• De zomerboeken van Lydia Fris

    De zomerboeken van Lydia Fris

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Lydia Fris kijkt ernaar uit in de zomer veel te lezen en noemt hier vijf titels die niet zullen ontbreken in haar vakantietas:

    Ik ben er niet – Lize Spit
    Ik ga leven – Lale Gül
    Een modern verlangen – Hanna Bervoets
    Het kattentheater – Mensje van Keulen, en
    Hoe ik talent voor het leven kreeg – Rodaan Al Galidi.

    Ten eerste Ik ben er niet van Lize Spit, waar ze al lang naar uitkijkt! Ze is nieuwsgierig naar de manier waarop Spit zo’n ingewikkelde ziekte als een psychose in een roman verwerkt. Het tweede boek is Ik ga leven van Lale Gül, omdat dit boek thema’s raakt die Lydia ook tijdens haar master exploreert: uitdrukking geven aan geloofsverlies in Nederlandse literatuur. Het derde boek is de (gesigneerde) verhalenbundel van Hanna Bervoets: Een modern verlangen. Afgelopen Boekenweek mocht ze een inspirerend gesprek met Bervoets voeren. Haar boeken hebben Lydia nog nooit teleurgesteld. Het vierde boek is Het kattentheater van Mensje van Keulen, die ze moet recenseren voor de krant en tot slot Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi, die al geruime tijd op haar lijstje stond en haar door vele vrienden is aangeraden.

     

    Lees hier meer van en over Lydia Fris.

  • Sciencef(r)iction

    Sciencef(r)iction

    De economische ratrace op aarde kent veel verliezers en weinig winnaars. De grootste winnaars van deze tijd, Jeff Bezos, Elon Musk en Richard Branson, tillen de ratrace naar een hoger niveau. Zij ontstijgen onze planeet voor een nieuwe krachtmeting: de ruimte koloniseren in hun geavanceerde ruimtemobiel. Marjolijn van Heemstra merkte in het NRC op dat de ruimte geen plek is om over te laten aan interplanetaire adel; er zouden regels moeten komen. Een eerste aanzet daartoe biedt Hanna Bervoets met Een modern verlangen. In deze veertien verhalen tellende bundel reserveert Bervoets er drie voor buitenaardse migratie. In groepen van vier dient de mens de onbewoonbaar geworden aarde te verlaten. Maar met wie wil je in zo’n pit reizen, gedurende veertien maanden? 

    Wraakgevoelens, voorkeursposities en frustratie: ze spelen een rol in de selectieprocedure. In dit drieluik komt Bervoets’ fascinatie voor ‘Expeditie Robinson’ het sterkst naar voren en tilt ze de term ‘passief-agressief’ naar een nieuwe dimensie. Abigail schrijft haar ex Betty, die boos is omdat ze niet door haar als reisgenoot is gekozen: ‘Waar het om gaat, Betty, is dat Cory iets heeft opgegeven om met mij en twee wildvreemden een pit te kunnen delen. Van jou, daarentegen, heb ik nog helemaal niets gehoord sinds de laatste persconferentie. (…) Of ben je vooral verdrietig omdat je deze kerst wat minder cadeautjes uit te pakken hebt?’ En Bervoets kan meer: ze tovert met perspectiefwisselingen en verwoordt op unieke wijze waarom vooruitgang het verlangen niet zozeer stilt, als wel verergert.

    Heeft het al likes?

    Bervoets’ tweede verhaal in de bundel, Een van ons, gaat over een online community voor cavia-eigenaren. De ergste veroordeling die een lid kan krijgen, luidt: ‘Ongeschikt om cavia’s te houden.’ Langzamerhand neemt de sociale druk in de community DDR-proporties aan. Vooral nieuwkomers, die natuurlijk fouten maken, krijgen bakken kritiek: sla is te vochtig en veroorzaakt waterige ontlasting, met aardbeitjes maak je je beestjes dood en zo’n gloednieuw dak boven het verblijf mag mooi zijn, het zou de cavia’s ook kunnen verstikken. Daarbij blijft het niet: ‘Happy Home Kruidenhooi is erg lekker, mijn dametjes willen niet meer zonder, schreef Arletta, maar Nico greep in: dat spul zit vol rotzooi, stukjes biet en zo, dat hebben cavia’s helemaal niet nodig, dat eten ze in het wild ook niet. De wilde cavia bestaat niet Nico – daar was Donja alweer.’ De vertelster houdt bij hoeveel hartjes, duimpjes en ‘sympathiek’-buttons de berichtjes oogsten. Zo ook die van Meryam.

    Meryams zoontje pakt cavia Fowler op en laat haar vallen, geschrokken van een grasmaaier. Terwijl zij ontroostbaar bij de dierenarts zit, speculeren de forumleden erop los: ‘Wat veel van ons wisten maar niet zeiden: dit beestje was ten dode opgeschreven. (…) nu konden we er, omwille van het beestje, niet meer omheen draaien: een cavia die niet kan lopen, rennen, vluchten of spelen, heeft geen leven. Je moet het beestje laten gaan, Meryam, dat is echt het beste nu, en de dagen daarna plaatsten we stickers onder het bericht, van kleine vlindertjes en bloemen, hartjes en beertjes, zo betoonden we ons medeleven.’ Meryam doet wat haar gezegd wordt. De community-leden zijn tevreden over hun cavialievendheid: ‘die avond zullen velen van ons hun beestje uit de kooi hebben getild om onze neus te begraven in de zachte vacht van het warmbloedige wezentje, ons voornemend dat we haar altíjd zo stevig zouden vasthouden, haar nooit, maar dan ook nooit zouden laten vallen.’

    Hysteria Lane

    In ‘Koffiebar met een Duitse naam’ staat de verdwijning van een Poolse baby in een rijke buurt centraal. Wie let op het tempo, gemak en de souplesse waarmee Bervoets langs de wijkbewoners rondom het Poolse gezin scheert, krijgt de indruk dat ze een drone-perspectief hanteert. Bovendien diept ze alle personages met slechts een paar zinnen uit en geeft ze hun een gezicht, waar ze – helaas – na driekwart bladzijde alweer afstand van neemt. Hier verlegt ze de focus van de neurotische Teddy naar haar buurtgenoot Ruben, een oud-cadet: ‘Ja, ze was getuige van misschien wel iets vreselijks en nu moet ze lief voor zichzelf zijn, nu moet ze het loslaten, ze hoeft niet altijd de problemen van anderen op haar schouders te dragen, klaar nu – ze hoort de agenten bij haar benedenbuurman aanbellen. Stipt op tijd, constateert Ruben. Zij zijn op tijd en hij is op tijd, zo heeft hij het graag.’ 

    Het maakt haar verhaal tot een stilistische parel die doet denken aan De Geruchten van Hugo Claus: een roman over de terugkerende Congo-veteraan Catrijsse, over wie heel Waregem roddelt, iedere bewoner in zijn of haar eigen kenmerkende stijl. Toch herhaalt Bervoets niet slechts het kunstje van de Vlaamse romancier, die een deugdzaam lijkend dorp laat bezwijken onder zijn eigen oorlogsverleden. Bervoets laat zien hoe ontzield de ooit zo mooie wijk is: ‘Kadirs Lunchroom had plaatsgemaakt voor een koffiebar met een Duitse naam, en waar ooit Café Raap zat keek hij nu door de ruit van een winkel die kandelaars maar ook heel dure truien verkocht. De nachtwinkel waar hij ooit snoep en later sigaretten haalde was er niet meer, wel ontdekte hij een wijnwinkel, zo stond het op het krijtbord buiten: De Wijnwinkel – en daarnaast nóg een koffiebar en daarnaast nog een…’ Gentrificatie voorziet wellicht in een behoefte aan vooruitgang, de vooruitgang is gewoon niet het antwoord op onze vragen.

    Verslaafd aan verlangen

    Toch is het te gemakkelijk om Bervoets’ thematiek te versimpelen tot ‘Vroeger was alles beter’. De titel, Een modern verlangen, zegt het eigenlijk al: hoe vergevorderd de technologische ontwikkelingen ook zullen zijn, de mens blijft verlangen naar wat hij niet heeft. Een verlangen is een zucht, een zucht is een verslaving. En van een verslaving kom je niet zomaar af. Of dat verlangen nu een genetisch perfect kind belichaamt, een hond die een aanrijding met een aandenderende intercity wél overleeft of een knopje met de tekst ‘anderen uitschakelen’, zodat je de hele wereld alleen voor jezelf hebt. 

    De techniek reikt in het futuristische verhaal ‘Dag 1851′ zelfs zo ver dat de diepste wens van mevrouw De Clou niet begrepen wordt. De oude vrouw in de rolstoel wordt volledig bestuurd door een zakelijke robot-Ik van ggz en zegt met haar lichaam op zee gericht: ‘Rijden.’ Ik start de kar: ‘De rit naar het terrein duurt één uur en vijftien minuten.’ ‘- Nee, niet omdraaien. Ik wil dóórrijden, rechtdoor rijden.’ Dan treedt ‘het protocol’ in werking, wordt de patiënte gemuilkorfd en dompelt de goedbedoelende robot haar nog dieper onder in haar misère. Met Een modern verlangen logenstraft Hanna Bervoets de maakbaarheid van het leven. Het verfrissende is: dit ligt niet per se aan het leven, maar aan de mensen die naar maakbaarheid smachten.

     

  • Mensen op zoek naar verbinding

    Mensen op zoek naar verbinding

    Mensen gaan relaties aan. Met zichzelf, anderen, dieren en voorwerpen. Soms zorgen deze relaties voor wringende situaties, onbegrip, ongemak en zelfreflectie. Wat zeggen die relaties nu eigenlijk over onszelf? Een modern verlangen is de nieuwe verhalenbundel van Hanna Bervoets. Een aantal van deze veertien verhalen uit de bundel verscheen in literaire tijdschriften en bijlages zoals Das Magazin, De Morgen en Vrij Nederland

    In Een modern verlangen worden menselijke verhoudingen en communicatie op verschillende manieren, in verschillende scenario’s onder de loep genomen. En dat doet Hanna Bervoets op een voortreffelijke manier met een altijd vernieuwende blik. 

    In deze bundel weet zij een groots verhaal te vertellen: dat van het menselijk verlangen naar contact. Dit verlangen beschrijft ze in verschillende settingen en tijden. Zo zijn er verhalen met een futuristische, maar niet ondenkbare inslag, maar ook gebeurtenissen ‘van vroeger’ met herkenbare situaties voor iedereen die vroeger bij buurmeisjes en -jongetjes ging spelen. 

    Verrassende perspectieven

    Soms speelt de auteur met het afwisselen van verschillende perspectieven. Zoals in Een koffiebar met een Duitse naam waarin het perspectief als een estafettestokje wordt doorgegeven en de alledaagse omstandigheden van de vertellers het raam vormen voor een bizar en duister verhaal. De verschillende blikken op dezelfde situatie zorgen ervoor dat de vaart erin blijft en dat de vertelling een prachtig einde kent waarbij alle puzzelstukjes in elkaar vallen. De lezer blijft vervolgens niet alleen achter met de spanning van het overkoepelende plot, maar heeft ook inzicht gekregen in de structuren van een buurtgemeenschap en in hoe de verschillende levens elkaar, plus de algehele situatie an sich beïnvloeden. 

    Emotionele scènes

    In het onderzoeken van de verschillende manieren waarop mensen met elkaar omgaan weet Bervoets niet alleen verrassende vormen van communicatie te gebruiken als leidraad voor het verhaal (zo wordt er in één verhaal uitsluitend via forum posts gecommuniceerd, of speelt de buurt-Whatsappgroep een grote rol), maar weet ze met de inhoud van deze communicatie precies de vinger op de zere plek te leggen. De emoties achter de woorden van de personages worden feilloos voelbaar dankzij de zorgvuldig opgezette scènes en slim uitgedachte dialogen. 

    Een kritiekpunt hierbij zou kunnen zijn dat de dialogen soms wat houterig, onnatuurlijk en te beladen aanvoelen. Dat is vooral het geval bij het verhaal Kerstmis in de ruimte III waarbij de personages op een dusdanig existentiële manier met elkaar praten dat je je afvraagt of ze van tevoren ingestudeerd hebben wat ze willen zeggen om extra gewicht aan hun woorden te geven. 

    Evenwichtige verhalen vullen elkaar aan

    Desalniettemin weegt dit kleine punt van kritiek niet op tegen het evenwicht tussen de drie verschillende delen van Kerstmis in de ruimte. De verhalen vullen elkaar aan in het gemeenschappelijke onderwerp van een ruimtereis maar zijn alle drie even verrassend. Ook hier geldt weer dat Bervoets kiest voor een bijzondere manier van vertellen. Zoals de briefvorm waarin Kerstmis in de ruimte I zich afspeelt of het verloop van tijd in Kerstmis in de ruimte III, dat van heden naar verleden verteld wordt waardoor men de personages steeds beter begrijpt. Dit verhaal leent zich er dan ook voor om twee keer gelezen te worden: een keer van voor tot achter zoals het bedoeld is en één keer van achteren naar voren zodat men de door Bervoets zorgvuldig opgebouwde band tussen de personages Anton en Frank nog meer waardeert. Hierdoor krijgen de verschillende aspecten van de vriendschap, die gebaseerd lijkt te zijn op het motto “door dik en dun”, nog meer impact.

    Sciencefiction in het alledaagse

    Een andere gemeenschappelijke deler in veel van deze verhalen is het futuristische of sciencefiction-achtige tintje. Zo deinst Bervoets er niet voor terug om veel voorkomende zaken en problemen als depressie, ziekte, rouw en verlies te plaatsen in een bevreemdende setting. Zoals in het verhaal De doos waarin een man zichzelf blootstelt aan gruwelijke pijn om zijn sombere gedachtes in een ander perspectief te kunnen plaatsen. Of zoals in het verhaal Dit is hoe vlierbessen ruiken waarbij de hoofdpersoon de ontmoeting met andere mensen naar believen aan en uit kan zetten. Deze vervreemdende elementen versterken de dingen die iedereen herkent en meemaakt in zijn of haar leven. Dat zorgt voor een andere manier van kijken; je blik wordt op het bijzondere in het alledaagse gericht. Deze eigenaardige situaties benadrukken de onderliggende en primaire emoties die we allemaal herkennen en ervaren, zoals onzekerheid, angst, pijn, woede enzovoort. Het zet de lezer aan het denken: hoe ver zou je bijvoorbeeld willen gaan om van je lijden verlost te worden zoals in De doos? En hoeveel recht op leven hebben chronisch zieken als het gaat om overleving zoals in Kerstmis in de ruimte III? Hoe zoek je naar nieuwe middelen van communicatie als je je zicht en gehoor verliest zoals een personage in Ganzen

    In alle veertien verhalen toont Hanna Bervoets het verlangen van de mens naar contact, naar verbinding. Het is knap hoe ze telkens in een korte tijd een wereld neerzet die dankzij de manier van vertellen, ondanks het sciencefictiongehalte, logisch voelt en waarin je als lezer de persoonlijke geschiedenis van een personage bijna denkt te kennen, ook al is deze onverteld. Daarmee laat elk verhaal de lezer voldaan achter zonder vragen over plot of personage. De enige vraag die wél opkomt is: hoe sterk is mijn eigen moderne verlangen naar verbinding?