• Oogst week 42 – 2024

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won

    De Britse historicus en schrijver Jonathan Dimbleby (1944) is presentator van radio- en televisieprogramma’s over actuele zaken. Hij begon daarmee in 1969 bij de BBC en schreef mee aan televisieseries die hij zelf presenteerde. Boeken van zijn naam zijn onder meer: The Palestinians (1978), Russia: a journey to the heart of a land and its people (2008), Barbarossa – Hoe Hitler de oorlog verloor (2021).

    Dit jaar verscheen Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won. Dimbleby geeft daarin een nauwgezette analyse van de militaire, politieke en diplomatieke ontwikkelingen in het allesbepalende jaar 1944. Er werd een moordaanslag op Hitler gepleegd, de geallieerden landden op de stranden van Normandië en tegelijkertijd bracht het Rode Leger in Operatie Bagration de Duitse Wehrmacht een verwoestende nederlaag toe, waarbij Wit-Rusland en het oosten van Polen werden heroverd. Nazi-Duitsland werd op de knieën gedwongen. Deze Russische triomf aan het oostfront kenmerkt de geschiedenis van Europa na de oorlog. Churchill en Roosevelt bogen voor Stalin die Oost-Europa binnen zijn invloedssfeer wilde hebben. Dimbleby legt verbanden tussen dit succes en de huidige oorlog van Poetin in Oekraïne.

     

    Eindspel: 1944 – Hoe Stalin de oorlog won
    Auteur: Jonathan Dimbleby
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    De A van Asta

    De Deens Tine Høeg (1985) schreef met De A van Asta niet een roman in de gewone zin van het woord. Ze speelt met woorden. De tekst bestaat uit korte zinnen en regels met een of meer witregels ertussen. Soms bestaat een regel uit één woord, en een of twee zinnen of regels op een bladzijde komen ook voor. Interpunctie ontbreekt vrijwel.

    Asta, de hoofdpersoon en ik-verteller is bezig aan een boek over een Poolse cementkunstenaar. Ze wordt gestoord in het werk en gaat terug naar het verleden als ze een uitnodiging ontvangt voor een herdenkingsdienst voor August, een jongen met wie ze in hetzelfde studentenhuis woonde en die tien jaar eerder is overleden. Mai was destijds al haar beste vriendin en is dat nog steeds. Geregeld past Asta op het zoontje van Mai.

    De roman gaat over het studentenleven van toen, de feestjes en verliefdheden, waarin August een relatie had met Mai. Over wie ze dachten te zijn en wie ze nu zijn. Angsten, herinneringen en ambities komen boven. Op trage wijze laat Høeg het verhaal tot leven komen dat Asta nooit aan Mai heeft durven vertellen. Hoe waren de onstuimige dagen voorafgaand aan Augusts dood, wat gebeurde er werkelijk in de nacht dat hij stierf?

    Het boek werd bewerkt tot een toneeltekst en opgevoerd door het Koninklijk Deens Theater.

    De A van Asta
    Auteur: Tine Høeg
    Uitgeverij: Koppernik

    Intermezzo

    De Ierse schrijfster Sally Rooney (1991) staat bekend als iemand die schrijft over de millennials. Door The Guardian werd ze uitgeroepen tot dè millennialstem en Time rekende haar in 2022 tot de meest invloedrijke mensen ter wereld. Rooney noemt zichzelf een feminist en een marxist, sommige critici spreken vooral dat laatste tegen.

    In haar roman Normale mensen zet ze wat als normaal en niet-normaal wordt gezien tegen elkaar af. Deze roman werd genomineerd voor de Booker Prize en won belangrijke andere prijzen. Er werd ook een televisieserie van gemaakt, net als van Gesprekken met vrienden.

    In Intermezzo, Rooney’s vierde roman, rouwen twee zeer verschillende broers om de dood van hun vader. Peter, een dertiger, is een succesvolle advocaat in Dublin. Hij heeft relaties met twee vrouwen en geen idee hoe hij die moet handlen. Hij lijkt onaantastbaar, maar kan niet zonder slaapmedicatie. De tweeëntwintigjarige Ivan, een professioneel schaker en sociaal onhandige loner, krijgt een relatie met de achttien jaar oudere, net gescheiden Margaret. Hij is niet bepaald dol op zijn broer. ‘Opzettelijk zacht, bijna sissend, zegt Ivan: “God man, wat haat ik jou. Mijn hele leven al.” Zonder zich te verroeren, zonder om zich heen te kijken of andere gasten of de serveersters op hen letten, zegt Peter alleen: “Weet ik.”’ Rooney ontleedt de karakters van de twee broers.

     

    Intermezzo
    Auteur: Sally Rooney
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • De vrolijke waanzin van Hamsuns honger

    De vrolijke waanzin van Hamsuns honger

    Schrijven om te overleven, in letterlijke zin. De naamloze verteller uit Knut Hamsuns Honger (1890) weet er alles van. Deze zonderlinge figuur moet in de straten van Kristiana, het huidige Oslo, in mensonterende omstandigheden zijn kostje bij elkaar scharrelen. Op visionaire wijze beschrijft Hamsun wat alle soorten honger met een mens doen. Hij doopt je onder in de hersenspinsels, wanen en hallucinaties van een man op het randje van de dood, het scherp van de snede en de drempel van genialiteit. Uit dit wankele evenwicht schept hij een psychologische tour de force die zijn gelijke niet kent. De hertaling van de hand van Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders, uitgebracht bij uitgeverij Oevers (2022), brengt deze klassieker weer helemaal bij de tijd.

    Bij verschijning veroorzaakte Honger al flink wat opschudding omdat de details rechtstreeks uit de persoonlijke ervaringen van Hamsun kwamen. Alle hemeltergende details over de honger zijn daarom des te levensechter, hij overwoog om anoniem te publiceren omdat hij zich schaamde voor de armoede. In de tijd voor zijn doorbraak kon Hamsun nauwelijks rondkomen en had hij al zwervend allerlei luizenbaantjes. De honger die aan de ingewanden van de hoofdpersoon knaagt is meer dan alleen de fysieke variant, hij is net zo hongerig naar literaire erkenning en liefde. In Honger is Hamsun op zijn top, je vindt nergens anders de combinatie van rauwe wanhoop en enorme intensiteit die zichzelf kannibaliseert. Wie het spoor van elke gril van de hoofdpersoon volgt eindigt al net zo duizelig.

    De vinger van God

    Gedreven door een staat van delirium schrijft de hoofdpersoon de meest wonderlijke artikelen die hij voor een paar centen aan kranten verkoopt om niet van de honger om te komen. Tegelijkertijd lijkt hij de honger nodig te hebben om te kunnen schrijven. Zijn meest creatieve momenten heeft hij vaak als hij zich in de greep bevindt van de ‘vrolijke waanzin’ van de honger. Naast het verzinnen van artikelen liegt hij uit nieuwsgierigheid aan de lopende band alles bij elkaar. Hamsuns hoofdpersoon wordt alle kanten op getrokken en is even gevoelig als een emotionele seismograaf. Zijn lot leidt hem net als Job tot een serie rancuneuze aanklachten aan het adres van God: ‘God had zijn vinger in mijn zenuwstelsel gestoken en behoedzaam en nauw merkbaar de verbindingen wat verstoord. En nu had God zijn vinger weer teruggetrokken en kijk, er waren wat vezels en tere worteldraadjes van mijn zenuwen aan die vinger blijven zitten. En zijn vinger, die Gods vinger was, had een gapend gat achtergelaten en wonden in mijn hersenen waar zijn vinger was geweest.’

    De lezer krijgt weinig informatie over de werkelijke omstandigheden van de hoofdpersoon. Alleen zijn verpletterende armoede is duidelijk en een zeker plezier dat hij schept in het schofferen van met name de politie en de middenklasse. Door zijn sterke plichtsgevoel kan de hoofdpersoon moeilijk hulp accepteren en maakt hij het zichzelf erg lastig. Hij wil bijvoorbeeld zelden giften aannemen. Hij is een vat vol contradicties en dat maakt hem zo ongrijpbaar. Tussen de regels door ontstaat een beeld van een man die vroeger een vermogend leven moet hebben gehad maar die nu bestaat bij de gratie van de goede gunsten van zijn hospita en de grillen van een redacteur. Zowat al zijn bezittingen heeft hij al naar de lommerd gebracht. Als de nood echt aan de man komt gebeurt er vaak iets wat de nood tijdelijk opheft, maar nooit voor lang. Dit maakt het ook een verhaal over het belang van kunst creëren als levensbehoefte in extreme omstandigheden. De ficties van de uitgehongerde schrijver functioneren als een ontwrichtend gegeven. In het ontdekken hoever hij hiermee kan gaan stelt Hamsun vraagtekens bij de goedgelovigheid van de lezer. Want hoeveel is verzonnen en hoeveel is echt?

    Buitenstaander

    Ten prooi aan wrede recollecties zwerft de hoofdpersoon in armoedige staat over de straten van de hem vijandige stad. Tot op het bot vernederd komt hij meerdere keren afzienbaar dichtbij de ondergang. Naast de constante armoede is de andere rode draad het meisje dat hij Ylajali noemt, die drie keer terugkomt in het verhaal. In deze wanhopige verhouding is geen plaats voor een echte romance, daarvoor is de hoofdpersoon te zeer gebonden aan zijn ‘kletspraat en boekentaal’. Zij ziet in hem eerst een losbol, maar als hij zijn werkelijke toestand aan haar beschrijft schrikt ze en is hij opeens een gevaarlijke gek. Door zijn wispelturige gedrag is hij veroordeeld tot de positie van eeuwige buitenstaander.

    De speciale gevoeligheid van de zenuwlijder is het bijzondere onderwerp van Hamsun. Nooit krijgt de lezer een vinger achter het karakter van de hoofdpersoon, hij ontglipt elke beschrijving en karakterschets. Altijd maar balancerend op de rand van een inzinking bestaat hij in de eeuwige ironie van Kierkegaard. Of op de rotspunt die Dostojewski beschrijft in Misdaad en straf. Hij kan op een gegeven moment zijn wanen nauwelijks meer van de werkelijkheid scheiden. Of zijn gekte echt of gespeeld is laat Hamsun aan de verbeelding over. De oververhitte stream of consciousness van de fantasierijke hoofdpersoon zorgt voor een wervelend relaas.

    Verschil vertaling

    Net als Hamsuns vitale elan de literatuur nieuw leven inblies zet de vertaling van Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders (2022) de brontekst weer op scherp. De vorige Nederlandse vertaling van Cora Polet dateert alweer uit 1976 en wijkt op belangrijke grammaticale punten af van de nieuwe vertaling. Het verschil is opvallend te noemen. Polet wijzigde bijvoorbeeld geregeld de verspringende werkwoordtijden en de grillige interpunctie omdat deze als storend werden ervaren. De wilde expressieve stijl van Hamsun wordt bij Polet op deze manier enigszins beknot en in banen geleid.

    In het nawoord van de nieuwe vertaling wijzen de vertalers op de innerlijke onrust die weerspiegeld wordt in de tekst. Die onrust gecombineerd met de buitengewone precisie van Hamsuns taalgebruik zijn kenmerkend voor het effect dat hij probeert te bereiken. Juist het wisselen van tegenwoordige en verleden tijd weerspiegelt de onbetrouwbaarheid van de verteller en zijn wispelturige invallen. Dit heen en weer springen in tijden en aanspreekvormen is dus niet alleen belangrijk voor het ritme van de tekst maar behoudt ook de originele bedoeling van de auteur. Dat redigeren is het karakter van de roman wijzigen. De gekte lijkt opeens minder willekeurig en het manische tempo is niet meer zo bezeten. Ter illustratie volgt hier hetzelfde fragment uit beide vertalingen:

    1976: ‘De honger had zijn aanval op mij nu ingezet. Ik zat te kijken naar het witte zakje dat bol scheen te staan van glanzend zilvergeld en spoorde me zelf aan te geloven dat er werkelijk iets inzat. Ik zat stijf rechtop en wilde dat ik het juiste bedrag zou raden-‘

    2022: ‘Nu kreeg de honger me te pakken. Ik keek naar dat witte zakje alsof het bol stond van de zilveren munten en zweepte mezelf op te geloven dat er echt iets in zat. Ik daagde mezelf hardop uit het bedrag te raden-‘

    De vertalers van de nieuwe vertaling hebben geprobeerd het ritme van de teks zo getrouw mogelijk te volgen om zo de innerlijke spanning te behouden. Het zijn juist die elementen die van Hamsuns roman een wegbereider van het modernisme maakten. Hij wilde de lezer volledig doen ondergaan in die razende gedachtestroom. Daarnaast is de woordkeuze in de nieuwe vertaling iets moderner en directer. Hamsun was minder geïnteresseerd in de standaard roman maar wilde iets nieuws scheppen, zijn individu laat iets van het essentiële mysterie van menszijn zien in al zijn onsamenhangende complexiteit. Iets wat hij in zijn volgende roman, Mysteriën, des te sterker zou treffen in de figuur van Nagel.

     

     

  • Springend door een spiralende tijd

    Springend door een spiralende tijd

    De Deense schrijfster Solvej Balle (1962) werkt aan een zevendelige roman onder de titel Over de berekening van ruimte. Het eerste deel is recent in Nederlandse vertaling verschenen en doet sterk denken aan de iconische film Groundhog Day.
    Tara Selter zit vast in 18 november en is zich daarvan bewust, terwijl haar man Thomas Selter aan elke 18 november begint zonder zich de vorige te herinneren. Hij weet niet beter dan dat zijn vrouw op de 17e naar Parijs is gegaan om inkopen te doen voor hun handel in antiquarische boeken en dat ze op de 19e terug zal komen. In hun huis in het Noord-Franse Clairon-sous-Bois beweegt hij zich door de dag van 18 november. Hij ontbijt, gaat naar het toilet, pakt wat boeken in die hij naar het postkantoor brengt, laat zich nat regenen, trekt droge kleren aan, leest in Lucid Investigations van Jocelyn Miron en gaat naar bed.

    Zij is op de dag die de 19e had moeten worden in de 18e blijven steken en beleeft haar Parijse dag opnieuw. Weer ziet ze een stukje brood in de ontbijtzaal van haar hotel op de grond vallen, de krant is dezelfde als de dag daarvoor en als ze haar man belt, blijkt dat hij alles wat ze hem de vorige avond telefonisch had verteld, niet meer weet. Maar niet alles begint van voor af aan. Een brandwond die ze op de eerste 18e november opliep, is niet weggegaan en pas op haar honderdeenentwintigste 18 november is de wond overgegaan in een litteken. Haar lijf en leden worden dus ‘gewoon’ ouder, maar haar leven blijft zich herhalen in dezelfde 18 november.

    Ontsnappen aan de tijdlus

    Omdat Thomas haar in Parijs denkt, kan zij zich onopgemerkt in de logeerkamer van hun huis ophouden waar ze haar man uitsluitend beleeft in de geluiden die hij in het huis maakt. Dat heeft ze echter niet steeds gedaan. In het begin maakt ze hem deelgenoot van het vreemde lot dat haar heeft getroffen en ze kan hem ervan overtuigen dat ze de waarheid spreekt door dingen te voorspellen die op de 18e gebeuren. Dat moet ze steeds opnieuw doen, voor hem begint elke 18e november blanco. Samen starten ze ondanks deze handicap hun eigen ‘lucid investigations’. Als detectives hangen ze de woonkamer vol met aanwijzingen, tijdstippen, gebeurtenissen en proberen ze de samenhang te doorgronden, zodat ze aan hun eindeloze tijdlus kunnen ontsnappen.

    Als Tara daar na zesenzeventig dagen mee ophoudt omdat het niets uithaalt, verwijdert ze alle sporen van hun speurtocht en van haar aanwezigheid in huis. Thomas begint opnieuw monter aan zijn dag en zij trekt zich terug in de logeerkamer, waar ze voor zichzelf aantekeningen begint te maken. Die aantekeningen vormen het boek dat we lezen, fragmentarische overwegingen, afwisselend in de verleden en tegenwoordige tijd geschreven. Geen dialogen, slechts vormgegeven door de nummering van de zoveelste 18 november, in het begin chronologisch, daarna springend door een spiralende tijd.

    Vol symbolen en verwijzingen

    Dit boek is net zo fascinerend als Groundhog Day, waarin weerman Phil Connors eveneens steeds dezelfde dag beleeft. Hij is zich daarvan bewust, zoals Tara Selter weet dat ze 18 november telkens over moet doen. Als Phil begrijpt dat hij kan doen en laten wat hij wil omdat hij elke dag opnieuw begint, vergrijpt hij zich aan vrouwen, misdraagt hij zich tegen oude bekenden, pleegt hij bankovervallen, maar verkeert hij na duizenden herhalingen in depressies en merkt hij dat zelfs zelfmoord niets oplost. Uiteindelijk rest hem niets anders dan zich aan de herhaling over te geven. Als hij het niet meer verwacht en vrede heeft met zichzelf en de wereld, springt de wekker toch nog naar 3 februari en ontsnapt hij aan het eindeloze wiel van herhaling. Hij bereikt een vorm van verlichting.

    Het hoofdpersonage van Solvej Balle misdraagt zich, althans in dit eerste deel, niet of nauwelijks. Ze voelt zich al schuldig als ze Thomas stiekem achtervolgt op zijn wandeling door het bos of als ze hem door het raam observeert als hij in het postkantoor met de baliemedewerkster spreekt. Ondanks de verschillen, heeft het boek overeenkomsten met de film. Zo barst het net als bij Groundhog Day van de symbolen en verwijzingen in het boek. In die zin is Over de berekening van ruimte I óók voor de lezer een ‘lucid investigation’. Ondertitel van het door Thomas eindeloos gelezen boek luidt bijvoorbeeld ‘Rises and Falls of Enlightenment Projects’. En als Tara de nachtelijke hemel bestudeert, kijkt ze naar Castor en Pollux – het sterrenbeeld Tweelingen, waarvan volgens de mythologie soms de een en dan de ander onsterfelijk is.

    Grote roman

    Wie een grote roman wil schrijven, moet een groot thema kiezen. Auteurs als Nabokov (Lolita), Melville (Moby Dick) en Tolstoj (Oorlog en Vrede) begrepen dat. Ook Solvej Balle heeft een groot thema aangeboord, het aftappen daarvan leidt net als bij Proust (Op zoek naar de verloren tijd) of A.F.Th. van der Heijden (De tandeloze tijd) tot een meerdelige roman over tijdsbeleving.  

    Dit eerste deel is vertaald door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders, door uitgeverij Oevers op de cover gezet. Het tweede deel verschijnt deze maand en in april 2024 verschijnt deel drie. Deze eerste drie delen zijn door de Noordse Raad bekroond met de Literatuurprijs 2022.

     

     

  • Oogst week 40 – 2023

    De nachtzijde van de rivier

    De Britse schrijfster Jeanette Winterson (1959) publiceerde in 1985 Oranges are not the only fruit, een autobiografische roman over een lesbisch meisje dat opgroeit in een streng christelijk milieu. Ze verwierf er internationale bekendheid mee en van het boek werd ook een tv-serie gemaakt. Winterson studeerde Engels en begon aan een schrijverscarrière met verhalen, kinderboeken en essays. Ideeën uit de natuurwetenschap, tijd en ruimte, metafysica, fictie versus werkelijkheid en genderidentiteit zijn de kwesties waarover zij zich buigt. Haar eerste jeugdroman De tijdhoeder (2005) is een science-fictionverhaal en de roman Frankusstein, om er maar een te noemen, handelt onder meer over kunstmatige intelligentie en robotica.

    De nachtzijde van de rivier bestaat uit huiveringwekkende korte verhalen over verleiding, angst en wraak, liefde en verdriet. Van de geesten en de doden wel te verstaan en tegen de achtergrond van onze digitale wereld. We staan voortdurend met elkaar in contact. We weten alles over anderen en over de ontwikkelingen in de wereld. Wat we niet kennen is de wereld van de geesten, de verhalen van de doden. Winterson op haar website: ‘Ik geloofde nooit in geesten, totdat ik met ze samen begon te leven.’ Wintersons geesten hebben nieuwe manieren gevonden om ons te bereiken, verstoren met technologie de grens tussen leven en dood en regelen ontmoetingen met het bovennatuurlijke.

    De nachtzijde van de rivier
    Auteur: Jeanette Winterson
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim 2023

    Tenminste voor een bepaalde tijd

    Met het schrijven van Tenminste voor een bepaalde tijd komt de ik-verteller een onuitgesproken belofte aan Frida na. Het is 1974. Frida is de tiener die zwanger is en, zo komt de ik te weten van haar broer Nico met wie hij vriendschap heeft aangeknoopt, daarom door haar ouders van school wordt gehouden. De vijftienjarige ik is hopeloos verliefd op haar. ‘Want door Frida trad het leven – en zeker ook mijn leven – voor even uit zijn verstikkende begrenzing.’

    Hij is in de ban van zijn verliefdheid, maar ook van het verdriet om zijn zus die door een verkeersongeluk om het leven is gekomen. Al die heftige gevoelens kwellen hem voortdurend. Om daaraan en aan de droevige sfeer thuis te ontsnappen zoekt hij een baantje. De boekwinkel waarin hij gaat werken wordt zijn houvast, evenals het voor een klant bijhouden van een archief van mysterieuze verdwijningen. In het boek is het overlijden van de zus van de auteur een autobiografisch gegeven.

    Het verhaal speelt zich af in Zutphen, waar ook Heesens debuutroman Een naderend begin van iets nieuws (2021) – met dezelfde ik-verteller maar dan een paar jaar ouder – en de verhalenbundel Naar Zutphen (2019) zijn gesitueerd.

    Tenminste voor een bepaalde tijd
    Auteur: Hans Heesen
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer 2023

    Over de berekening van ruimte I

    De Deense schrijfster Solvej Balle (1962) studeerde literatuur en filosofie. In 1984 verscheen haar eerste boek, de novelle Lyrefugl. Vele verhalen en gedichten verder brak ze in 1993 door met de roman Ifjølge Loven en er volgde internationaal erkenning. Voor haar fictie laat Balle zich inspireren door Kafka en Borges, liefde en existentiële eenzaamheid zijn haar thema’s.
    Voor de delen een t/m drie van Over de berekening van ruimte – een titel die in totaal zeven romans zal beslaan – ontving ze in 2022 de Literatuurprijs van de Noordse Raad.

    In deel 1 botsen twee tijdsbelevingen. Thomas, samen met zijn vrouw Tara handelend in 18e eeuwse boeken, wordt elke ochtend wakker op 18 november. Zijn geheugen is gewist, zijn geestelijke gevangenschap doet denken aan dementie. Voor Tara loopt de tijd gewoon door en iedere dag vertelt zij hem wat er is gebeurd. Alles wat Tara ziet en hoort schrijft ze op. In het begin van de roman is het voor de 121e keer 18 november. Tara wordt elke dag ouder en voor haar is het haast een obsessie om te proberen bij 19 november te komen, in een wereld waar de tijd normaal verstrijkt. Maar wat is normaal? Op het mysterie tijd hebben natuurkundigen, filosofen en geriaters nog altijd geen antwoord. Solvej Balle houdt de lezer vast met de vraag wat er in Thomas’ en Tara’s wereld aan de hand is.

     

    Over de berekening van ruimte I
    Auteur: Solvej Balle
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Oogst week 23 – 2023

    Kierkegaard – Een biografie

    Zelden is over een biografie van 800 pagina’s gezegd, dat ze soepeltjes wegleest. En helemaal als het gaat om een ‘voorloper van het existentialisme en postmodernisme’. Toch verdient Kierkegaard – Een biografie het predicaat pageturner. In gesprek met Filosofie Magazine zegt biograaf Joakim Garff: ‘Kierkegaard lezen is meer dan Kierkegaard begrijpen. Ik heb het gevoel door hém begrepen te worden!’ De theoloog móést het leven van de filosoof dus wel optekenen. Dit deed hij al in 2000, maar Uitgeverij Ten Have kwam recent met een heruitgave van de Nederlandse vertaling uit 2016.

    Oud zou Kierkegaard niet worden, slechts 42 jaar. In zijn relatief korte leven schreef hij enorm veel, terwijl hij tegelijk middenin de maatschappij stond. Hij nam zelfs dagelijks een mensenbad, zoals Garff dat noemt. In naburige kroegen zette Kierkegaard dan zijn voelsprieten uit om te zien wat er écht leefde onder de Kopenhaagse bevolking. Hij had een hekel aan alles en iedereen die in een ivoren toren zat, de Deense kerk voorop. Garff, als lector werkzaam in het Søren Kierkegaard Research Center, ziet deze biografie als zijn absolute eerbetoon. Hiermee wordt Kierkegaard namelijk net zo tastbaar als hij bij leven was.

     

    Kierkegaard - Een biografie
    Auteur: Joakim Garff
    Uitgeverij: Uitgeverij Ten Have

    Xerox

    Meerdere Nederlandse schrijvers zijn gek op kantoortaferelen. De dames van Toren C probeerden al The Office te kopiëren. Recente papieren voorbeelden zijn Uitrollen is het nieuwe doorpakken van Japke-d. Bouma en De verwarde cavia van Paulien Cornelisse. Hier komt een nieuwe roman bij: Xerox van debutant Fien Veldman (Leeuwarden, 1990). In 2021 won Veldman de Joost Zwagerman Essayprijs met Not really making it. Haar kritische beschouwing over de maatschappelijke ongelijkheid vanaf de basisschool, galmt na in Xerox.

    Het boek is vernoemd naar een bedrijf dat echt bestaat. Nu is het afwachten of de onderneming ook blij is met deze gratis reclame… Dat Veldman eveneens een korteverhalenwedstrijd won voor De Correspondent, is te merken in Xerox. Ze introduceert zelfs een geheel eigen stijloefening in haar roman: de monologue printérieure. De hoofdpersoon steekt ellenlange preken af tegen een kopieerapparaat. Afgaande op de eerste geluiden over dit boek, kan gelukkig gesteld worden dat Xerox in geen geval Japke d. Bouma of Paulien Cornelisse kopieert.

    Xerox
    Auteur: Fien Veldman
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het paard van mijn vader: miniaturen

    Jozef Deleu mag minder bekend zijn dan Hugo Claus, hij is minstens van hetzelfde kaliber. Deleu, in 1937 geboren te Roeselare, heeft zo’n beetje alle onderscheidingen van België bemachtigd die er te behalen zijn, zowel literair als maatschappelijk. Ook maakte hij zich hard voor een culturele uitwisseling en erfgoedbehoud van Vlaamse en Nederlandse taalschatten met onder meer Stichting Erfdeel. Talloze poëziebundels bulkten al van betrokkenheid, bondigheid en liefde voor de taal. Nu is daar Het paard van mijn vader: miniaturen. Deleu maakt beeldschone miniatuurversjes.

    Op alfabetische volgorde schrijft Deleu gedichten die slechts zeven regels bevatten. De fragmentarische verzen, waarin soms één woord slechts een regel beslaat, doen denken aan het vitalisme van Marsman. Vitaal is Deleu op 86-jarige leeftijd in elk geval nog altijd. De kleur van de kaft is bruin. Is dat omdat Het paard van mijn vader in de herfst van Deleus leven is geschreven? Waarschijnlijk niet. Gevoel voor melancholie en weemoed? Mogelijk. Toch is Deleu een te goede observator om de lezer te vermurwen met een vage zweem van romantiek. Sober, maar niet stil, aldus De Standaard.

    Het paard van mijn vader: miniaturen
    Auteur: Jozef Deleu
    Uitgeverij: Poëziecentrum VZW
  • Honger

    Honger

    De nieuwe vertaling door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders van Knut Hamsuns roman Honger, die vorig jaar uitkwam ter gelegenheid van Hamsuns zeventigste sterfjaar, was voor alle liefhebbers die fan waren geworden door de eerdere vertaling van Cora Polet (uit 1976) een confronterende ervaring. Het boek blonk als een geliefd schilderij dat na een schoonmaakbeurt alleen maar nog aan kracht heeft gewonnen. Het bekijken van Sult, de verfilming van Honger, heeft eenzelfde effect. De film van regisseur Henning Carlsen (1927-2014), uit 1966, is even fascinerend, meedogenloos en goed als het boek. Hij voegt er zelfs nog een weergaloze, fysieke dimensie aan toe.

    Per Oscarsson geeft het miskende genie Pontus, hongerkunstenaar en zenuwlijder die tevergeefs op zoek is naar een uitgever voor zijn werk (of anders tenminste een baantje om wat te verdienen) en die zijn toenemende wanhoop en ellende bestrijdt met trots en arrogantie, meesterlijk gestalte. Hoe hij als sjofel uitziend suspect figuur politieagenten overbluft met zijn vraag hoe laat het is, hoe hij probeert de knopen van zijn jasje te verpanden en toch zijn decorum te houden, het is superieur en het onthouden waard. Een tweede hoofdrol is voor de schitterend in zwart-wit gefotografeerde locaties. De film werd op locatie in Oslo gedraaid, op een moment dat daar nog net voldoende straten en panden te vinden waren uit het Kristiana, zoals de stad toentertijd heette, van het fin-de-siècle, de tijd waarin de roman speelt. Een jaar na de opnames waren de voornaamste filmlocaties gesloopt.

    Carlsen had naam gemaakt met een in cinéma vérité-stijl gefilmd documentaire drieluik over de opkomst van de Deense welvaartsstaat van begin jaren zestig, gevolgd door een clandestien in Zuid-Afrika gedraaide verfilming van Nadine Gordimers debuutroman Dilemma, toen hij gevraagd werd voor wat de eerste film in een samenwerkingsverband tussen Denemarken, Zweden en Noorwegen moest worden: Sult. De keuze om Honger te verfilmen – een Noors verhaal met een Deense regisseur en een Zweedse hoofdrolspeler – was ongetwijfeld ingegeven door commerciële motieven. En even ongetwijfeld is het aan de eigenwijsheid van de jonge Carlsen te danken dat dit geen smakeloze Scandinavische coproductiepudding heeft opgeleverd maar een prachtige film, die op het filmfestival van Cannes werd genomineerd voor een Gouden Palm. Het bleef bij een nominatie – wel werd Per Oscarsson in Cannes bekroond als beste acteur. 

    Sult, verkrijgbaar op dvd, wordt beschouwd als een meesterwerk van sociaal realisme, maar met alle hallucinaties van de hoofdpersoon en de vele fantastische uitvergrotingen zou ik het liever een meesterwerk van ‘sociaal surrealisme’ noemen.

     

     


    Hans Heesen, Filmhuisdirecteur, docent Filmacademie Amsterdam, schrijver van Naar Zutphen en Een naderend begin van iets nieuws (uitg. IJzer), schrijft maandelijks een filmcolumn.

     

     

     

     

  • Oogst week 18 – 2022

    K.L. Reich

    Niets ten nadele van de ontwerper van het omslag, maar het wekt afkeer op. Dat komt omdat er gebruik is gemaakt van het beeldmerk dat op tal van zaken stond die afkomstig waren uit het nazikamp Mauthausen. De letters K.L. Reich staan voor Konzentrationslager Reich. Voor de auteur van K.L. Reich, de Catalaanse schrijver Joaquim Amat-Piniella (1913 – 1974) was het een afbeelding die hij dagelijks zag tijdens zijn gevangenschap in Mauthausen.

    In deze semi-autobiografische roman verhaalt Joaquim Amat-Piniella over zijn ervaringen als gevangene in bijna vijf jaar naziconcentratiekampen. Hij doet dat aan de hand van diverse personages, van wie een aantal gebaseerd is op zijn vrienden.

    Het alter ego van de schrijver overleeft door pornografische tekeningen te maken voor de SS. Door zijn ogen zien we hoe de kampen werken: het corrupte netwerk van de kapo’s, de statusverschillen onder de gevangenen, het uitroeiingssysteem van de nazi’s, de systematische ondervoeding.
    Ondanks deze mensonterende omstandigheden proberen de Spanjaarden in kamp Mauthausen zich te organiseren in een verzetsbeweging die als voornaamste doel heeft de gruwelen van het concentratiekamp te overleven en zich te wapenen tegen de ‘kampgeest’, het morele nulpunt van het naziconcentratiekampsysteem waarnaar de gevangenen voortdurend dreigen af te zakken.

    Voordat hij in juni 1940 door de Duitsers in Frankrijk gevangengenomen werd en naar Mauthausen werd gedeporteerd studeerde Joaquim Amat-Piniella rechten. Die studie brak hij bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog af om in dienst te treden van het leger van de Republiek. Hij vocht aan diverse fronten en stak aan het einde van de burgeroorlog met een heleboel andere Spanjaarden de Franse grens over. Met zijn arrestatie tot gevolg.

     

    K.L. Reich
    Auteur: Joaquim Amat-Piniella
    Uitgeverij: Uitgeverij Nobelman

    Honger

    Deze maand verscheen bij uitgeverij Oevers een nieuwe vertaling van de Noorse klassieker Honger van Nobelprijswinnaar Knut Hamsun. Honger staat op de lijst van de honderd belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur. Dat is een lijst die in 2002 werd samengesteld op initiatief van de gezamenlijke Noorse boekenclubs op basis van de inzendingen van honderd schrijvers uit 54 landen. Het is overigens een wat gedateerde lijst, de meest recente boeken op die lijst komen uit 1995 (De stad der blinden van José Saramago) en 1985 (Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez).

    In deze autobiografische roman schrijft Hamsun over de bittere armoede, honger en wanhoop van een jonge schrijver die vanaf 1880 een aantal jaar in Kristiania (Oslo) woonde.
    Het is niet alleen de honger die de hoofdpersoon kwelt, maar ook de mentale pijn die hij ervaart bij zijn gevecht om een plaats in de maatschappij en in de liefde. Hamsun verwerkt in Honger zijn eigen ervaringen uit een aantal zeer koude winters.

    Honger verscheen in 1890. In Nederland verscheen het voor het eerst in 1905 in een vertaling door Jeanette Gorter-Keyser, daarna in 1976 in een vertaling door Cora Polet. Nu, in 2022 is een vertaling verschenen door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders.

    Honger
    Auteur: Knut Hamsun
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Wit op wit

    Op de website van uitgeverij Kievenaar is te lezen dat ze boeken uitgeven ‘van vreemde vogels van onvaste bodem, van dames- en herenschrijvers die eigen werelden hebben geschapen omdat die juist iets draaglijker zijn dan de al bestaande.’
    Dat belooft wat!

    Een van hun titels is het onlangs verschenen Wit op wit van de Turkse schrijfster Ayşegül Savaş. In 2020 verscheen van deze auteur Lopen op het plafond waarin een bijzondere vriendschap ontstaat tussen een jonge Turkse vrouw en een wat oudere Britse schrijver. Beiden zijn openhartig in de talrijke persoonlijke gesprekken die ze hebben.

    Ook in Wit op wit krijgen we een beeld van de hoofdpersonen door de gesprekken die zij samen voeren. Een jonge studente gaat in de grote stad wonen om er onderzoek te doen. Ze huurt een appartement bij Agnes die kunstschilder is en er vaak niet zou zijn. Dat pakt anders uit. Agnes is er heel vaak en beiden hebben uitvoerige gesprekken. Over haar achtergrond, haar familie, haar huwelijk en haar kunst. Het begint erop te lijken dat Agnes kwetsbaarder is dan ze zich voordoet en het wordt duidelijk dat stabiliteit in een leven heel betrekkelijk en teer is.

    Van is Ayşegül Savaş is eerder werk verschenen in The New Yorker, The Paris Review, Granta, The Guardian, The Dublin Review. Ze woont en werkt in Parijs. Momenteel werkt ze aan een bundel essays’s.

    Wit op wit
    Auteur: Ayşegül Savaş
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar
  • Zijn soepele vertelstijl trekt de lezer moeiteloos het verhaal in

    Zijn soepele vertelstijl trekt de lezer moeiteloos het verhaal in

    De Noorse schrijver Dag Solstad heeft in eigen land een omvangrijk oeuvre opgebouwd en is meermaals genoemd als droomkandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. In Nederland is de Noor nog nauwelijks bekend. Van de meer dan dertig boeken die hij heeft geschreven zijn er slechts enkelen in het Nederlands vertaald, waaronder Roman 11, boek 18, het eerste deel in de trilogie over Bjørn Hansen. Het boek verscheen in Noorwegen in 1992 en was in werkelijkheid ook de elfde roman van de schrijver. De andere twee delen van de trilogie verschenen in 2009 en 2019. Roman 11, boek 18 maakt niet alleen onderdeel uit van een trilogie, maar is zelf ook opgedeeld in drie episodes.

    Drie episodes

    In de eerste episode wordt verteld hoe Bjørn Hansen zijn vrouw en tweejarige zoon in de steek laat om samen te gaan wonen met een vrouw die in het provinciestadje Kongsberg woont. Hij geeft voor haar zijn baan en een veelbelovende carrière in Oslo op. Veertien jaar later verlaat hij de vrouw, maar blijft in Kongsberg wonen. In de tweede episode neemt zijn inmiddels volwassen zoon, net afgezwaaid uit militaire dienst en in Kongsberg het vak van optometrist wil gaan studeren, contact met hem op. Ondanks dat ze elkaar jaren niet hebben gezien of gesproken hebben ze elkaar nauwelijks iets te vertellen. Sterker nog, Bjørn Hansen ergert zich regelmatig aan zijn zoon, die hij erg pedant vindt. In de derde en laatste episode wil Bjørn een dramatische daad stellen als een soort protest tegen zijn tot dan toe volstrekt willekeurige leven waarop hij nauwelijks grip lijkt te hebben. Over deze nogal onbegrijpelijke daad kan hier weinig over worden gezegd aangezien dat de ontknoping van het verhaal zou weggeven. 

    Afstandelijke vertelstijl

    Wat onmiddellijk opvalt aan Roman 11, boek 18 is de afstandelijke vertelstijl. Het boek gaat over het leven van een doorsnee man in vogelvlucht beschreven zonder dat de lezer hem echt goed leert kennen. Wat verder opvalt is dat de schrijver de hoofdpersoon zeker drie tot vier keer per pagina Bjørn Hansen noemt in plaats van dat hij de hij-vorm gebruikt. Bjørn blijft daardoor grotendeels een mysterie en zijn keuzes in het leven blijven voor de lezer onverklaarbaar. Dat wringt soms. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat hij schijnbaar zonder enige gewetenswroeging zijn vrouw en zijn kind in de steek laat voor een andere vrouw? Er worden weinig woorden aan vuil gemaakt, behalve dat hij bang was dat hij anders van alles spijt zou krijgen. 

    Duidelijk wordt wel dat Bjørn het zelf eigenlijk ook allemaal niet zo precies weet. Bjørn Hansen beschrijft zichzelf in het begin van de roman als een wat stugge, introverte, niet erg spontane persoon, die het leven aan zich voorbij ziet glijden terwijl hij vergeefs op zoek is naar zingeving. Verder komen we te weten dat hij een man met weinig persoonlijke bezittingen is. Als hij zijn vrouw voor een andere verlaat, bestaat zijn bagage vooral uit boeken. 

    Aangenaam boek

    Hoewel het boek weinig dramatische hoogtepunten kent en Bjørn Hansen moeilijk is te doorgronden, is Roman 11, boek 18 wel een aangenaam boek om te lezen. Door zijn soepele vertelstijl trekt Solstad de lezer moeiteloos het verhaal in. Hij hanteert een gemoedelijke verhaaltempo, waarbij hij ruim baan geeft voor de soms wat wijdlopige gedachtes van de hoofdpersoon en de random ontmoetingen die hij heeft met andere mensen. Zo ontmoet hij een zingende tandarts en een huisarts die verslaafd is aan geestverruimende middelen. Het zijn dit soort momenten tezamen met een milde humor die het verhaal een zekere charme verlenen. Het eerste deel van deze trilogie smaakt in elk geval naar meer en het is dan ook te hopen dat de volgende twee delen snel worden vertaald.

     

     

  • Obsessie met schilder vanuit perspectief dementerende zus

    Obsessie met schilder vanuit perspectief dementerende zus

    De Noorse schrijver Jon Fosse (1959) wordt als een van de belangrijkste schrijvers van onze tijd gezien, hij ontving diverse prijzen in Noorwegen en Europa voor zijn krachtig, veeleisend en vernieuwend schrijven in alle literaire genres. In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef hij ‘Melancholie I’ en ‘II’, een fictieve biografie over de Noorse schilder Lars Hertervig (1830-1902). In 2018 en 2020 zijn beide romans in het Nederlands vertaald en gepubliceerd door uitgeverij Oevers. In ‘Melancholia I’ probeerde Fosse de mentale staat van de schilder vast te leggen. Hertervig was schizofreen en straatarm, hij kwam uit een quakers gezin en schilderde wonderlijke, sprookjesachtige kustlandschappen. Fosse schrijft lange meanderende zinnen, vol herhalingen en monotone gedachten en zijn proza wordt wel vergeleken met minimalistische muziek.

    Verhaal van een dagdeel

    Fosse’s obsessie met de schilder vindt zijn vervolg in ‘Melancholie II’. Oline, de zuster van Lars, is de protagonist en we volgen haar kort na zijn dood in 1902. Net als in deel I beslaat het verhaal, dat eigenlijk niets om het lijf heeft, een dagdeel. Oline is oud en heeft zere voeten, ze strompelt langs de weg, met aan een snoer twee vissen die ze van visser Svein heeft gekregen, naar haar witte huisje met de rode voordeur bovenaan de heuvel. Halverwege ontmoet ze haar schoonzuster Signe die vraagt of ze even bij haar broer Sivert komt kijken. Sivert ligt op sterven. Oline wil eerst naar huis, ze kan toch niet met die vissen naar haar broer, bovendien moet ze naar het sekreet. Thuis aangekomen gaat ze meteen naar het hok waar zich de poepdoos bevindt en starend naar de dode vissenogen vervalt ze in een herinnering aan vroeger met haar broer Lars. Op de deur van het sekreet is een tekening geprikt, die ze ooit van Lars heeft gekregen.

    ‘Ze zijn zwart op dezelfde manier waarop Lars zwart is. De duisternis is dezelfde. Het is een duisternis die niet dood is, maar die straalt, een stralend duister, als het ware. 

    De tekeningen lijken op jou, zeg ik.
    Lars kijkt ineens naar mij.
    Hoezo dat? vraagt hij.
    Eh, ik weet niet.
    Maar ze lijken op jou, zeg ik.’

    Herhalende zinnen

    Het is inmiddels duidelijk dat Oline aan geheugenverlies lijdt. Sivert is vergeten, haar gedachten draaien om haar incontinentie, de vissen en Lars. Haar herinneringen zijn echter glashelder en ze beleeft de gebeurtenissen letterlijk alsof ze op haar netvlies staan. In de flashbacks denkt Oline vanuit de eerste persoon, maar soms verandert het perspectief binnen de zin weer terug naar het heden en wordt het personale perspectief gehanteerd. ‘Ik kijk naar moeder en ze kan toch niet hier op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, ze kan hier toch niet zo op het sekreet blijven zitten denken aan vroeger en weer als een kind zijn, denkt Oline. Maar daar zat moeder te huilen. En de volgende ochtend stond de vloer helemaal blank. En Oline denkt dat ze nu overeind moet komen, ze kan hier niet op het sekreet blijven zitten, nu doen haar benen ook niet meer zeer, ze moet opstaan en naar de keuken lopen met de vis want het is koud, ze heeft het koud, ze kan hier toch niet op het sekreet blijven zitten, denkt Oline, maar is er iets gekomen?’

    Die zere voeten

    Door zijn simpele en herhalende zinnen kruipt de taal van Fosse je onder de huid. Hij bouwt het verhaal langzaam op en met de kleine stapjes die Oline zet, trekt hij de lezer in Oline’s hoofd en gedachtewereld en die is beklemmend. Niet zozeer om wat ze denkt, maar omdat ze zo ver van de realiteit afstaat, dat ze dementerend is en alleen woont. Als ze eindelijk in haar keukentje is en de vissen heeft schoongemaakt, mag ze gaan zitten. Maar het lot bepaalt anders. Ineens zijn de vissen weg en Oline moet opnieuw naar de zee, naar visser Svein voor eten en de hele wandeling herhaalt zich.

    (…)‘visser Svein wilde geen cent voor de vis hebben, misschien begreep hij dat ze niet veel geld had momenteel, maar heeft ze er iets over gezegd, nee geen woord heeft ze erover gezegd, geen woord heeft ze erover gezegd, denkt Oline. Nog een klein eindje, ja, dan mag ze even uitrusten, denkt Oline, maar ze moet nog even volhouden. En zodra ze blijft staan doen haar voeten minder zeer.’ 

    In tweede instantie gaat ze wel bij haar broer Sivert langs, wat een tamelijk hilarische scene oplevert. Haar schoonzuster Signe duwt haar nogal ruw de trap op en als Oline eindelijk naast Sivert zit, praat ze tegen hem en reikt hem zijn pijp aan zonder te zien dat hij al niet meer in leven is.
    De summiere terugblikken op Oline’s jeugd met Lars op het strand, het kinderrijke gezin, de vader die ook niet helemaal spoorde zijn de puzzelstukjes die een aardig beeld geven van de getormenteerde geest van de schilder, zijn jeugd en zijn leven in de natuur. Het zijn de terugblikken die zorgen voor een boeiende afwisseling met Oline’s beperkte heden in deze kleine roman, waarin de kracht bij het herhalende woord ligt en klein leed van het schrijnend dagelijks ongemak sterk uitvergroot.

     

     

  • Dit boek hangt van ontmoetingen aan elkaar met een reden

    Dit boek hangt van ontmoetingen aan elkaar met een reden

    Alternatieve feiten, of uiteindelijk toch iets anders? Daar begint het mee in het in 2009 voor het eerst in het Nederlands verschenen, uit drie gedeelten bestaande Hässelby van de Noorse schrijver Johan Harstad. De toon is gezet: een man stapt resoluut de weg op. Of: ‘Mijn vader werd geschept toen hij de straat wilde oversteken, door een vrachtwagen die te hard reed’. Het gevolg is hetzelfde: ‘Het inwonertal van Zweden is zojuist met één gedaald’. Een droogkomische, wat sneue opmerking die kenmerkend is voor Hässelby, Harstads tweede boek, vóór zijn grootse Max, Mischa & het Tet-offensief, waarvoor hij in 2018 de Europese Literatuurprijs kreeg en dat geweldig vertaald werd door Edith Koenders en Paula Stevens. Stevens vertaalde ook Hässelby.

    Bertil Åberg, de vader van de ik-figuur Albert Åberg in het boek, is overleden. Zijn vader hield op een gegeven moment op vader te zijn, hij wilde zijn maatje zijn. Ze woonden in Hässelby, een betonnen voorstad van Stockholm, tot Albert naar Hong Kong vertrekt, omdat hij geen maatje wil zijn. Toevallig loopt hij Helmut Aldman tegen het lijf die hem vraagt zijn tolk te zijn als hij in Hong Kong grote delen van de Star Wars-producten wil opkopen om naar Duitsland te verschepen. Deze actie loopt op niets uit en Aldman blijkt opeens van de aardbodem verdwenen te zijn. Dat levert enkele detectiveachtige passages op over bijvoorbeeld een cliché-achtige man in regenjas middenin de nacht in de gang van het hotel.

    Ontmoetingen en verdwijningen

    De volgende ontmoeting – het boek hangt van ontmoetingen aan elkaar, en dat heeft een reden – staat op stapel. Albert ontmoet Leni in het Parc du Luxembourg in Parijs. Leni komt uit München waar ze ‘kunstgeschiedenis of filosofie of een geheel eigen mix van die twee had gestudeerd’. Opvallend is dat vertaalster Paula Stevens razendsnel en knap van idioom wisselt wanneer de vader van Leni, Anton, spreekt, je hóórt het Duits tussen de regels door.
    Dan volgt een essayachtig stukje over beeldend kunstenaar Yves Klein. Een inlasje dat kenmerkend is voor Harstad. Net zoals hij politiek getinte passages inlast die we ook uit Max, Mischa & het Tet-offensief kennen. In dit geval onder meer over de grote stakingen uit 1986 in Parijs. Na het stukje over Klein roept Harstad met even groot gemak een sprookjesachtige sfeer op: ‘Ik ging liggen met mijn rugzak over mijn hoofd (…). En toen landde een groot blad op mijn gezicht, het werd donker en ik viel in slaap’. 

    Af en toe sijpelen er zinnetjes door die, met de verdwijning van Aldman en de semi-verdwijning van Albert in het achterhoofd, je op scherp zetten: ‘Op dat moment waren we [Albert, Leni en nog enkele vrienden, EvS] sowieso al met verschillende noorderzonnen vetrokken’. Er staat de lezer dus nog was te wachten!
    De reeks ontmoetingen en verdwijningen zet zich voort. Nu met een vreemde man in een dunne, grijze regenjas (waar hebben we die eerder gezien?) met drie vlekken op de zoom. Albert verdenkt hem ervan dat hij hem volgt, maar op een dag is hij ‘als door de aarde verzwolgen’.

    Het gewone leven neemt weer zijn gangetje, de stakingen zijn voorbij. Albert gaat met zijn vriendin Leni veelvuldig naar de bioscoop en – net als in de andere boeken van Harstad – de films die ze zien worden bij name genoemd en soms kort beschreven; ook dit is niet zonder bedoeling. Dan gaat het bergafwaarts tussen Albert en Leni. De reden is, dat Albert met zijn hoofd toch weer terug was in Hässelby. Tot zover het eerste deel van het boek.

    De wolf buiten de deur houden

    In het tweede deel zetten de ‘verdwijningen’ zich voort. ‘Toen kwam Catharina. Uit Skåne’. Een moederfiguur. ‘Het duurde twee jaar voordat ik begreep dat ze niet zomaar was weggewaaid met de wind’. Als de wind die eerder een groot blad op Alberts gezicht had doen waaien. Vijf jaar later ‘verdween’ ook Alberts vader. Dat wil zeggen, hij overleed in het ziekenhuis, al dan niet resoluut de weg opgestapt of aangereden door een vrachtwagen die te hard reed. Het voelt voor Albert of hij hém verliet. Harstad neemt bij zulke situaties de clichés in boeken van een wat minder literair niveau op de hak: ‘Er hingen zware, grijze wolken boven de stad en het zou vanavond weleens kunnen gaan sneeuwen, regenen, moeilijk te zeggen. Het kon ook zijn dat er niets gebeurde. Maar dat gaf niet’. 

    Een manier van verdwijnen is ook door niet aanwezig te zijn, zoals Gustav Myrbäck, die op nummer 32 woont in de flat waar Albert een appartement heeft. Al jaren is hij niet gezien, hoewel hij wel stipt de huur schijnt te betalen. Tot Albert en zijn vriend Åke hem in de metro zien. Het blijkt de man te zijn die hij in Disko (dé disco) in Parijs had ontmoet. Dat wil zeggen: hij had gezien dat Myrbäck iemand verkrachtte en had niets daartegen ondernomen. ‘Nu kon ik de wolf niet meer buiten de deur houden’. Hier krijgt het boek een beklemmende, donkere sfeer en wordt méér dan een verhaal enkel in woorden; er komen tekeningen en foto’s bij. Waarschijnlijk gemaakt door Harstad, die ook het omslag van de Nederlandse uitgave ontwierp. 

    Fake of niet

    In het derde deel van het boek is Albert opgenomen in het Karolinska Ziekenhuis. Er komt bezoek dat óók weer verdwijnt. De politie komt en gaat alle verdwijningen onderzoeken waarbij Albert volgens hen betrokken was. Ondertussen ontsnapt hij uit het Karolinska Ziekenhuis en gaat naar München, niet toevallig de stad van Leni. Hier voelt hij zich een vluchteling, ziet Leni en maakt een afspraak met haar. Ook komt hij erachter dat Aldmann er een Star Wars-speelgoedwinkel heeft; dit was dus de stad waar hij alles naartoe heeft verscheept. Hij hééft een winkel, en hij leeft.

    Op dit punt gekomen blijkt alles fake: Aldman ontkent met Albert in Hong Kong te zijn geweest, Leni’s vader is wél directeur van BMW, al ontkende hij dat op verzoek van Leni (ze was bang dat ze qua milieu niet bij elkaar pasten). Hässelby is wel een mooie voorstad van Stockholm, al had Albert dat nooit zo gezien. Of is het toch iets anders dan fake? Er zou ongetwijfeld een andere rode lijn dan enkel ‘verdwijningen’ in het verhaal kunnen zitten en toch tot dezelfde conclusie komen: dat dit een rijk boek is, zoals alles wat Harstad daarna schreef. Maar op de een of andere manier geeft juist deze rode lijn aan waar Harstad mee speelt: het is als de boven- en de onderkant van een schilderij uit de barokperiode. Aan de onderkant speelt het dagelijkse leven zich af en aan de bovenkant de waandenkbeelden, in het geval van dit boek die van een psychiatrische patiënt.

    Boven en onderkant

    De verdwijningen vormen de verbinding tussen boven- en onderkant. Verdwijningen van personages, van politieke ideologieën en van de jeugd (gesymboliseerd door sprookjesachtige passages, een vader die maatje in plaats van vader wil zijn). De werkelijkheid van de onderkant wordt gespiegeld door een verhaal dat zich in de bovenkant afspeelt. In de verbeelding, in eerste instantie in boeken die worden aangehaald, popmuziek die wordt beluisterd, films die worden bekeken (Brazil, The Return of the Jedi, The Empire Strikes Back). In de donkere wolken die steeds meer de sfeer van het boek gaan bepalen. 

    En tenslotte in de synchroniciteit die in het boek als hint wordt gegeven. Een idee van psychiater Jung: ‘Alles hield verband met elkaar, je kon de verschillende brokstukken onmogelijk van elkaar scheiden, niets werd meer beperkt door de causaliteit’, of: ‘de gelijkenissen tussen gelijktijdige gebeurtenissen’.  Zo zie je dan achter al die verdwijningen andere verdwijningen, zoals de verdwijning van een schoolklas in Japan, of recent van de Chinese zakenman Jack Ma die in ongenade was gevallen, en zoveel meer. Ja, Hässelby is een rijk boek van één van de grootste Noorse schrijvers van dit moment.

     

     

  • Erling Jepsen zet alles op zijn kop

    Erling Jepsen zet alles op zijn kop

    Recensie door Priscilla Versteegh

    Als je veertien bent scheiden je ouders en opeens sta je op jezelf. Je wereld wordt op zijn kop gezet. En dan niet vooral door je ouders, maar door die jongen die opeens de tuin komt doen. De kop is eraf is een spannende roman die makkelijk leest en een verrassende ‘twist’ heeft.

    Ontrouw is de reden voor een scheiding tussen de ouders van Emilie. Het meisje wordt gedwongen met haar moeder en broertje Jacob, de vertrouwde omgeving van Kopenhagen te verruilen voor een huis op het platteland. Emilie komt in een situatie waarin ze snel volwassen wordt. Onder andere omdat ze de verzorgende rol op zich neemt voor haar moeder en haar broertje. Van de ene op de andere nacht verschijnt er een jonge man op het toneel, die de verwilderde tuin in orde wil maken. De jongen, Anders, wordt door haar moeder met open armen in het huis genomen. De charmante vreemdeling heeft echter afschuwelijke geheimen. Haar broertje Jacob is door zijn komst zichzelf niet meer en een gruwelijke situatie belandt op de schouders van Emilie.

    Anders blijkt in hun huis te hebben gewoond en is er bijzonder aan gehecht. De vader van Emilie vindt het ongepast dat Anders zo lang logeert bij Emilie, haar moeder en haar broertje. Anders moet daarom het huis verlaten. Hij blijft echter nog altijd in de buurt en Emilie laat hem ’s avonds in haar kamer slapen zonder dat haar moeder dat weet. Waar Anders zich overdag schuilhoudt weet ze niet, totdat ze zijn schuilplek vindt en ontdekt wat hij verborgen houdt. Het geheim van Anders komt aan het licht maar Emilie kan niet direct aan haar ouders de waarheid vertellen.

    De kop is eraf is een boek met een goed gedoseerde spanning en een bloedstollend einde. Door de ogen van Emilie krijgen we inzicht in de gezinssituatie. Haar scherpe analyses maken haar interessant, houden het verhaal boeiend en geloofwaardig. Ze houdt haar eigen geheimen die onschuldig lijken maar die haar ook in de problemen brengen tot alles echt uit de hand loopt. De kwetsbare positie van Emilie met de mysterieuze Anders als kwade geest zorgen voor een sterk verhaal. Naast Emilie en Anders is ook het broertje Jacob niet zo onschuldig als je zou verwachten. Wat dit verhaal bijzonder maakt zijn de verrassingseffecten waarmee Erling Jepsen alles op zijn kop zet.

    De kop is eraf  is geschreven door de Deense schrijver Erling Jepsen (Gram, 1956). In 2006 was hij genomineerd voor de prestigieuze Deense bg-bank Litteraturpris. Naast romans schrijft hij ook toneelstukken en tv- scenario’s. De eerder verschenen boeken De kunst om in koor te huilen (2008) en Vreselijk gelukkig (2009) zijn verfilmd. De verfilming van het autobiografische De kunst om in koor te huilen heeft in 2008 een Oscar nominatie gekregen. Ook Met oprechte deelneming (2010) is vertaald. Dit is een voorzetting van het verhaal uit De kunst om in koor te huilen maar is echter fictie.