• Wilkerson Sexton vindt haar stem

    Wilkerson Sexton vindt haar stem

    Hoe is het om een donkergekleurde huid te hebben? In het kader van de racisme-, slavernij- en zwartepietendiscussie zeggen witte Nederlanders nogal eens dat het met de discriminatie van donkergekleurde mensen wel meevalt. Wat ze daarbij vergeten is dat zij die opvatting huldigen omdat ze er niets van merken.
    Bij het lezen van een roman als Een zekere vrijheid van de Amerikaanse Margaret Wilkerson Sexton bekruipt de witte lezer dan ook een zeker gevoel van vervreemding. Het boek laat zien hoe het leven van zwarte Amerikanen radicaal verschilt van dat van witte Amerikanen. Drie generaties van een familie in New Orleans trekken vanaf de jaren veertig tot in 2011 voorbij.

    Het verhaal begint met Evelyn, zus Ruby en ‘Broertje’. Hun vader is een gerespecteerd dokter in de zwarte gemeenschap en Evelyn en Ruby volgen achtenswaardige beroepsopleidingen. Evelyn raakt verliefd op Renard, die van lagere komaf is en wegens geldgebrek moest stoppen met zijn medicijnenstudie. Aanvankelijk is haar vader dan ook tegen het huwelijk, maar later draait hij bij en steunt hen zelfs met geld. ‘Daarom heb ik ook zo hard gewerkt, zodat mijn dochter het zo goed zou hebben als voor een zwarte vrouw maar mogelijk is, en jij kunt ook wel een ruggensteuntje gebruiken, lijkt me, misschien dat je je opleiding kunt afmaken.’ Evelyn is dan al zwanger en ervan overtuigd dat haar ongeboren dochter later dokter zal worden. ‘Wellicht waren er tegen die tijd al andere vrouwelijke artsen, misschien zelfs wel zwarte.’

    Problemen en obstakels

    Gaandeweg het verhaal komt er heel wat ongemakkelijks aan bod, zoals wanneer het over Evelyns dochter Jackie en Jackie’s zoon T.C. gaat. Jackie woont met echtgenoot Terry in een aardige buurt, maar moet later verhuizen naar een probleemwijk als Terry zijn baan als apotheker kwijtraakt en zijn toevlucht neemt tot drugs. Hij verdwijnt een paar keer uit haar leven en zij blijft achter met baby T.C., depressief en met uitzicht op patrouillerende politie die regelmatig zwarte jongetjes oppakt, schuldig of niet. T.C., aanvankelijk succesvol, vergaat het niet beter dan zijn ouders. Door een gebroken knieschijf en de orkaan Katrina belandt hij op een dieptepunt waar hij niet meer vandaan komt. De overheid vergoedt te weinig voor herstel en wederopbouw van zwarte wijken. T.C. is net als zijn vader in wezen een goed mens, maar niet opgewassen tegen de problemen en obstakels die zijn zwarte leven teisteren.

    Dromen van een respectabel leven

    Tegenover de heersende witten vormen de personages uit Een zekere vrijheid een groep die zich voortdurend bewust is van het anders-zijn, de achterstand en de mindere kansen, kortom van discriminatie en racisme. T.C. bezwijkt net als zijn vader voor het drugswereldje – voor zwarte jongeren vaak de enige manier om aan geld te komen – en belandt behalve in een uitzichtloze werkelijkheid in de gevangenis. Daar droomt hij van het respectabele leven dat hij na de straf zal gaan leiden om zijn inmiddels geboren zoon tot voorbeeld te kunnen dienen. Zijn tante Sybil, de zus van zijn moeder, is advocaat en had hem al ooit aan een baantje geholpen. Wie weet is zij, ondanks dat hij toen verpestte, wel weer bereid hem te helpen.

    De Fransen waren aardig

    De auteur springt tijdens het vertellen heen en weer in de tijd, wat de spanning ten goede komt. Die ontstaat ook door het op vrijwel iedere pagina aanwezige racisme, soms subtiel, vaak onverbloemd. Tegen het einde, als de verhalen van Evelyns dochters en kleinzoon zijn gepasseerd, maakt Wilkerson Sexton nog eens goed duidelijk hoe zwarte mensen werden (en worden) gediscrimineerd als ze Renard laat vertellen over zijn ervaringen in het Amerikaanse leger waarmee hij in de Tweede Wereldoorlog naar Europa werd gestuurd: ‘We waren gelegerd in een klein stadje in de buurt van Parijs. Naast ons lag een witte eenheid waarvan er zo nu en dan eentje kwam buurten. Dan riepen ze “nikker” en zo […] In het begin was het nauwelijks anders dan hier. De witten kregen hun eten op een bord, wij op een stuk blik. Wij kregen één prak, maar de witten mochten zo vaak nemen als ze wilden […] woonden in kamers met een gepolitoerde vloer en hadden een wasmachine, wij moesten het doen met betonnen vloeren en potkachteltjes. […] Op een avond was er ergens een feestje en wij maakten aanstalten ernaartoe te gaan. De Fransen hadden ons namelijk uitgenodigd om hun dankbaarheid aan ons zwarte militairen te tonen.’
    De commandant verbiedt de zwarte militairen erheen te gaan, sommige doen het toch en er ontstaan vechtpartijen. Renard vertelt verder: ‘De Fransen waren zo aardig, zo hartelijk. Als je met hen praatte, vergat je dat je zwart was, maar die andere Amerikaanse soldaten beukten op ons in alsof ze ons dood wilden slaan.’

    Grappig slang

    Het begin van het boek is enigszins onevenwichtig en binnen de hoofdstukken klopt het tijdsverloop zo nu en dan niet. Wat opvalt is een tussen de zussen Evelyn en Ruby (en later ook Jackie en Sybil) uit het niets opdoemende animositeit die verder lijkt te gaan dan een onschuldige wedijver. Dat wekt bevreemding omdat de zussen elkaar als het erop aankomt steunen. Wellicht staat de auteur in dit eerste boek nog niet helemaal boven haar personages. Wat ze wel in de hand heeft zijn de treffende situatiebeschrijvingen waarmee ze vooral witte lezers een onloochenbaar beeld geeft van het leven in een zwarte Amerikaanse gemeenschap. Het maakt de sympathie voor de VS er niet groter op.

    Hulde verdienen de vertalers Harm Damsma en Niek Miedema met hun woordkeuzes en de zinsbouw voor het taalgebruik van T.C. en zijn vrienden dat, behalve dat het slang is, ook grappig klinkt. De jongens spreken over en met elkaar als ‘nigga’ en ‘bro’, wat nog te begrijpen is, maar bij woorden als ‘mofo’ ‘bruya’ ‘no spang’ ‘ki welloe’ ‘jilla’ en ‘sjap’ voelt de niet-ingewijde zich een bewoner van een andere planeet.

    Eindelijk schrijfster

    Margaret Wilkerson Sexton studeerde rechten en creatief schrijven en werkte op een advocatenkantoor. Op publishersweekly.com beschrijft ze hoe zij na een worsteling van jaren, waarin ze aan een boek schreef dat steeds maar niet tot publicatie en tevredenheid van proeflezers leidde, eindelijk de schrijfster werd die ze wilde zijn. ‘Ik kon mijn eigen stem niet vinden,’ vertelt de voormalige advocate, altijd al vastbesloten om van het schrijven haar werk te maken. De kans deed zich voor en ze greep hem, toen ze samen met andere partners van het advocatenkantoor het aanbod tot uitkoop kreeg. Sindsdien schreef ze vele uren per dag, maar, meldt ze, ‘er ontstond een gevoel van paniek in mijn werk, een wanhopige behoefte om iets te bewijzen op elke koortsachtig geschreven pagina’. Een meelezer merkte op dat het leek alsof hij ‘iets las van een heel goede verhalenverteller die geen verhaal vertelde.’ Onder begeleiding van een docent literatuur begon Wilkerson Sexton aan een andere vertelling. Zo ontstond Een zekere vrijheid. In november van dit jaar verschijnt in de VS haar nieuwe boek The Revisioners.

     

  • Oogst week 14

    Asja en de astrologe

    Deze week in de oogst drie vertaalde romans en wel vanuit het Bulgaars, Amerikaans en Russisch en reisverhalen van een Nederlandse auteur.

    De Bulgaarse journaliste en schrijfster Ina Vălčanova, won met haar derde roman Asja en de Astrologe in 2017 de EU-Literatuurprijs. Een boek in twee (geestige) monologen van twee vrouwen wier levens elkaar voor korte tijd kruisen. Asja is slordig en impulsief vrouw. Al joggend breekt ze zich het hoofd over hoe ze haar leven een andere wending kan geven. Dan krijgt ze een raadselachtig telefoontje van een collega.

    De tweede brouw, Radost is net gescheiden en woont weer in een flat in Sofia waar ze opgroeide. Ook zij gooit haar leven om. Ze mediteert, loopt hard, maakt haar eigen beautyproducten en verdiept zich in de astrologie. Met haar collega Asja, zo blijkt, heeft ze een speciale astrale band. Asja hangt iets boven het hoofd en Radost moet ingrijpen.

     

    Asja en de astrologe
    Auteur: Ina Valcanova
    Uitgeverij: De Geus

    De zwijguren

    In De zwijguren. Vijftien literaire reisverhalen en een zeeslag volgt E. de Haan de voetsporen van wereldberoemde schrijvers en dichters. Aan de hand van briefwisselingen, notities en dagboeken traceert hij hun leven en sterven. Door tijdelijk dezelfde paden te bewandelen haalt hij het verleden naar zich toe. De ene keer betreft het Samuel Beckett in Hamburg, waar hij het Duits leerde spreken, of John Keats in Winchester, mijmerend over zijn geliefde Fanny Brawne. Lord Byron maken we in Genua, Venetië en Navarino mee. Joseph Brodsky, Ezra Pound en Frederick Rolfe treffen we aan op een Italiaans eiland. Maar ook minder grote goden als Trakl, Klopstock en Choukri of vergeten talenten als Mohr, Waggerl en Blecher komen aan bod. De Zwijguren rakelt geschiedenissen op die anders ongehoord zouden blijven. Elk verhaal wordt voorafgegaan door een foto van een historische plek, gemaakt door de schrijver zelf en door Judith Heinsohn. 

    E. de Haan (1957) is het pseudoniem van Peter de Rijk, redacteur en docent Creatief schrijven. De Haan debuteerde in 1996 met de novelle Vonk en schreef later ook gedichten. Ik belde mijn muze (2003) was zijn debuutbundel. De tweede, Scheren zonder spiegel verscheen in 2011. Gedichten dan hem werden opgenomen in De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, door Ilja Leonard Pfeiffer samengesteld.

    De zwijguren
    Auteur: E. de Haan
    Uitgeverij: Knipscheer,

    Een zekere vrijheid

    Margaret Wilkerson Sexton is geboren in New Orleans waar ook haar debuutroman Een zekere vrijheid speelt. Ze studeerde Creative writing en Rechten.

    Een verhaal over drie generaties te beginnen in de jaren veertig in New Orleans met Evelyn, oudste dochter uit een welgestelde familie, gaat met de zoon van een conciërge – wiens dromen groter zijn dan zijn mogelijkheden – in zee. Ze krijgen een dochter, Jackie, die eenmaal volwassen de carrière van haar man ziet ontsporen door de economische crisis in de jaren tachtig tijdens de Reagan-jaren. Haar man raakt verslaafd en Jackie staat alleen voor de opvoeding van hun zoon T.C.
    In 2011 worstelt New Orleans met de nasleep van orkaan Katrina en T.C. wil een nieuwe start maken. Maar dat blijkt zelfs in de eenentwintigste eeuw niet eenvoudig voor een zwarte jongeman in het zuiden van Amerika.

    ‘This luminous and assured first novel shines an unflinching, compassionate light on three generations of a black family in New Orleans, emphasizing endurance more than damage.’ Zegt de  New York Times Book Review.

    Een zekere vrijheid
    Auteur: Margaret Wilkerson Sexton
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Voorbij het geheugen

    Dichteres en schrijfster Maria Stepanova is een belangrijk persoon binnen de literaire scene in Rusland. Voorbij het geheugen is een familiegeschiedenis, over haar joods-Russische familie die bestond uit artsen, architecten, bibliothecarissen, accountants en ingenieurs. In de twintigste eeuw, waarin jodenvervolging, onderdrukking en moord schering en inslag waren, bleef haar hele familie ongedeerd. Haar voorouders overleefden alle verschrikkingen van de twintigste eeuw. Dit verbaasde haar en deed haar zich afvragen: Wie of wat getuigt van mensen en dingen die verdwijnen? Zijn herinneringen aan het verleden wel te bewaren? Hoe slaan de grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw neer in het geheugen van de mensen van nu? Op welke manier moet Stepanova zichzelf verhouden tot de voorbije levens die ze bestudeert?

    Met Voorbij het geheugen schreef Maria Stepanova een bijzonder boek dat wel doet denken aan het werk van auteurs als Nabokov, Sebald en Sontag, maar vooral een zeer eigen stem heeft.

    Een mooie lijst met boeken waar we de komende week weer mee voort kunnen.

     

    Voorbij het geheugen
    Auteur: Maria Stepanova
    Uitgeverij: De Bezige Bij