• En Danijel is bang

    En Danijel is bang

    Drago Jančar (1948) werd in de jaren zeventig gearresteerd om zijn kritische houding tegenover het communistisch bewind en later gedwongen in het leger te dienen. Pas na het overlijden van Tito voelde hij de vrijheid om te schrijven. Tegenwoordig wordt hij als een van de belangrijkste hedendaagse Sloveense schrijvers beschouwd. Hij is ook actief als essayist, toneel- en scenarioschrijver. In Slovenië staat hij bekend als maatschappelijk geëngageerd en om zijn kritische houding tegenover de politiek.

    Bij het ontstaan van de wereld speelt zich af vijftien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Maribor, toenmalig Joegoslavië, tijdens het bewind van Maarschalk Tito, in de tijd van de Koude Oorlog. Bij de 11-jarige puber Danijel ontstaan in de lente nieuwe gevoelens. ‘Elke ochtend breekt uit de stilte het luide geraas van de wereld naar buiten. Zo ontstaat de wereld.’ Hij wordt zich voor het eerst bewust van het leven en noemt dat het ontstaan van de wereld. ‘Maar het is wel zo dat ogen die net ter wereld komen op een andere manier kijken, want ze zien alles voor het eerst.’

    En juist dan trekt de jonge, mooie Lena beneden in, in het huis waar Danijel met zijn ouders woont. Hij is totaal door haar gebiologeerd en houdt haar scherp in de gaten. Lena begint een verhouding met loodgieter Pepi en later ook en tegelijk met Ljubo. Dat loopt niet goed af. Pepi wordt dood in zijn werkplaats gevonden, waarna Lena en Ljubo worden gearresteerd. Eerst bekent Ljubo dat hij schuldig is aan de dood van Pepi, later neemt Lena die schuld op zich.

    Partizanen en papen

    Tegen de achtergrond van dit liefdesdrama maakt de lezer kennis met het leven in een dorp in een deelrepubliek van Joegoslavië dat nog steeds aan het opkrabbelen is na het einde van de oorlog. De mensen zijn druk bezig het hoofd boven water te houden: werken, het dorp onderhouden, eten, een nieuw bestaan opbouwen.
    De oorlog speelt nog een grote rol. Danijels vader heeft in een concentratiekamp gezeten en is lid van de socialistische Strijdersbond. Hij geeft af op alles wat Duits is of ermee te maken heeft, zoals zijn buurman die voor de Duitsers heeft gevochten en zijn been is kwijtgeraakt. Er wordt veel gedronken door de Partizanen en de Strijdersbond die vaak bij Danijel thuis ‘vergaderen’. Er worden sterke verhalen verteld over Dolfi (Hitler), er wordt ruzie gemaakt, maar altijd wordt het ook weer goed gemaakt.

    Danijels moeder is anders: zij is zachtmoedig, is trouw katholiek, heeft Danijel laten dopen. Pater Alojzij heeft met zijn catechese en Bijbelverhalen veel invloed op Danijel. Vader moet niets van de clerus hebben. De strijd tussen de papen en de strijders, de tweedeling in de maatschappij, speelt een grote rol in deze roman. Danijel wordt door de twee kampen regelmatig verscheurd: dan moet hij op school weer het socialistische Pionierslied zingen en de beloften doen die daarbij horen (onverschrokken zijn, beleefd, eerlijk, oprecht) en wordt hij middenin de nacht uit zijn bed gehaald om op zijn accordeon te spelen als de Strijders de oude Partizanenliederen zingen, en dan, even later, gaat hij voor het eerst naar de communie en vergeet hij het belangrijkste woord uit te spreken (Amen) waardoor hij de hostie mist.

    Door al die verhalen van de partizanen en die van de pastoor uit de bijbel droomt Danijel veel en heftig: over oorlog, bommen, dood en verderf. Dat wordt nog eens verhevigd door de diepe angst die er in die jaren in Slovenië heerst voor een nieuwe oorlog, met atoomwapens. ‘Zijn rust en vrede niet meer dan een periode tussen twee oorlogen?’ En Danijels vader zegt: ‘Oorlogen zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn.’

    Danijel vereenzelvigt zich met film- en andere helden uit boeken, de bijbel en de partizanen. Zijn broer, die marinier is, wordt ook op een voetstuk gezet. En steeds is het conflict tussen Onze-Lieve-Heer en de Strijdersbond aanwezig. ‘Waarom winnen we alleen maar in een oorlog die voorbij is of in films en boeken en de bijbel? In dit leven gebeurt het nooit.’
    Tito regeert nog met harde hand. Zijn milities (de Veiligheidspolitie) voeren nog steeds zuiveringen uit: Danijels buren (de eenbenige ex-tankcommandant) wordt met zijn gezin, inclusief Danijels vriend, weggevoerd, evenals professor Fabijan, die Danijel veel heeft geleerd over de grote Russische schrijvers, geschiedenis, de klassieke wereld en oorlog en vrede, maar die tijdens de oorlog Duitse lessen bleef geven.

    De boodschap is duidelijk

    Danijel realiseert zich na alle gebeurtenissen in de lente, de zomer en de herfst waarin de roman zich afspeelt ‘dat alles draait om de liefde, het grote verhaal van het leven, dat zich sinds het ontstaan van de wereld in ontelbare varianten afspeelt’. En Jančar verzucht: ‘Ach, die kinderjaren. Waarin je de gruwelijkste dingen moet zien om te weten wat schoonheid is, angst moet voelen om te leren wat moed is en alle rampspoed van de wereld moet ervaren om jezelf geestelijk te verrijken’.

    De roman is associatief en behoorlijk breedsprakig geschreven: al die dromen en al die natuur! En al die gebeurtenissen in het dorp: ze geven aan dat de wereld doordraait, maar ook dat ze er niet toe doen. Waarom dan toch verteld. Wat voor nut heeft de beschrijving van de relatie tussen Lena en haar twee minnaars en de fatale afloop daarvan, misschien om een stukje spanning in de roman te krijgen? En wat is het belang van de beschrijving van de verdwijning van Danijels broer als hij een vechtpartijtje heeft verloren? Waarom wordt Danijel opeens een ziener genoemd? Jančar haalt er veel bij aan waardoor de samenhang een beetje zoek raakt. De boodschap is evengoed duidelijk: Jančar waarschuwt voor oorlog en dat doet hij goed en terecht. Dat lijkt ruim voldoende als thema. Meer heeft hij niet nodig. Hij verwoordt dat mooi in de angst van Danijel in een aftelrijmpje:
    ‘Ben je naar de tuin gegaan?
    Heb je daar de dood zien staan?
    En was je bang?’

     

     

  • Ieder op zijn manier

    Ieder op zijn manier

    In het Nederlandse taalgebied zijn de naoorlogse schrijvers bij wie de Tweede Wereldoorlog de rode draad door hun werk was – herinner u Harry Mulisch’ uitspraak ‘Ik bén de Tweede Wereldoorlog – vrijwel uitgestorven. Maar elders in Europa lopen er nog steeds auteurs rond die nooit klaar zullen zijn met die vijf verschrikkelijke jaren. Zo verscheen bij Literair Nederland in 2018 een recensie van Die nacht zag ik haar, een roman van de Sloveen Drago Jančar (1948), een liefdesgeschiedenis tegen de achtergrond van een gruwelijke oorlog waarin de auteur zich toespitste op de morele dubbelzinnigheid van die tijd en de flinterdunne grens tussen goed en kwaad.

    Sinds eind 2019 is er nieuw werk van Jančar beschikbaar in het Nederlands: En ook de liefde heet zijn jongste telg. Het boek haalde de longlist van de Europese Literatuurprijs en zal voor wie Die nacht zag ik haar las, geen grote verrassing zijn. Ook nu weer speelt het boek zich af tijdens de oorlog in Slovenië en opnieuw is morele dubbelzinnigheid een belangrijk thema.

    In de openingsscène van En ook de liefde loopt Sonja, een jonge studente medicijnen uit het Sloveense Maribor, in het oorlogsjaar 1944 de SS-vrijwilliger Ludek – of Ludwig, zoals hij zich als zelfverklaarde Volksduitser en aanhanger van de Groot-Duitse gedachte liever laat noemen – achterna om te informeren naar het lot van haar geliefde Valentin, die per vergissing is gearresteerd door de Gestapo nadat hij werd gearresteerd in een afgelegen herberg waar hij helemaal niet hoefde te zijn.

    Tenminste, dat is de versie van het verhaal die Sonja aan Ludwig voorlegt, want in werkelijkheid is er wel degelijk iets aan de hand. En ook Ludwig ruikt onraad, maar is bereid om een oogje dicht te knijpen en Valentin te laten gaan. Maar voor wat hoort wat, en Ludwig ontpopt zich tot een seksueel roofdier, een Weinstein avant la lettre die van de omstandigheden profiteert om de bevallige Sonja te verkrachten. De seksuele uitbuiting zal voor haar trouwens niet ophouden, want als ze later naar Ravensbrück wordt gedeporteerd, wordt deze niet-joodse gedwongen om als ‘troostmeisje’ te werken. Het is een onderbelicht aspect van elk gewapend conflict, maar in oorlogstijd neemt seksueel geweld altijd toe en zijn vrouwen vaak loslopend wild voor bezetters. Sonja komt getraumatiseerd uit de oorlog en gaat gebukt onder de schaamte over haar verleden als gedwongen prostituee. Tot op het einde blijft het afwachten of er nog een weerzien kan volgen met Valentin en of de liefde overeind kan blijven.

    De nazi’s probeerden tevergeefs etnische orde te scheppen in de multiculturele Balkan. Later zou tijdens de oorlog van ex-Joegoslavië trouwens nogmaals blijken dat ‘etnische zuiverheid’ een waanidee is dat altijd in een bloedbad eindigt. Ze verloren aan het einde van de oorlog steeds meer terrein, maar hielden tot het bittere einde vast aan hun ideologie. In hun optiek waren ze immers idealisten, mensen die oprecht aan een betere wereld werkten:

    En nu de bommen vielen en het schijnsel van enkele branden zichtbaar werd, hield Ludwig Mischkolnig zichzelf met al zijn wilskracht voor dat hij slechts een onderdeel was van een groot volk dat zich tegen deze barbarij verdedigde, dat zijn wil deel uitmaakte van de totale wil van een gigantische macht die niet onder deze slagen zou bezwijken en te midden van het geloei van de sirenes die het noodlot aankondigde, stand zou houden.

    Anderzijds liepen er onder de partizanen ook sadisten rond, types die er plezier in hadden om te moorden of te martelen, ongeacht aan welke kant ze vochten, en na het vertrek van de bezetter ook onschuldige mensen te grazen namen. Maar ook rechtschapen mensen worden in een oorlog soms gedwongen tot misdaden, vaak om zichzelf of hun geliefden te beschermen. ‘Het was oorlog. Iedereen moest op zijn manier proberen te overleven,’ zegt een van zijn personages daarover. Het is heus niet zo eenvoudig om te zeggen wie ‘goed’ of ‘fout’ was tijdens de oorlog.

    Jančar verwoordt de absurde willekeur van het kwaad zeer treffend:

    Het kwaad is als een onzichtbare wolk die boven het aardoppervlak drijft en aftast waar hij de juiste bodem en het geschikte punt kan vinden om te groeien. Daar daalt hij neer en komen volken en landen met elkaar in conflict. Uiteindelijk breekt er oorlog uit en is niemand meer wie hij was of zou willen zijn. Er worden onschuldige mensen doodgeschoten, huizen vliegen in brand en hele steden veranderen in ronkende puinhopen.’

    Deze auteur beheerst zijn vak en schreef met En ook de liefde een meeslepende, strak gecomponeerde roman. Toch is de psychologie van het kwaad al overtuigender neergezet dan met het ietwat vlakke personage Ludwig Mischkolnig.
    Neem bijvoorbeeld de Fransman Jonathan Littell, die met De welwillenden een monumentale roman schreef en zijn lezers dwong om in het hoofd van SS’er Max Aue te kruipen. Of waarom niet De zaak 40/61, het non-fictieverslag over het proces tegen Eichmann waarin Harry Mulisch de banaliteit van het kwaad onderzocht. Keus te over voor wie zich in dit thema wil verdiepen.

     

  • Oogst week 43 – 2019

    En ook de liefde

    In zijn enthousiaste recensie over Die nacht zag ik haar van Drago Jančar, hier op Literair Nederland, eindigt Daan Pieters met de vraag ‘Mogen we de stille wens uitspreken dat vertaler en Balkanspecialist Roel Schuyt in de toekomst nog meer verborgen schatten bovenhaalt?’
    Roel Schuyt is in ieder geval wel weer de vertaler van een volgend boek van Drago Jančar, En ook de liefde. Daarin wordt een vrouw vanuit de Sloveense stad Maribor weggevoerd naar het concentratiekamp Ravensbrück. Zij betaalt hiermee voor de vrijheid van haar geliefde.

    In dit boek zet de schrijver ‘geweld en machtswellust, die een mens tot waanzin drijven, tegenover de liefde. En tegenover de wil om voor die liefde op te komen, tegen elk verval van menselijke waardigheid in’.

    Drago Jančar (1948) is een van de belangrijkste Sloveense schrijvers van dit moment. Hij is zijn leven lang politiek geëngageerd geweest en tot aan het einde van de jaren 70 tegengewerkt door het regime. Pas vanaf de liberalisering in het midden van de jaren 80 kreeg hij de kans zijn romans, korte verhalen en toneelstukken te publiceren .

     

     

    En ook de liefde
    Auteur: Drago Jancar
    Uitgeverij: Querido

    De dood van koning Arthur

    De verhalen over Koning Arthur en de Ronde Tafel zijn een van de meest bekende voorbeelden van de hoofse cultuur. Maar in De dood van koning Arthur, het sluitstuk van de 13e eeuwse driedelige cyclus, komt een wreed einde aan die mooie wereld van eeuwigdurende trouw, moed en liefde. De werkelijkheid blijkt minder ideaal.

    Hannie Vermeer-Pardoen heeft niet alleen dit boek uit de Oudfranse tekst vertaald, maar ook voorzien van een toelichting waarin zij de verbanden tussen deze tekst en de beide andere delen uit de cyclus duidt. Voor een goed begrip, – dat kwam al aan de orde in een gesprek dat Hans van Pinxteren en Andrea Kluitmann in 2012 met haar hadden -, vindt zij het belangrijk om oude teksten van historische context te voorzien. Ook nam zij een Lijst van eigennamen op.
    De dood van koning Arthur is deze maand bij uitgeverij IJzer verschenen.

    De dood van koning Arthur
    Auteur: onbekend
    Uitgeverij: IJzer

    Op de klippen

    Als u nog nooit iets van Jane Gardam (1928) hebt gelezen, wordt het misschien eens tijd. Bij uitgeverij Cossee is weer een nieuwe mogelijkheid verschenen om kennis te maken met het werk van deze gelauwerde en internationaal succesvolle schrijfster. Haar oeuvre omvat inmiddels meer dan dertig boeken, romans, verhalen en kinderboeken.

    In 2017 werd ze in Nederland bekend met de roman Een onberispelijke man uit 2004. Op de klippen verscheen al in 1978, Jane Gardam behaalde er toen de shortlist van de Man Booker Prize mee.

    Op de klippen speelt in de jaren 30 aan de Engelse kust. Margarets wereld verandert als er een nieuw dienstmeisje komt inwonen, met alle gevolgen van dien.
    ‘De keurslijven gaan af en het leven van deze stijve Engelsen trilt op zijn grondvesten. Hoe blijf je jezelf, en hoe ver ga je wanneer je wordt meegesleurd in het verlangen naar een ander leven?’
    Laat het maar aan Gardam om dit te beschrijven!

     

     

    Op de klippen
    Auteur: Jane Gardam
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee
  • De oogjes van een dode kikker

    De oogjes van een dode kikker

    Slovenië, een zwoele zomeravond in 1942. De rijke industrieel Leo Zarnik maakt een autoritje op het platteland met zijn vrouw Veronika. Plots eist zij dat haar man stopt: ze hebben een kikker overreden. Ach, kijk eens naar die oogjes, fluisterde ze, het is alsof ze nog leven.

    Leo haalt zijn schouders op. Horst Hubmayer, een bevriende Duitse legerarts die op de achterbank zit en in Oekraïne de verschrikkingen van het oostfront heeft gezien, begrijpt er niets van. Na de oorlog, in Beieren, haalt hij herinneringen op: ‘Je hoefde in die tijd niet altijd een redelijk motief te hebben om iemand van het leven te beroven. Ik heb te veel dingen meegemaakt en te veel mensen op een volkomen zinloze, schijnbaar toevallige manier zien doodgaan om daar anders over te denken: de een werd tijdens een gevecht neergeschoten, de ander werd door een granaatscherf getroffen, en weer een ander stierf voor het vuurpeloton of kwam door een verdwaalde kogel om het leven. Een mens vermoorden was even vanzelfsprekend als een kikker doodrijden.’

    Dit is maar een van de vele aangrijpende scènes in Die nacht zag ik haar van de gelauwerde Sloveense auteur Drago Jančar. In vijf delen laat hij evenzoveel personages aan het woord die elk een stukje van de waarheid over de flamboyante diva Veronika aan het licht brengen. Eerst komt Stevo Radovanovic aan de beurt, een Servische cavalerieofficier die van zijn commandant de opdracht krijgt om Veronika paardrijlessen te geven. Aanvankelijk verloopt het contact stroef, maar hoewel de verschillen tussen de conservatieve Servische militair en de pacifistische, intelligente en gevoelige jongedame groot zijn, valt ook hij onvermijdelijk voor haar charmes.

    Als hij haar zover krijgt om haar man te verlaten en hem te volgen naar de afgelegen grensstad waarnaar hij wordt overgeplaatst nadat Leo lucht heeft gekregen van hun romance, ben je als lezer geneigd om te denken dat je weet waar het verhaal naartoe gaat: een liefdesgeschiedenis tegen de achtergrond van een gruwelijke oorlog, een tot vervelens toe herhaald succesrecept om de nobelste gevoelens van de mens te laten contrasteren met de wreedste gruwel waartoe onze soort in staat is.

    Maar Jančar zet je op het verkeerde been. Veronika kan niet aarden in de conservatieve provinciestad, keert terug naar Leo en verbreekt het contact met Stevo volledig. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, moet het rijke echtpaar op het slappe koord balanceren: enerzijds mogen ze de Duitsers niet tegen hen in het harnas jagen, anderzijds willen ze de communistische partizanen te vriend houden. Het evenwicht blijkt onhoudbaar en op een nacht in 1944 krijgen Veronika en Leo de rekening gepresenteerd. Niemand ziet hen nog levend terug. Het verhaal is overigens gebaseerd op waar gebeurde feiten, al doet dat er in wezen niet toe.

    Buiten Stevo komen dus nog vier personages aan het woord in dit vernuftig gecomponeerde verhaal: Veronika’s moeder Josipina, legerarts Horst Hubmayer, huisbediende Jozi en tot slot knecht Jeranek, die zich bij de partizanen aansluit en tijdens de fatale nacht waarschijnlijk nog het meest heeft gezien, al was hij ook niet bij het beslissende moment aanwezig en wordt hij later verteerd door wroeging. Toch kijken Jeranek en Hubmayer met melancholie terug naar hun oorlogsjaren: hun gevoelens zijn lang niet eenduidig, maar dubbelzinnig, en laten zich niet door ratio controleren.

    Deze roman maakt het relaas op van een verscheurd land; de kiemen van de etnische spanningen die in de jaren 1990 aanleiding zouden geven tot een afschuwelijke burgeroorlog waren duidelijk al lang aanwezig. Maar vooral toont Drago Jančar de morele dubbelzinnigheid van die tijd, hij neemt de lezer mee naar de grijze zone waar de flinterdunne grens tussen goed en kwaad, loyaliteit en verraad, vriend- en vijandschap bijzonder vaag wordt. Ergens in het boek wordt een Duitse tegeltjeswijsheid aangehaald: Der größte Schuft im ganzen Land, das ist und bleibt der Denunziant. Zoals het echter altijd gaat met tegeltjeswijsheden, blijkt de realiteit net iets complexer te zijn, vooral in omstandigheden waar verraad een wel erg relatief begrip wordt.

    Waarschijnlijk associeert u de Balkan of ex-Joegoslavië niet meteen met literatuur. Onterecht, want ook Martin Michael Driessen situeerde bijvoorbeeld zijn jongste roman De pelikaan in het zogenaamde ‘kruidvat van Europa’. Het loont zeker de moeite om ook Die nacht zag ik haar te lezen, en meer in het algemeen literatuur uit perifere gebieden, want daar komt de vernieuwing vaak net vandaan. Mogen we de stille wens uitspreken dat vertaler en Balkanspecialist Roel Schuyt in de toekomst nog meer verborgen schatten bovenhaalt?

     

     

  • Oogst week 3

    Memoires van een ijsbeer

    Vervreemdend, maar een bijzondere leeservaring. Dat zou het werk van de Japanse schrijfster Yoko Tawada zijn, die naar eigen zeggen in hoge mate beïnvloed is door Paul Celan en Franz Kafka.

    Tawada werd in 1960 in Tokyo geboren en verhuisde in 1982 naar Duitsland. Ze schrijft zowel in het Japans als in het Duits. Memoires van een ijsbeer, oorspronkelijk in het Duits geschreven en in 2016 verschenen, gaat over ‘drie generaties van getalenteerde en wereldberoemde circusartiesten en auteurs, die toevallig ijsberen in de mensenwereld zijn.’

    …‘De springveren piepten onder mijn berengewicht. Ik zat op de bank van het hotel en dacht bij mezelf dat het weer eens een oninteressante conferentie was geweest, maar ze had me onverwacht teruggevoerd naar mijn kindertijd. Vandaag was het onderwerp van discussie trouwens: ‘De betekenis van de fiets voor de economie’.
    Iedereen, vooral de kunstenaar, kan ervan uitgaan dat het een valstrik is als hij wordt uitgenodigd voor een conferentie. Als ze niet gedwongen werden, weigerden de meeste deelnemers dus iets te zeggen. Maar ik meldde me vrijwillig. Bewust, elegant, onbevangen en zonder veel omhaal stak ik mijn rechterpoothand omhoog. Alle andere deelnemers in de conferentiezaal keken naar me. Ik was eraan gewend dat ik de aandacht van de toeschouwers trok.’ …

     

     

     

     

     

     

    Memoires van een ijsbeer
    Auteur: Yoko Tawada
    Uitgeverij: Signatuur

    Een muur van water

    Op donderdag 1 februari 2018 herdenken de inwoners van Goeree-Overflakkee dat het 65 jaar geleden is dat de Watersnoodramp plaatsvond. Twee dagen later is in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk de presentatie van het boek Een muur van water van Teuntje de Haan.

    Teuntje de Haan zat als klein meisje samen met haar moeder en broertje vier dagen op een koude zolder te wachten tot haar vader terugkwam. Hij was vertrokken om anderen te helpen maar ze heeft hem nooit meer gezien.

    Nu, 65 jaar later gaat De Haan op zoek naar wat er gebeurd moet zijn en wie haar vader was. Dat doet ze op basis van verschillende bronnen, haar eigen herinneringen en gesprekken met ooggetuigen.

    Een muur van water
    Auteur: Teuntje de Haan
    Uitgeverij: Querido

    Die nacht zag ik haar

    De Sloveense schrijver Drago Jančar (1948) werd tot de dood van Tito eindeloos tegengewerkt door de Joegoslavische overheid. Pas na 1980 kon hij zijn werk vrij publiceren en is het in verschillende vertalingen uitgekomen.
    Roel Schuyt is de vertaler van Die nacht zag ik haar. Van Jančar vertaalde hij eerder al De galeislaaf en Noorderlicht.

    Die nacht zag ik haar gaat over het verdwijnen van Veronika Zarnik, een eigengereide en vrijgevochten vrouw die in januari 1944 samen met haar man door de partizanen van Tito wordt ontvoerd. Door de ogen van vijf mensen die haar goed gekend hebben krijgt de lezer iets over haar te weten.

    Het boek werd zowel in Slovenië als in Frankrijk en Italië bekroond.

     

     

     

     

    Die nacht zag ik haar
    Auteur: Drago Jančar
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen

    De laatste getuigen

    Wat de Wit-Russische Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj (1948) vooral doet in haar interviews is luisteren. Vervolgens geeft ze het gesproken woord weer. Indringender kan bijna niet.

    Lees de recensies er op na die eerder op Literair Nederland verschenen:
    Voor Zinkjongens sprak ze met soldaten, verpleegsters, artsen, moeders en vrouwen van gesneuvelde of verminkte militairen uit de Afghaanse oorlog van 1979 tot 1989.
    Voor Wij houden van Tsjernobyl sprak ze met voormalige inwoners van het stadje, rampenbestrijders en militairen, nabestaanden, artsen, kinderen, vaders en moeders, geleerden, partijmensen, journalisten.
    En voor De oorlog heeft geen vrouwengezicht met vrouwen, destijds meisjes van 17 tot 20 jaar, die in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig naar het front trokken om mee te vechten.

    Nu is van haar hand De laatste getuigen verschenen. Weer is het een weergave van haar gesprekken. Deze keer met de mannen en vrouwen die tijdens de inval van de Duitsers in Wit-Rusland in 1941 nog kinderen waren. Zij vroeg hen naar hun herinneringen.

    … ‘Er naderde een zwerm vliegtuigen boven de stad… Tientallen onbekende vliegtuigen. Met kruisen. Ze verduisterden de hemel en de zon. Vreselijk! Het regende bommen… Je hoorde de ene explosie na de andere. Gedreun. Alles gebeurde als in een droom. Het leek niet echt. Ik was al niet klein meer, ik herinner me die angst, in m’n hele lijf, in alle woorden, alle gedachten. We renden naar buiten, holden over straat ergens heen… De stad leek verdwenen, je zag alleen puinhopen, rook en vuur. Iemand zei dat we naar het kerkhof moesten, want dat werd vast niet gebombardeerd. Waarom zouden ze doden bombarderen? In onze wijk was een grote Joodse begraafplaats, met oude bomen. Iedereen holde erheen, duizenden mensen. Ze omhelsden de zerken, verstopten zich achter de grafstenen.’ …

     

     

     

     

     

     

    De laatste getuigen
    Auteur: Svetlana Alexijevitsj
    Uitgeverij: De Bezige Bij