• Dikke pil of dichtbundel

    Dikke pil of dichtbundel

    Uit een onderzoek naar het leesgedrag van Nederlanders in de zomervakantie door de grootste online boekwinkel van ons land, blijkt dat tachtig procent van de vakantiegangers twee boeken in de vakantiekoffer meenemen: een thriller en een roman. Een voor de hand liggende genrekeuze waar ik jaloers op ben. Het kost mij meestal wel wat hoofdbrekens een goed vakantieboek te kiezen. Vaak ging ik voor de dikke pil. Waar je zo gezegd lang mee doet, soms te lang. Zoals met James Joyce’s Ulysses of De Toverberg van Thomas Mann. Ook Bonita Avenue van Buwalda is een dikke pil maar bleek geen vakantieboek. Ik kwam er maar niet ‘in’. Ook niet na herhaalde pogingen. Enkele zomers terug heb ik het achtergelaten bij een meeneembibliotheekje op de Place du Vieux-Marché van Rouen. Ik verruilde het voor de Franse uitgave van de Kreeftskeerkring, het debuut van Henry Miller (waarvoor hij inspiratie opdeed in Parijs en gelijk wereldberoemd mee werd).

    Deze vakantie overwoog ik een dichtbundel mee te nemen, misschien meerdere. Je kunt er vrij onopvallend mee rondlopen, meenemen naar het toilet. Het geïmproviseerde leven op een camping zou er een wat poëtischer karakter door kunnen krijgen. Ik dacht aan Peter Swanborns nieuwe bundel Het wolkenreparatieatelier, die een soort buiten – (anders dan natuur) – observaties bevat. Zijn gedicht ‘Craquelé’ deed me denken aan gebarsten aarde, veroorzaakt door langdurige droogte. Een uitvergrote craquelé verspreid over de aarde die, als je tussen de opengebarsten spleten kijkt, een andere dimensie van leven doet vermoeden:

    Het glazuur transparant en aan de oppervlakte gaaf, / zoeken onderliggende barsten zijwegen, vertakkend / als ijs onder dun water. Ik weet: deze kom stamt van / voor mijn tijd. (…).’
    Maar ik vroeg me af of een dichtbundel me genoeg zou zijn als ik wakker lag in mijn tent.

    Literaire tijdschriften leken me ook geen gek idee; een Kluger Hans, Terras, Tirade, de Parelduiker, De Gids. Voor elk moment wat wils: poëzie, verhalen, essays. Licht en makkelijk mee te nemen leesmateriaal. Hoewel Terras toch meer het formaat van een boekwerk heeft en een Parelduiker, die zag ik me bij nader inzien ook niet lezen in de blakerende zon.

    De avond voor ik op vakantie ging, keek ik het laatste deel van de vijfdelige serie Patrick Melrose op NPO 2. Een serie die ik niet vanaf het begin had gevolgd omdat ik vreesde dat Benedict Cumberbatch zo goed zou zijn in de rol van de eigenzinnige, aan heroïne verslaafde upperclass jongen Patrick Melrose, dat hij mijn beeld van Melrose uit de trilogie van Edward St Aubyn compleet zou overspelen. Toch, gedreven door nieuwsgierigheid vond ik de laatste aflevering nog net online beschikbaar. Het bleek een fantastische en overtuigende weergave van een romanfiguur die je alleen door over hem te lezen, nooit zo uitgebeeld zou krijgen. Ik wist gelijk welk boek er mee zou gaan: Patrick Melrose romans.  Over een leven, zo ingenieus beschreven dat je  het net zo gretig als de eerste keer, opnieuw leest.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren in het dagelijkse leven en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

     

     

     

     

  • Pijnlijk scherp en schitterend proza

    Pijnlijk scherp en schitterend proza

    Recensie door Anne-Marie van der Poel

    Laat je niet misleiden door te titel. Moedermelk is geen zoetsappig verhaal. Feilloos en doordrenkt van ironie legt Edward St Aubyn de schrijnende kanten van liefde, ouderdom en ouderschap open.
    Alles draait om de familie Melrose. Vader Patrick kampt met de vraag of hij zijn eigen cynisme, overgehouden aan een opvoeding door een afstandelijke moeder, niet zal overbrengen op zijn eigen kinderen. Dat zijn moeder inmiddels hulpbehoevend en dementerend is en haar landhuis en kapitaal na wil laten aan een new agebeweging en zijn vrouw hem na de geboorte van hun tweede kind seksueel links laat liggen, maakt zijn geestelijke gesteldheid er niet beter op.

    Wie bekend is met het eerdere werk van St Aubyn, Never Mind (1992), Bad News (1992) en Some Hope (1994), herkent in Patrick de ex-junk die seksueel misbruikt is door zijn aristocratische vader. Sommigen zullen Moedermelk dus lezen als een verslag van het gezinsleven van een ex-drugsverslaafde, anderen zullen dit niet herkennen. De intensiteit van de roman blijft in beide gevallen hetzelfde.

    In stilistisch schitterend proza, doordrenkt van ironie en met schitterend scherpe dialogen laat St. Aubyn ons kennis maken met de familie Melrose. In vier delen, de maand augustus van 2000 tot en met augustus 2003 lezen we over hun teloorgang, telkens vanuit het gezinspunt van een van de gezinsleden. Want hoewel het stel in 2003 nog bij elkaar is, is er niets meer over van het gelukkige paar uit 2000. Het leven, de kinderen, de oude wonden hebben hun tol geëist.

    Voor Patrick is taal een wapen. Zijn frustraties (moeder, vrouw, ouderschap) uiten zich in scherpe monologen en analyses. Patricks zoon Robert heeft zijn opmerkzaamheid en stilistische begaafdheid geërfd en een familietrip naar Amerika wordt zo een haarscherpe en pijnlijke schets van de Amerikaanse deugden: ,, (…) een speciaal soort Amerikaanse zwaarlijvigheid; niet het met veel moeite vergaarde vet van een gastronoom, of het truckerpostuur van een vrachtwagenchauffeur, maar het voorzorgvet van mensen die hebben besloten hun eigen airbagsysteem te worden in een gevaarlijke wereld. Stel dat hun bus werd gekaapt door een psychopaat die geen nootjes bij zich had. Beter om nu maar vast een handje te nemen. Waarom zou je honger moeten lijden als de terroristen toesloegen?”

    Mary, de vrouw van Patrick, heeft zich na de geboorte van haar tweede zoon Thomas volledig op het moederschap gestort. In de woorden van Patrick: ,,Hij was getrouwd met Mary, een schat van een vrouw, en hij had haar veranderd in een martelwerktuig een krankzinnige echo van Eleanor veertig jaar eerder: nooit beschikbaar, voortdurend uitgeput omdat ze al haar energie stak in een altruïstisch project waarvan hij geen deel uitmaakte. Het wrange was dat hij dat had klaargespeeld door het soort vrouw af te wijzen dat een slechte moeder zou zijn geweest, een vrouw als Eleanor, en juist te kiezen voor een vrouw die zo’n goede moeder was dat ze niet in staat was ook maar één druppel liefde aan haar kinderen te laten ontsnappen.”
    St. Aubyn dringt niet alleen genadeloos door tot de kern van volwassen geesten en hun gevoelsleven, ook kinderen weet hij briljant neer te zetten. Het eerste hoofdstuk, waarin Robert beschrijft hoe het is om geboren te worden, verdient het een klassieker te worden. Wars van sentiment en volledig overtuigend. Niet veel schrijvers zullen het St. Aubyn na kunnen doen.
    Mother’s milk werd genomineerd voor de Booker Prize. Het werk van St. Aubyn werd veelvuldig vergeleken met dat van Evelyn Waugh en Graham Green.