• Weten wanneer je hulp moet bieden

    Weten wanneer je hulp moet bieden

    Nastya in Charkiv, Naar de frontlinie van Europa is een prachtig vormgegeven bundeling verhalen door Jaap Scholten over een hulpkonvooi naar Oekraïne, over Oekraïners in de strijd  tegen Rusland, en over arts en psycholoog Nastya. Zij is Nederlands-Bulgaars en groeide op in Den Haag en is een senior combat medic, een hospik in Charkiv. Ze is plaatsvervangend commandant van een compagnie, en spreekt Engels, Russisch en Oekraïens. ‘We helpen haar en haar eenheid al ruim een jaar. Ze is al drie jaar actief in de oorlog.’ Met geschreven en gesproken berichten via de smartphone heeft Scholten contact met haar. De berichten zijn in het boek in blauw cursief afgedrukt, net als alle uitspraken van anderen en citaten uit boeken of artikelen. Achterin het boek worden de bronnen door Scholten genoemd en toegelicht.

    Op het omslag, op de flappen en binnenin het boek staan indrukwekkende zwart-wit foto’s van Eddy van Wessel, die meereisde met het konvooi. Scholten onderneemt de tocht namens de mede door hem opgerichte organisatie Protect Ukraine. De manier waarop hij daarvan verslag doet, is meeslepend en met passende humor geschreven. Jaap Scholten verdiende zijn literaire sporen vanaf de jaren negentig met de bekroonde romans Kameraad Baron (2010) over de verdwijnende Transsylvaanse aristocratie en Horizon City (2014), de kroniek van zijn eigen familie. Sinds 2013 woont de schrijver met zijn Hongaarse echtgenote en hun kinderen in Hongarije. Direct na de Russische inval werd hij actief in de ondersteuning van Oekraïne en in 2022 verscheen daarover het boek Drie zakken dameskleding, twee cakes Kyiv & een sniper.

    Weten wanneer je hulp moet bieden

    In Nastya in Karkiv vertelt Scholten hoe hij ertoe gekomen is zich in te zetten voor Oekraïne. Op de ochtend na de invasie werd hij gebeld door een nichtje dat haar leven deelt met een Oekraïner. Ze vroeg of hij de familie van haar vriend in Kyiv kon helpen. Waarna Scholten zonder aarzelen vanuit Hongarije naar de grens reed die hij, na vier dagen wachten, wist te passeren. Daar zag Scholten hoe een roodharig meisje vanuit een roestige bestelbus een stapel dekens tevoorschijn haalde en aan verkleumde vluchtelingen uitdeelde. Hij schreef daarover al in zijn eerdere Oekraïne boek, maar hier vertelt hij wat het voor hem betekende: ‘In de vrieskou bij de grenspost besloot ik, op het moment dat de deken over de schouders van het bibberende meisje werd geslagen, dat ik niet moest blijven toekijken en noteren, maar iets moest gaan dóen’.

    De verhalen springen heen en weer in de tijd, van februari 2022 tot februari 2025. Ook kijkt Scholten terug naar november 2003 toen hij in Hongarije een huis opknapte. ‘Eigenlijk had ik veel eerder in mijn leven bewust moeten worden wat het Kremlin en Poetin bezielden, maar ik heb niet opgelet.’ Door zijn deelname aan het Europees Cultureel Parlement leerde hij onderzoeksjournalist Anna Politskovskaja kennen. Zij schreef voor de Navaja Gazeta maar werd ‘op 7 oktober 2006, de verjaardag van Poetin, in de lift van haar appartement […] doodgeschoten.’ De dag ervoor had ze een verhaal ingeleverd over de martelpraktijken in Tsjetsjenië. Scholten citeert een tekst van Politskovkaja uit 2004, waarin staat dat een journalist zich totaal moet onderwerpen aan Poetin. ‘Anders kan het de dood, de kogel of een rechtszaak zijn.’

    Het zevende konvooi

    Tien verhalen hebben als titel Konvooi 7 en zijn geschreven tijdens of na zijn reis in februari 2025. Ze zijn de rode draad in het boek en gaan over het zevende konvooi naar Oekraïne. Maar ook in de andere verhalen gaat het vaak over het konvooi en wat zich daar afspeelt. Dit konvooi bestaat uit twintig konvooigangers en ‘drie ambulances, vijf terreinauto’s een passagiersbusje en een vrachtwagen met rode kruizen.’ De auto’s zijn volgeladen met medicijnen en allerlei medische en militaire hulpmiddelen. Vooral grote en kleine drones, maar bijvoorbeeld ook haringen en stroopwafels. ‘We toeren door Oekraïne en leveren spullen en terreinauto’s af bij de eenheden.’ Ze zijn op weg naar Nastya aan het front, de reis gaat via Lviv, Kyiv, Sumy, Charkiv en Mikolajiv naar Odessa. Als eerste ontvangt Olesya het konvooi in Lviv. Zij is arts en therapeute en vertelt de konvooigangers over haar werk. Olesya heeft via internet met Scholten contact gelegd, nadat ze de Engelse vertaling van zijn vorige boek had gelezen en ze vroeg hem om spullen die ze nodig hebben.

    Onderweg ontmoeten de konvooigangers de Oekraïners bij wie de auto’s, drones en andere spullen worden afgeleverd. Jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, medici, militairen, mariniers, beroeps en vrijwilligers, managers, boeren, chauffeurs, een graffity-artiest, een danseres. Het zijn er veel en allemaal verdedigen ze hun land. In de andere verhalen schrijft Scholten over de Oekraïense PEN, de verhouding tussen de soldaten, tussen mannen en vrouwen, over mensenrechten, en over de ontmoeting met Nastya. Zij vertelt over het moment waarop zij besloot meer te doen dan spullen naar Oekraïne te brengen: ‘Ik ben geen vechter, ik ben geen soldaat, maar helpen wil ik wel.’ Jaap Scholten, Tommy Wieringa en vijf konvooigangers bezoeken ook Nastya’s huwelijksfeest. Ze ‘straalt als de zon’ wanneer ze vertelt hoe ze haar man ontmoette. Ze trouwen en gaan twee dagen op huwelijksreis, buiten het bereik van de raketten.

    Het maskeren van bedoelingen door Rusland

    In een van de laatste verhalen vertelt Scholten over ‘maskirovka’, het maskeren van je bedoelingen, wat Rusland voortdurend doet om iedereen op het verkeerde been te zetten.  En hij schrijft over de martelingen, het geweld en de geweldsdreigingen die Poetin uit laat voeren, als bewonderaar van Felikjs Djerzjinski, de oprichter van de eerste bolsjewistische geheime dienst Tsjeka.Hun werkwijze zie je volgens Scholten terug in Oekraïne. Hij citeert en interviewt ook mensenrechtenadvocaat Oleksandra Matviichuk, die ambassadeur is voor Support Ukraine, over de ‘werkelijke racistische cultuur’ in Rusland. ‘Russische bezetting betekent gewelddadige ontvoering, verkrachting, merteling.’ Zij maakt zich hard voor een speciaal tribunaal voor Vladimir Poetin.

    In het verloop van de oorlog zijn hun tochten volgens Scholten een ‘langzame en onvermijdelijke afdaling in het gitzwarte’. De spullen die ze brengen zijn ‘stille getuigen van het desperate karakter van de oorlog’. Sinds vorig jaar nemen ze ook katheters en luiers mee. ‘Vrijwel alle Oekraïense militairen die uit Russische gevangenschap terugkeren, zijn zodanig gemarteld dat ze incontinent zijn.’ De meest gruwelijke dingen die ze hebben gehoord noteert hij niet in detail. ‘Ik heb op het laatste moment martelverhalen geschrapt, anders leest geen hond in Nederland dit boek.’ De lezer moet sowieso een sterke maag hebben, ook zonder al die martelingen. Maar het geeft een goed beeld van binnenuit wat de Oekraïense bevolking moet doorstaan en wat de westerse pers niet laat zien.

    Het konvooi eindigt in Odessa, met een wandeling langs de beroemde en door een bom beschadigde Transfiguratiekathedraal. Met de trappen die bekend zijn geworden door de film Pantserkruiser Potjomkin van Sergej Eisenstein. Scholten probeert nog van een proefgranaat af te komen, die hij als een ongewenst cadeautje in zijn bagage heeft. Hij wil het ding ongezien in zee laten vallen, als een van de ondanks de oorlog min of meer tragisch humoristische anekdotes in dit overdonderende oorlogsverhaal.