• Sombermansochtend

    Sombermansochtend

    De atmosferische stilte van nieuwjaarsdag kwam me zo blanco voor als de ongereptheid van een pasgeboren baby. Na het obsessieve lijstjes afwerken (niet gelukt), de goede voornemens (lijstjes voorkomen) en gedreven huis opschonen, lijkt de boel gedaan en af. Maar bij het wakker worden komt het besef dat ‘iets’ nooit ‘af’ is. Wat bij mij het verlammende gevoel, ‘is het dan nooit klaar’ teweeg brengt. De lege drankflessen op de keukenvloer, halfvolle glazen in de vensterbank, een schaal aangevreten oliebollen als aangeschoten wild koud en stijf op het aanrecht. Bij uitstek een Sombermans-ochtend. Een nieuw jaar in beweging brengen is het moeilijkst wat er is. Liefst kruip ik voor een week in de voorraadkast, om zo alle plichtplegingen die een nieuw jaar met zich meebrengt, te ontduiken. Als de telefoon gaat, roep ik: ‘Ik ben er niet!’

    Tot Mijn lief op de vierde dag van dit jaar ingreep. Ik moest er weer eens uit, zei hij, en we togen naar de Kringloopwinkel. Daar gaf hij me een grote rieten tas, stopte me wat geld toe en zei: ‘Ga maar, ik zie je straks in de koffiecorner.’ En ik ging. Beklom de zevenentwintig treden naar de boekenafdeling en wist dat het goed zou komen. Direct bovenaan links wachtten de kasten me op. Alsof ik de boeken scande, ingesteld op ja, op wat eigenlijk, liet ik mijn ogen langs de boekruggen gaan. Vanzelf springt dan een titel of naam naar me toe en die moet ik hebben. Meer kan ik er niet over zeggen. Bij de C was het al raak. CaMu, alle columns uit 2001, mooi exemplaar. Voor wie Campert spaart moet alles waar hij in voorkomt verzamelen, en legde het op de bodem van mijn tas. Bij de D maakte mijn hart een sprongetje. Daar stond E.L. Doctorows Ragtime. Ik voelde me als een visser die een onverwacht soort vis naar boven haalt maar er wel altijd van droomde die te zullen vangen. Gelezen in de jaren zeventig en de zin: ‘Het toeval wilde dat het onverwachte bezoek van Houdini de coïtus van Vader en Moeder had onderbroken.’, zette voor mij de fascinerende toon voor heel het boek.

    Dan zie ik Strikt van Minke Douwesz die ik al heb maar de zendeling in mij wil ook wat. Verder o.a. nog Eelke de Jongs Alle verhalen (niet te missen) en als laatste pik ik Pieter Waterdrinkers Een Hollandse romance (2003) eruit. Op twitter uitte hij zijn (bittere) teleurstelling over het niet vermelden van zijn boek Poubelle, op het beste boekenlijstje van het jaar in het NRC. Hij werd bozer en bozer en tweette daarover. Wilde nooit meer in het NRC besproken worden. Hij stond in de kast van 1 europrijs boeken, het voelde als een vondeling die niemand meer wil omdat ie te oud is of een te grote mond heeft. Ik streek over mijn hart. Het paste nog net in de tas die ik, naar één kant overhellend door het gewicht, met me meezeulde naar de koffiecorner. Gelukkig nieuwjaar!

     

     

  • Vergeten schrijver

    Vergeten schrijver

    Laatst was ik toevallig op Tirade.nu verzeild geraakt, (hóe toevallig dat ik  daar verzeild raakte weet ik eigenlijk niet, zo nu en dan beland ik daar en vraag me altijd weer af waarom ik niet vaker, zeg maar dagelijks, hier voor een moment of meer verpozing zoek). Elke dag wordt daar een blog geplaatst van wisselende bloggers die lezen als een goed-begin-van-de-dag-verhaaltje. Er staan inmiddels honderden blogs op van meer dan twintig schrijvers.

    Ook Wim Brands schreef een serie blogs voor Tirade.nu. Waaronder een stuk over de journalist en schrijver Eelke de Jong (1935-1987). Een schrijver waarvan gezegd kan worden dat hij niet het soort schrijver is die na zijn dood nog voortleeft. Ik bedoel, zijn boeken worden niet meer herdrukt en in geen enkel literair circuit (met uitzondering van de ingewijden) hoor je meer over hem. Het was goed te lezen dat Brands hem niet vergeten is, (hoewel hij onmiskenbaar tot de ingewijden behoort). Brands beschouwt Eelke de Jong als een van de betere naoorlogse Nederlandse schrijvers. Dat is mooi. Hij had gehoord dat Eelke de Jong eens een verhaal schreef over Jan Arends. En dat dat verhaal door een misverstand in een verhalenbundel van Jan Arends zelf terecht kwam en dat niemand dat ooit opmerkte.

    Dat voorval noemt Brands typerend voor het talent van Eelke de Jong. Al begreep ik niet direct wat hij daar mee bedoelde. Misschien dat Eelke de Jong in de luwte leefde, er niet van hield in het zicht te staan, inwisselbaar bleek. Niet voor niets trok hij zich in de jaren zeventig terugtrok als schaapherder bij Hoog Buurlo. In 1984 (hij woonde inmiddels weer onder de mensen) had ik me ingeschreven voor een schrijfcursus bij Eelke de Jong. De cursus vond plaats in de kelder van een café in het centrum van (off all places) Raalte.

    Eelke de Jong was een boomlange man met een onwaarschijnlijke snor. Hij rookte de ene sigaret na de andere, na afloop werd er steevast nagepraat met een borrel aan de bar. Tijdens die zes avonden dat de cursus duurde, heb ik hem nooit die bar zien verlaten. Wanneer de cursisten aanstalten maakten te vertrekken, plaatste hij nog een bestelling en liet ons met een vriendelijke blik en een knikje van zijn hoofd de late avond ingaan. Ik kan me zomaar voorstellen dat hij daar nog steeds zit. Sigaret in de mond, dichtgeknepen ogen tegen de rook, een borrel voor zich.

    Op de laatste avond dat ik hem zag, zei hij ‘het te laten weten wanneer ik wat af had’. Ik had nooit wat af en kon toen niet weten dat hij er drie jaar later niet meer zou zijn dan alleen nog in mijn boekenkast, waar hij vertegenwoordigd is met De verhalen en De kunst van het lassowerpen. Inderdaad, hij is een van de betere Nederlandstalige kortverhaal schrijvers die ik ken.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.