• Recensie door: Albert Hogeweij

    Recensie door: Albert Hogeweij

    In het Haydn-jaar 2009 liet Dimitri Verhulst zich op verzoek van het Ensor Strijkkwartet inspireren door Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze van Joseph Haydn. De wens van het strijkkwartet was om deze muziek eens ontkoppeld te zien van het religieuze gegeven, en de zeven laatste zinnen die Christus aan het kruis sprak te benaderen vanuit de realiteit van alledag anno nu. Wie het werk van Verhulst ook maar enigszins kent, weet dat de aardse realiteit bij hem geborgen is.

    De zeven korte verhaaltjes zijn gebaseerd op de volgende zinnen:

    1. Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat zij doen
    2. Voorwaar ik zeg u: heden nog zult gij bij me zijn in ’t paradijs
    3. Vrouw, ziedaar uw zoon
    4. Mijn god, mijn god waarom hebt gij mij verlaten?
    5. Ik heb dorst
    6. Het is volbracht!
    7. Vader, in uw handen beveel ik mijn geest

    Men ziet, zelfs bij de naam god kon er nog geen hoofdletter af. En ook in de verhalen is de religieuze context geheel weggepoetst. Maar het lijden is er niet minder om!
    Van een man die er maar niet in slaagt, of beter gezegd: niet van zins is ooit de lustmoordenaars van zijn dochtertje te vergeven, tot aan de vrouw die op weg is naar het ziekenhuis om haar kunstmatig in leven gehouden man uit zijn lijden te verlossen.

    Het zijn al met al onvervalste Verhulst-verhaaltjes geworden: plastische, soevereine stijl, scherp en niets ontziend, met (impliciete) humor gekruid, en hier en daar naar aforismen hakend: (‘Weltschmerz is niets voor ouderen, die hebben al schmerzen genoeg van zichzelf’). En waarbij de Nederlandse lezer soms op wat Vlaams taaleigen kan stuiten. (‘Martha panikeert even’, ‘Het overtrok. Het zou gaan regenen’, of: ‘Rotte tanden liet men, voor ze uit een mond getrokken werden, inslapen’. Een Vlaming leest bij dit laatste citaat mogelijk een normale zin, maar een Nederlander fronst er zijn wenkbrauwen bij.) Ook zijn er wat bekende Verhulst-ingrediënten de verhalen binnengesmokkeld: zo is de ruwe, onbehouwen, zich bij voorkeur met het sportkatern op het toilet ophoudende vader met losse handjes present en de uitzichtloze asielzoekersproblematiek die we kennen uit Hotel Problemski komt ook om de hoek kijken.

    Van de zeven verhalen vond ik er twee echt uitspringen. Toevallig spelen die beide zich af in het ziekenhuis. De ene heet ‘Ik heb dorst’. Hierin komt een oudere man zijn vrouw na een zware operatie voor het eerst opzoeken in het ziekenhuis. Het verhaal zet mooi in: ‘Langer kon een gang niet zijn. Kouder evenmin. En aan het eind van die gang, een voor receptioniste spelende verpleegster. Of een voor verpleegster spelende receptioniste, dat kon ook.
    Ze sprak stil zoals sportverslaggevers menen dat tijdens tenniswedstrijden te moeten doen, maar je voelde dat het haar moeite kostte, dat haar stembanden eerder geschikt waren om kinderen te berispen en ter tafel te kelen, om tuinfeesten met roddels te overschreeuwen. Een stem waarmee reeds vele onderdrukte echtgenoten de levieten werd gelezen. Een stem kortom, voor als viswijf gereïncarneerde eenden.’ Men proeft het plezier waarmee de auteur deze zinnen heeft opgeschreven. Het sarcasme ervan niet minder.
    Uitgerekend op de welwillendheid van zo’n kenau is de arme man aangewezen om zijn op de Intensive Care bewaakte vrouw met kanker te bezoeken. Hij krijgt van het viswijf 15 minuten tijd om aan haar bed te mogen staan. Het aanzicht van zijn zieke vrouw valt hem niet mee. ‘Niet wenen, dacht hij, niet wenen…als ze ziet dat ik ween zal ze geloven dat ze opgegeven is.
    Hij stak dan maar zijn duim de lucht in, de slechte toneelspeler.’ Het enige echter dat zijn vrouw kan opbrengen te zeggen is de zin: ‘ik heb dorst!’ De man is echter bevolen zijn vrouw niet te laten drinken want dat zou ‘complicaties’ kunnen geven, maar hij kan het echter niet over zijn hart verkrijgen zijn vrouw in deze situatie ook nog eens dorst te zien lijden. ‘Als zij vandaag nog sterft, dan godzijdank niet van de dorst’. Het is een hartverscheurend verhaal geworden. Dat dagelijks voor vele mensen werkelijkheid moet zijn.
    In dit verhaal toont Verhulst dat hij het ook klein, ingetogen kan houden. Een heel enkele keer wil hij zich nog wel eens verliezen in stilistische spielerei. In een passage uit een ander verhaal leest men bijvoorbeeld (volgend op het zinnetje ‘Zegt men’.): ‘Er is veel gezegd de laatste jaren. En veel zal er nog gezwegen worden in de komende.’ Op het randje vind ik dat van de kitsch. Of een zin als: ‘Het is niet voor het eerst, en zeer zeker zal het evenmin voor het laatst zijn (…)’. Verkeerd is het niet, maar het schuurt aan tegen de mooischrijverij. En wat te denken van het filosofisch getinte intermezzo: ‘In het leven is men twee keer oud. De eerste keer is men twintig en roept men de hulp in van de zee. De tweede keer is er geen hulp van doen, doet elke vezel van het lichaam mee en is er geen sprake van tristesse meer, doch des te zeer van triestigheid.’ Tja. Maar storen doen ze niet echt, want deze teksten hebben zoveel dramatische kracht en de stijl zuigt je zozeer mee het verhaal in, dat je wel een kniesoor moet zijn om te letten op dergelijke minuscule minpuntjes. Wanneer ik zeg dat alle verhalen sterk dramatisch zijn, moet ik een uitzondering maken voor het verhaal Het is volbracht!. Het is bijna geheel opgebouwd uit zinnetjes die met ‘ik’ beginnen, waarin de ik-persoon in chronologische volgorde zijn levensloop schetst. Daar zitten ook komische tussen als: ‘Ik kocht mijn eerste neushaarschaar.’ Maar de opeenvolging van dergelijke zinnen maakt dat de tragiek – er is tussen de regels door namelijk ook nog sprake van een geliefde die de ik ontvalt ? je ontgaat. Dit verhaal is te frivool getoonzet voor deze reeks.

    Het tweede verhaal dat mij echt diep raakte, is het allerlaatste verhaal, Vader, in uw handen beveel ik mijn geest. Een werkelijk ijzersterk verhaal, omdat Verhulst er hierin slaagt de ongelofelijke dramatiek te laten schragen door iets triviaals als een mop, waardoor je je als lezer niet anders dan gewonnen kunt geven. Verdomd, zo zit echte tragiek in elkaar! In dit juweeltje van een verhaal beseft een vrouw dat ze de laatste momenten aan het meemaken is van een wereld waarin ook haar man nog in leven is. Zij het in vegetatieve toestand. Tijdens de taxirit die haar naar het ziekenhuis zal brengen, alwaar ze zal handelen conform de jaren geleden ondertekende wilsverklaring van haar man – en dus de stekker eruit zal trekken -, denkt ze terug aan markante momenten uit hun jarenlange samenzijn. Zo ook die middag waarop ze haar echtgenoot voor het eerst de ‘mop van de homofiele olifant’ hoorde vertellen. Ze heeft hem die mop later vele malen horen vertellen, telkens in een iets andere variant en ze realiseert zich: ‘straks verliest de mop van de homofiele olifant zijn beste verteller.’ Ze probeert zich de wereld zonder haar man in te denken. Een traan rolt over haar wang. De taxichauffeur ziet het, wil niet onbeleefd overkomen, maar vraagt niettemin toch naar het waarom van de traan. Maar…het antwoord van de vrouw verklap ik niet. Dit verhaal verdient het namelijk helemaal gelezen te worden. Dit is waarlijk groots!

    Het boek is eigenlijk lees- en luisterboek ineen. Dat het ondanks de geringe omvang van de verhaaltjes niet al te dun is uitgevallen, komt omdat het naast de zeven korte verhalen, ook het notenschrift bevat van Haydns compositie die uit 9 delen bestaat (vooraf aan de zeven sonates gaat namelijk een Introduzione en tot besluit volgt Il terremoto). De voor- en achterflap bergen 2 cd’s: eentje waarop Verhulst zijn zeven verhalen voordraagt en eentje waarop het Ensor Strijkkwartet te beluisteren is. Ben benieuwd of dit boek van Verhulst de aandacht zal krijgen die het verdient. Zijn pamflettistische roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol kreeg die wel. Was daar zelf niet zo van onder de indruk, omdat ik het niet zo heb op die vet aangezette stijl, die alles onontkoombaar meesleurt naar het afvoerputje van het leven. Er restte de lezer zo weinig speelruimte voor zijn eigen verbeelding. De verhalen uit De Zeven Laatste Zinnen zijn beeldender en de woorden laten je meeproeven van de schoonheid van zijn stijl.
    Wat let intussen een omroep als het Humanistisch Verbond of de IKON deze zeven eigentijdse varianten van het eeuwenoude menselijk tekort als televisiestukken te verfilmen?

    De zeven laatste zinnen

    Auteur: Dimitri Verhulst
    Uitvoering door: Het Ensor Strijkkwartet
    Verschenen bij : Uitgeverij Contact
    Prijs: € 24,95, inclusief 2 cd’s

  • Recensie door: Hilde van Vlaanderen

    Recensie door: Hilde van Vlaanderen

    Welke laatste liefde?

    Martine Withofs is begin dertig, als zij met haar nieuwe man Wannes en haar zoon Jimmy uit haar eerste huwelijk een reisje met de bus naar het Zwarte Woud maakt. Wannes heeft haar verrast met zijn voorstel, en Martine weet van gelukzaligheid en onervarenheid niet, wat ze allemaal moet doen om de reis tot een succes te maken. Er gaan drie grote koffers mee en omdat ze bang is iets te vergeten gaat er van ieder voorwerp een reserve-exemplaar in de koffer. Ze controleert alle deuren en ramen en gaspitten honderd keer en presteert het toch om eenmaal onderweg naar de verzamelplaats, terug te gaan naar huis omdat ze nog iets is vergeten. Bijna missen ze de bus. De buschauffeur zal de hele reis steeds vermelden, dat zij 20 minuten te laat waren.

    Ze willen zich graag aansluiten bij de medereizigers, nieuwe vrienden maken en doen daarvoor dingen die ze thuis niet zouden doen, parfum kopen, alcohol drinken, vette worstjes kopen, terwijl er belegde boterhammen in de koffers zitten. De reisgenoten hebben cassettebandjes met Duitse schlagers, men zingt enthousiast mee. De buschauffeur verrast zijn passagiers met een bezoek aan een van de eerste Mc Donalds, op dat moment, midden jaren ’80 een geweldige ervaring, waar later thuis op het werk trots over verteld zal gaan worden.

    Jimmy weet niet, of hij blij moet zijn met het reisje. Enerzijds is het natuurlijk wel leuk om op school te kunnen vertellen. Anderzijds, wanneer Wannes voorstelt, dat Jimmy hem tijdens de reis maar ‘papa’ moet noemen, wordt hij zo kwaad, dat hij besluit niet tegen hem te praten. Hij kan alleen maar nijdig naar zijn moeder en zijn stiefvader kijken.

    In de bus zit ook een jong meisje, Heloïse, dat samen met haar grootvader reist. Na de eerste kennismaking trekken ze regelmatig samen op, en zij merkt op een gegeven moment op, dat hij later maar filosoof moet worden. Wat hij ook gaat doen.

    Dat literatuur, dat romans je een andere blik op de werkelijkheid kunnen tonen, laat Dimitri Verhulst in zijn nieuwste boek zien. Tijdens het lezen denk je soms: wat heeft dat jochie al snel een bloedhekel aan zijn ? naïeve, maar goedwillende ? stiefvader, waarom gunt hij zijn moeder niet een beetje nieuw geluk na haar dramatische eerste huwelijk, zo’n lieverdje was zijn vader immers niet? Hoe krijgt hij het allemaal verzonnen.

    Totdat blijkt, uit verschillende interviews op de radio en in kranten, dat het verhaal is gebaseerd op zijn eigen leven. Dat plaatste het boek voor mij in een ander perspectief. Wat ik als fictie nog redelijk komisch en hier en daar hilarisch vond, komt nu meer over als een boosaardige afrekening met een moeder en een vriend, die geen inzicht hadden in de onzekerheden van de puber Jimmy. Twee mensen, die eigenlijk nog zo jong waren, dat ze zelf amper snapten, wat hen overkwam.

    In het boek is Jimmy voortdurend boos, als dan ook nog blijkt dat zijn moeder zwanger is, stikt hij bijna van woede, zijn moeder kiest niet voor hem.

    Verwijst de schrijver in zijn titel naar de laatste liefde van Jimmy’s moeder voor hem tijdens dit reisje (hij gaat later bij zijn vader wonen), of betreft het de liefde voor haar tweede man?

    Aan het eind van het boek, zeventig jaar later, verwacht Jimmy zijn halfbroer, die hij nooit heeft ontmoet. Jimmy is intussen een gerenommeerd filosoof met een particulier verzorgster. Hij laat haar een dure fles wijn uit de kelder halen. Hoe het gesprek tussen die twee mannen zal verlopen, is wellicht stof voor het volgende boek van Dimitri Verhulst.

    De laatste liefde van mijn moeder

    Auteur: Dimitri Verhulst
    Verschenen bij: Uitgeverij Contact
    Prijs: € 19,95

  • Dimitri Verhulst – Godverdomse dagen op een godverdomse bol

    Formuleerkunst als kermisattractie

    Sinds De helaasheid der dingen ben ik een fan van de schrijver Dimitri Verhulst. Nog maar vrij recent dus. Toen de aankondiging kwam dat zijn laatste boek met de door de Bond tegen het Vloeken ongetwijfeld niet met gejuich ontvangen titel Godverdomse dagen op een godverdomse bol voor niets bij de nieuwste Humo zou zitten, heb ik iemand die toch in Vlaanderen moest zijn, opdracht gegeven dat weekblad met het boek voor me te kopen. Je bent Hollander, dus je gaat voor de koopjes.
    Gelukkig maar, want als ik de 18,95 had betaald die voor de winkeleditie neergelegd moet worden dan had ik me zwaar bekocht gevoeld. In oktober ben ik begonnen met lezen en op tweede kerstdag had ik het boek eindelijk uit. Omdat ik me er toe dwong. Er zit geen plot in het boek, er is geen verhaallijn (tenzij je de ontwikkeling van de mensheid een verhaallijn noemt), er zijn geen personages (tenzij je de mensheid een personage noemt). Bijna elke zin is van het type ‘Boem paukeslag’, zie mij eens formuleren. Dodelijk vermoeiend. Willekeurig voorbeeld op bladzijde 104:
    ‘Waarlijk alles heeft ’t over voor een hotelkamer met balkon in het koninkrijk der hemelen. ’t Verzamelt zich massaal rond eentje die uit de dood is opgestaan als was hij opgestaan uit een zaterdagse kattenslaap, echt waar, en die zich vlijmscherp herinnert hoe de landerijen er aan de andere kant van het bestaan bij liggen. In het Land Van Subiet. Een oosten van hagelballen en sneeuwstormen en een westen van onuitblusbare vlammen. Dampen van ondraaglijke stanken, duisternis die de plaats ruimt voor verblindend licht. Gejank en geklaag in smeulende schachten. Hete tangen die van alle kanten opdoemen om te pietsen en te knijpen.’
    En dat 186 bladzijden lang. Formuleerkunst als kermisattractie.

    Nee, dan de Humo! Wat een geweldig blad is dat. Daar vallen al onze bladen bij in het niet. Een stuk groter dan het boek van Verhulst, twee bladzijden minder, maar met een gevarieerde en interessante inhoud. In het Verhulstnummer een interview met Arnon Grunberg die ook een column in het blad heeft (evenals Herman Brusselmans en Jan Mulder). Leuk rubrieken. Reportages en interviews die langer dan twee pagina’s mogen duren. Als ik in Vlaanderen woonde, zou ik me meteen abonneren.

    Coen Peppelenbos

    DIMITRI VERHULST: Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Contact, Amsterdam, 186 blz. €18,95.

  • Dimitri Verhulst (1972)

    Dimitri Verhulst (1972)

    Dimitri Verhulst (Aalst, 1972) is een geëngageerd auteur van verhalen, poëzie, romans, columns en andere publicaties en zegt daar zelf over: ‘Ik heb het tegendeel van een writer’s block.’

    Als ongewenst kind in een gewelddadig gezin, wordt hij op 12 jarige leeftijd door zijn moeder het huis uit gezet. In Humo (2006) beschrijft hij het leven bij hem thuis: Er werd ongelofelijk veel gevochten thuis, de pinten vlogen door de woonkamer, er hing altijd agressie in de lucht (…) wij waren de losers, het crapuul, de messenvechters.

    Hij ontvlucht zijn familie en komt terecht bij een pleeggezin, maar gaat ook daar weer weg en belandt in een gezinsvervangend tehuis, maar wil zo snel mogelijk op eigen benen staan en werkt onder andere als pizzabezorger, toeristische gids op plezierbootjes, ‘duivenstrontschraper’ op kerken en animator (of ‘animatras’, op z’n Verhulst’s) in Mallorca.

    Zijn eigenlijke debuut Assevrijdag (1994), was een eigen uitgave en enkel bedoeld voor vrienden en bekenden. Met De kamer hiernaast (1999) debuteerde hij officieel als schrijver. De verhalenbundel werd genomineerd voor de NRC Literatuur Prijs. Hij publiceerde veelvuldig in verschillende literaire tijdschriften, waaronder Nieuw Wereldtijdschrift, De Brakke Hond en het tijdschrift Underground, waarvan hij redacteur is.

    In 2003 laat Dimitri Verhulst zich voor het Vlaamse tijdschrift Deus ex Machina enkele dagen opsluiten in het asielcentrum van Arendonk. Hij schrijft er een reportage over, maar verwerkt zijn ervaringen ook in de roman Problemski hotel.

    Met De helaasheid der dinggen (2006) – een genadeloze en hilarische afrekening met zijn jeugd – breekt Verhulst door naar een breed publiek.

    In 2008 stuntten zijn uitgever Contact en het weekblad Humo met de uitgave van zijn nieuwe roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Het boek – met een oplage van 320.000 exemplaren – werd gratis geleverd als bijlage bij Humo (€ 2,30); een nooit eerder geziene promocampagne voor een Vlaams literair werk.

    In 2009 wint hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Waarmee hij de eerste Vlaamse schrijver is, sinds Hugo Claus de prestigieuze literatuurprijs won in 1997.

    Verhulst is zeer controversieel in zijn werk waardoor  hij twee keer voor de rechtbank wordt gedaagd. De eerste keer door zijn moeder, die hij in De kamer hiernaast portretteerde als een zeer grof en enorm dikke vrouw. De tweede keer na het verschijnen van het toneelstuk Aalst, waarin het verhaal van een ouderpaar dat hun twee kinderen vermoordde centraal staat. De veroordeelde ouders vinden dat Verhulst te ver is gegaan in zijn zin voor realisme.

    Verhulst grote voorbeeld is Louis Paul Boon. Net als zijn stadsgenoot toont Verhulst zich sterk maatschappelijk betrokken. Zo schrijft hij onder andere geëngageerde columns voor De Morgen.

     

    Bibliografie:

    Assevrijdag, 1992, verhalen
    De kamer hiernaast, 1999, verhalen
    Niets, niemand en redelijk stil, 2001, roman
    Liefde, tenzij anders vermeld, 2001, gedichten
    De verveling van de keeper, 2002, roman
    Problemski Hotel, 2003, roman
    Dinsdagland. Schetsen van België, 2004, reisverhalen
    De aankomst in de bleke morgen op dat bleke plein (Aalst), Victoria & Sintjoris, 2005, toneel
    De helaasheid der dingen, 2006, roman
    Mevrouw Verona daalt de heuvel af, 2006, roman
    Godverdomse dagen op een godverdomse bol, 2008, roman
    De laatste liefde van mijn moeder, 2010, roman
    De zeven laatste zinnen, 2010
    Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten, 2011
    De intrede van Christus in Brussel, 2011
    De laatkomer, 2013, roman
    Kaddisj voor een kut, 2014, roman
    De zomer hou je ook niet tegen, 2015, novelle, tevens boekenweekgeschenk
    Bloedboek, 2015
    Het leven gezien van beneden, 2016
    Spoo Pee Doo, 2016


    Gelauwerd met de volgende prijzen:

    • 2007 – Publieksprijs Gouden Uil voor De helaasheid der dingen
    • 2007 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor De helaasheid der dingen
    • 2008 – De Inktaap voor De helaasheid der dingen, literaire jongerenprijs Vlaanderen, Nederland en Suriname
    • 2009 – Beste Boek 2008 Humo’s Pop Poll voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol
    • 2009 – De Libris Literatuur Prijs voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol
    • 2014 – Beste Boek 2013 Humo’s Pop Poll voor De laatkomer

     

    Bron: Wikipedia en Atlas/Contact