• Eén alinea!

    Eén alinea!

    Slechts één alinea weet De Zieners te boeien. Dit klinkt negatief, maar is het grootste compliment dat de schrijver kan krijgen. De Zieners bestáát namelijk uit die ene alinea. Deze roman van Sulaiman Addonia lees je uit in een ademteug, een ruk, een avondje overgave aan de koortsdroom van Hannah uit Eritrea. Als vluchtelinge die moet wachten op een goedgekeurde asielaanvraag, doorkruist ze nachtelijk Londen. Altijd met het dagboek van haar jong gestorven moeder bij zich.

    Een verhaal, opgebouwd uit een enkele alinea… Iedere schrijver, kunstenaar, veellezer of literatuurwetenschapper zou dit van tevoren een onmogelijke opgave noemen. Addonia neemt niet eens de moeite deze monnikenklus op een degelijke typemachine of computer te doen: hij schreef De Zieners op een iPhone. Weg romantiek? Integendeel. De Zieners zindert van liefde, sensualiteit en gevoel. Tegelijk bezorgt het ons Europese lezers regelmatig het schaamrood op de kaken. Niet vanwege de expliciete seksscènes – we zijn allang murw gebeukt door de lichamelijkheid van types als Houellebecq – maar vanwege het besef: eigenlijk kijken we allemaal massaal weg van vluchtelingen.

    Kullu yihalif, fiqri yiterif

    Panta rhei, ouden menei. Alles stroomt, niets blijft, luidt de wet van Herakleitos. Eritreeërs hebben hun eigen variant: kullu yihalif, fiqri yiterif. Alles verandert, de liefde blijft. Bijna hetzelfde. Bijna. Aanvankelijk staat het motto er in het Tigrinya (de Eritrese taal) én in het Nederlands. Later in het boek wisselen de talen van plaats, en uiteindelijk verdwijnt de variant van het Tigrinya volledig. Zelf verloor Addonia zijn moedertaal, toen zijn moeder voor werk naar Saoedi-Arabië vertrok. Ook Hannah wordt Engelser en Engelser in haar ballingschap; waar ze eerst beledigingen naar het hoofd krijgt, omdat ze niet Brits genoeg klinkt, verdeftigt haar accent met rasse schreden. Maar echt gek wordt ze nooit op Engeland, waar haar tante haar heen stuurde: ‘Die avond werd ik vanuit Keren weggestuurd naar het land dat mijn vader een neger had genoemd. Het spijt me dat ik je naar dat land toestuur, zei mijn tante.’

    Hannah’s vader hielp het Engelse leger de Italiaanse bezetting beëindigen en werd hiervoor beloond met meer vernedering. Hij was een analfabeet die leerde lezen en zielsveel van boeken hield en stierf – net als zijn echtgenote – veel eerder dan Hannah lief was. Het liefst zou hij zijn hele boekenverzameling hebben ingescand in het brein van zijn slimme dochter. En die bibliotheek zeult ze in het Verenigd Koninkrijk figuurlijk met zich mee. Ook gebruikt ze het dagboek van haar moeder om zich staande te houden in de regen, kou en grauwigheid. ‘Ik keerde terug naar mijn boeken, en discussieerde met Neruda over het feit dat hij in zijn gedichten de liefde telkens liet terugkomen als troost. Liefde is net zo onbeduidend als lucht voor een lijk, zei ik tegen Neruda, een citaat uit mijn moeders dagboek, iets wat hem kennelijk met afkeer vervulde omdat ik daarna een tijdlang niets van hem hoorde.’ Even later merkt Hannah op: ‘Serieus, niets zo krachtig als dode, verwaten dichters die tegen je uitvaren.’ Want ze praat niet alleen met Pablo Neruda.

    Hampstead Heath, Fitzroy Square en Bloomsbury

    Hannah voert gesprekken met allerlei dichters die in Hampstead Heath gedenktekens hebben. Denk aan Keats, Coleridge, Shelley, Byron en Cummings: ‘Ik pakte zijn bundel, liep terug naar mijn boom en begon er leunend tegen de stam in te lezen. Dat boek bespoedigde de relatie tussen de boom en mij: ik las telkens een gedicht voor mezelf en dan een voor de boom. Doordat de boom waaronder ik sliep zich laafde aan de Londense regen en zich voedde met de wellustige poëzie die ik voorlas, werd het de meest doorvoede en vrije boom van heel Londen.’ De dode dichters genieten bovendien mee van haar vrijpartijen met land- en lotgenoot Bina Balozi: ‘Mijn hoofd klaarde op toen het genot zich aandiende in de armen van het donker. O B.B. De O die stond voor de roos tussen zijn zwarte billen die openbarstte in mijn slapeloze nachten en kleur gaf aan mijn avonden, de B die stond voor de balletdanser op de bodem van mijn schoot.’ De lovende kritieken die de roman kreeg, richten zich met name op deze lichamelijkheid. Volgens de critici is die fysieke realiteit het enige wat Hannah echt ‘heeft’. De seksualiteit wordt breeduit gevierd, inclusief orgasmes, squirts en voorbinddildo’s. Toch biedt De Zieners meer dan erotiek. En ergens is het ook kwalijk dat vluchtelingen en asielzoekers tot hun lichaam worden gereduceerd – verhalen waarin zij niets anders hebben dan hun lijf, zijn er al voldoende.

    Het boek is niet alleen opgebouwd uit één alinea, alle dialogen missen aanhalingstekens. Dit leidt tot onduidelijkheid over wie er precies spreekt. Hannah’s identiteit wordt tijdens een gesprek met Engelse douaniers zowel letterlijk als figuurlijk aan flarden gescheurd: ‘Maar de tolk ging verder: Hannah, ik moet je vragen naar je paspoort. Als het dan moet, zei ik, en ik masseerde mijn voorhoofd. Waar is je paspoort? Dat heb ik verscheurd en doorgespoeld in het vliegtuig. Waarom? Dat moest van de smokkelaar.’ Zo wordt het verhaal van Hannah langzaamaan het verhaal van meer vluchtelingen, lotgevallen die ambtenaren al of niet moeten verleiden tot een gehonoreerde asielaanvraag: ‘Hannah, zei ze. Dit is pas het begin. Let goed op jezelf. Wat een rare waarschuwing, zei ik. Als ik geen ruimte in mijn hoofd heb, heb ik geen ruimte in mijn hoofd. Je bent niet de eerste immigrant die dat tegen me zegt, zei ze. Laat je niet overweldigen door herinneringen. Maar het komt goed, je zult het verleden leren loslaten.’ Maar hoe lukt dat haar, als haar toegewijde, Engelse voogd juist in het verleden blijft hangen?

    Lady Diana

    Een personage dat verrassend weinig aandacht krijgt in de lovende kritieken, is Diana. Als tijdelijke voogd vangt zij Hannah op in een buitenwijk, stevig drinkend, rokend en mijmerend over wat achter haar ligt. Hannah, ondertussen, wacht tot Binnenlandse Zaken haar asielaanvraag goedkeurt: ‘Terwijl ik in afwachting van de volgende postbezorging terugliep naar mijn kamer, vroeg ik me af wat er zo dringend zou zijn in haar leven.’ Daarom vraagt Hannah op een druilerige, ijskoude avond in de walm van Diana’s sigarettenrook: ‘Diana, wat heb je gestudeerd toen je op de universiteit zat? Ze snoof achteloos en viel stil. Niets. Sorry dat ik het vroeg, zei ik na een poosje. Nee, nee, Hannah. Dat is het niet. Je deed me alleen denken aan… Nou, eens even denken… ze zweeg.’ Tijdens de avondwandeling probeert Hannah Diana nogmaals uit haar zwijgzaamheid te halen: ‘Haar ogen gaven toe aan de stilte van een zwak verlichte steeg, waar een man met een slaapzak om zijn schouders een kat aaide op de motorkap van een auto. Gaat het wel goed, Diana? Stilte. Haar ogen stonden vol gedachten die ik niet kon ontcijferen. Ik wilde net wegkijken toen ze zei: Het gaat zo wel weer. Het is allemaal niks vergeleken bij wat jij hebt doorstaan.’

    Anders dan in Addonia’s vorige roman, Stilte is mijn moedertaal, werkt stilte hier verstikkend. Dat laat De Zieners zien met een personage als Diana. Hannah vindt het leven in literatuur, taal, woord en geschrift, ondanks (en dankzij) haar verleden. De laatste scène, extatisch en speels, doet denken aan Het leven is vurrukkulluk. Alleen spreekt hier geen Vijftiger, maar een twintiger, in de bloei van haar leven.

     

  • Oogst week 43 – 2024

    De Zieners

    Hannah, een dakloze Eritrese vluchtelinge moet in London zien te overleven. Eerst woont ze op een opvangadres in Kilburn, maar al snel slaapt ze onder een boom in een parkje in Bloomsbury. Van haar leven in Eritrea is niets anders over dan het dagboek van haar moeder, die jong gestorven is. Het verhaal dat erin staat, over de levensgeschiedenis van haar ouders, is niet makkelijk te verteren. In De zieners, een roman die uit een enkele alinea bestaat, belicht Sulaiman Addonia wat het betekent om een vluchteling te zijn in een stad als Londen, waarbij hij de hoogstpersoonlijke aspecten van het psychologische en seksuele leven van Hannah niet schuwt.

    Sulaiman Addonia (1974) woont in London. Eerder verschenen al twee romans van zijn hand, Als gevolg van de liefde, waarin een twintigjarige vluchteling verliefd wordt op een jonge vrouw die een burqa draagt, en Silence Is My Mother Tongue, een boek over een broer en zus die zich staande proberen te houden in de chaos van een vluchtelingenkamp. Addonia werd geboren in Eritrea en vluchtte in 1976 met zijn familie naar Soedan, waar hij zag hoe zijn vader vermoord werd. Samen met zijn moeder en jonger broertje leefde hij in Jedda tot hij in 1990 asiel aanvroeg en kreeg in Groot-Britannië. Meerdere van zijn boeken zijn genomineerd voor prijzen, waaronder de Lambda Literary Award for Bisexual Fiction en de Orwell Prize voor politieke fictie.

    De Zieners
    Auteur: Sulaiman Addonia
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Na de zon

    Het is niet makkelijk te zeggen waar Na de zon van Jonas Eika over gaat. Het boek omvat vier korte verhalen, waarvan er een in twee delen is gesplitst. Ogenschijnlijk zijn de verhalen heel verschillend. In Cancún verlenen jonge jongens hun diensten aan rijke strandbezoekers. Een IT-consultant in Kopenhagen komt, na het missen van een werkafspraak, terecht in wereld die hij niet kent: de handel in derivaten. Een drietal dat als een gezin probeert te leven gaat gebukt onder verslaving, geldgebrek en de stress van de verwachte komst van een baby. En wat is er aan de hand met de rouwende oude man die geobsedeerd raakt met een vreemd voorwerp dat hij in de woestijn vindt? De vraag moet misschien niet zozeer zijn waar het boek over gaat, maar waar het óm gaat. Wat wil Eika ons vertellen met deze set verhalen?

    Jonas Eika (1991) is een Deense schrijver. Met hun fictie sleepte hen al een aantal prijzen in de wacht. Zo ontving hen de Bodil & Jørgen Munch-Christensen Prijs voor hun debuut, Lageret Huset Marie. En ook Na de zon werd bekroond, met de Michael Strunge Prijs en de Blixenprijs. Een van de verhalen eruit werd voorgepubliceerd in The New Yorker.

    Na de zon
    Auteur: Jonas Eika
    Uitgeverij: Koppernik

    Alle tijden zijn onzeker

    Het is 1783 en wetenschappelijke vernieuwingen en technologische ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Een luchtballon stijgt op, met mensen aan boord, de verschillen tussen arm en rijk zijn gigantisch en dat er ineens vaccinaties bestaan ziet niet iedereen als een zegen. Wie is er voor vernieuwing, wie is ertegen en hoe ziet dat eruit? In Alle tijden zijn onzeker brengt Joke van Leeuwen dat in beeld. Ze volgt Marie, een nuchter type en Vince, die veel speelser is, die hun eerste schreden zetten als stel. En dan is er nog Pierre, die zich verliest in zijn strijd tegen wat hij als het kwaad ziet. De paralellen met vandaag zijn niet toevallig.

    Joke van Leeuwen (1952) schrijft boeken voor kinderen en volwassenen. Ook is ze dichter en illustrator, maakt ze theaterprogramma’s en treedt ze op als performer. Eerder ontving ze onder andere de Theo Thijssenprijs voor haar kinderboeken, de C. Buddingh’-prijs voor haar dichtbundel Laatste lezers en de AKO Literatuurprijs voor het boek Feest van het begin.

    Alle tijden zijn onzeker
    Auteur: Joke van Leeuwen
    Uitgeverij: Querido