• Van mensen hebben beren weinig te leren

    Van mensen hebben beren weinig te leren

    Sicilië heeft geen bergen, op de Etna na, en beren leven er al evenmin. Maar er was eens een tijd…

    In De beroemde bereninvasie van Dino Buzzati zijn er bergen en beren te over op het eiland. Maar het is dan ook een sprookje over het Sicilië van lang, lang geleden. En een heerlijk sprookje dat net wat verder gaat dan een verhaal met een moraal. Buzzati schreef het al in 1945, maar het is nu voor het eerst in Nederlandse vertaling uitgegeven door Karaat.

    Buzzati (1906-1972), journalist bij de Corriere della Sera, is bij ons geen onbekende. Twee eerdere boeken van hem trokken in Nederland veel lezers. In 2006 verscheen De woestijn van de Tartaren, een schitterende roman over soldaten die hun vesting moeten verdedigen tegen een vijand die alsmaar niet komt opdagen. Het was een absurdistisch verhaal over leegte en zinloosheid. Van heel ander, meer journalistiek, kaliber was zijn De Ronde van Italië over de Giro van 1949, die legendarisch was door de tweestrijd tussen de Italianen Bartali en Coppi.
    Met De beroemde bereninvasie van Sicilië opent Buzzati weer een heel ander register, een lang sprookje (‘voor kinderen van 9 tot 99 jaar’), in proza, versjes en tekeningen. Ook die illustraties zijn van de hand van Buzzati.

    Standbeeld
    Het verhaal beschrijft het dertienjarige verblijf van een grote groep beren onder de mensen. Berenkoning Leonzio had al eens eerder naar die dalbewoners af willen dalen omdat zijn zoon Tonio ooit door jagers is ontvoerd, maar hij durfde zijn onderdanen die kidnapping niet te bekennen. Hij ziet zijn kans schoon als de beren een barre winter meemaken en geen voedsel kunnen vinden. Bij de mensen in hun groene dal is daar genoeg van en dus spoort de koning ze aan het daar te gaan zoeken. De beren blijven langer dan die ene winter in het dal, tot schrik van de Groothertog, de tiran van Sicilië, die ze beschouwt als usurpators. De beren verslaan zijn troepen en nemen in de loop der jaren steeds meer menselijke trekjes over. Ze vervallen in ijdelheid en hebzucht, slaan aan het roven en gokken en geven zich over aan duistere praktijken. Een van de onderdanen wil koning Leonzio zelfs van de troon stoten. De gluiperd laat een enorm standbeeld voor zijn vorst oprichten. De koning is door zoveel verering voor zijn persoon zo gevleid dat hij nauwelijks argwaan krijgt als de kop op het gigantische beeld meer lijkt op die van de initiatiefnemer van het monument dan op die van hem, de koning, zelf. De rivaliteit tussen de beren onderling eindigt in de tragische dood van Leonzio. Die heeft ondertussen zijn zoon Tonio teruggevonden, maar hun hereniging duurt maar kort. Op zijn sterfbed maant Leonzio hem en de andere beren terug te keren naar de bergen waar ze het ooit goed hadden en vreedzaam met elkaar samenleefden.

    Detective
    Het sprookje zit ingenieus in elkaar en het wordt spannend verteld. Met veel humor ook. Tegen het einde neemt het de vorm van een detectiveverhaal aan. En hoewel Buzzati zelf de moraal niet geeft, is wel duidelijk dat machtswellust en eigenbelang een maatschappij ten gronde richten. Bij de verschijning van het verhaal, eerst als feuilleton in de Corriere dei Piccoli, in het voorjaar van 1945, dus net voor het einde de Tweede Wereldoorlog, werd het als kritiek gezien op de situatie van dat moment. De uitgever drong er bijvoorbeeld bij Buzzati op aan een tekening van de bestorming van een stad te verwijderen omdat de beren teveel op Russen leken en de stad teveel op Neurenberg; dat zou de Duitsers kunnen beledigen. Sommige lezers schijnen de beren ook te hebben geassocieerd met de geallieerde troepen die in juli 1943 op Sicilië waren geland. Het lijkt voor de lezer van nu wat ver gezocht er werkelijk zo’n politieke kritiek in te zien; het sprookje – overigens het enige dat Buzzati schreef – heeft een algemenere betekenis, die het universeel maakt.
    Het is trouwens jammer dat de Nederlandse uitgever deze historische inbedding niet geeft. Die valt wel te lezen in de annotaties bij de Engelse vertaling uit 2005.
    Wie die raadpleegt raakt bovendien teleurgesteld in de Nederlandse vertaling van de versjes in het sprookje. Een voorbeeld uit het begin als de komst van de beren wordt aangekondigd:

    Origineel (Buzzati):
    ‘Ma una sera arrivò un messaggero.
    Annuncia: sui monti un serpe nero!
    Il serpe poi risulta fatto di puntini:
    sono gli orsi, co norse ed orsettini.
    “Gli orsi?”ride il Granduca. “Ah! Ah! Ah!
    la vedremo chi la vincerà!”’

    Engels (Francis Lobb)
    ‘But one night in haste a messenger cried
    “A snake has been seen on the mountain side!”
    And a serpent appeared, made of little black dots,
    He-bears and she-bears and bear tiny tots.
    “Bears?” laughed the Duke, “Just leave them tot me,
    And soon you will see a great victory!”’

    Nederlands (Renata Vos)
    ‘Maar toen kwam er ineens een bericht:
    er was een slang gezien, in het laatste daglicht!
    Een slang met duizend tongen,
    een slang van beren, berinnen en hun jongen.
    “De beren”? lachte de Groothertog, en hij kwam bijna niet bij zinnen,
    we zullen nog wel eens zien wie hier gaat winnen!’

    Merk hoe de zangerigheid en het ritme van het origineel bewaard blijft in de Engelse versie, terwijl die verloren gaat in de Nederlandse vertaling, met als toppunt het door de klemtonen krakkemikkige rijmpaar bericht / daglicht.

    Die stoet beren in de vorm van een slang is een mooi voorbeeld van hoe tekeningen en tekst met elkaar harmoniëren en hoe het verhaal wordt rondgemaakt. De vergelijking met de slang staat als tekst aan het begin van het sprookje. Aan het eind ervan zien we op de laatste illustratie de berenoptocht inderdaad in de vorm van een slang. Maar nu zijn ze op de terugtocht. Bij de mensen was het geluk niet te vinden.

     

     

     

  • Overwegingen halverwege een boek – Italië

    door Menno Hartman

    In de rechterbalk staat een vakje ‘Bij de buren’. Vroeger stonden daar slechts bijdragen van NRC-Handelsblad, nu zijn daar een aantal buitenlandse kranten aan toegevoegd. Het is tenslotte goed te weten wat men elders denkt en doet, speciaal in een tijdsgewricht waarin men tracht vaderlandse liederen op radio 2 aan een hoger percentage te krijgen, waarin wat van elders komt dus verdacht is. Toch is dat laatste een zeer internationaal gezichtspunt. Kijk maar bij deze link, die je ook in de rubliek ‘Bij de buren’ aantreft.

    The New York Times biedt de lezer zijn lijstje van tien beste boeken, en er is er niet een vertaald. Toch kan het zeer bevrijdend werken vooral veel vertaald werk te lezen, er is zo vreselijk veel goeds. Het kan ook zeer bevrijdend werken soms eens een buitenlandse krant in te zien, je ziet dan andere koppen en deskundigen. Ik liep anderhalve week terug met een rugzak langs Hadrian’s Wall, opgetrokken om vreemde elementen buiten het Romeinse rijk te houden. Daarom was ik van plan Hadrianus Gedenkschriften van Marguerite Yourcenar te herlezen. Maar ik ben geen herlezer. Ik had goddank meer in mijn rugzak: Laurent Binet’s HhhH, waar Machiel Jansen al een stuk over schreef en het nieuwe boek van Sandro Veronesi XY, vertaald door Rob Gerritsen. Twee van de vorige boeken van Veronesi hadden mij redelijk van mijn sokkel geblazen: Kalme chaos en In de ban van mijn vader.

    Wat is XY voor een boek? In een klein bergdorp vindt een bizar incident plaats, waarbij tien mensen de dood vinden, die achteraf door totaal verschillende doodsoorzaken gestorven te zijn. Een is zelfs gebeten door een haai die al driehonderd jaar uitgestorven is. De besneeuwde boom waaronder men de lijken vond is rood van kleur en na onderzoek blijkt dat bloed te zijn dat dna vertoont van alle gestorven aanwezigen.

    De plaatselijke pastoor gaat samen met een vrouwelijke psychiater trachten de ontwortelde dorpsbewoners bij te staan. Veronesi komt niet met een oplossing voor het drama. Het boek lees je dus vooral om de hoofdfiguren, een zeventigjarige pater en een vrouwelijke psychiater van in de dertig, en om sommige zeer snedige Veronesi passages, steeds een heel verrassende mix van filosofische waarneming en alledaagsheid.  Ik moet denken aan de De naam van de roos van Umberto Eco, een intellectuele thriller, met een standvastige kloosterling als inspecteur. Maar je kunt ook denken – als je dit boek wilt flankeren met titels die er iets van weg hebben – aan de Italiaanse klassieker Die gore klerezooi in de Via Merulana van Carlo Emilio Gadda, een detective die geen detective is, waarin het gerechtelijk onderzoek op allerlei dwaalwegen belandt en de lezer steeds helderder voor ogen krijgt dat de diefstal en de moord uit dat boek slechts aanleiding zijn om het over iets heel anders te hebben. Een modernistische klassieker vermomt als detective. XY lijkt meer te gaan over het gegeven dat je altijd je leven weer in eigen hand kunt nemen en dat het verrijkend is de werkelijkheid soms eens vanuit een andere paradigma te bezien.

    Gadda, Veronesi, Eco, de top tien van de New York Times. In het café ontdekte ik dat ‘mijn overwegingen halverwege een boek’ een vermomming waren voor mijn top tien uit de Italiaanse literatuur. Ik vulde er voor een van de andere Literair Nederland redacteurs twee bierviltjes mee.

    Hij luidt tot nader orde zo:

    Giorgio Bassani – twee keer: De tuin van de Fitzi-Contini’s – De reiger

    Dino BuzzatiDe woestijn van de tartaren

    Italo Calvinotwee keer: Als op een winternacht een reiziger – Het pad van de spinnenesten

    Carlo Emilio GaddaDe gore klerezooi in de Via Merulana

    Primo Levidrie keer: Is dit een mens, Zo niet nu wanneer dan, Het periodiek systeem

    Curzio Malaparte – Kapputt

    Alberto Moravia – De voyeur

    Cesare Pavese – drie keer: Stilte in augustus – De duivel op de heuvel – De maan en het vuur

    Tomasi di Lampedusa – De tijgerkat

    Italo Svevo De bekentenissen van Zeno

    Sandro Veronesi -twee keer: In de ban van mijn vader – Kalme Chaos

     

    Ik zie dat het elf schrijvers zijn, geen tien en dat er geen vrouwelijke auteurs bij staan, dat verbaast me zeer, maar ik kan er niet veel noemen. Van Natalia Ginzburg las ik alleen een korte biografie over Tsjechov. Wie mis ik? Zie ook de wikipedialijst.

    Volgende keer bespreek ik hoe het voelt halverwege te zijn met  Tim Harfords‘ Adapt. Why success always starts with failure en tot welke boeken dat boek  zich verhoudt.