• Oogst week 48 – 2025

    De ondergang

    De ondergang is het laatste van een serie boeken die Édouard Louis over zijn armoedige jeugd, zijn vader, zijn moeder en nu dan over zijn broer schreef. Die broer overleed al voor zijn 40ste. Louis schrijft daarover: ‘Mijn broer bracht een groot deel van zijn leven door met dromen. In zijn arme arbeidersmilieu stelde hij zich voor dat hij een wereldberoemde ambachtsman zou worden, dat hij zou reizen, een fortuin zou verdienen, en dat zijn vader, die uit zijn leven was verdwenen, zou terugkeren en van hem zou houden.
    Hij heeft niet een van zijn dromen kunnen verwezenlijken.’

    Édouard Louis brak door met Weg met Eddy Bellegueule uit 2014 waarvoor hij in Frankrijk de Prix Pierre Guénin kreeg, een prijs tegen homofobie en voor gelijke rechten. Voor De ondergang ontving hij in 2024 de Prix Les Inrockuptibles 2024, de prijs voor de beste Franse roman.

    Veel van zijn boeken zijn ook in Nederland bewerkt voor toneel. Op dit moment tot en met begin juni 2026 speelt het ITA-Ensemble Weg met Eddy Bellegueule in de regie van Eline Arbo.

    Auteur: Edouard Louis
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2025)

    Suriname, Vijftig jaar tussen zorg en hoop

    In het kader van de viering van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname was er vorige week aandacht voor Bigi Yari — Tien Surinaams-Nederlandse schrijvers reflecteren op vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid.
    Deze week is het de beurt aan Suriname, Vijftig jaar tussen zorg en hoop door Coen Verbraak. Nog steeds zijn er legio Nederlanders die niet, of niet veel afweten van de geschiedenis van dit land waar Nederland zo’n stempel op heeft gedrukt, ondanks het grote aantal Surinamers dat sinds 50 jaar in Nederland woont.

    Als iemand in staat is om iets aan die lacune in kennis te doen, is dat wel documentairemaker en journalist Coen Verbraak. In Suriname gaat hij in gesprek met bekende en minder bekende Nederlandse Surinamers en praat met hen over hun land, hun ervaringen tijdens en herinneringen aan de hoopvolle tijd van 50 jaar geleden en wat er daarna gebeurde, de migratiestroom naar Nederland, de bestuurlijke chaos, de militaire machtsgreep, de Decembermoorden.

    Basis voor het boek is de serie van BNNVARA, Suriname – 50 jaar tussen zorg en hoop, die sinds begin deze maand op NPO 2 wordt uitgezonden (en via NPO-Start is terug te zien). Het boek is de uitgebreide versie van deze gesprekken.

     

    Auteur: Coen Verbraak
    Uitgeverij: Uitgeverij Alfabet (2025)

    Al die Amsterdamse mensen

    Niet alleen Amsterdam viert dit jaar een belangrijke verjaardag, – haar 750e -, dat zal u niet ontgaan zijn, maar ook het Genootschap Amstelodamum viert een feestje. Dit genootschap is 125 jaar geleden opgericht om de kennis van en de belangstelling voor het verleden en heden van Amsterdam te bevorderen. Beide verjaardagen zijn aanleiding geweest om in dit jubileumjaar Al die Amsterdamse mensen uit te geven, een uitgave die in het teken staat van de mensen die Amsterdam tot Amsterdam hebben gemaakt, de inwoners van de stad.

    Een grote groep schrijvers heeft elk een Amsterdammer uitgelicht, gebaseerd op nieuw onderzoek. Uiteenlopende Amsterdammers krijgen een gezicht, sommigen van hen kennen we, anderen nog niet.

    De redactie werd gevormd door Babs Boter, universitair docent Geesteswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Gijs van der Ham voormalig senior conservator geschiedenis bij het Rijksmuseum, Marleen Rensen, universitair hoofddocent moderne Europese letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en Patricia van Ulzen, hoofdredacteur van Amstelodamum.

     

     

    Auteur: Babs Boter, Gijs van der Ham Marleen Rensen, Patricia van Ulzen (redactie)
    Uitgeverij: Uitgeverij Walburgpers (2025)
  • Oogst week 4 – 2025

    Oogst week 4 – 2025

    Bloedboek

    Met hun debuut Bloedboek viel de Zwitserse Kim de L’Orizon meteen in de prijzen. Het boek won de Deutscher Buchpreis, de Schweizer Buchpreis en de Literatuurprijs Jürgen Ponto Stichting. De non-binaire verteller van Bloedboek is opgegroeid in een klein en conservatief dorp in Zwitserland, in een familie waarin vooral gezwegen wordt. Nu hun oma haar geheugen verliest, neemt de verteller hun jeugd onder de loep. Wat kan die ontdekken over het verleden van hun oma en haar jong overleden zusje? Bloedboek gaat over volwassen worden en over intergenerationeel trauma, over het doorbreken van een familiaire zwijgcultuur.

    Kim de L’Horizon (1992) is (toneel)schrijver en -acteur. Die werd geboren in Ostermundigen (Bern) en studeerde Duits, Film- en Theaterstudies aan de universiteiten van Bern en Zurich en Literair Schrijven aan het Zwitserse Literaire Instituut in Bern. Die is redacteur van literair tijdschrift Delirium, speelde in meerdere toneelstukken en was in 2021 en 2022 residentschrijver bij het Bern Theater. Naast de prijzen voor hun debuutroman, die L’Horizon in een periode van tien jaar schreef, won die meerdere prijzen, waaronder prijzen voor poëzie en voor een korte film.

    Bloedboek
    Auteur: Kim de L’Horizon
    Uitgeverij: De Geus

    Monique ontsnapt


    ‘Ze belde me halverwege de avond. Ze huilde. Ik was achtentwintig jaar toen ze belde en het was pas de derde, misschien de vierde keer sinds mijn geboorte dat ik haar hoorde huilen.’ Zo begint Monique ontsnapt van Édouard Louis. Het is zijn moeder die belt, hijzelf is in Griekenland. De man met wie ze samenwoont is dronken en agressief, hij scheldt en tiert. Helaas geen nieuwe ontwikkeling, ze heeft het geweld van haar partner lang verborgen gehouden voor haar zoon. Alleen gaat dat niet langer, ze heeft zijn hulp nodig, ook omdat ze jaren eerder zijn vader is ontvlucht vanwege huiselijk geweld. Het is echt het verhaal van zijn moeder dat Louis vertelt, een vrouw die vastzit in een wrede en onrechtvaardige wereld.

    Édouard Louis (1992) is een Franse schrijver en socioloog. Hij werd geboren in Hallencourt in Noord-Frankrijk en groeide daar op in een arm gezin dat, nadat zijn vader ernstig gewond raakte tijdens zijn werk als fabrieksarbeider, afhankelijk is van overheidssteun. Zijn moeder vond af en toe werk in de ouderenzorg. Hij is de eerste in zijn familie die naar de universiteit ging. Louis schrijft autobiografisch. Zijn boeken gaan over thema’s als armoede, racisme, alcoholisme en homoseksualiteit.

    Monique ontsnapt

    Auteur: Édouard Louis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het passeren van onmeetbare ruimten


    In haar eerste essaybundel, Het passeren van onmeetbare ruimten, onderzoekt Hester van Gent in vijftien essays de ruimte om ons heen. Ze werpt een onalledaagse blik op alledaagse dingen en laat zich meeslepen door visioenen, waardoor ons beeld van de werkelijkheid kantelt. Ook gaat ze op zoek naar het verborgene, naar onbekend terrein. Op zoek naar avonturen dus, naar kinderen die hun stad verkennen. Het boek is voorzien van afbeeldingen die zich op verschillende manieren tot de tekst verhouden. Verrassend bijvoorbeeld, of verhelderend.

    Hester van Gent (1971) is schrijver van journalistieke stukken en essays. Ook schrijft ze recensies over stedenbouw, architectuur en kunst. Ze werkt als stedenbouwkundige en studeerde Stedenbouw aan de Technische Universiteit Delft. Aan de Hogeschool Utrecht rondde ze de postacademische opleiding Wetenschapsjournalistiek af en ze volgde de masterclass Architectuurkritiek die werd georganiseerd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Vlaams Architectuur Instituut. 

    Het passeren van onmeetbare ruimten

    Auteur: Hester van Gent
    Uitgeverij: In de Knipscheer
  • Metamorfose

    Metamorfose

    Zul je net zien, werd ik op de avond van het boekenbal ziek, twee roze streepjes in een kakelwit kadertje, een mooi accessoire om de dresscode van dit jaar te eren. Nog een geluk dat ik niet was uitgenodigd. Vier dagen in bed met zakdoekjes, kruik, paracetamol, boek en potlood. Ik droomde veel, hoorde Portugese stemmen, zag een ontvelde haas naast een geplukte haan liggen. Ik keek naar de felrode spierbundels van de haas tot de haas zich oprichtte, wegsprong, de oren geschulpt als kano’s op zijn rug. Tussendoor las ik Veranderen: methode van Édouard Louis. Telkens wanneer ik ontwaakte, greep ik ernaar. Onderstreepte zinnen, krabbelde in de kantlijn (‘waarom ontfermt iemand zich over de ander?’; ‘wiens naam geschreven staat, bestaat’), bij de passage waar de directeur van het cultureel centrum in Amiens hem vraagt of het ‘Eddy’ of ‘Édouard’ moet worden op het kaartje van zijn kluisje. Het wordt Édouard, voor het eerst weg met Eddy. ‘Zijn metamorfose is zichtbaar, daar, voor de hele mensheid.’

    De onderwerpen in zijn vier voorgaande boeken, komen opnieuw voorbij. ‘Dat verhaal, die odyssee, wil ik hier proberen te vertellen.’ Hij beschrijft de laatste keer dat hij zijn moeder in zijn ouderlijk huis bezoekt. Tegen wie hij zei, ‘Trouwens, je bent geen moeder, je bent geen moeder, je verdient het niet om een moeder te zijn, (…) waarom ben ik in de dit gezin terecht gekomen en op dat moment schreeuwde ze Stop!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!’ en begint hem te stompen, schreeuwt dat ze nooit eens rust heeft met die klootzakken van kinderen. Door de ontmoeting met de schrijver Didier Eribon, van Terugkeer naar Reims, begrijpt Louis hoe hij definitief kan breken met zijn verleden. Hij moet schrijven. Waardoor ik me aan hem verwant voel, weer wegdommel. Droom van een brandend fornuis waar de poes met driepoten bovenop springt, er kats een oortje afbrandt. Ik zag het liggen, zo’n mooi aandachtig kattenoortje. Ik legde het poesje, dat steeds kleiner werd in mijn handen, in een hoedendoos, het oortje ernaast. 

    Louis eindigt met, ‘dat ik soms spijt heb afstand te hebben genomen van het verleden, (…) dat ik door te vluchten heb gevochten voor een geluk dat ik nooit heb gekregen.’ De verschillende vormen die Louis gebruikt om dit verhaal te vertellen, maken het tot verlichtende literatuur. Waaronder de (fictieve) ‘monoloog van Elena’, zijn eerste vriendin uit de middenklasse, in de vorm een hommage aan de Franse komiek en toneelschrijver Jean-Luc Lagarce (19571995). Ik lees wat Louis, Elena in de mond legt. ‘Ik wilde je plaats van bestemming zijn en ik was alleen maar het vertrekpunt. / (…) Jij zou geschiedenisleraar worden en ik journalist of kunstenaar, / (…) een kunstenaar zonder publiek, / Maar we zouden gelukkig geweest zijn.’ Als alles bereikt is, zijn tanden rechtgezet, zijn haarlijn aangepast, zijn naam veranderd, zijn studie voltooid, het eerste boek geschreven, blijft het stomme verlangen, ‘Naar de tijd dat mijn moeder haar schouders ophaalde en zei Wat een rotleven hebben we toch. Naar de tijd dat ik nog met haar kon praten. Naar de tijd dat ik droomde.’ Blij dat ik dit boek in huis had, het schudde mijn dromen. 

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest in bed.

     

     

     

  • Over het spoor (2)

    Over het spoor (2)

    Schrijver Édouard Louis riep in Buitenhof op tot revolutie. Wat een ronkend woord, zegt een oude stem in mijn hoofd. Vanzelf word ik van Louis’ oproep tot een politieke omwenteling geleid naar de verre stemmen van dode familieleden. Allemaal sociaaldemocraten, PvdA-stemmers. Vroeger. Door jaren van neoliberalisme en groeiende welvaart verdween het vraagstuk machtsongelijkheid en klassenstrijd als een jeugdvriend uit mijn dagelijks leven. Édouard Louis stoft dat oude verhaal af: Voor de arbeidersklasse is politiek een kwestie van leven en dood. Ik ben terug in de jaren zeventig en tachtig. Familieverjaardagen, ooms en tantes die in een blauwe walm bij elkaar aan een lange eettafel zitten. Ze debatteren, schreeuwen, vloeken en laten onder het geroffel van hun vuisten de met sigaretten en sigaren gevulde glazen trillen. Ik tril mee van alle opwinding. 

    Ze noemden zich socialist. Desondanks werd bij dat soort familiegelegenheden de man die hen politiek vertegenwoordigde, genadeloos gefileerd. Joop den Uyl. De mompelaar. Morsig ook. Geen partij voor die linkmiegels van CDA en VVD. Toch bleef men op hem stemmen. Hij was tenslotte wel onze morsige en mompelende man. Er kleefde aan de linkse beweging een ingewikkelde mengvorm van trots en schaamte. De running gag was een bekende uitspraak van een vakbondsman. Een oom stond dan half op uit zijn stoel, maakte zich breed, balde zijn vuisten en riep: ‘Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam!’ Lachsalvo. Wat betekende dat nou, naar de Dam gaan? En dan? Dan ben je daar? Je hoefde bij ons niet aan te komen met ronkende woorden. Ronkende woorden leidden óf naar marcherende laarzen óf naar teleurstelling, maar veroorzaakten vooral gêne. Toch bleef men lid van de vakbond.

    Bij het aantreden van Wim Kok, tweede helft jaren tachtig, kwamen de eerste barstjes in de partijtrouw, een trouw die helemaal verdween met de opkomst van Fortuyn en de partijen die in zijn kielzog aan de horizon verschenen. De openlijke, trotse stem voor de sociaaldemocratie werd een mompelend en omfloerst uitgebrachte stem op een partij ‘that dare not speak its name’. Eenzelfde proces van veranderend stemgedrag binnen de arbeidersklasse in Frankrijk beschrijft Didier Eribon in Terug naar Reims. Daar zwierven de Franse stemgerechtigden massaal van de Communistische Partij naar het Front National. Eribon is een belangrijke inspirator voor het werk van Édouard Louis. Allebei komen ze uit een arbeidersmilieu, zijn ‘klassenmigrant’, en allebei zijn ze homoseksueel (daar kom ik een volgende keer op terug).

    Terug naar Hilversum, over het spoor. Mijn sociaaldemocratische familie predikte geen revolutie. Daarvoor waren ze te veel gehecht aan rust, reinheid en de parlementaire democratie. De herinneringen aan de oorlogsjaren speelden daarin een belangrijke rol. Toch zouden ze op de laatste familieverjaardagen, waar de glazen met sigaren en sigaretten inmiddels waren verdwenen – elkaar toeschreeuwen dat het in Nederland misging. Ze zijn nu bijna allemaal overleden. Ze hielden zich trouw aan de statistiek dat laagopgeleiden vele jaren eerder dood gaan dan hoogopgeleiden. Leefden ze nog, dan zou de woede over woningnood, toeslagenaffaire, aardbevingsschade vrij spel krijgen. Het is goed dat die jeugdvriend weer aan tafel schuift.

     

    Lees hier Over het spoor (1).


    Eric de Rooij (1965) is schrijver, dichter en humanistisch geestelijk begeleider. In 2020 verscheen zijn debuutroman De wensvader bij uitgeverij kleine Uil. In zijn columns schrijft hij over boeken die iets voor hem betekenen.

  • Zomerboeken 2018 – La France douce-amère

    Zomerboeken 2018 – La France douce-amère

    Terug naar Reims

    Niet elke Fransman leeft als God in Frankrijk. Ook als u het land alleen kent van de camping in de Landes waar u elk jaar twee weken rosé gaat drinken, is het u waarschijnlijk niet ontgaan dat er in de banlieue weleens wat auto’s in de vlammen opgaan. Daan Pieters tipt drie boeken voor wie dat andere Frankrijk wil begrijpen.

    Didier Eribon ontvluchtte de armoede en uitzichtloosheid van het arbeidersmilieu in de Champagne waar hij opgroeide en ging naar Parijs om alles te worden waar zijn ouders een hekel aan hebben: progressief, intellectueel en homo. Wanneer zijn vader sterft, keert hij terug om de banden met zijn moeder aan te halen en zich te proberen verzoenen met zijn afkomst.

     

     

    Terug naar Reims
    Auteur: Didier Eribon
    Uitgeverij: Uitgeverij Leesmagazijn (2018)

    Weg met Eddy Bellegueule

    Iets gelijkaardigs overkomt Edouard Louis in Weg met Eddy Bellegueule, dat zich afspeelt in het troosteloze Picardië. Ook voor hem lonkt de vrijheid in Parijs, maar verraadt hij daardoor zijn eigen sociale klasse?

     

     

    Weg met Eddy Bellegueule
    Auteur: Édouard Louis
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij (2017)

    Angel

    Tot slot raden we nog Angel aan, van de Vlaamse auteur Filip Rogiers. Hij ontdekte in Marville, een dorp in de Gaume (‘de Provence van de armen’) vlak bij de Belgische grens, een kerkhof met opvallend veel graven van baby’s die stierven tussen 1957 en 1961 en laat zijn personages op zoek gaan naar antwoorden in de onderbuik van Frankrijk.

     

     

     

     

     

     

    Angel
    Auteur: Filip Rogiers
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis (2018)