• Facsinerende zoektocht van jonge vrouw

    Facsinerende zoektocht van jonge vrouw

    Zelden gebeurt het je dat je een uitgelezen boek meteen opnieuw wilt lezen. Het kunstzijden meisje (1932), een roman van de Duitse schrijfster Irmgard Keun (1905-1982), is zo’n boek. De manier waarop hoofdpersoon Doris haar verhaal vertelt is zo bedwelmend dat, de roman ‘uit’ is, voordat je het weet. Wat maakt deze roman zo fascinerend?

    Irmgard Keun schrijft over een jonge vrouw, Doris, die uit een eenvoudig en verstikkend milieu wil breken. Ze is een naar liefde zoekende vrouw die wil ‘glanzen’ als echte zijde. Zijde glanst, van welke kant je het ook bekijkt. Zo wil zij ook zijn, een vrouw aan wie je haar eenvoudige afkomst niet meer af kunt zien, een vrouw die kan gaan en staan waar ze wil, geen slavin is, maar die glanst van zelfvertrouwen. De praktijk is echter weerbarstig. Om die glansrol te bereiken heeft ze mannen nodig als opstapje. Omdat ze bepaald niet gelukkig is in haar keuze van mannen, die haar als een tussendoortje zien, is ze vaak gedeprimeerd en weet de oorsprong daarvan. ‘Ach, ik wil zo graag, zo graag – alleen als je ongelukkig bent kom je verder, daarom ben ik blij dat ik ongelukkig ben.’ Ze woont en werkt in een niet nader genoemde provinciestad en haar doel is Berlijn: ‘Help me, lieve God – ik wil met een mes wel ‘lieve God’ in mijn arm kerven, heel diep, het bloed komt – als je ervoor zorgt dat ik heelhuids naar Berlijn kom.’ 

    Uiteindelijk komt ze berooid, graatmager en gedesillusioneerd in Berlijn aan: ‘Mijn gezicht zo klein als een koffiekopje en geplet en op mijn kin zo’n kleine pukkel – zoiets wil een glans worden – zoiets wil – laat me toch niet lachen. Ik bijt van woede in de badkuip.’ Na opnieuw enkele teleurstellingen vindt ze eindelijk een man die niets van haar verlangt en die lief voor haar is, omdat hij – zoals hij zegt – bang is in een huis te komen ’waar niemand ademhaalt.’ Hij laat haar met rust en geeft haar de ruimte. Ze bloeit op, komt vijf pond aan. Blijft onzeker, maar voelt zich gelukkiger. Voor hoe lang?

    Bedwelmende stijl

    De roman is geschreven in een persoonlijke stijl, die in eerste instantie wat primitief overkomt. Zo van ‘en toen’, ‘en toen’, ‘en toen’. Meestal is dat een brevet van stilistisch onvermogen maar bij Irmgard Keun heeft het een bedwelmend effect. De lezer wordt van de ene gebeurtenis, gedachte, herinnering of belevenis in de andere meegetrokken en vergeet het als een zin niet helemaal lijkt te kloppen. Zoals in deze passage waarin de omgang van Doris met een blinde man wordt beschreven die haar voeten warmt in zijn handen: ‘En raakt mijn voeten aan met vingers als kerstkaarsen van was – en gebruiken thuis onze kaarsen van de boom altijd drie jaar lang doordat we ze altijd alleen maar aansteken tijdens het stille nacht-heilige nacht zingen. En er is stilte en van die vochtige damp en bij het raam de grijze muur, dat alles beklemt ons. En zit me te poederen vanwege zijn handen. En verf mijn mond. Maar hij ziet het niet eens wanneer ik er leuk uitzie. Ik breng hem Berlijn, dat in mijn schoot ligt.’ En dan vertelt zij hem wat zij in de stad die dag gezien heeft. Ze vertelt alles tegelijkertijd, associatief, opsommend, zoals dat in de realiteit vaak gaat.

    Keun maakt vaak gebruik maakt van tussenstreepjes, wat de tekst snelheid geeft, maar ook erg vol maakt. Lezen vergt alertheid en concentratie. Alsof je van het ene als tekst verklede filmbeeld in het andere rolt. ‘Maar ik wil schrijven als film, want zo is mijn leven en zal dat nog meer worden,’ zegt Doris. Ze gebruikt haar oog als een camera die alles registreert. En trekt de lezer visueel mee in haar zoektocht naar geluk van de ene man naar de andere, van de ene teleurstelling naar de andere.

    Succes en vergetelheid

    Haar beeldspraak is origineel en raak. ‘Hubert zat daar met kringen onder zijn ogen als Continentalbanden.’ Of over een vrouw. ‘Die gunt het de voetzolen van vreemde mensen nog niet dat het vuil van haar voeten eraan vastkleeft.’ Ze schrijft ook in mooie aforismen: ‘Pas als je blind wordt, weet je waarschijnlijk dat je vreselijk veel vergeten hebt te zien.’

    Het kunstzijden meisje heeft sinds 1932 periodes van groot succes en van vergetelheid gekend. Meteen na verschijning was het in Duitsland een verkoopsucces. De drang naar vrijheid en emancipatie van een meisje in de jaren twintig uit de ‘heffe des volks’ sprak duizenden mensen aan. Twee jaar later werd het boek door de nazi’s verboden. Doris paste niet in het vrouwbeeld van deze machobeweging. Keun vluchtte naar Nederland en publiceerde haar boeken in het Duits bij uitgeverijen als Allert de Lange en Querido, die Exil-literatur publiceerden. In 1940 keerde Irmgard terug naar Duitsland en leefde daar vrij onopgemerkt, tot haar werk, eind jaren zeventig, opnieuw werd ontdekt en ook in Nederland werd uitgegeven.

     Het verhaal van Doris zou anno 2023 in elke andere Europese stad kunnen spelen waar vrouwen nog steeds weinig keuzemogelijkheden hebben. Keuns werk is bepaald niet verouderd. Zelden zo’n direct verslag gelezen van een vrouw die weigert zich te conformeren aan een marginale positie.

     

     

  • Oogst van de Week, week 7

    Deze week kwamen o.a. drie historische romans binnen op de burelen van Literair Nederland:

    Etalage

    Moord op de noordelijke bergweg, Anila Wilms (1971)
    Laat u niet van de wijs brengen door de titel van dit boek van de Albanese schrijfster Anila Wilms. Het mag dan misschien spannend zijn, het is vooral een roman over een turbulente periode uit de Europese geschiedenis, net na de Eerste Wereldoorlog, die gekenmerkt werd door politieke intriges en veranderende internationale machtsverhoudingen.

    Het verhaalt begint in Tirana in 1923. De Amerikaanse ambassadeur Julius Grant is met grote verwachtingen naar de hoofdstad van het jonge en roerige staatje Albanië gekomen. Men zegt dat er olie te vinden is. Van de ene op de andere dag staat het land in de belangstelling van alle belangrijke westerse regeringen en oliemaatschappijen. Maar dan worden er in april 1924 in het onherbergzame noorden twee jonge Amerikanen vermoord. Wie heeft de moord gepleegd? Wat deden de twee Amerikanen daar? De moord brengt de nieuwe ambassadeur in verlegenheid. De politieke spanningen tussen de verschillende partijen in het land lopen zo hoog op dat een burgeroorlog dreigt. Het voortbestaan van het land staat op het spel.
    Met rake zinnen typeert Wilms de klank en de sfeer van de Balkan in dit waargebeurde verhaal.
    Moord op de noordelijke bergweg, Uitgeverij Van Gennep, vertaald door Dineke Bijlsma, 224 pagina’s, € 18,90.

     

    9200000022091590Een veiliger oord. Vrijheid, Hilary Mantel
    Bij uitgeverij Signatuur is de vertaling verschenen van A Place of Greater Safety van Hilary Mantel uit 1992 dat handelt over de Franse Revolutie. Een veiliger oord wordt in Nederland in drie delen uitgebracht. Deel 1, Vrijheid is nu verschenen en gaat over de explosieve tijd waarin Desmoulins, Danton en Robespierre elkaar leren kennen. Mantel schetst hun jonge jaren, waar ze vandaan komen en hoe ze hun mening vormen in deze tumultueuze tijd, en laat zien hoe ze worden tot de personen zoals wij die nu kennen.
    Mantel: ‘Als project heeft het er zijn tijd over gedaan om van de grond te komen. De eerste versie had ik voor mijn zevenentwintigste af, zo’n beetje op de leeftijd van de mensen over wie ik schreef. Toen het eindelijk werd gepubliceerd was ik veertig, ouder dan mijn personages zelf zijn geworden. Nu is er nog eens twintig jaar verstreken, en ik zou het niet meer kunnen schrijven. Ik zou niet meer kunnen beschrijven, niet meer in mezelf kunnen voelen, wat die jonge mensen voelden: de opwinding bij het vooruitzicht van een nieuwe wereldorde, van een frissere, eerlijkere wereld. Ik zou de noodzaak voelen om ironischer te zijn, en selectiever; om mijn blikveld te vernauwen. En tegelijkertijd zou ik me zorgen maken om wat er daardoor buiten dat blikveld valt.’ 

    Hedendaags toneel
    Het berust ongetwijfeld op toeval, maar op dit moment speelt Toneelgroep Amsterdam het stuk Dantons dood van Georg Büchner waarin Danton (Hans Kesting) en Robespierre (Gijs Scholten van Aschat), inmiddels vele jaren ouder, lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan.
    Een veiliger oord. Vrijheid, Uitgeverij Signatuur, vertaald door Ine Willems, 272 pagina’s, € 19,95 (Delen 2 en 3, Gelijkheid en Broederschap verschijnen respectievelijk in juni en oktober 2014)

     

    de dag dat de leider werd vermoordDe dag dat de leider werd vermoord, Naghib Mahfouz (1911 – 2006)
    De Egyptische winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur uit 1988, Naghib Mahfouz was in eigen land een man die de gemoederen flink kon bezighouden. Hij maakte zich niet populair toen hij stevige kritiek op Nasser (president van 1954 tot 1970) uitte. Ook zijn houding ten opzichte van het vredesverdrag tussen Israël en Egypte, eind jaren ’70 werd hem naar verluid niet door iedereen in dank afgenomen.

    De dag dat de leider werd vermoord speelt in Egypte, 1981. Anwar al-Sadat is president en Egypte staat op het punt om tot de moderne wereld toe te treden. Tegen deze achtergrond wordt het verhaal verteld van een Caïreense familie uit de middenklasse. Drie kleurrijke karakters staan centraal: de vrome familiepatriarch Moehtasjemi Zajid, zijn kleinkind Alwaan en Alwaans grote liefde, Randa. Randa’s vader acht de eenvoudige arbeider Alwaan te min voor zijn dochter, waarmee hij de jongeman tot een wanhopige en fatale daad drijft.
    Mahfoez’ vertelling wordt sprankelend en ironisch genoemd. De Nobelprijsjury sprak over ‘een vertelstijl die lezers over de gehele wereld aanspreekt’.
    De dag dat de leider werd vermoord, Uitgeverij De Geus, vertaald door Djûke Poppinga, 128 pagina’s, € 16,95

     

    Ook de verhalenbundel Ambulance van de Noorse schrijver en grafisch ontwerper Johan Harstad (uitgeverij Podium), en de roman van de Italiaanse Caterina Bonvicini, De man die flirtte met domheid (wat een intrigerende titel!) (uitgeverij De Geus) zullen binnenkort op Literair Nederland besproken worden.

    AmbulanceDe man die flirtte met domheid

     

     

     

     

     

    selectie door Carolien Lohmeijer 

     

     

  • Nooit helemaal gelijkwaardig

    Nooit helemaal gelijkwaardig

    ‘… en nauwelijks stonden de twee zussen bij ons in de wasserij, (…) of ik had het gevoel dat de ramen van onze wasserij wijd openstonden (…)’ .

    Dat verfrissende gevoel heb je ook als je Duiven vliegen op leest. Zo fris, licht en sprankelend is het geschreven.

    De zinnen van Nadj Abonji zijn lang. Heel lang soms. Maar dat hindert niet. Sterker nog, het is één bruisende stroom van gedachten, feiten, historische gegevens en familieverhalen die zo natuurlijk met elkaar verbonden worden dat je niet anders wilt dan doorlezen. Of opnieuw beginnen als je het boek uit hebt.
    Wat Nadj Abonji vertelt in Duiven vliegen op is ook de moeite waard. Ze vertelt over de Hongaars-Servische familie Kocsis, over hun inburgering in een nieuw vaderland, over de oorlog in hun eigen land en over de familieleden die daar zijn achtergebleven.

    Met niet meer dan een koffer komt Miklos Kocsis in 1970 in Zwitserland aan. Later volgt ook zijn vrouw Rósza. Hun dochters, Ildikó en Nomi blijven onder de hoede van hun grootmoeder achter in Vojvodina, een Hongaars-Servische provincie in het voormalige Joegoslavië. Het duurt nog ‘drie jaar, tien maanden, twaalf dagen voordat de inreisvergunning voor de kinderen er eindelijk was’.

    Miklos en Rósza werken keihard, slikken veel en blijven doorgaan. Allemaal voor een beter leven voor hun dochters. Het buffelen wordt beloond: ze halen hun inburgeringscursus, krijgen het Zwitserse staatsburgerschap en zijn trots als ze café-restaurant Mondial mogen overnemen. ‘Mogen’ overnemen, zo voelen zij dat. Dat gevoel blijft manifest in hun houding. Dankbaar, dienstbaar en toch nooit helemaal gelijkwaardig. Dat is precies waar Ildikó uiteindelijk zó van baalt, dat ze een drastisch besluit neemt.

    Ildikó, of Idli zoals ze meestal genoemd wordt, is de verteller in het verhaal. Ze is dertien als ze in Zwitserland aankomt. Later geeft zij haar universitaire studie (tijdelijk) op om samen met haar zusje mee te werken in het Mondial. Via haar maken we kennis met de familie in Vojvodina bij wie ze voordat de Balkanoorlog uitbreekt, nog regelmatig op bezoek gaan. De beschrijvingen van die bezoeken zijn een feest om te lezen en passen naadloos in de Oost-Europese verteltraditie. Nadj Abonji’s stijl versterkt dat genot alleen maar.

    Als de Balkanoorlog eenmaal is uitgebroken, is het afgelopen met de familiebezoeken en is er uiteindelijk helemaal geen contact meer mogelijk met de achtergebleven familieleden. In het Mondial gaat het leven door. Op de achtergrond is die oorlog echter steeds aanwezig. De oorlog verdeelt niet alleen families en gemeenschappen ter plekke maar bereikt zelfs de keuken van het Mondial, waar twee keukenhulpen plotseling ruzieën over Tuđman en Milosevic.
    De onzekerheid over het lot van de familie is zwaar, niet alleen voor de ouders, maar ook voor de beide zusjes. Idli: ‘Later, op de weinige momenten dat het mogelijk zou zijn geweest om over dit abrupte einde van ons leven zoals we dat tot dusver hadden gekend, te praten, was het altijd onmiddelijk duidelijk dat, wat betreft ons geboorteland, alleen moeder en vader aanspraak op de diepere, pijnlijker gevoelens mochten maken; wat er in die tijd in Nomi of mijzelf omging was van weing of geen belang.’
    Uiteindelijk breekt het haar op om altijd alleen maar rekening te houden met haar ouders en hun houding ten opzichte van het nieuwe vaderland. Ze maakt zich vrij.

    Subtiel maar onmiskenbaar maakt dit boek duidelijk hoeveel mensen moeten slikken als ze hun leven achter zich laten en wat willen bereiken in een nieuw land; en wat dat betekent voor de volgende generatie.

    Duiven vliegen op bevat veel autobiografische elementen. Melinda Nadj Abonji (1968) was zelf vijf jaar toen ze vanuit Vojvodina in Zwitserland aankwam. Haar moedertaal is Hongaars. Voor dit boek ontving zij in 2010 zowel de Duitse als de Zwitserse prijs voor het beste boek van het jaar.