• Wat doen we met moeder?

    Wat doen we met moeder?

    Het waait wat af in Damian, de nieuwste roman van Edzard Mik. Wasgoed wappert, afval roetsjt langs, een omgewaaide boom verspert de weg, bladeren schieten ‘als afgevuurd’ door de straat en zelfs in jeugdherinneringen van hoofdpersoon Damian en zijn zus Tess stormt het. Damian associeert zijn moeder Charlotte met een harde, gure wind die nooit luwt en voor altijd door hem heen giert. De roman gaat over de herfst van haar leven, vandaar de dwarrelende bruine bladeren op de omslag, vooral beschreven vanuit het perspectief van haar zoon. Wie hij zelf is, weet hij niet zo goed, misschien slechts ‘een blad in de wind’. In het kielzog van zijn privéreflectie gaat de roman over relativering van het mens-zijn, over moraliteit en goed-doen.

    Er is ‘weinig grote wereld in de Nederlandse roman van 2024’ stelt het redactioneel commentaar in de NRC van dinsdag 11 maart jongstleden na de bekendmaking van de shortlist van de Librisliteratuurprijs: introspectie overheerst in de huidige ‘autofictie’, met onder andere ‘veel zelfreflectie’. Dit geldt in zekere zin ook voor Miks Damian, maar diens blik naar binnen nodigt tegelijkertijd toch uit tot een blik naar buiten, bijvoorbeeld door reflectie op egoïsme en altruïsme. De roman beschrijft twijfels en weifels van de hoofdpersoon die zijn al dan niet dementerende moeder in huis krijgt en goed wil doen. Hij lijkt een nogal besluiteloze lamme goedzak die niet voor zichzelf opkomt en meent dat hij in zijn moeders ogen ‘nooit een man heeft willen worden die de volle verantwoordelijkheid voor zijn leven op zich neemt’. Wil hij zich om die reden nu zo hardnekkig van zijn goede kant laten zien, vraagt hij zich af, en de volledige zorg voor haar op zich nemen? Hoe oprecht is zijn sociale inborst en empathie eigenlijk?

    Sterke vrouw geknakt

    Damian woont samen met zijn partner Bianca in een flat en werkt als jongerenwerker bij een jeugdcentrum op het Viooltjesplein in de stad. Hij doet dat graag en geeft om zijn cliënten, maar ziet zijn werk ook door de ogen van zijn moeder: het is er een oude troep, een uitzichtloze bende met probleemjongeren waar weinig eer aan te behalen is. Zijn moeder is altijd een sterke vrouw geweest die nog zelfstandig woont in het huis waar de kinderen zijn opgegroeid. Thuis was toen een gruwel voor haar, ze stond altijd onder hoogspanning, moest zich overeind zien te houden als werkende moeder met een partner die zijn juristenwerk boven alles stelde en letterlijk en figuurlijk de man was die op zondag het vlees sneed. De scènes waarin Damian zijn moeder beschrijft zijn hilarisch en herkenbaar: hij geneert zich als ze met Jan en Alleman geanimeerde gesprekken aanknoopt en beschrijft spottend haar heilige mantra’s. Zo moeten er elke dag tienduizend stappen gemaakt, is binnenblijven als de zon schijnt een doodzonde en is de oude minister-president voor haar de man wiens naam ze niet hardop uit wil spreken.

    Damian beschrijft haar sterke geest en haar vitaliteit, maar zijn zus Tess ziet moeder aftakelen. Volgens haar is het niet meer verantwoord dat moeder alleen woont omdat ze vergeetachtig wordt, black-outs en woede-uitbarstingen heeft en soms ronddoolt. Damian betwijfelt dit alles, maar hij staat wel toe dat zijn doortastende zus moeder om die redenen bij hem thuis aflevert – zelf heeft ze het te druk met haar werk. Moeder is wisselvallig in haar reacties. Ze protesteert in het begin, maar er zijn ook momenten waarop ze instemt met bijvoorbeeld verhuizing naar een zorgcentrum of aangeeft dat ze zich niet goed voelt. ‘Ik snap steeds minder wat alles met elkaar te maken heeft (…) ik heb het gevoel dat ik uit elkaar val’. Of moeder wel of niet een ouderdomsgeestesziekte heeft blijft in het midden. Net als in Bernlefs Hersenschimmen worden verwarrende gebeurtenissen beschreven; in die roman vooral vanuit de dementerende, in Damian meer vanuit het perspectief van de naaste omgeving. Mik weet eenzelfde beklemmende onzekerheid en hetzelfde mededogen op te roepen.

    Zoekende zoon

    Zijn familie is ‘misschien geen ideaalplaatje’, maar dat ongelukkige of gelukkige families juist wel of niet allemaal op elkaar lijken vindt Damian flauwekul. Hij durft niet te bepalen wat geluk is en zelfs niet dát het in het leven om geluk draait. Bovendien denkt hij niet per se in oplossingen. ‘(…) we zouden beter uit kunnen gaan van onoplosbaarheid.’ Hij kan zich niet voorstellen dat de normen en waarden van dit moment en deze tijd een absoluut gegeven zijn. Genderidentiteit, een humane dood, vleesconsumptie en veel andere zaken zijn in enkele decennia in een ander licht komen te staan en hij is benieuwd welke van onze vaste gewoontes en overtuigingen van nu over enige tijd ‘verkeerd’ blijken. Dit is Damian ten voeten uit en maakt hem interessant als romanpersonage dat zichzelf en de wereld beschouwt. ‘Vergis je niet, op hun eigen kleine microschaal zijn mijn jongens met niets anders bezig dan de mensen uit jouw kringen’, verdedigt hij zijn cliënten tegenover zijn geslaagde zakenzus Tess. Hij is gefascineerd door ‘zijn’ jongens die overal lak aan hebben, realiseert zich hardop dat een achterstand niet alleen maar een achterstand is en zou soms zelf wel zo’n jongen willen zijn.

    Meegaan in Damians denkwereld is boeiend. Als een Rutger Hauer op de fiets freewheelend door het verkeer weet Damian zeker dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over zijn moeder die liever autonoom dan afhankelijk is. Ondertussen sluit hij zijn ogen voor de realiteit. Hij ziet weliswaar de overeenkomst tussen moeders getekende gezicht en de vervallen voordeur van het slecht onderhouden ouderlijk huis waar de verf afbladdert en het hout rot, maar bagatelliseert haar geestelijke aftakeling. De vraag is of hij zijn moeder met zijn irreële en onverbeterlijke optimisme over haar gezondheid niet juist tekortdoet en ook of zijn schijnbaar onbaatzuchtige acceptatie van moeder bij hem in huis niet vooral is ingegeven door de behoefte aan waardering van haar voor het onzekere moederskindje dat hij is en dat goed wil doen. De waardering die Damian bij zijn moeder zoekt blijkt er uiteindelijk wel degelijk te zijn. De wind gaat liggen en de wolken trekken weg. De hemel is ‘overdonderend blauw’, de zon walst de kamer binnen.

    Miks Damian is verzorgd en toegankelijk geschreven. Het is wel wennen dat de ‘werkwoorden van zeggen’ regelmatig ontbreken. Mik gebruikt dus weinig zogenoemde verba dicendi en sentiendi als ‘zegt’ en ‘meent’, wat origineel is maar soms verwarrend kan zijn. De roman beschrijft een overzichtelijke en herkenbare ‘kleine’ wereld, die je als lezer zo groot kunt maken als je wilt.

     

     

  • Oogst week 9 – 2025

    Oogst week 9 – 2025

    Vier de teugels

    Vier de teugels van de Amerikaanse schrijfster Kathryn Scanlan (1980) toont indringend hoe het er achter de schermen van paardenraces aan toe gaat. De zestigjarige paardentrainster Sonia die het verhaal vertelt, houdt onvoorwaardelijk van paarden, en die liefde gaat ver. De elitaire races zijn vooral evenementen met een schone schijn. Daarachter heerst de wereld van het geld. Paardeneigenaren in dure kleding met dure drankjes en hapjes zien in paarden alleen economische waarde. Liefde of zorg voor het dier zijn afwezig. Paarden bezwijken op de baan, ze bloeden uit hun longen tijdens de races en stikken soms in hun bloed. Ze worden gebruikt om geld mee te verdienen.

    Sonia’s leven staat in het teken van alledaagse situaties naast de buitengewone belevenissen op het werk. Twaalf uur werken is geen uitzondering, eerder zijn het er zestien. De paardentrainster weet alles van voeding, verzorging, de fokkerij en het paardenlijf. Aan de uitwerpselen kan ze zien hoe het met het paard gaat. Haar liefde voor deze dieren gaat ver. Ze heeft bewust gekozen voor dit leven en offert het op voor de paarden.
    In korte zinnen en hoofdstukken laat Scanlan Sonia haar verhaal vertellen. Zij hield daarvoor interviews met haar en bewerkte deze tot dit boek.

    Vier de teugels
    Auteur: Kathryn Scanlan
    Uitgeverij: Van Oorschot 2024

    Het persoonlijke is politiek

    Het persoonlijke is politiek van Hedy d’Ancona (1937) is een heruitgave van 2003, met een nieuw voorwoord. D’Ancona staat vooral bekend als oud-PvdA-politicus en feministe. Ze is ook socioloog en sociaal geografe. Ze deed universitair- en beleidsonderzoek, werkte bij de Vara, richtte de feministische organisatie Man-Vrouw-Maatschappij op en was medeoprichter en hoofdredactrice van Opzij. Ze zat in de Eerste Kamer, was staatssecretaris emancipatie en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur, en bracht enkele jaren door in het Europees Parlement. De onderwerpen van deze scherpzinnige vrouw zijn vrouwenrechten, seksisme, strijd tegen seksueel geweld, het recht op zelfbeschikking en op een waardig levenseinde.

    In het boek vertelt ze over haar eigen ontwikkeling en die van de vrouwenbeweging, richting politiek. Iemands geschiedenis kan doorslaggevend zijn voor diens politieke ideeën, zegt D’Ancona. Haar ouders maakten een dramatische geschiedenis mee in de Tweede Wereldoorlog waardoor ook hun dochter getekend werd. Het tastte D’Ancona’s gevoel voor humor niet aan en ook haar haast stoïcijnse levenshouding is terug te vinden in Het persoonlijke is politiek. In 2022 is een documentaire over D’Ancona gemaakt met dezelfde titel.

     

    Het persoonlijke is politiek
    Auteur: Hedy d'Ancona
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar 2025

    Damian

    De hoofdpersoon Damian in Damian van Edzard Mik is jongerenwerker bij het jeugdhonk Viooltjesplein. Als hulpverlener gewend te helpen laat hij zijn moeder binnen die door zijn zus Tess na een app van haar wordt afgeleverd. Zelf moet ze voor haar werk weer eens naar het buitenland en moeder zou dementerend zijn en een gevaar voor zichzelf. Damian had nog teruggebeld om nee te zeggen, maar Tess nam niet meer op, stond korte tijd later al met moeder voor de deur.

    Zijn moeder bekritiseert hem aan een stuk door, vindt Damians werk ver beneden zijn niveau. ‘Ze zag aan hem hoe hij erdoor was veranderd, er was iets onbehouwens in zijn manier van bewegen geslopen, iets vulgairs, alsof het hem niet meer uitmaakte wat hij deed en hoe hij zich aan anderen presenteerde,’. Ze ziet zijn werk en gedrag ook nog als verzet tegen haar, het slachtoffer van haar kinderen die ‘blij zullen zijn’ als ze in haar kist ligt. Van zijn broer Tom, ploeterend kunstenaar, hoeft Damian ook niets te verwachten.

    Hij zit klem tussen zijn dominante en manipulatieve moeder, zijn broer en zus en zijn half criminele cliënten. Zijn relatie met vriendin Bianca, die ook tegen moeders komst was, wordt er niet beter op. Damian vraagt zich af waarom hij zo meegaand is, hoe altruïstisch iemand kan zijn. Wat betekent dat goeddoen eigenlijk?

    Damian
    Auteur: Edzard Mik
    Uitgeverij: Querido 2025
  • Beeldend geschreven maar enig verband is ver te zoeken

    Beeldend geschreven maar enig verband is ver te zoeken

    Katja is een operazangeres die tijdens één van haar optredens heeft besloten dat zij niet meer op het toneel wil staan en in plaats daarvan op straat haar kunst wil vertonen in verkorte versies van opera’s. Met dat straattoneel heeft ze veel succes, maar één toeschouwer ontbreekt: haar hartsvriendin Emmy, die helaas weinig interesse voor opera heeft. Katja is een vlot persoon die makkelijk contacten legt, maar die contacten graag oppervlakkig houdt. Emmy is een onderwijzeres, serieus van aard en begaan met het lot van dieren en planten op onze slecht onderhouden aarde. Met andere vogelbeschermers maakt zij zich sterk voor het behoud van een natuurgebied, de plas van Wely, die teloor dreigt te gaan.

    Katja heeft daar niets mee, net zo min als Emmy van opera houdt. Maar sinds ze elkaar hebben leren kennen en in een platonische verhouding zijn beland, is zij geïntrigeerd door de vraag wie Emmy is en waarom ze haar zo aantrekt. Wie is die slecht geklede persoon met dat warrige haar en glanzende ogen, ‘groot als die van een nachtdier’?

    Dode vogels tot leven wekken

    Als Emmy met haar actiegroep op pad gaat om vogels te tellen op de plas van Wely, gaat Katja een keer mee en maakt kennis met iemand die haar vriendin ingepalmd lijkt te hebben: Tido, de zoon van de beroemde schrijver Bleichrodt, die volgens geruchten contacten zou hebben onderhouden met leden van de Rote Armee Fraktion en zich met veel bombarie achter het trotskisme had geschaard. Bleichrodt is inmiddels bejaard en zit in een verpleeghuis, zijn romans worden niet meer gelezen maar zijn nog wel populair vanwege een serie boekjes over vogels. Zoon Tido maakt diepe indruk op Emmy, omdat ze heeft gezien – of zich dat inbeeldt – dat hij kan praten met vogels en zelfs dode vogels weer tot leven kan brengen. Katja gelooft daar niets van maar gaat er niet met haar vriendin over in discussie. Ze doet een keer mee met de actiegroep maar beseft al snel dat het haar niet boeit:  

    ‘Ik merkte dat ikzelf alweer ongedurig werd en terug wilde van die plas en zijn vogels, die, nu ik ze van dichtbij zag, ook iets akeligs bleken te hebben, met die koude ogen en stakerige poten; ik wilde weer zingen, repeteren, optreden, afbreken, over de snelweg jakkeren en ergens afzakken, iemand mee naar huis nemen of met iemand meegaan, een jongen, een man, een vrouw voor mijn part.’

    Maar als zij probeert een vogel te bevrijden die in een net verstrikt is geraakt gebeurt er toch iets met haar: ‘Met een gitzwart oog keek het terug, het zag mij zoals ik het zag, we zagen elkaar en begrepen elkaar, al was het me een raadsel wat we van elkaar begrepen, misschien niet meer dan dat we allebei ernaar verlangden er te zijn.’ En ook Tido maakt indruk op haar: ‘Alles aan hem was lang, zelfs zijn gelaat, dat net als bij zijn vader met de jaren strakker over de botstructuur zou trekken.(…) Tido hield zich afzijdig en tuurde over het riet. Zoals hij daar stond maakte hij een verloren indruk, er was het riet en zijn gestalte aan de rand ervan.’ 

    Katja maakt mee dat Tido een vogel tot leven brengt, of dat zo laat lijken: ‘Zijn hoofd had hij in zijn nek, zijn armen hield hij recht omhoog en hij verroerde zich niet, alsof hij erin was uitgesneden tekende hij haarscherp af in de heiigheid. Juist toen ik me begon af te vragen hoe lang hij die houding nog zou volhouden, vloog er iets uit zijn handen op, niet meer dan een stipje, althans zo leek het. Maar over het water vlogen wel meer stipjes.

    Beeldende schrijfstijl

    Edzark Mik heeft – zo blijkt wel uit deze citaten – een aansprekende en beeldende schrijfstijl en gebruikt die om – gezien vanuit Katja – de relatie tussen haar en Emmy af te tasten: wat betekenen ze voor elkaar? Als Emmy een relatie met Tido krijgt (niet lichamelijk, daar heeft hij een jonge vriendin voor) houdt dat ook Katja bezig.
    De actiegroep gaat op een dag in de ogen van de politie te ver in de verdediging van de plas van Wely. Emmy behoort tot de gearresteerden en brengt enkele dagen in een politiecel door. In die periode trekt Katja met Tido op en dat veroorzaakt een breuk tussen de twee vrouwen.
    Tot dat moment is Waarom vogels een samenhangend en goed te volgen verhaal. Niet over vogels, al wordt er veel kennis gespuid over met uitsterven bedreigde soorten. Maar over twee vrouwen die met elkaar en met een raadselachtige man omgaan in relaties die nog geen vorm hebben. Boeiende stof. Maar in het tweede deel van de roman raakt Mik het spoor van zijn verhaal bijster.

    Het spoor bijster

    Emmy blijkt onverhoeds naar Spanje te zijn gegaan, mogelijk om bij te komen van haar gevangenschap, mogelijk uit boosheid over het contact tussen Katja en Tido. Ze is gaan wandelen in de Alpujarras, een bergachtig gebied bij de Sierra Nevada waar zij en Katja vaker zijn geweest. Katja besluit haar daar op te zoeken en vliegt naar Spanje met in haar gezelschap tienermeisje Robin, een leerlinge die door Emmy onder haar hoede is genomen.
    Robin speelt geen enkele rol in Mik’s verhaal, maar Katja kan niet tegen alleen zijn, vandaar dat ze toegevoegd is aan de personages. Daar komt in Spanje dan ook nog de boswachter Mateo bij met wie Katja een verhouding heeft gehad en nog heeft. Emmy blijkt zoekgeraakt te zijn in de bergen en in de laatste hoofdstukken van Waarom vogels probeert Katja haar te vinden, samen met Mateo en Robin die tussendoor nog een avontuurtje beleeft met een zwartharige ‘paardenjongen’. Tijdens die zoektocht raakt Katja haar tochtgenoten kwijt en of ze uiteindelijk Emmy vindt of dat hallucineert wordt in het laatste hoofdstuk niet duidelijk.

    Al met al is Waarom vogels een overvolle roman geworden met gebeurtenissen die nauwelijks  verband met elkaar hebben en met personages voor wie eigenlijk hetzelfde geldt. De roman is beeldend geschreven, dat wel.