• De mens moet geen god willen zijn

    De mens moet geen god willen zijn

    In Druiven der gramschap (Grapes of Wrath) (1939) trekt de boerenfamilie Joad weg uit Oaklahoma vanwege de grote droogte, de Great Dust. De akkers, die de leden hebben gepacht leveren niets meer op en ze zien California als het land waar het allemaal veel beter zal zijn. Of in Bijbelse termen: het Land van Belofte. Predikant Jim Casy vergezelt hen, gekweld door twijfels aan zijn geloof.
    In Ten oosten van Eden (East of Eden) (1952) leveren twee broers strijd om de liefde van hun vader. In die roman draait het om de vraag wat God voor iemand is als hij de ene mens in het ongeluk stort en de ander alle gunsten toebedeelt. Een Kaïn en Abel-verhaal in een 20ste eeuws jasje.

    Maar al veel eerder, in 1933, stelde de schrijver van die romans, John Steinbeck, dat soort vragen in To a God Unknown. Die roman verscheen in Nederland in 1953 onder de titel Aan een onbekende god en is nu in een herziene vertaling opnieuw uitgegeven in de afdeling Klassiek van de jonge uitgeverij Bint (opgericht in 2016). De roman is in veel opzichten een soort oerversie van de andere twee.

    Om maar met de conclusie te beginnen: Aan een onbekende God is minder indrukwekkend (vooral in de dialogen) dan Druiven der gramschap en Ten oosten van Eden. Maar voor wie die twee romans las (of de verfilmingen zag), is het interessant om te zien hoe Steinbeck hier met dezelfde thema’s in een soort oerstadium in de weer is. Ook hier de arme boerenbevolking, de strijd tussen goed en kwaad, de vraag naar zingeving, de broederrivaliteit. En ook deze roman wemelt weer van de Bijbelse verwijzingen. Die zitten in namen, in woordgebruik en in scènes, maar ook meer verhuld in symboliek (de betekenis van water, bomen, rotsen bijvoorbeeld) en thema’s als schuld, boetedoening en opoffering. Dat is niet verwonderlijk omdat Steinbeck, in het Anglicaanse gezin waarin hij was geboren, de Bijbelse verhalen met de paplepel ingegoten kreeg. Toch worstelde hij al jong met godsvragen en de rol van religie in het leven.

    Zegen
    Hoofdpersoon van Aan een onbekende god is Joseph, de derde van vier broers Wayne, die besluit de ranch van zijn familie te verlaten omdat die te weinig plek biedt voor de velen die van het land moeten leven. Hij is de oogappel van zijn vader John, van wie hij de zegen ontvangt om in California een nieuwe toekomst op te bouwen. Op zijn reis ernaar toe ontmoet hij een paar mannen van Indiaanse afkomst die hem vertellen dat die streek in de eeuw ervoor een groot aantal jaren werd getroffen door een grote droogte die alle boeren verjoeg. Niettemin zet Joseph zijn plan door. Als hij met succes een bedrijf weet op te zetten komen, na de dood van vader John, zijn broers Burton, Thomas en Benjamin met hun vrouwen eveneens over. Joseph zelf vindt ook een vrouw, de belezen lerares Elizabeth.

    Maar het onvermijdelijke gebeurt. Na succesvolle jaren teistert een grote hitte het gebied. Veel vee sterft en de voedselbronnen raken uitgeput. Uiteindelijk beslist broer Thomas met het overgebleven vee weg te trekken naar vruchtbaardere streken. Joseph blijft achter in een onwrikbaar geloof dat de regens terug zullen keren en dat hij daar verantwoordelijk voor is. Hij voelt zich vergroeid met de plek en met de aarde. Het leidt tot een dramatisch offer, waarna de regen inderdaad terugkeert.

    Eik
    Ondertussen zijn we getuige geweest van allerlei verwikkelingen rond dood en leven, de bestemming van de mens, geloof in een God of in de natuur en de botsing tussen oude (Indiaanse) cultus en nieuwe religie. De belangrijkste dramatis personae zijn daar een weerspiegeling van.

    Allereerst Joseph zelf. Hij besluit zijn nieuwe boerderij te bouwen rond een enorme eik waarin volgens hem de geest van zijn vader is gaan wonen. Hij voert gesprekken met  de boom als hij om raad verlegen zit.
    Zijn oudste broer Burton is diepgelovig, fundamentalistisch zelf. Hij verwijt Joseph dat hij God verloochent en in plaats van Hem een boom aanbidt. Zijn fanatisme leidt tot een wraak die de twee definitief uit elkaar drijft.

    Thomas, de tweede van de broers, is een natuurmens, die een band met dieren heeft en het leven neemt zoals het komt: hij kent geen verzet en geen streven naar ingrijpen in de loop der dingen.

    De jongste, Benjamin, vertegenwoordigt het losbandige type. Hij trekt zich van God noch gebod wat aan. Dat leidt tot zijn dood als hij de vrouw verleidt van Joseph’s vaquero (veedrijver), Juanito, die hem neersteekt. Een daad die hem door Joseph wordt vergeven.

    Rots
    Deze Juanito vervult een belangrijke rol in de roman als confrontatie van het geloof van de oude Indianen met de religie van de blanke Amerikaan. Om boete te doen voor zijn daad trekt hij weg. De herinnering aan hem blijft bij Joseph levend omdat hij hem een plek heeft laten zien in een diep bos waar hij naar toe ging om troost te vinden en de eenheid met de aarde te voelen. Het is een met mos begroeide rots waar een bron water levert. Joseph zelf zal er steeds vaker naar toe gaan.

    Veel later in de roman zal Juanito Joseph daar weer treffen als het land verdord en verlaten is en alleen bij de rots nog een beetje water te vinden is. Hij adviseert Joseph contact te zoeken met Father Angelo, die zal kunnen bidden om regens. Joseph bezoekt die priester met tegenzin maar krijgt ruzie met hem als ook hij eist dat hij zich bekeert tot God. Joseph besluit tot een ultiem offer. De regens keren terug: Angelo gelooft dat zijn gebed dat heeft bereikt, terwijl voor Joseph vaststaat dat het zijn eigen daad is.

    En dan moet nog Elizabeth worden genoemd. Haar huwelijk met Joseph wordt beschreven als een rituele passage. Na de kerkelijke bruiloft in haar stad Monterey, die in Joseph’s ogen een ‘duivelsaanbidding’ was, voert hij haar naar zijn huis dwars door de bergkloof die uitzicht geeft op de vruchtbare vallei. Elisabeth wordt er bang, maar Joseph stelt haar gerust: ‘Dit is de overgang tussen het werkelijke en het reine (…) Gisteren zijn we getrouwd en het was geen huwelijk. Dit is ons huwelijk – door de pas heen.’ Dit doet denken aan de ‘nauwe poort’ uit het Lucasevangelie, maar ook aan het begrip ‘numineus’ van de Duitse theoloog Rudolf Otto (1869-1937). Hij bedoelde daarmee de geheimzinnige spanning die de essentie van elke religie is: iets wat onontkoombaar aan je trekt en tegelijk fundamentele angst inboezemt.

    In Aan een onbekende god blijft dit mysterie bestaan. De natuur is onbeheersbaar. Het is een voedende, maar ook angstwekkende kracht. Die is onaantastbaar. Bid. Breng offers. Zoek troost bij een eik. Maar probeer niet voor god te spelen.

  • Oogst week 23

    Aan een onbekende god

    Hoofdpersoon Joseph Wayne vertrekt naar de Salinas Vallei in Californië, een streek met een overweldigend mooie natuur waar auteur Steinbeck als kind zelf heeft gewoond. Onder de grote eikenboom bouwt hij een huis. Joseph verbeeldt zich dat de geest van zijn vader in de boom woont. Ook zijn broers komen naar de boerderij. Alles gaat voorspoedig, totdat de regen uitblijft. Zal Joseph ondanks de droogte trouw blijven aan zijn land? Ook als hij daarvoor een hoge prijs moet betalen? ‘Een intense en zintuiglijke roman vol natuurbeleving en mystiek.’

    Uitgeverij Bint bestaat nog geen jaar, maar heeft mooie plannen. In de reeks Bint Klassiek verschenen eerder de romans De kern van de zaak van Graham Greene en Thérèse van François Mauriac. Daar is nu dus Aan een onbekende god bijgekomen van John Steinbeck. De reeks zal worden uitgebreid met titels van o.a.Stefan Zweig, Isaac Bashevis Singer en Czesław Miłosz.

    Aan een onbekende god
    Auteur: John Steinbeck
    Uitgeverij: Uitgeverij Bint

    Geen kunst

    Peter Esterházy (1950-2016) is een van de belangrijkste hedendaagse Hongaarse literaire auteurs. Maar volgens hem was hij ‘allereerst voetballer en pas daarna schrijver’. Hij had het van geen vreemde. Zijn vader voetbalde, een van zijn broers kwam uit voor het Hongaarse elftal en over zijn moeder zei hij: ‘Voetbal is haar hele leven, in het hoofd van mijn moeder heeft de wereld de vorm aangenomen van een voetbalveld.’

    In Geen kunst brengt hij zijn gestorven moeder tot leven. Hij gaat met haar het gesprek aan, over voetbal, over het gezin en over Hongarije in de jaren vijftig. Steeds vertelt ze nieuwe verhalen.

    Peter Esterházy is vooral bekend geworden met zijn postmoderne familiekroniek Harmonia Caelestis (2000), twee jaar nadat zijn vader was gestorven. Het moest een ode zijn, maar in het jaar dat zijn boek verscheen ontdekte hij dat zijn vader vanaf 1957 informant was geweest voor de Hongaarse geheime dienst en dat hijzelf door zijn vader was bespioneerd.

    Geen kunst
    Auteur: Péter Esterházy
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    Ongebaande paden

    Sylvain Tesson is een man die van extremen houdt en daar over schrijft. In Zes maanden in de Siberische wouden beschrijft hij hoe het is om als kluizenaar te leven, in een hut bij het Baikalmeer midden in het Siberische bos. In Berezina, met Napoleon in de zijspan volgt hij op de motor het winterse, terugtrekkende spoor van Napoleon en zijn Grande Armée nadat het, dan exact 200 jaar geleden, door tsaar Alexander I is verslagen.

    Een van die avonturen kostte Tesson bijna het leven. Hij beloofde zichzelf dat hij dwars door Frankrijk zou gaan lopen als hij voldoende zou herstellen. Dat deed hij en in augustus 2015 begon hij in het uiterste zuidoosten van Frankrijk aan een wandeling die hem ver wegbracht van de bewoonde wereld en onze alomtegenwoordige technologie. Zijn tocht voerde, door de zelfopgelegde restrictie dat hij alleen over onverharde wegen mocht lopen, dwars door de ongerepte natuur, over soms nauwelijks begaanbaar terrein en langs barre uithoeken. Een kleine drie maanden later eindigde zijn voetreis aan de noordwestkust.

    Ongebaande paden
    Auteur: Sylvain Tesson
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    De familie Mann

    De familie Mann is het tragische verhaal van een gezin dat volledig wordt beheerst door de literaire roem van de vader, Thomas Mann. Maar in De familie Mann draait het echt om de familie Mann. Niet allèèn maar over de beroemde schrijver uit het gezin.

    Aan een familie wordt het staatsburgerschap ontnomen. “Onwaardig om Duitsers te zijn’”schrijven de kranten. In december 1936 worden de Manns beschouwd als “schadelijke elementen in de samenleving”. De familie woont dan drie jaar in het buitenland. Drie jaar heeft Thomas Mann geaarzeld en geweifeld, nu heeft hij eindelijk “zijn hart gewassen” zoals hij het noemt, zich openlijk uitgesproken voor de emigratie en zich daarmee tegen het Hitler-regime gekeerd. Zijn familie heeft reikhalzend uitgezien en op hem ingepraat, agressief zoals dochter Erika, duidelijk zoals zoon Klaus, of zacht en beslist zoals zoon Golo en echtgenote Katia.

     

    Auteur: Tilmann Lahme
    Uitgeverij: uitgeverij De Arbeiderspers