• In memoriam Dirk Ayelt Kooiman (1946 – 2018)

    Dirk Ayelt Kooiman, een interessant schrijver die ondanks enkele successen en een boeiend oeuvre geen blijvende grote bekendheid genoot, overleed op 2 oktober op 72 jarige leeftijd. Kooiman schreef romans, verhalen, essays en filmscenario’s. In 1974 richtte Kooiman samen met dichter, vertaler en schrijver Thomas Graftdijk (1949-1992) het literaire tijdschrift De Revisor op, waarmee zij beoogden het beste podium voor proza, poëzie en het persoonlijk literaire essay te zijn. De literaire aspiraties van beiden waren groot, in 1969 al, richtten zij het tijdschrift Soma op, dat slechts vier jaar bestond waarna zij, een jaar later De Revisor begonnen.

    Kooiman schreef zeventien romans en verhalenbundels. Hij debuteerde in 1971 met de verhalenbundel Manipulaties waarna in 1973 zijn romandebuut, Een romance verscheen . Over een vriendengroep – twee mannen, twee vrouwen – die elkaar na jaren van geen enkel contact weer terugzien. In het verleden speelt een uit de hand gelopen déjeuner sur l’herbe dat ontspoorde in ongewenste vrijages, een traumatische ervaring voor alle vier de betrokkenen. De roman werd een klassieker. Met zijn roman De grote stilte (1975) won hij in 1977 de C.W. van der Hoogtprijs. Zijn bekendste boek is de biografie Montyn (1982), die nog steeds op de leeslijst voor scholieren voorkomt. Zijn laatste verhalenbundel Het geheim van Carmen verscheen vijf jaar geleden, in 2013.

    Kooiman begon met publiceren in een tijd dat literatuur veelvuldig bekritiseerd werd door collega-schrijvers. Jeroen Brouwers had geen goed woord over voor Een romance, terwijl Gerrit Komrij het de hemel in prees. Als schrijver trad Kooiman nooit op de voorgrond. Hij werd gezien als een zogenaamde academist, een term bedacht door criticus Aad Nuis in 1977. Met name de schrijvers rond De Revisor – de zogenaamde Revisor-groep – waaronder Frans Kellendonk, Doeschka Meijsing en Nicolaas Matsier behoorden daartoe. Zij zetten zich af tegen realistische, anekdotische literatuur zoals dat door schrijvers als Maarten ’t Hart, J.M.A. Biesheuvel en Bob den Uyl bedreven werd. Vorm, verbeelding en reflectie waren voor Kooiman van belang.

    Veel van Kooimans hoofdpersonages zijn mannen die faalangstig zijn en een onzekere kijk op zichzelf en de werkelijkheid hebben. In zijn boeken spelen verbeelding, vervreemding en identiteitsproblemen een grote rol. Ook speelt hij met heden en verleden dat haast onmerkbaar wisselt in het beleven van het personage.

    De titels van Kooimans boeken zijn veelzeggend en volgen soms de lijn van zijn eigen biografie. Na zijn doorbraak in  1982 met Montyn – het levensverhaal van de schilder, tekenaar, graficus en dichter Jan Montyn, die in de Tweede Wereldoorlog de kant van de Duitsers koos – belandde Kooiman  in een schrijverscrisis. In 1990 verschijnt dan de roman De afwezige en dan pas weer in 1996 komt hij met de roman De terugkeer waarin hij getuigt van deze crisis. In 1998 verschijnt de novelle, De verdwenen weg en in 2001 de roman Victorie, waarover Marja Pruis in een bespreking in De Groene (9 februari 2002) schrijft dat Kooiman het academische heeft ingeruild voor ‘een wrang soort’ Hollands naturalisme. In 2007 verschijnt de verhalenbundel Oefenen in ontsnappen.

    Kooiman schreef een aantal filmscenario’s, onder andere voor Prettig weekend, meneer Meijer van Orlow Seunke en De Dream van Pieter Verhoeff.

    Zijn laatste verhalenbundel Het geheim van Carmen verscheen in 2013, en was naar alle waarschijnlijkheid niet bedoeld als zijn laatste: ‘Is er nog tijd om mijn boek te voltooien?’, stond er maandag 8 oktober boven de overlijdensadvertentie van Dirk Ayelt Kooiman.

     

    foto: © Roeland Fossen

     

  • Sterk wisselend niveau in nieuwe verhalenbundel

    Sterk wisselend niveau in nieuwe verhalenbundel

    Het nieuwe boek van Dirk Ayelt Kooiman, Het geheim van Carmen, bevat drie korte verhalen. Qua thematiek is er een verband. Ze gaan alle drie over schuld, schaamte en verraad. Ook de hoofdpersonages hebben veel van elkaar weg. Het zijn alle drie mannen, individualisten, tobberig en erg in zichzelf gekeerd. Maar zo nauw als de verhalen qua thematiek op elkaar aansluiten, zo verschillend zijn ze qua stijl en kwaliteit.

    De 67-jarige Kooiman heeft een redelijk oeuvre aan romans en verhalen op zijn naam staan, maar wordt nog altijd het meest genoemd in verband met zijn Montyn uit 1982 waarin hij in romanvorm het boeiende levensverhaal vertelde van de schilder, collaborateur, legionnair en Koreastrijder Jan Montyn. Een rode draad in zijn verhalen wordt gevormd door vragen over vervreemding en identiteit. Dat is in deze nieuwe verhalenbundel niet anders.

    Het best gelukt is het derde en langste verhaal, Schuld en boete. De zoon uit het huwelijk van een veel oudere man en een jonge actrice zet de bloemetjes buiten omdat hij zich nooit druk hoeft te maken om geld. Het lijkt of hem, een zondagskind, alles vanzelf aan komt waaien. Tot zijn moeder, bij wie hij een kamer huurt, sterft (zijn vader was al overleden toen hij 1 jaar was). Dan blijken de kaarten heel anders te liggen. Moeder laat louter schulden na en de zoon, intussen al een eind in de veertig, ziet zich ineens gedwongen verantwoordelijkheid te nemen voor een eigen leven. Om aan geld te komen kiest hij een heel andere weg dan je als lezer zou verwachten. Er ontspint zich vanaf dat moment een heuse pageturner.
    Schuld en boete is verreweg het sterkste verhaal. Het is consistent van vorm en verloop en het is spannend; de hoofdpersoon wordt iemand van vlees en bloed. Bovendien is Kooiman hier als stilist op zijn best.

    Helaas kan dat van de eerste twee verhalen niet worden gezegd.
    Het titelverhaal is een moderne versie van de Oedipusmythe. Mooi is de dubbele laag die Kooiman in amper 40 pagina’s weet uit te spinnen. Tegenover de Freudiaanse interpretatie van het Oedipusverhaal, toegepast op de psyche van de hoofdpersoon, staat als gespiegeld een schijnbaar alledaagse gebeurtenis in het leven van een probleemkind. Die gebeurtenis voltrekt zich in één dag, in een variant van de Oedipusmythe.
    Jammer is dat Kooiman er in kort bestek van alles bij sleept om de lezer toch maar vooral duidelijk te maken wat hij te berde wil brengen: in een kroeg ziet de jongeman, die door zijn vader is weggestuurd, een vrouw wier naam verwijst naar een patiëntencasus van Freud, hij treft een vriend die verzucht: ‘overal waar je kijkt is Freud’ en op straat hangt dan ook nog eens een poster ter aankondiging van het toneelstuk Koning Oedipus. Het ligt er allemaal wel erg dik bovenop, zoals het verhaal ook wel erg letterlijk wordt doordat de zoon zijn vader, na diens donderspeech, toevoegt: ‘Man, val toch dood’ – jawel, door Kooiman zelf gecursiveerd, om te voorkomen dat het de lezer ontgaat.
    Door dit alles krijgt je het gevoel dat dit eerste verhaal meer een snel geschetst idéé voor een vertelling is dan een uitwerking daarvan.

    Het middelste verhaal, Het eeuwige verraad, is het zwakste van de bundel. Gerard en Marleen, leden van een verzetsgroep, nemen deel aan een overval op een distributiekantoor. Op weg er naar toe zijn ze voor het eerst samen (zonder anderen erbij) en bekennen ze aan elkaar hun verliefdheid. Eén van de twee komt bij de overval om en de overlevende zal nooit iemand deelgenoot maken van hun geheim.
    Het manco is hier de verteltrant, die van een jongensboekachtig gehalte is. Er zijn ronduit zwakke zinnen, zoals: ‘Maar die illusie wordt onmiddellijk de bodem ingeslagen’. Hoop, denk je dan als lezer, kan de bodem worden ingeslagen, maar een illusie ís al vergane hoop.

    Het niveau van de verhalen wisselt dus nogal. Kooiman heeft eerder bewezen dat hij beter kan.

     

    Het geheim van Carmen

    Auteur: Dirk Ayelt Kooiman
    Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie (2013)
    Aantal pagina’s: 176
    Prijs: € 16,90