parijs niet aan Italië werd toegewezen, maar aan Joegoslavië. Voor de strijders uit de oorlog voelde het niet minder dan een vernedering, een gevoel dat een uitweg zocht waarop het fascisme kon opbloeien. Op dat punt begint de omvangrijke roman M. De zoon van de eeuw van Antonio Scurati.

    De zoon van de eeuw is inderdaad een roman. Toch benadrukt Scurati in interviews dat gebeurtenissen en zelfs dialogen niet verzonnen zijn. Scurati’s interpretaties en weergave van de dynamiek ervan zijn natuurlijk wel zijn dichterlijke invullingen. Dat de roman zich beweegt op die grens van feit en fictie is herkenbaar in de structuur van het boek. Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld. De hoofdstukken hebben steeds een datum (als de macht eenmaal is gegrepen worden dat teksttitels) en ze worden steeds afgewisseld met letterlijke teksten in afwijkend lettertype uit brieven, verklaringen, redevoeringen, krantenberichten, dagboeken enzovoort, die door Scurati zijn geraadpleegd. Scurati verplaatste zich vijf jaar lang onafgebroken in het hoofd van Mussolini (de fascistenleider en de M uit de titel) en in de sfeer van de tijd. Zozeer dat hij zich na de voltooiing van deze roman, de eerste van wat een trilogie moet worden, zo labiel voelde dat hij de hulp van artsen nodig had om weer zijn evenwicht te vinden in zijn eigen dagelijkse bestaan. Dit eerste deel bestrijkt de periode van 1919, het jaar van de oprichting van de fascistische beweging, tot en met 1924, als Mussolini al enkele jaren premier is en zich ontpopt tot dictator.

    Metaforen

    Het is fascinerend en angstaanjagend om te zien hoe een aanvankelijk onbetekende beweging in zes jaar kon uitgroeien tot een dictatoriale macht. Angstaanjagend omdat je als lezer voortdurend parallellen voelt met bepaalde vormen van opkomend populisme in onze dagen.

    Als Mussolini in 1919 zijn Fasci di Combattimento opricht, een beweging van knokploegen die wordt gevormd door verbitterde oorlogsveteranen, stelt die nauwelijks iets voor. Bij de eerste verkiezingen in november 1919 behaalt ze als partij niet één zetel. Maar het land is een politieke warboel van fascisten, die het gepraat zat zijn en liever knuppelend rondgaan, socialisten, die proberen de Russische revolutie van 1917 naar Italië over te planten, anarchisten, communisten, liberalen, katholieken en radicalen.
    Mussolini is de formele leider van de Fasci, maar de schrijver Gabriele d’Annunzio, ‘Il Commandante’, doet in de eerste jaren het meest van zich spreken. Waar Mussolini afwachtend is, maar gespitst op situaties die hij kan gebruiken, gaat d’Annunzio de straat op. Hij weet de lagere bevolking op te zwepen tegen de lijdzaamheid van de elite. Hij is als literator ook de man van de metaforen: ‘de verminkte overwinning’ voor de afloop van de oorlog, Fiume als ‘de stad van het offer’ en later, als d’Annunzio deze stad eigenhandig met zijn mannen annexeert, ‘de wraakgodin’.
    Scurati kleurt de twee mannen bloemrijk in: hun houding, hun kleding, hun onbeschoftheid en bovenal hun rauwe taal, zoals ‘pisglazen van vlees’ voor de vrouwen op wie ze naar willekeur hun lusten botvieren.

    Passie

    Op de eerste landelijke vergadering van de fascisten komen amper honderd man af die niettemin het ‘Leve onze Duce! Voor Benito Mussolini eja, eja, eja, alalà’ inzetten als geloof in de toekomst. In de vele bijeenkomsten die volgen ontspint zich een richtingenstrijd. Moeten we de politieke orde van binnenuit om zeep helpen of willen we een buitenparlementaire beweging zijn? Dat pleit wordt door de sluw laverende Duce beslecht. Het wordt moeizaam de parlementaire route, maar de fascistische knokploegen blijven moordend door de straten trekken zonder dat Mussolini ze een strobreed in de weg legt.

    Wie zijn hun aanhangers? ‘De nieuwe fascisten zijn allemaal mensen die tot gisteren beefden van angst voor de socialistische revolutie, mensen die leefden op angst, angst aten, angst dronken, met angst naar bed gingen (…) Nu wordt op de bedelaarsbeurs het zware metaal van de benauwdheid ingewisseld voor de gewaardeerde valuta van dodelijke haat’, schrijft Scurati in de gedachtegang van zijn protagonist. En even later: ‘Het fascisme is geen kerk, het is een sportschool, het is geen partij, het is een beweging, het is geen programma, het is een passie. Het is de nieuwe kracht’.

    Dubbele gedachte

    Mussolini krijgt het uiteindelijk voor elkaar om als partij aan nieuwe verkiezingen mee te doen. Met succes. De fascisten zijn in 1921 verhoudingsgewijs de grote winnaars. Maar ook de Duce heeft geen programma. Hij is een sluwe tacticus die zijn kansen ruikt en ze waar mogelijk bewust zelf schept. Hij creëert wanorde om te laten zien dat hij de enige is die de chaos die hij zelf oproept kan beteugelen. Met de ene hand ontketent hij het geweld van zijn knokploegen en met de andere toomt hij ze in. Scurati: ‘Er komt een hypnotische toverij bij kijken waardoor je iets kunt doen en ontdoen, iets beweren en het tegendeel ervan, je bewust overtuigen van de waarachtigheid van iets en onbewust weten dat het onwaar is, vooral moet je kunnen vergeten en vergeten dat je hebt vergeten. Er is kortom een dubbele gedachte nodig. Zo blijf je altijd op het rechte spoor.’
    Het is de beangstigende parallel die veel lezers bij dit soort zinnen zullen herkennen met in onze tijd de populisten en dictators die verwarring zaaien, chaos scheppen en feiten voorstellen als niet meer dan verwerpelijke meningen. En de daarop volgende dringende vraag hoe deze ontwikkelingen te keren.

    Wachten als strategie

    Niemand blijkt bij machte Mussolini tegen te houden. De situatie in het land werkt er niet aan mee. Italië verkeert in 1922 in de tot dan toe langste parlementaire crisis. Niemand gelooft nog dat het geweld van het fascisme als politievraagstuk is op te lossen en er gaan stemmen op om de aanhangers juist regeringsverantwoordelijkheid te geven. Ook dat weet Mussolini uit te buiten. Hij wordt inderdaad premier. Zelfs als hij dreigt politiek te worden afgestraft voor de moord op de socialist Giacomo Matteotti in 1924 (Mussolini zou die hebben uitgelokt), weet hij zich daar uit te manoeuvreren en zijn macht te versterken tot een dictatorschap. Zijn macht berust op willekeur, geraffineerd opportunisme (‘Mussolini’s strategie is altijd dezelfde: wacht, wacht en wacht…’) en wellust. Dat laatste verbeeldt Scurati prachtig als de Duce, die zich graag voortbeweegt in sportauto’s en in een door hem zelf bestuurd vliegtuig, in de zomer van 1922 als zijn succes nog moet komen, vanuit de hoogte het land overziet: ‘Italië is echt een fantastisch land: in achtenveertig uur knuppelen is bereikt wat in een eeuw van strijd niet is gelukt: de socialisten zijn gebroken. Kijk daar die mensen beneden, die kranten, die socialistische organisaties die zich tot gisteren vertakten over de vlakten, de kusten, de bergruggen van dit geweldige land. Kijk ze nu toch… niet één gebaar, niet één kreet, ze durven niet eens adem te halen.’

    Beklemmend

    Het is verleidelijk om als één van de tekortkomingen van de roman te zien dat we zo weing lezen over hoe de gevestigde orde denkt over de aanpak van het fascisme. Evenmin komen we iets te weten over de aanhang van Mussolini onder het volk. Er worden alleen medestanders opgevoerd uit de directe coterie van de Duce en kopstukken van andere partijen. Toch is dat misschien een onterecht verwijt. We zien immers alles vanuit de optiek van Mussolini zelf. Hij luisterde niet naar argumenten en zorgen van zijn tegenstanders en het gewone volk interesseerde hem waarschijnlijk alleen voorzover hij er gebruik van kon maken. Het past daarom in het uitgangspunt van Scurati die schrijft vanuit het hoofd van de protagonist.

    In een ander opzicht vraagt de roman veel concentratie van de lezer en een lange adem. Die wordt overstelpt met namen van fascisten en andere politici, gekrakeel binnen allerlei stedelijke afdelingen van de beweging en gevechten over uiteenlopende politieke richtingen in het land. Scurati komt de lezer deels tegemoet door achterin twaalf pagina’s op te nemen met biografietjes van de belangrijkste personages. Een verdere tegemoetkoming aan de lezer zou hebben kunnen zijn om daaraan paginaverwijzingen toe te voegen.

    Wie zich echter door het oerwoud van namen laat afschrikken laat zich veel ontnemen. M. De zoon van de eeuw ontvouwt niet alleen een beklemmende geschiedenis maar doet dat ook nog eens begeesterd, beeldrijk en in smeuïg proza. Hulde ook aan de vertaler Jan van der Haar die dit alles in soepel Nederlands heeft omgezet.

     

  • Zomerlezen – Herlezen

    Oorlogsenthousiasme

    Als ik drie boeken als tip voor de vakantie moet noemen denk ik het eerst aan Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Maar dat las iedereen natuurlijk al. Naast de hoofdthema’s migratie (van toeristen en vluchtelingen) en de identiteit van Europa zitten er ook aardige grapjes in. Toch even één voorbeeld: Ilja heeft in de auto van de vrouw van de Nederlandse ambassadeur in Noord-Macedonië een gesprek over het belang van je geworteld kunnen voelen: ‘Met bloedstollende nonchalance haalde ze via de buitenbocht een tractor in die een kar met bieten trok. “Wortels zijn belangrijk”, zei ze’.
    Wie deze roman niet las heeft wat in te halen.

    Nee. Laat ik enkele oudere boeken noemen waarnaar ik regelmatig nog eens grijp.
    Allereerst twee tegenvoeters: Oorlogsenthousiasme van Ewoud Kieft en De duizelingwekkende jaren van Phillip Blom. Ze beschrijven beide de tijd vanaf ongeveer 1900 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, maar vanuit gezichtspunten die soms diametraal op elkaar lijken te staan. Kieft verhaalt bijzonder boeiend hoe allerlei bewegingen van kunstenaars en schrijvers oorlog verwelkomden als een revolutie waarin een vastgeroeste en verouderde wereld een wedergeboorte zou doormaken vol energie en levenslust. Daarnaast ontstond er een verheerlijking van het patriottisme. Een toenemend aantal mensen was bereid zich te offeren voor het vaderland.

    Oorlogsenthousiasme
    Auteur: Ewoud Kieft
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De duizelingwekkende jaren

    Dat zijn aspecten die in De duizelingwekkende jaren bijna niet voorkomen. Blom probeerde zich in te leven in de mensen in die vooroorlogse jaren, die nog geen enkele vermoeden hadden van wat wij weten over 1914 en daarna. Bij hem lezen we over optimisme in de vooruitgang in een wereld die steeds sneller werd (denk aan de opkomst van de auto en de consumptiemaatschappij). Een opwinding die echter gepaard ging met angst. Er was dan ook tevens een tendens om juist oude waarden te benadrukken.
    Met die paar zinnen doe ik de boeken geen recht, ook niet in relatie tot elkaar, maar het is erg boeiend om ze allebei te (her)lezen en te toetsen aan ons eigen beeld van het lange decennium vóór WO I.

    De duizelingwekkende jaren
    Auteur: Philipp Blom
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het leven een gebruiksaanwijzing

    Als er één schrijver is met wie ik een dag zou willen optrekken is het Georges Perec (1936-1982). Deze Franse schrijver gaf een bijzondere invulling aan het gezegde ‘In de beperking toont zich de meester’. Het bekendste voorbeeld is zijn roman’t Manco, geschreven zonder de letter E te gebruiken. Perecs Het leven een gebruiksaanwijzing is en grandioos boek gebouwd op vooraf bepaalde patronen. Plaats van handeling een appartementengebouw aan de rue Simon-Crabellier 11, van honderd ruimtes. Perec doorloopt die via de paardensprong uit het schaakspel, waarbij elk appartement één keer mag worden aangedaan. Zo spint hij een web van meer dan honderd verhalen die elkaar kruisen (de genre-aanduiding van het boek is ‘romans’). Hij stelde zich als taak dat in elk hoofdstuk een aantal zelfde elementen terugkeren (eten, drinken, een boek, muziek). De grote lijn wordt gevormd door een legpuzzel, annex schilderij. Het boek ontpopt zich net zo: als een legpuzzel vol woordspelletjes, intertekstuele grappen en raadselachtige gebeurtenissen. Bij tweede lezing zag ik dat er iets raars was met ‘de partituur van een beroemde Amerikaanse hit, Gertrude of Wyoming, van Arthur Stanley Jefferson’. Je leest er overheen, maar in alles zit een grap: het ‘lied’ is een gedicht van de Schot Thomas Campbell; het is nooit op muziek gezet, was nooit een hit en de genoemde componist was de echte naam van Stan Laurel. Op internet wemelt het van de sites waarop de structuur van het boek wordt beschreven en bediscussieerd en dit soort grappen worden ontrafeld.
    Het leven een gebruiksaanwijzing lezen gaat dan ook gepaard met veel gesnuffel op internet, resulterend in marges vol aantekeningen.

    Het leven een gebruiksaanwijzing
    Auteur: Georges Perec
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Oogst week 7

    Vissen voor de keizer

    Didier Decoin (1945) is een Franse (scenario)schrijver die in 1977 de Prix Goncourt won voor zijn boek John l’Enfer.
    Van hem is nu bij Meulenhof Vissen voor de keizer verschenen, waar hij twaalf jaar aan werkte en dat in Frankrijk ontvangen is als een meesterwerk.
    ‘Als de visser Katsuro verdrinkt besluit zijn jonge weduwe, de timide en delicate Miyuki, de lange en gevaarlijke reis in zijn plaats te maken. Ze trekt over ­bergen en door dalen, langs gebieden waar de grond trilt van de aardbevingen en ze ontmoet verschillende kleur­rijke figuren die haar van haar pad dreigen te brengen. Van vele kanten loert het gevaar en Miyuki heeft al haar vindingrijkheid nodig – en een zeker geluk – om de gewichtige taak van haar geliefde echtgenoot te volbrengen.’

    ‘Een prachtig geconstrueerde roman (…) sierlijkheid in overvloed, een festival van smaken en geuren, sensuele macht, poëtisch, episch en het komt veel dichterbij dan veel hedendaagse verhalen.’ L’Express

    Vissen voor de keizer
    Auteur: Didier Decoin
    Uitgeverij: J.M. Meulenhoff

    Kleihuid

    Kleihuid is het debuut van Herien Wensink (1977), theaterredacteur bij De Volkskrant.

    Kleihuid speelt zich af in Vlaanderen in 1918. Een Britse officier en een soldaat delen een kamer tijdens hun revalidatieproces. De een heeft fysiek zware verwondingen, met de ander is ogenschijnlijk niets mis maar hij verzet zich tegen zijn verblijf en weigert over zijn frontervaringen te praten. In eerste instantie wordt hun contact getekend door afkeer, maar gaandeweg ontstaat een wederzijdse fascinatie. In de confronterende nabijheid van de ander moeten ze zich leren verzoenen met de schade die de oorlog geestelijk en lichamelijk heeft aangericht.

    Op haar website heeft Wensink reeds verschenen krantenartikelen uit NRC en Volkskrant opgenomen, die de achtergrond schetsen bij het ontstaan van Kleihuid.
    Herien Wensink studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en Algemene Cultuurwetenschappen in Amsterdam en specialiseerde zich in literatuur uit de Eerste Wereldoorlog.

    Kleihuid
    Auteur: Herien Wensink
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Schaduwkust

    In Schaduwkust staan vier generaties Sijpkens centraal en toont schrijfster Ineke Noordhoff hoe zij als boeren de Waddenzee verdrijven en het kustlandschap naar hun hand zetten. De Westpolder, in 1875 aangelegd, staat model voor de inpolderingen langs de Groningse Waddenzee.

    In het voorwoord schrijft Ineke Noordhoff: ‘Wanneer ik naar de dijk ga om te genieten van de Waddenzee bekruipt me onderweg vaak een ongemakkelijk gevoel. Alsof ik daar niet hoor te zijn. Het landschap straalt in eerste instantie een afhoudendheid uit die ik herken van de mensen die er wonen: Groningers kunnen ook afwachtend en afstandelijk zijn. Veel kustboeren hebben eeuwenlang hun bezit uitgebreid door verder in zee dijken te bouwen en land aan te winnen. Dat heeft de bewoners van de streek in de tijd van mijn overgrootvader welvaart en vooruitgang gebracht. In onze tijd heeft de samenleving andere behoeften. Het aangewonnen land waar onze voorouders trots aan ontleenden, vormt nu een barrière: het scheidt de kustdorpen van de Waddenzee. Wie de kuststreek wil openen, moet geduld hebben.’

    […]

    Ik ontleen er – net als mijn overgrootvader destijds – groot plezier aan om in het slikkige kustland te zijn en er te speuren naar verhalen. Steeds weer stuit ik op de wisselwerking tussen mens en natuur. Toen ik Klaas Sijpkens ontmoette, besefte ik hoe hij voortbouwt op het leven van zijn voorouders terwijl het lijkt alsof hij alles anders doet. Zijn overgrootvader Sijpko was gericht op het bedijken van kwelderland terwijl Klaas nu zijn inkomen haalt uit natuurbeheer op de buitendijkse kwelders en het toerisme daaromheen. Beiden leven ze in het kustlandschap van hetgeen de zee brengt, maar hun leven is totaal anders.’

    Ineke Noordhoff is journalist en hoofdredacteur van tijdschrift Noorderbreedte.

     

     

     

     

     

    Schaduwkust
    Auteur: Ineke Noordhoff
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Kindsoldaat

    Van koninklijke bloede of niet, voor de beoordeling van het nieuwe boek van Oscar van den Boogaard, Kindsoldaat, telt alleen de inhoud. Het boek heeft tot nu toe vooral vanwege de vermeende verwantschap met Prins Bernard veel aandacht gekregen, maar inhoudelijk moet het zich nog bewijzen.

    Het boek heeft de ondertitel ‘De ontrafeling van een familiegeschiedenis’ gekregen en gaat over twee voorname Nederlandse families op de grens met Duitsland. Tegen de achtergrond van oorlogen en grote maatschappelijke veranderingen houden zij vast aan de oude wereldorde. Familiekasteel Metternich heeft een Limburgse en een Pruisische poort. Eind 19de eeuw wordt daar de tweeling Nol en Max geboren, die hun jeugd doorbrengen met het buurmeisje Nora. Wanneer aan het begin van de Eerste Wereldoorlog de achttienjarige broers het kasteel ieder door een andere poort verlaten, komen ze aan weerszijden van de geschiedenis terecht.
    De gevolgen van hun keuzes zullen het lot van de volgende generaties bepalen.

    Kindsoldaat
    Auteur: Oscar van den Boogaard
    Uitgeverij: De Bezige Bij