• Waanzinnige necrologie over Von Neumann

    Waanzinnige necrologie over Von Neumann

    Als Usain Bolt – ’s werelds snelste sprinter – een marathon zou moeten lopen, zou hij dat dan sneller kunnen dan een Ferrari? Een absurde vraag. Niemand zal ervan opkijken dat de sportwagen het traject minstens twintig keer sneller aflegt. Waarom? Kwestie van vermogen. 800 pk verslaat geen sterveling. Knap zouden we de moeiteloze overwinning van de Ferrari nooit noemen. Hoe anders is dat bij de vergelijking tussen de menselijke hersenen en Artificial Intelligence. Massa’s mensen vinden het knap dat AI homo sapiens naar de kroon steekt. Niet Simon Vestdijk of Herman Brusselmans, maar Chat-GPT schrijft tegenwoordig sneller dan God kan lezen. Schaakcomputers degraderen grootmeesters tot amateurs. Netflix en Spotify voorspellen onze muziek- en filmvoorkeur. In de roman De MANIAC laat Benjamín Labatut zien dat kunstmatige intelligentie niks met talent, intuïtie of denken te maken heeft. Een schaakwedstrijd van Kasparov tegen Deep Blue is geen gelijkwaardige één-tegen-één confrontatie, zelfs geen bovengemiddeld zware simultaanseance. Een biljoen hersenen verpletteren de denkkracht van één bescheiden mensenbrein. Brute kracht van een oneindig heelal aan gegevens tegen een begaafd individu. Goh, wie zou dat winnen?

    Toch betovert artificial intelligence vriend en vijand. Een machine die menselijke handelingen kopieert, heeft immers iets magisch. Iets kwetsbaars en eenzaams bovendien. In feite zit er natuurlijk een heel team wetenschappers achter, dat via imitatie en machine learning een ‘rekenaar’ boven zichzelf doet uitstijgen. De MANIAC laat zien waartoe zo’n team in staat is. Dit boek ontspruit echter wél aan ‘slechts’ één brein: dat van de Chileen Benjamín Labatut. Hij gaat dieper in op het leven van een van AI’s grondleggers, Janos Neumann. Aan de bekendere Brit Alan Turing zijn al vele biografieën en biopics gewijd, maar de Magyaren kennen hun eigen magiër. Met deze geweldige necrologie sleurt Labatut Neumann uit de anonimiteit. De joodse Janos vlucht naar de Verenigde Staten om uit handen te blijven van de nazi’s. Daar werkt hij onder meer mee aan de atoombom. Eenmaal genaturaliseerd wordt de Hongaarse wiskundige omgedoopt tot John von Neumann. Een maniak met vele gezichten.

    Monomaan, scherp, egoïstisch

    Labatut kiest ervoor vanuit meerdere perspectieven te vertellen over Von Neumann. Hier en daar dikt hij een feitje met fictie aan om zijn docu-roman van sjeu te voorzien. In verfrissende registerwisselingen ontstaat het beeld van een veelzijdig, feilbaar mens. Nooit spreekt de hoofdpersoon zelf. Voortdurend verrast Labatut met boeiende personages die elk oogpunt geloofwaardig maken. En leesplezier geven. Janos’ echtgenotes blikken terug op hun tumultueuze huwelijk met de Hongaar. Ook Eugene Wigner, dochter Marina, leraar Gábor en vele vakgenoten herdenken Von Neumann, die aan kanker bezwijkt. Stuk voor stuk bewonderen Janos’ kennissen zijn kennis, denkkracht en genialiteit. Als twintiger wordt hij reeds hoogleraar wiskunde. Op congressen brengt hij gerenommeerde wetenschappers in verlegenheid met bondige, vernieuwende inzichten. Zijn honger naar kennis kent geen verzadiging, aldus makker én Nobelprijswinnaar Eugene Wigner: ‘Ik heb hem ooit twee boeken mee naar de wc zien nemen, uit angst dat hij het eerste uit zou hebben voordat hij klaar was. (…) geen van mijn intelligente vrienden had zo’n snelle en scherpe geest als Janos von Neumann.’ Scherp als een tweesnijdend zwaard creëert zijn brein kansen en gevaren.

    Altijd denkt Janos verder, haast ziekelijk: ‘Het is niet de uitgesproken perverse destructiviteit van één specifieke uitvinding die gevaar creëert. Het gevaar is intrinsiek. Vooruitgang valt niet te genezen.’ Welke vooruitgang? Het apparaat waarop deze recensie over De MANIAC ontstaat, zou er zonder Von Neumann niet zijn geweest. Het beeldscherm waarop u dit leest evenmin. Zijn gedroomde computer doopt hij tot de MANIAC: Mathematical Analyzer, Numerical Integrator And Computer Model. Hij mikt hoger dan de Giganten ooit durfden. Zijn grootheidswaan drijft vrouwen Klara en Mariëtte geregeld tot waanzin. Zo wil hij het weer beïnvloeden met waterstofbommen die stadsgrote tyfoons en orkanen van koers moeten doen veranderen. Gelukkig komt het nooit tot zo’n levensgevaarlijk experiment. Bijna al zijn uitvindingen doet hij aan het Institute for Advanced Study in Princeton. Aangezien geen levende ziel in de jaren ’50 de gevaren kent van radioactieve straling, sterven velen aan kanker. Voor Neumann maakt de ziekte geen uitzondering. Hij die zijn liefde verklaart aan Kennis en voor haar leeft, sterft dankzij kennisgebrek. Ironie die pijn doet van schoonheid.

    Gospel over het Go-spel

    Aan het einde van zijn leven vlucht Janos in religie, het makkelijke medicijn dat hij in goede gezondheid verkettert. Het besef dat de aarde een grens kent, kan hij niet verkroppen: ‘Te langen leste beginnen we de effecten van de eindige, daadwerkelijke omvang van de aarde op een kritieke manier te voelen.’ Tot veler verbazing verandert Janos in een geesteswetenschapper die de rauwe exactheid van de natuurwetenschappen niet langer interessant vindt. Plotseling troost het hem dat kunstmatige intelligentie voorlopig mooi niet op ons, de kroon der schepping, zal lijken: ‘Hij zei dat die [machine] zou moeten groeien, niet gebouwd worden. (…) En hij zei dat hij zou moeten spelen als een kind.’ Wat hem betreft, scheidt dat de levende wezens van machines, die nooit spelen. Spelen is in feite niets meer dan een bewuste, spontane afwijking van verwachtingen, gewoon omdat het kan. Daar hebben mensen en dieren soms zomaar zin in, dus dan gebeurt dat simpelweg. En Labatut speelt na Janos’ dood vrolijk door met een smakelijk toetje over hét Aziatische bordspel bij uitstek: Go.

    Schaken brengt een schier oneindige reeks van spelverlopen voort. Het spel van koningen en koninginnen geeft met 8 bij 8 vakjes de mogelijkheid tot biljoenen wedstrijdvariaties. Veel, zegt u? Zijn oosterse concurrent Go rekt het begrip ‘oneindigheid’ pas echt op. Een Go-spel bestaat uit een leeg speelveld van 19 bij 19 vakjes, die steentje voor steentje gevuld moeten worden. Aantal mogelijke variaties: googolplex. Dat getal is zo idioot groot, dat er niet genoeg atomen in het universum voorhanden zijn om dit nummer in decimalen uit te schrijven. Een perfect speelveld, dus, voor de AI-tool AlphaGo, bedacht door de Cypriotische Brit Demis Hassabis. De epische uitweiding tussen wereldkampioen Go, Lee Sedol, en deze monstermachine, leest weg als een ouderwetse kickboksvijfkamp. Vijf onderlinge confrontaties, waarin vuriger dan ooit voor de underdog wordt geduimd. De metafoor van de menselijke hardloper tegen de bloedrode sportwagen zou een te rooskleurige afspiegeling zijn van de kansverhoudingen. Dan geschiedt het wonder, een meesterzet:

    ‘… één op de tienduizend menselijke spelers zou hem overwogen hebben. Daarom kon AlphaGo niet omgaan met Lee’s wigzet: hij stond te ver af van de menselijke ervaring, zelfs voorbij waar AlphaGo’s schijnbaar grenzeloze capaciteiten konden reiken.’

    Geen magisch-realisme, maar reële magie

    Wel vaker wordt over wetenschappelijke ontdekkingen gezegd dat ze magie dichterbij brengen. Van zelfrijdende auto’s en hologrammen tot gebouwen producerende 3D-printers. Niet te bevatten, haast. Toch zijn ze net zo echt als de ogen waarmee we ze aanschouwen. Juist omdat deze roman erin slaagt niet in de val van al te futuristische sciencefiction te trappen, blijft hij continu boeien. Sciencefiction hoeft zich niet altijd eeuwen in de toekomst af te spelen. Het gebeurt hier, voor onze neus. Voor Von Neumanns neus ook. Hij haatte het Go-spel, trouwens. Menig bord sneuvelde onder zijn toorn. En of Labatut dit detail nu verzonnen heeft of niet, maakt geen verschil. Met zijn fantasie levert hij ons een écht magische ervaring: De MANIAC.

     

     

  • Oogst week 41 – 2023

    De zomer van de onwaarheden

    Op de voorkant van De zomer van de onwaarheden prijkt een Matroesjka-pop. Passend. In deze nieuwe roman van Nelleke Zandwijk houden mams en paps de schijn op van een gezellige zomervakantie. Vijf jaar geleden schreef ze Het mooiste verhaal over mijn familie, een titel die eveneens cynisch klinkt. Het verloop van haar nieuwste boek doet oppervlakkig denken aan De Tweeling van Tessa de Loo: na een noodlottig campingongeluk gaan de twee tweelingzussen uiteen. Jaren later treffen ze elkaar per toeval in de theaterwereld en beleven ze alles opnieuw: De zomer van de onwaarheden. Want toneelspel in het gezin mondt altijd uit in een tragedie.

    De tweeënzestigjarige Zandwijk is naast schrijfster kunstenares. In haar oeuvre speelt het niet-uitgestippelde levenspad een grote rol. Levenskunst, maar dan eentje die de mens overkomt en niet tuttig en veilig boetseert. Vrij Nederland merkte over haar werk al eens op dat mensen zonder gevoel voor het ‘normale’ van het ene in het andere avontuur tuimelen. Met De zomer van de onwaarheden bedrijft Zandwijk een soort anti-Biedermeier. Een dochter die haar eigen moeder de Spaanse cel in manipuleert? Daar kan geen Bert van Leeuwen, Familiediner of Rijdende Rechter tegenop…

    De zomer van de onwaarheden
    Auteur: Nelleke Zandwijk
    Uitgeverij: Querido

    De Maniac

    De beroemdste grondlegger voor de moderne computer is Alan Turing. Er werd zelfs een film aan hem gewijd, een groot succes dankzij Benedict Cumberbatch. Over wiskundige Neumann János, later veramerikaniseerd tot John von Neumann, gaat de roman De Maniac. Benjamín Labatut vertelt zijn leven na met filmisch allure en feitelijke accuratesse. De geboren Hongaar legt zich naast de wiskunde toe op de basis van kunstmatige intelligentie en werkt mee aan oorlogswapens. Toch blijven zijn beweegredenen, net als die ene ontcijferaar van de nazi’s, een enigma. Wat dreef Neumann ertoe De Maniac te worden die zijn intelligentie aan Faust gaf?

    Benjamín Labatut ziet anno 1980 het levenslicht weliswaar in Rotterdam, zijn boeken schrijft hij in het Engels. Momenteel woont hij waar zijn ouders vandaan komen: Santiago de Chile. Voor Het Blinde Licht uit 2020 ontving hij al een nominatie voor de International Booker Prize. De Maniac zou opnieuw een hoogtepunt kunnen vormen voor zijn carrière. Vertroosting en geruststelling heeft Labatut echter niet te bieden in deze vertelling van een gekaapt genie. Uniek detail: de Nederlandse vertaling van Dirk Jan Arensman verschijnt eerder dan het Engelstalige origineel.

    De Maniac
    Auteur: Benjamín Labatut
    Uitgeverij: Meridiaan Uitgevers
  • Oogst week 27 – 2023

    Ideeën – Het boek Le Grand

    Welke passage over de liefde zou beroemder zijn: Korintiërs 1 vers 13 of ‘Es ist was es ist, sagt die Liebe’? De laatste zin komt van dichter Heinrich Heine, de geestelijk vader van onder andere Die Lorelei. Als vertegenwoordiger van de Romantiek vermengt hij in zijn oeuvre bittere ernst met zwartgallige humor, mislukking met triomf, liefde voor kunst met maatschappijkritiek. Hij waarschuwt zelfs voor regimes die boeken verbranden, want zulke regimes zullen hetzelfde met mensen doen. Dat hij tijdens het Derde Rijk logischerwijs zélf onder ‘entartete Kunst’ viel, heeft zijn status allerminst bezoedeld. Eén van zijn vroegste prozawerken uit 1827, Ideen – das Buch Le Grand, kent eindelijk een Nederlandse vertaling van Ria van Hengel. In dit boek toont Heine zich de humorist én criticus van wie Duitsland zo veel houdt.

    In Ideeën – het boek Le Grand vertelt Heine over zijn jeugd en eerste liefdes, zijn bewondering voor revolutionair Napoleon én een bijzondere trommelaar. Even beroemd als Oskar uit Die Blechtrommel van Günter Grass is deze monsieur Le Grand weliswaar niet, maar de drummende tamboer-majoor dicteert wel de cadans waarin Heine schrijft. Zo blijft de dichter Heine altijd aanwezig in de bij vlagen polemische, journalistieke teksten. Het verbaast overigens niet dat talloze schrijfsels van Heine postuum tot lied zijn omgetoverd. Uiteindelijk kiest de romanticus voor een leven (en levenseinde) in Parijs. De opmaat naar deze zelfgekozen emigratie klinkt al door in Ideeën – het boek Le Grand. Weggaan doet zeer, maar hoe zit dat met weten dat je ooit weg zult gaan?

    Ideeën - Het boek Le Grand
    Auteur: Heinrich Heine
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. van Oorschot

    Het volle leven

    De ultieme inspiratiebron van Charles Bukowski heet John Fante (1909 – 1983). Dat belooft wat. Deze zoon van een Italiaanse immigrant maakt in de jaren ’30 furore met de boeken Wait until spring, Bandini en Ask the Dust. Aangezien Fante uitwijkt van Colorado naar Los Angeles, wordt één aantrekkelijk scenario bewaarheid: hij mag filmscripts gaan schrijven. Maar waar zijn eerste twee romans zeer geschikt zijn voor het witte doek, zit dat anders met de biografische roman Het volle leven, origineel Full of Life (1952). Het blijkt een romcom, zonder dat er echt iets te lachen valt. Niettemin wordt het boek een gigantisch commercieel succes. Zonder gêne kiest Fante voor de Amerikaanse droom van financiële onafhankelijkheid: “My business in life is to save myself. (…) I shall not dirty my hands trying to save the masses.” Scoren dus.

    Deze lelijke waarheid, waarover Fante altijd eerlijk is geweest, verweeft hij in al zijn boeken. In het voorwoord van Het volle leven noemt Jaap Scholten John Fante de grootmeester van het verlangen. Inderdaad is verlangen de drijvende kracht achter de American Dream, waar Full of Life aan appelleert: nooit is het genoeg, altijd lonkt de belofte naar meer. Tegelijk laat Fantes carrière zien hoe gewoontjes en toevallig het leven van een schrijver in een stroomversnelling raakt. Pas als filmscenarist begint hij de successen te boeken die hem uit de armoede van zijn jeugd sleuren. Het volle leven is zo Amerikaans als wat: ene John krijgt vrouw en kind, maakt ruzie met zijn bemoeizuchtige Italiaanse ouders én worstelt zich omhoog in de arena van Los Angeles. Want net als nu, was het toen flink sappelen voor de broodschrijvers in Hollywood…

    Het volle leven
    Auteur: John Fante
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    De amuletten van de liefde en van de wapenen – een trilogie

    Kort na de Tweede Wereldoorlog verschijnen drie liefdesverhalen van Andreas Embirikos. Hij is Griekenlands beroemdste psychoanalyticus en surrealist. Argo of de Ballonvaart, Zemfyra of het Geheim van Pasiphaë en Beatrice of de Liefde van Buffalo Bill komen pas in 2012 als drieluik samen tot De amuletten van de liefde en van de wapenen. In deze trilogie verkent Embirikos de grens tussen lust en liefde en kiest hij voor een vrijzinnige ondertoon. Dit deed hij overigens al eerder in het erotische O Megas Anatolikos. Anders gezegd: niet voor niets kent het fenomeen ‘porneia’ zijn oorsprong in het oude Griekenland. Argo speelt zich af in Zuid-Amerika, Zemfyra in Parijs en Beatrice in de VS. De liefde komt voorbij in respectievelijk goede vs. slechte lust, relatietherapie en ware liefde.

    Vertaler Hero Hokwerda merkt op dat moderne Griekse literatuur allang niet meer hoofdzakelijk doordrenkt is met de mythologie uit de Klassieke Oudheid. Deze ontwikkeling dankt zij mede aan modernisten als Andreas Embirikos. Toch dringt de associatie met een zwaarwegende, eeuwenoude traditie zich op in De amuletten van de liefde en van de wapenen. Argo is de boot waarop Iason en de Argonauten koers zetten naar Het Gulden Vlies. Pasiphaë bevalt van de beroemde Minotaurus na gemeenschap met een witte stier. En Beatrice is de muze van niemand minder dan Dante Alighieri, de schrijver van De Goddelijke Komedie. Je zou haast denken dat er alleen over erotiek geschreven mag worden, zolang de grote namen een eervolle vermelding krijgen. Rode oortjes vallen niet op onder het schijnsel van een aureool.

     

    De amuletten van de liefde en van de wapenen - een trilogie
    Auteur: Andreas Embirikos
    Uitgeverij: Ta Grammata
  • Italiaanse vaders en zoons

    Italiaanse vaders en zoons

    Het eerste boek dat ik van John Fante las, was Wacht tot het voorjaar, Bandini, dat was in 1985 en begint zo: ‘Hij liep tegen de diepe sneeuw te schoppen. Alles stond hem tegen. Hij heette Svevo Bandini en hij woonde drie blokken verderop in de straat. Hij had het koud en er zaten gaten in zijn schoenen. Die ochtend had hij de gaten van binnen gedicht met stukken karton van een macaronidoos. De macaroni uit de doos was niet betaald. Daar had hij aan gedacht toen hij het karton in zijn schoenen legde.’ Een litanie over het leven van een Italiaanse metselaar uit een bergdorp in de Abruzzen, en zijn gezin in Colorado. Daar is veel sneeuw om tegen te schoppen, en als er sneeuw is, geen werk en veel dagen om in het café door te brengen, wachten op het voorjaar, tot er weer gebouwd kan worden. We volgen de metselaar en vader in de nacht door de sneeuw, op weg naar huis, waar we zijn zoon Arturo tegenkomen.

    ‘Vijfenzeventig kilo woog Svevo Bandini, en hij had een zoon, Arturo.’ Een bladzijde verder nadert hij het huis waarvan hij de hypotheek niet meer kan betalen. Hij denkt aan God, die hem in de steek liet, ‘Dio Cane, Dio cane’, God is een hond. Dan weer: ‘Hij had een zoon, Arturo, en Arturo was twaalf en had een slee.’ En verder gaat het, over de ontvangst van zijn vrouw Maria, ‘Haar naam was Maria Bandini, voorheen Maria Toscano.’ In al Fante’s boeken hebben zijn ouders een prominente rol, hun ‘Struggle for life’ is zijn ‘Struggle’. Zijn ritmische en energieke taal waarmee hij het leven van Italiaanse Amerikanen beschreef, werkt verslavend.

    Fante schreef vier boeken waarin zijn alter ego Arturo Bandini hoofdpersonage is. Hij schreef ze niet chronologisch. Nadat Wait Until Spring, Bandini en Ask the Dust in de jaren tachtig een herdruk beleefden omdat Charles Bukowski ermee wegliep, verscheen het derde deel, Dreams from Bunker Hill dat Fante dicteerde aan zijn vrouw. Zelf was hij door suikerziekte blind geworden en, nadat eerst zijn tenen, toen zijn voeten, zijn benen werden geamputeerd, was hij tot niets meer in staat. Zijn zoon, schrijver Dan Fante, publiceerde in 1998 de roman Klein geld, waarin hij zijn vader na jaren van verwijdering in het ziekenhuis opzoekt. De fictieve zoon Bruno, ging kamer 334 binnen. ‘De kamer van Jonathan Dante. (…) Mijn ogen kregen een blinde tors zonder benen te zien’. Hij zei tegen de man in coma, ‘Ik hou van jou’, in de hoop dat hij gaan zou. Daar kom ik behoorlijk dicht bij Arturo Bandini, bij John Fante, als hij op sterven ligt.

    Postuum verscheen The Road to Los Angeles, het eigenlijke tweede deel van de Bandini saga, geschreven in de jaren dertig maar nooit gepubliceerd. Vorige week verscheen Het volle leven, met een voorwoord van Jaap Scholten die ooit in Fante zijn leermeester vond. Het zou als het vijfde boek uit de Bandini sage gelezen kunnen worden, zij het niet dat toen geadviseerd werd de naam van Arturo Bandini in John Fante te veranderen, ‘om de aantrekkelijke non-fictiemarkt te bereiken’, weet Jaap Scholten. Fante schreef het nadat hij van zijn vrouw hoorde dat zij zwanger was van hun vierde kind. Hij was woedend, hij wilde niet nog een kind, en sloot zich op in zijn kamer waar hij Full of Live schreef. Het werd een boek over liefde voor zijn ouders, voor zijn vrouw. Uit woede komen de mooiste werken voort.

    In Het volle leven speelt zijn vader, opnieuw een grote rol. Hij komt bij zijn zoon logeren om diens houten keukenvloer, door termieten aangevreten, te vernieuwen. Hij haalt zijn vader, die met zijn moeder in Sacramento Valley van zijn pensioen geniet, van huis op. ‘Het was mijn eerste treinreis met papa en het bleek een nachtmerrie. Vanaf het moment dat we het station in gingen, waren er moeilijkheden. We hadden vijf stuks bagage: Papa’s gereedschapstas, zijn twee armoedige koffers, de met een touw dichtgebonden kartonnen doos vol gevulde weckflessen en mijn weekendtas. Die gereedschapstas alleen woog al vijfentwintig kilo, want die zat boordevol beitels, hamers en andere hompen staal die in zijn vak gebruikt werden.’  Zijn vader weigert een kruier in te schakelen, dat kost geld, ook al betaalt zijn zoon, hij wil het niet. Dit boek levert, evenals de Bandini boeken, heftige, hilarische en ontroerende scenes op waarin enige balans in het leven nooit bereikt lijkt te worden. John Fante was een ongelooflijk goed schrijver. Deze vertaling een cadeau voor de Fante liefhebber.

     

     

    Het volle leven / John Fante / vertaling Dirk-Jan Arensman / voorwoord Jaap Scholten/ 212 blz. / Uitgeverij Oevers


    Inge Meijer is een pseudoniem, leeft op bij een goed verhaal.

  • Zomerboeken 2018 – Het andere Amerika

    Zomerboeken 2018 – Het andere Amerika

     

     

    This Boy's Life

    Deze zomer ga ik een stukje van de VS bekijken, die gigantische plak land die minstens 5 landen is. Eerst rondrijden in de staten Washington, Oregon, California en Nevada, dan een weekje New York. Ik lees graag Amerikanen, met name verhalen: voor Raymond Carver, John Cheever, Charles Bukovski, John Fante, James Salter kun je me ’s nachts wakker maken. (Of als ik nog niet sliep, is er een goede kans dat ik die toevallig aan het lezen ben.) Hier noem ik 5 meesterwerken (en stiekem 17, als je streng bent.)

    Tobias Wolff – This Boy’s Life
    Het drong maar zeer langzaam tot me door toen ik op aanbevelen van ‘Steinz’ reisleesgids’ dit typische Oregon boek las, dat ik de film al had gezien. Wolff is een beetje ‘white trash’, een moeilijk jeugd met een hoop narigheid en dat hij er echt bovenop komt weet je door de rest van zijn geschiedenis. Zijn jonge jaren tonen een mooi en in zekere zin typisch Amerikaans plaatje van gerommel in de marge. Wolff is een technisch geweldig schrijver, knap is dat hij steeds het midden bewaart tussen sympathiek en helemaal niet sympathiek. Het betere Amerikaanse memoir.

     

    This Boy's Life
    Auteur: Tobias Wolff
    Uitgeverij: Bloomsbury Publishing PLC

    Romeinse koorts

    Edith Wharton – Romeinse koorts
    Het kwam als een schok, de eerste Wharton die ik las! Dit was Virginia Woolf in Amerika. Zo intelligent, zo geraffineerd goed geschreven! Met Lisette Graswinckel als vertaalster maakte ik een selectie van de verhalen om uit te geven, het boek verscheen bij Van Oorschot. Schitterend inzicht in de upper class in het New York van rond de vorige eeuwwisseling. Je kunt Wharton blijven lezen.

     

    Romeinse koorts
    Auteur: Edith Wharton
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Travels with Charley

    John Steinbeck – Travels with Charley
    Steinbeck reist in 1960 door de VS, een rondje tegen de klok in. Twee jaar later ontvangt hij de Nobelprijs. Dit is mooie reisliteratuur, niet overladen met feitjes, maar een schitterend rustig betoog over Amerika, deels besproken met Charley, de poedel van zijn vrouw die voorkomt dat John al te eenzaam wordt in zijn camper. Geert Mak reisde deze tocht na en schreef Reizen zonder John, eveneens aanbevelingswaardig. Hier meer.

     

    Travels with Charley
    Auteur: John Steinbeck
    Uitgeverij: Penguin Books Ltd

    Specimen Days

    Whalt Whitman – Specimen Days
    Ook een Amerikaanse revelatie waren Leaves of Grass van de Amerikaanse dichter Walt Whitman. Kende u het niet probeer het eens, al is het alleen maar om de Nederlandse poëzie te leren kennen, een stuk of dertig dichters vertaalden allen een stuk van dit geweldige vitale meesterwerk van de Amerikaanse poëzie. Hier schreef Literair Nederland er al eens over: https://litned.hollands-spoor.com/2715/

    Whitman schreef zijn memoires op in Specimen Days. Je loopt met Whitman over het Long Island van rond 1859, toen het nog met name grasland was, en je helpt mee de gewonden op veldbedden te krijgen in Washington, na een grote slag in de Amerikaanse Burgeroorlog. De kracht van Whitman is dan steeds een soort verwondering over wat hij allemaal meemaakt en ziet, een schitterende toon van een man met wie je graag bevriend had willen zijn. Te verschijnen in de vertaling van René Kurpershoek voorjaar 2019, Van Oorschot.

     

    Specimen Days
    Auteur: Walt Whitman
    Uitgeverij: General Books

    McSorley's wonderbaarlijke saloon

    Hier zal ik kort over zijn, en verwijzen naar een paar stukjes waar ik er meer over uitwijd en lyrisch over ben. Ik houd zeer van dit boek, portretten van gewone bijzondere New Yorkers, literaire antropologie, indianen, kermisklanten, alcoholisten in het interbellum aan de rafelranden van New York, fraai vertaald door Dirk Jan Arensman.

    Wie naar mijn idee bijna ondergesneeuwd is in het landschap van de Amerikaanse literatuur is John Irving. Toch zijn zijn meesterwerken The World According to Garp en The Cider House Rules en een paar andere, echt geweldig. Zo leerde ik Amerika kennen. Ook Jonathan Franzen noem ik graag als de  schrijver van echte Great American Novels. En heb ik Amerika beter leren kennen door erg van Paul Auster te houden. Nu ga ik eerst maar eens kijken of er nog genoeg van Amerika te houden is onder The Donald die als eigenzinnige kwaliteit minstens heeft dat hij er weinig om maalt of hij wel aardig gevonden wordt. Een man als Babbitt van Sinclair Lewis dus, nog zo’n Amerikaanse grootheid, zodat ik er met Thomas Wolfe (Daal neder, Engel) en Sherwood Anderson (Winesburg, Ohio) nog net op de valreep een paar Amerikaanse klassiekers ingefietst krijg.

    In Amerika is het Nooit Genoeg!

    McSorley's wonderbaarlijke saloon
    Auteur: Joseph Mitchell
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Kinderlijke onschuld en onwetendheid in harde omgeving

    Kinderlijke onschuld en onwetendheid in harde omgeving

    Recensie door Jaap M. Jansen

    Actualiteit en Literatuur, ’t is een wonderlijk stel. Soms wil het maar niet klikken tussen die twee; dan verlaten ze elkaar al snel  – meestal op initiatief van de Actualiteit. Soms kennen ze elkaar niet eens, of hebben ze hooguit van elkaar horen spreken. Maar zo heel af en toe hebben ze een jarenlange, liefdevolle relatie. Dat heeft met allerlei dingen te maken, maar toch vooral met aanpassingsvermogen. De Actualiteit is slechts zelden – en dan nog kortstondig – literair, maar de Literatuur kan voor zeer lange tijd actueel zijn.

    We hebben nieuwe namen nodig (oorspronkelijk We Need New Names) van NoViolet Bulawayo is actueel en actueel en actueel. Het handelt over Zimbabwe, al wordt dat pas na verloop van tijd duidelijk. Het hoofdpersonage is Darling, een kind dat opgroeit in een sloppenwijk, met haar vriendjes bijzondere spelletjes speelt en er een uitgesproken doch onschuldige mening op na houdt. De schrijfster van dit boek is zelf afkomstig uit Zimbabwe en heeft delen van het verhaal mogelijk gebaseerd op eigen waarnemingen. Sloppenwijken (of beter: krottenwijken) als het door Bulawayo beschreven ‘Paradise’ zijn in een door armoede en onrust geteisterd land als Zimbabwe geen zeldzaamheid. Ook de uitzichtloosheid van de maatschappelijke malheur, vaak in verband gebracht met de almaar voortdurende heerschappij van president Mugabe, komt sterk naar voren in Bulawayo’s romandebuut. Het werk sluit in die zin naadloos aan op de actualiteit. De NOS maakte naar aanleiding van de Zimbabwaanse verkiezingen van afgelopen zomer een kort item over Zimbabwe, waar men zich steeds meer afkeert van de politiek en zijn heil zoekt in religie – hetgeen welhaast letterlijk ter sprake komt in We hebben nieuwe namen nodig.

    Toch is dit boek nauwelijks tijdgebonden. Natuurlijk komen er voldoende contemporaine begrippen in voor (Lady Gaga, de Xbox, The Simpsons), maar de thematiek in deze roman is van alle tijden. Hoe om te gaan met illegalen? Werkt ontwikkelingshulp? En, zeer prominent, de allochtonenkwestie. Kunnen asielzoekers één worden met het land waar zij niet in zijn opgegroeid? En als ze worden teruggestuurd, zijn zij in hun geboorteland dan eigenlijk ook niet allochtoon? Uiteraard zijn er al heel wat boeken in dit genre geschreven (men denke aan Kader Abdolahs De reis van de lege flessen en De kraai), maar het bijzondere aan Bulawayo’s boek is dat alles beleefd en gedacht wordt door een (in eerste instantie) negenjarig meisje. Volwassenen zijn hier slechts bijpersonages, het gaat vooral om Darling en haar vriendjes. De kinderen in Paradise worden grotendeels aan hun lot overgelaten en moeten zichzelf dus zien te vermaken. De ervaringen van Darling zijn zo ‘oprecht’ neergepend dat We hebben nieuwe namen nodig bij vlagen een luguber karakter krijgt. Darling is degene die bekijkt, beleeft, beschrijft en nadruk legt. Dat ze niet doorheeft dat haar vriendinnetje zwanger is ten gevolge van een incestueuze verkrachting, of dat ze hier althans nauwelijks aandacht aan besteedt, is niet verwonderlijk als we ons bedenken dat een woord als ‘verkrachting’ niet voorkomt in haar vocabulaire, en dat deze daad an sich nog geen negatieve connotatie heeft. Wanneer een woeste menigte rebellen het huis van een blank echtpaar bestormt en de overrompelde mensen met zich meevoert (‘Misschien gaan ze ze wel vermoorden’, p.121), besluiten de kinderen zelfs om een kijkje te nemen in het huis en doen ze al giechelend blanke mensen na. Kinderlijke onschuld en onwetendheid dus, in een omgeving waarin de kinderen desalniettemin vaak meer volwassen lijken dan hun ouders.

    Het taalgebruik van Darling heeft door zijn kinderlijke en soms confronterende eenvoud een poëtisch karakter. Neem een opmerking als deze: ‘Ze zeggen Paradise alsof ze het nooit meer zullen zeggen: het Pa-deel klinkt als iets wat plopt; ze laten hun tongen iets langer rollen als ze het ra-deel uitspreken; laten hun kaken zo ver mogelijk van elkaar komen bij het di-deel; en sissen uiteindelijk als de wielen van een bus waar ze lucht uit laten lopen als ze het se-deel zeggen. (p.73). Thematiek, verhaallijn en schrijfstijl, alle drie van hoge kwaliteit, zijn prachtig op elkaar afgestemd en het is daarom niet verwonderlijk dat Bulawayo reeds in 2011 voor haar korte verhaal ‘Hitting Budapest’ (waarvan deze roman een bewerking is) de Caine Prize for African Writing won. Evenmin wekt het verbazing dat We hebben nieuwe namen nodig op de shortlist stond voor de fameuze Man Booker Prize 2013.

    Ten slotte: het is lastig om een noemer te plakken op een boek als dit. Allochtonenliteratuur? Misschien geldt dat voor een Amerikaans leespubliek (zowel het hoofdpersonage als de auteur belandden als allochtoon in de VS), maar dat gaat voor Nederland niet op. Post-koloniale literatuur? Ook niet; er wordt maar weinig aandacht besteed aan de relatie tussen het Westen en de Derde Wereld. Hoewel het in hoofdzaak over kinderen gaat, is het in geen enkel opzicht een kinder- of jeugdboek, dus die categorieën vallen af. We zoeken naar een Literair genre waarin de Actualiteit beleefd wordt – de ene geliefde portretteert de ander. We hebben nieuwe namen nodig.

     

    We hebben nieuwe namen nodig 

    Auteur: NoViolet Bulawayo
    Vertaald door: Dirk-Jan Arensman
    Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus
    Aantal pagina’s: 288
    Prijs: 19,95