• Jonathan Coe blaast klassieke thrillergenre nieuw leven in

    Jonathan Coe blaast klassieke thrillergenre nieuw leven in

    Niet alleen Britten zijn dol op hun ‘knusse’ detectiveverhalen, die toevalligerwijze vaak rond de kerst of oud en nieuw spelen. Historische periode vaak het interbellum of de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog. Locatie meestal een lieflijk dorpje, omringd door weelderige natuur, plus een kasteel met een heuse lord. En laten we de dominee niet vergeten, in de oude pastorie naast het nog oudere kerkje. Onmisbaar zijn de rustieke winkeltjes en tearooms met de roddelende dames, de authentieke pubs met de roddelende heren. Dan is er een moord! Liefst in of nabij het kasteel, dan wel de kerk. Favoriet hierbij is een gesloten kamer (de moordenaar kon er in noch uit en toch…), verborgen gangen of trappen. En het wemelt van rode haringen.

    Steevast wordt de moord onderzocht door een excentrieke speurder die toevallig in de buurt is, of door een locale politieman die meestal slimmer is dan degenen die hij ondervraagt. Wanneer het verhaal zich ontwikkelt, blijken dikwijls personages anders te zijn dan wie wij dachten dat ze waren. Uiteindelijk is de dader iemand van wie de lezer het in het geheel niet heeft verwacht, maar door de uitleg van de slimme speurneus wordt die onmiddellijk overtuigd. 

    Steeds dezelfde misdaadformule

    Bovenstaande formule is duizenden malen gehanteerd, in boeken, toneelstukken en films. Tot de laatste categorie behoort de ondraaglijke tv-serie Midsomer Murders. Een schoolvoorbeeld. Honderdtweeënveertig afleveringen sinds 1997 en de opnames voor de tweehondervijfentwintigste zijn bezig. Kennelijk kunnen de kijkers daarvan geen genoeg krijgen of zijn ongeneeslijke masochisten. Voor hen bestaat een hele serie boekjes als Your Guide to Not Getting Murdered in a Quaint English Village, waarin de lezer zelf een moord moet oplossen. Tips hierin: kijk niet in de vijver, blijf uit het doolhof en vertrouw de dominee niet. Alleen al over Midsomer Murders verschenen twee van dit soort boekjes.

    Daarom is het hoogst interessant dat een belangrijke auteur als Jonathan Coe zich op het genre lijkt te hebben geworpen met The Proof of My InnocenceDe Nederlandse vertaling van de titel, Het bewijs van mijn onschuld, mist de dubbelzinnigheid van de originele. ‘Proof’ betekent namelijk eveneens ‘drukproef’ en die laatste vormt een belangrijk motief in het boek. Het bewijs van mijn onschuld begint met een raadselachtig tekstje van twee bladzijden over een witharige speurder in een trein die op het punt staat een medepassagier te arresteren. Wie is zij en wie is de arrestant?  Wanneer vindt dit plaats en wat is de misdaad precies? Pas daarna begint de roman met een ‘Proloog’ over Phyl, die net is afgestudeerd. 

    Vriendschap en ‘Friends’

    Ze woont bij haar ouders Andrew en Joanna in een dorpje bij Heathrow. Op dat vliegveld heeft ze een lullig baantje in een Japans fastfoodrestaurant. Haar moeder is dominee en haar vader een gepensioneerde landmeter met veel te veel boeken. Begrijpelijk dat ze zich ongelukkig voelt en zelfs dat ze als troost altijd kijkt naar de tv-serie FriendsDan komt Christopher Swann, een interessante studievriend van haar moeder op bezoek, vergezeld van zijn dochter Rashida. Een wetenschapper die al decennia de radicalisering van de Britse conservatieven volgt op zijn blog. Een aantal conservatieve sleutelfiguren hadden hij en Joanna decennia geleden al in Cambridge ontmoet, onder wie ene Roger Wagstaff. Dat vindt Phyl allemaal interessant.

    Het klikt tussen de twee dochters, ook omdat Rashida evenzeer verslaafd is aan Friends. Phyl vertrouwt haar toe dat ze ervan droomt een roman te schrijven. Ze twijfelt tussen drie genres: ‘cosy crime’, ‘dark academia’ en autofictie. Eigenlijk een gewone Coe, denkt de lezer tijdens deze ‘Proloog’, want de actuele politiek speelt weer een belangrijke rol – Liz Truss wordt premier – en dit soort personages kennen we uit eerder werk van Coe. In Deel 1 wordt het dan toch echt een ‘cosy crime’, zelfs ‘voorzien’ van een passend, beduimeld omslag. Swann is aanwezig op een congres van een conservatieve denktank in een kasteel met een echte lord (de elfde van die naam). In een liefelijk dorpje bovendien. Voor de keynote speech was Kwasi Kwarteng aangetrokken, maar die is zojuist door Truss tot minister benoemd. Hij wordt vervanger door een professor gespecialiseerd in een literaire auteur die een paar decennia geleden een eind aan zijn leven maakte, en mede door hem populair werd als een conservatieve voorloper. Swann raakt geïntrigeerd door deze schrijver Peter Cockerill en diens laatste roman, Mijn onschuld.

    De Britse koningin sterft

    Tussen de bedrijven door heersen er spanningen tussen Swann en de al genoemde Wagstaff. Het congres moet echter stoppen door een ‘Nationale Ramp’: de Britse vorstin overlijdt. Dan is er opeens een moord, plus een geheime gang en een – excentrieke – lokale inspecteur die de zaak moet oplossen: Pru Freeborne (lees de naam hardop!). Authentiek ‘dark academia’ – inclusief omslag – is Coe’s tweede deel. Brian, een studievriend van Joanna en Christopher, heeft zijn herinneringen aan die jaren geboekstaafd. Daarin is meer informatie te vinden over genoemde sleutelfiguren. Wagstaff bijvoorbeeld bleek al in 1980 te pleiten voor het afbouwen van de ‘National Health Service’ en andere publieke voorzieningen. Brian staat ook stil bij Cockerill. Met name bij diens obsessie met een zeventiende-eeuws volksliedje, dat ook al in de twee vorige delen een rol speelt. Een rode haring?

    Het genre is bekend geworden met Donna Tartts De verborgen geschiedenis (1992) en ook het Cambridge van Coe biedt de lezer statige oude zalen, bruine pubs en een heus geheim genootschap, de Processus Group. Maar bij hem is dat uiteraard politiek en met de Brexit is dit aartsreactionaire gezelschap in het centrum van de macht belandt.
    Wat zou Coe doen met autofictie, het derde deel, waarmee hij als auteur in het geheel geen ervaring heeft? Hij laat de vriendinnen Phyl en Rashida afwisselend vertellen over hun speurtocht naar het verband tussen de nieuwe moord en de oude zelfmoord. Die brengt hen achtereenvolgens bij een Londens antiquariaat, een stokoude voormalige redactrice van Cockerills uitgeverij plus een steenrijke Britse miljonair die om fiscale redenen in Monaco woon, en…de drukproef van de roman Mijn onschuld bezit. Hun autofictionele wegen kruisen die van inspecteur Freeborne, met wie ze enthousiast gaan samenwerken. 

    Politieke ontwikkelingen

    Heeft Cockerill werkelijk zelfmoord gepleegd? Het antwoord op die vraag zou het plezier voor de lezer bederven. Idem bij Coe’s ‘Epiloog’, die de recente misdaad oplost. Wel exit Liz Truss. Zelf heeft hij een cameo à la Alfred Hitchcock als een onopvallende student die nooit enig blijkt heeft gegeven van een politieke interesse, maar later als auteur van verhalen en romans ‘een bescheiden succes heeft’. Maar Het bewijs van mijn onschuld blijft, ook ondanks de soms hilarische en aanstekelijke humor, een bloedserieus boek over een tragische politieke ontwikkeling waarbij giftig ultra-conservatisme en het grote geld de macht overnemen. Terwijl de genoemde genres just druipen van de nostalgie naar de tijden dat Engeland nog gezellig was en de universiteit een bolwerk van conservatieve tradities. 

    Als illustratie van het groeiende complot verwijst Coe naar de werkelijkheid: het pamflet Brittania Unchained uit 2012. Een pamflet dat niet overal bekend is, maar alle usual suspects droegen eraan bij: onder anderen Truss, Kwarteng, Patel en Raab. Desondanks heeft Coe overduidelijk veel plezier gehad in het zich eigen maken van de verschillende genres, die hij superieur onder de knie blijkt te hebben. Wat een genoegen om te lezen!



  • Oogst week 41 – 2019

    Het klimaat zijn wij

    In zijn non-fictiebestseller Dieren eten zette Jonathan Safran Foer al de voor- en nadelen van een (grotendeels) vegetarisch eetpatroon op een rij, zij het zonder een direct waardeoordeel te vellen: hij lichtte verschillende perspectieven en argumenten uit. Zelf werd hij na zijn onderzoek vegetariër. In Het klimaat zijn wij reflecteert hij op de urgente milieuproblematiek en zet hij zijn lezerspubliek ertoe aan samen verantwoordelijkheid te nemen voor het voortbestaan van de planeet door ons voedingspatroon te herzien. De ondertitel luidt niet voor niets De wereld redden begint bij het ontbijt. Foer benadrukt het belang van voedsel dat het milieu niet overbelast en stelt voor om alleen ’s avonds bij het diner nog vlees te eten. Hij is vooral gekant tegen de bio-industrie, vanwege de enorme co2-uitstoot die ze veroorzaakt. Dat het besef van klimaatverandering nu eindelijk landt, plaatste Foer in een interview met NRC Handelsblad in treffend perspectief: “In de VS zijn er twee keer zoveel mensen die in Bigfoot geloven als mensen die de klimaatverandering ontkennen.”

    Foer is hiernaast auteur van het autobiografisch geïnspireerde Everything is Illuminated (Alles is verlicht) en van Extremely Loud and Incredibly Close (Extreem luid & ongelooflijk dichtbij). Beide romans werden verfilmd.

    Het klimaat zijn wij
    Auteur: Jonathan Safran Foer
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Waagstukken

    Charlotte Van den Broeck debuteerde met de dichtbundel Kameleon en ontving daarvoor de Herman de Coninck Debuutprijs. Waagstukken is haar romandebuut. ‘Waagstukken’ moet hier worden opgevat als architectonische projecten die zó mislukten dat de verantwoordelijke architecten zelfmoord pleegden of in het ‘beste geval’ diep in het ongeluk werden gestort. Van den Broeck vertelt dertien individuele verhalen. Een bijzondere opzet, die wordt afgewisseld met passages over de positie van de schrijver in het algemeen en Van den Broecks schrijverschap in het bijzonder en het onzekere bestaan dat verbonden is aan het willen verwezenlijken van je artistieke ambities.

    Waagstukken
    Auteur: Charlotte Van den Broeck
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Drie vrouwen

    De Amerikaanse auteur en journaliste Lisa Taddeo publiceerde onder andere in Esquire en New York Magazine en ontving de Pushcart Prize voor haar korte verhalen. Drie vrouwen schreef ze vanuit haar wens het vrouwelijk perspectief op seks en verlangen centraal te stellen en verder uit te diepen. Ze begon aan een journalistiek project van de lange adem: ze volgde acht jaar lang met enorme toewijding Lina, Sloane (pseudoniemen) en Maggie. “Om hun de stem te geven die gewone, onbekende, onopgemerkte vrouwen doorgaans niet hebben,” concludeerde ze in een interview met de Volkskrant. Taddeo laat de vrouwen afwisselend aan het woord en brengt hun wensen, gevoelens en ideeën in kaart, waarmee ze een brug wil slaan tussen het particuliere en het universele.

    Drie vrouwen
    Auteur: Lisa Taddeo
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
  • Een anatomie van verlies

    Een anatomie van verlies

    Het gaat alleen maar over Salinger’. Dat zijn de woorden waarmee Joanna Rakoff Mijn jaar met Salinger afsluit. Maar niets is minder waar. Meer dan Salinger staat Rakoff zelf centraal in deze coming of age roman. Haar jaar met Salinger toont vooral haar eigen ontwikkeling van schoolmeisje tot jonge vrouw.

    Rakoff begint haar jaar met Salinger met een garderobe bestaande uit ruitjesrokken en instappers. Volgens haar moeder in New York anno de jaren negentig dé sleutels tot succes voor een pas afgestudeerde jonge dame die het wil maken. En succes is wat Rakoff najaagt. Ze heeft er na haar studie zelfs haar universiteitsvriendje voor verlaten en is naar New York getrokken om als schrijver door te breken.

    Zoals veel andere jonge vrouwen hoopt ze haar schrijverscarrière een kick-start te geven door bij een literair agentschap te gaan werken. En dat lukt: ze wordt snel aangenomen bij het Agentschap, een niet nader omschreven maar gerenommeerd agentschap dat de zakelijke belangen van vooral dode auteurs blijkt te regelen. En van een paar levende auteurs, waaronder J.D. Salinger, Jerry voor de intimi van het Agentschap. Salinger is de onbetwiste ster van het Agentschap, alhoewel hij sinds 1965 niets nieuws meer heeft gepubliceerd. Zijn belangen worden behartigd door de bazin van Rakoff, een wat chagrijnig doorrookte agent, die niet meer van deze tijd lijkt. Zoals overigens ook het agentschap zelf dat nogal Dickensiaans blijkt te zijn. Zo wordt alle correspondentie nog met typemachines afgehandeld en wordt de komst van de eerste computer door enkele vooruitstrevende collega’s gevierd als overwinning op het verleden.

    Rakoff vindt in het begin moeizaam haar weg bij het Agentschap, maar ontpopt zich uiteindelijk tot veelbelovende assistente, die haar baas schijnbaar moeiteloos vervangt als deze voor langere tijd is uitgeschakeld. En dat alles tegen de achtergrond van een groeiend contact met Salinger. In het begin is dat contact nog non-existent; Rakoff wordt niet geacht enig woord met hem te wisselen als hij belt, maar hem direct door te schakelen naar haar bazin. Maar langzamerhand krijgt ze contact met de gevierde schrijver, ook al blijft dat beperkt tot vriendelijkheden aan de telefoon en zijn interesse voor haar schrijversambities.

    Naast de directe contacten met Salinger ontstaat ook op een ander vlak een band met Salinger: Rakovv begint zich steeds meer met hem te vereenzelvigen. Dat is het gevolg van haar taak om zijn fanmail te beantwoorden. Eerst doet ze dat nog met de standaardafwijzingen, van het kaliber ‘dank u voor uw brief, maar de heer Salinger gaat niet op fanmail in’. Maar gaandeweg probeert ze in Salingers geest te antwoorden en worden haar brieven inhoudelijker.

    Toch is het vreemd dat Rakoff meent dat ze zich goed in Salinger kan inleven. Zo uitvoering zijn haar gesprekken met hem nou ook weer niet. En ze heeft nog nooit iets van hem gelezen, ook al stonden veel van zijn werken bij haar ouders in de kast. Er was iets dat haar ervan weerhield zijn boeken te lezen. Ze meende dat zijn werk aanstellerig en nostalgisch was, vol wonderkinderen die door New York slenterden. Een mening die ze later, toen ze in korte tijd het oeuvre van Salinger las, zou bijstellen. Uiteindelijk viel ze als een blok voor hem, in literaire zin dan welteverstaan: ‘Salinger leek in niets op wat ik gedacht had. In niets. Salinger was wreed. Wreed en grappig en nauwgezet. Ik hield van hem. Ik hield van alles.’

    Mijn jaar met Salinger biedt veel voor hen die geïnteresseerd zijn in het reilen en zeilen van een literair agentschap. Of in de ontwikkeling van een schoolmeisje tot zelfbewuste vrouw. Of voor de fans van Salinger. Het is vlot geschreven, vol leuke anekdotes en inkijkjes in de sterallures van een gevierde auteur én zijn hofhouding op het Agentschap. Hier en daar bevat het ook een uitglijder, vooral als Rakoff haar eigen leven en belevenissen op de voorgrond plaatst, vol kritiek op haar ouders en relatie. Het zijn onnodige passages die de titel van het boek geweld aan doen. Maar het zij haar vergeven, want er staan ook ontroerende passages in het boek, die het jaar dat ze beschrijft toch echt tot haar jaar met Salinger maken. Bijvoorbeeld als haar man haar dertien jaar later vertelt dat Salinger is overleden. Het emotioneert haar zeer, tot tranen toe. Het is het moment waarop Rakoff Salinger het dichtst nadert. Ze realiseert zich dat met het verscheiden van Salinger de wereld in rouw is, en zij met de wereld. ‘Om er nooit meer bovenop te komen,’ wat ook op en top des Salingers is. Want Salingers verhalen zijn – zo betoogt Rakoff  ‘stuk voor stuk anatomieën van verlies, elke vierkante centimeter, van begin tot eind.’ Wat uiteindelijk ook geldt voor Rakoffs boek. Ook dat is een anatomie van verlies. Van onschuldige idealen, vriendschappen en een inspirerend schrijver.

     

     

  • Onheilspellende verhalen die veel te raden laten

    Onheilspellende verhalen die veel te raden laten

    Van de in Nederland nog niet bijster bekende Amerikaan Adam Ross verscheen in 2011 voor het eerst een roman, Mr. Peanut. Twee jaar later is er nu de verhalenbundel Dames en heren. Geen titel om direct opgewonden van te raken. Maar achter die weinigzeggende tekst gaat een onheilspellende wereld schuil.

    Het valt niet moeilijk in de bekentenis van de ik-figuur in De zelfmoordkamer – het derde verhaal in de bundel – de vertelwijze van Ross zelf te herkennen:

    Ik werd schrijver, en elke baan die ik ooit heb gehad of keuze die ik ooit heb gemaakt was daar ondergeschikt aan. Dat houdt in dat het me vrij staat om verfraaiingen aan te brengen, om herinneringen te behandelen als feiten of ze vorm te geven zodat ze passen in dat waar ik aan werk. Mijn voornaamste verantwoordelijkheid is om je te laten dromen, denk ik. Als dat inhoudt dat ik dingen moet veranderen, doe ik dat, hoewel ik niet kan veranderen wat nu volgt, omdat het waar is.

    Een bewering die op zijn minst ontregelend is. Want de hoofdpersonen in de verhalen wankelen voortdurend tussen greep willen krijgen op hun leven en onontkoombaarheid van hun lot, tussen werkelijkheid en droom. ‘Beslissende momenten’, zegt de ik-verteller in dit verhaal, ‘bedenken we niet, ze overkómen ons’.
    Alle verhalen in de bundel voelen ongemakkelijk aan. Ross dist ze zo op dat je er als lezer aanvankelijk argeloos in mee gaat, tot je voelt dat het onontkoombaar mis loopt en je er niet meer aan kunt ontsnappen.

    In het openingsverhaal Wat in het verschiet ligt bijvoorbeeld, volgen we David Applelow, een man die weinig richting aan zijn bestaan heeft kunnen geven maar nu zijn slag wil slaan in een baan die zijn leven zal moeten veranderen. Hij komt terecht in bizarre sollicitatiegesprekken waaraan hij zich, willoos zo lijkt het wel, overlevert. In zijn flat krijgt hij ondertussen contact met de rebelse jongen Zach, die in alles het tegendeel van hem is. Applelow zelf voelt echter verwantschap. Hij ziet in dat zijn leven ‘op hem neer [viel] als bladeren van een boom in de herfst’. Dat moet met de baan waarvoor hij in de running is veranderen! Maar uiteindelijk blijkt hij er toch weer ingetuind, zowel bij Zach als bij de beoogde werkgever.

    In De rest van het verhaal maken we opnieuw kennis met een loser. Literair docent Roddy Thane vat het plan op om de fantastische verhalen die een onderhoudstechnicus, Mike Donato, hem vertelt te gaan optekenen. Tot hij in gewetensnood komt als deze Donato, hem vertelt over een moord. Wat moet hij doen? Alleen maar het verhaal opschrijven of naar de politie gaan? We zien Thane steeds weifelmoediger worden, zoals hij ook al geen stelling innam in de scheiding van zijn vrouw of in de gevoelens ten opzichte van een studente. Ook in dit verhaal ontregelt Adam Ross de lezer: is het verhaal van Donato waar? Wordt Thane gemanipuleerd, zoals Applelow in het eerste verhaal?

    En als niets is wat het lijkt, hoe kun je elkáár dan nog vertrouwen? Dat geldt voor partners of vrienden, zoals in In de kelder, en wel heel beklemmend tussen twee broers Caleb en Kevin in Feiten en overnames. Daarin wordt Caleb – maar ook de lezer – geraffineerd op het verkeerde been gezet, juist als het allemaal de goede kant op lijkt te gaan. Tot er ineens de onverwachte wending is, die ons de vraag pijnlijk voor de voeten gooit wie we eigenlijk zijn en wat we echt van elkaar weten. Ross laat de lezer, net als in De rest van het verhaal na het incident ineens zitten met de vraag: wat staat Caleb nu te doen?

    Met een zelfde soort vraag blijft de lezer achter in het titelverhaal, het laatste van de bundel. Daarin creëert de auteur de dreiging van een mogelijke ramp als Sara werkelijk de keuze zal maken waarover ze fantaseert. Moet ze zich over geven aan de spanning die ze voor een moment zoekt? Waarom? Als je alleen een stoer verhaal wilt hebben kun je toch ook doen alsóf iets werkelijk is gebeurd? Maar voor de lezer is het onheilspellende dan al opgeroepen. Hij krijgt alleen niet te horen op welk vliegtuig ze uiteindelijk gestapt is….

     

    Dames en heren

    Auteur:  Adam Ross
    Origineel: Ladies and Gentlemen (2012)
    Vertaald door: Monique Eggermont en Dennis Keesmaat
    Verschenen bij: Uitgeverij Podium (2013)
    Prijs: € 21,50

  • Eenzaam in een post-apocalyptische wereld

    Eenzaam in een post-apocalyptische wereld

    De Hondsster van de Amerikaanse schrijver van natuurreportages Peter Heller is een post-apocalyptische roman die aansluit bij de tijdgeest. Het boek hoort echter niet tot beste in zijn soort. Het verhaal gaat over Hig die een pandemie die de wereld heeft getroffen heeft overleefd. Hij woont in de nabije toekomst op een verlaten vliegveld met als enige aanspreekpunt een norse gewelddadige buurman, Bangley. Dat is iemand die veel met wapens bezig is en die aan de muren van zijn werkplaats plaatjes heeft hangen van naakte vrouwen die met wapens schieten. Geen aimabele man.

    Voor Hig zijn zijn vliegtuig, dat hij het beest noemt, en zijn hond Jasper zijn leven. Het is een leven van eenzaamheid, een eenzaamheid die Heller goed weet op te roepen. Voor mensen die de huidige maatschappij van overcommunicatie gewend zijn is de beschrijving van een desolaat bestaan een soort tegengif. Toch pakt deze beschrijving niet goed uit voor de leesbaarheid. Het leven van Hig is niet heel afwisselend. In een wereld met nauwelijks nog mensen gebeurt niet zoveel. Het zijn meestal de verwikkelingen tussen mensen die een boek aansprekend maken. Beschouwingen over vissen, de natuur of  vliegtuigen kunnen interessant zijn, maar ze zullen niet iedere lezer bekoren. Je moet een bepaald soort lezer zijn om een Robinson Crusoe-achtig verhaal te kunnen waarderen. Het verhaal doet je wel nadenken over de vraag hoe je het er zelf vanaf zou brengen in een wereld waarin je naar je eigen voedsel moet gaan jagen of het moet verbouwen, in een wereld zonder toekomstperspectief en gedeelde verhalen.

    Spannend is het echter allemaal niet zo. Zelfs de momenten dat Hig wordt bedreigd door botte vreemdelingen, ook overlevers, zijn niet boeiend. Hig heeft geen interessante visie op het leven, lijkt weinig intellectuele of culturele bagage te hebben, al heeft hij ooit gedichten geschreven. Hij is niet onsympathiek, maar gewoon niet zo heel interessant.

    De schrijfstijl van het boek, vertaald door Dennis Keesmaat, vind je mooi of irritant. Neem de volgende passage waarin Hig met zijn hond aan het joggen is: ‘De ruzie met Bangley knaagt aan me. Nu alleen onze ademhaling. Wintervet.  Voel het in mijn benen. Goed om te bewegen, snel te bewegen.’ (105) Zo gaat het in het hele boek. Nog een voorbeeld: ‘Dein dein. Heen en weer. Stilte. Duw. Laat los. Zwaai terug. De sterren, de bladeren, zelfs het geluid van het riviertje, dat heen en weer gonsde. Van een boot. Van een hangmat. Van een kinderschommel. Van een baarmoeder. Heen en weer. Dein dein. Geur van koud stromend water, van steen, mest, bloesem. Slaap.’ (234) Stilistisch interessant, maar het zorgt niet voor een soepel leesproces, waardoor het lezen van deze roman weinig plezier biedt. Door het gebruik van vele staccato zinnetjes en tot vervelens toe veel gebruik van witregels, soms meer dan tien op een bladzijde, zuigt Heller je niet het verhaal in.

    Naar het einde toe wordt het boek interessanter en dan gloort er een soort hoop op enig geluk. Er zijn dystopische romans met minder hoop en het boek doet je nadenken over wat de mensheid te wachten zou kunnen staan en hoe je daar dan zelf op zou reageren. Hiervoor zou je echter ook een nonfictie publicatie kunnen lezen, zoals The doomsday handbook. 50 ways the world could end van Alok Jha. Dan heb je waar voor je geld: wel vijftig vormen van mogelijk wereldonheil. Daar kan je dan je eigen fantasie op loslaten. Het toekomstbeeld van Heller is misschien wel niet zo heel bijzonder.

     

    De Hondsster

    Auteur: Peter Heller
    Vertaald door: Dennis Keesmaat
    Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus
    Aantal pagina’s: 344
    Prijs: € 19,95