• Goethes Stein des guten Glücks

    Goethes Stein des guten Glücks

    Op verzoek van de Franeker Kunst Stichting schreef Kees ’t Hart in 2011 een novelle van 72 bladzijden getiteld Het beeld van Goethe. Die Stichting is opgericht ter bevordering van kunst in de openbare ruimte. De novelle van Van ’t Hart was bedoeld als inspiratiebron voor huidige kunstenaars om het rijke verleden van Franeker te vertalen in moderne kunst. De verhaallijn in deze novelle is identiek aan de verhaallijn in De ziekte van Weimar.

    Het beeld van Goethe

    De senaat van de Academie van Franeker wil in 1807 een monument oprichten ter ere van de wetenschap en maatschappij, omdat de gevreesde sluiting door Napoleon is afgewend. Men heeft het oog laten vallen op een beeld dat in de tuin van het huis van Goethe staat, en wil zijn toestemming vragen om een replica te mogen maken. Dat beeld, Der Stein des guten Glücks geheten, bestaat uit een kubus met daarop een bol. De kubus representeert het rustende, de bol staat voor het beweeglijke, maar omdat de bol rust op de kubus, staat het geheel voor Het Geluk. Je moet het maar weten, maar gelukkig is er Wikipedia.
    ’t Hart situeert zijn roman begin negentiende eeuw wanneer Lodewijk Napoleon Koning van Holland is, de Verlichting over zijn hoogtepunt is en de tijdgeest romantischer wordt. In die overgang tussen twee tijdgeesten is de melancholieke, ietwat neerslachtige en introverte twintiger Albert van Huszen, de hoofdpersoon. Hij lijdt aan voortijdige zaadlozingen, wat zijn verhouding met vrouwen er niet gemakkelijk op maakt. Wanneer hij op afstand een mooie vrouw ontwaart krijgt hij ‘prematuur geschutsvuur’.

    Albert van Huszen is assistent-pedel van de Friese Academie in Franeker; omdat hij zo goed Duits spreekt krijgt hij de opdracht om mee te reizen met enkele senaatsleden naar Weimar om Goethes toestemming te vragen een replica van het beeld te maken. De senaat is diep onder de indruk van dit beeld. Hoewel het beeld niet bijster bijzonder is, geven de diverse senaatsleden er hoog over op en ieder heeft zo zijn eigen hooggestemde uitleg. Goethe heeft het beeld laten vervaardigen als totem, als monument, al blijft onduidelijk wat nu precies zijn bedoeling ermee was.

    Albert van Huszen is verheugd dat hij Goethe gaat spreken. Hij heeft namelijk uit teksten in Das Leiden des jungen Werthers opgemaakt dat Goethe ook lijdt aan ejaculatio praecox. Hij hoopt van Goethe te vernemen hoe hij daar vanaf kan komen. Heeft Albert het bij het rechte eind? Historische bronnen geven daarover geen uitsluitsel.

    Het verhaal

    Het boek bestaat uit twee delen; het eerste deel speelt zich af in Franeker, het tweede deel behelst de reis per koets naar Weimar en vervolgens het wachten op een ontmoeting met Goethe. Het eerste deel is interessant vanwege de beschrijving van het leven van Albert in Franeker en van de maatschappij van destijds. Het boek begint – en eindigt -met zijn bezoek aan een tent waar Indianen uit Noord-Amerika worden tentoongesteld; de wetenschappelijk gefundeerde nieuwsgierigheid naar andere volken past in die tijd. We maken kennis met de leefwereld van Albert met zijn vriendinnen, met zijn zus, met zijn collega’s. Hij is een meester in het schaken en geeft les aan zonen van senaatsleden. ‘Schaken gaf hem het diepste gevoel van geluk. Tijdens het naspelen van partijen had hij soms het gevoel te snappen wat vrouwen voelden. Hij had nog nooit met een vrouw gepaard, ook niet met Louise, wel in haar schoot gelegen en zijn vocht geofferd, al voelde het niet als een offer.’  Hier legt ‘t Hart een bijzonder verband tussen schaken en lust: gaat het over de Verlichting versus de Romantiek?

    In het tweede deel – dat de helft van het boek beslaat – gebeurt daarentegen weinig interessants. Het is vooral een beschrijving van de reis van Franeker naar Weimar, van de ontberingen die het gezelschap onderweg lijdt, van het verblijf in Weimar en de moeilijkheid om met Goethe in contact te komen. Hier toont ‘t Hart zich een reisverslaggever die veel ‘onwetenswaardigheden’ opvoert. Het vergt nogal wat uithoudingsvermogen van de lezer.

    In het eerste deel worden personages opgevoerd die allen volgens de typeringen van Lavater (1741-1801) worden gekarakteriseerd. Lavater was in die tijd beroemd met zijn boek over fysionomie: het karakter van een mens is af te lezen aan zijn uiterlijk en dan vooral aan zijn gezicht. ‘t Hart gebruikt zijn typeringen veelvuldig in het eerste deel om de mensen met wie Albert in contact komt te kenschetsen, maar diept het karakter van de desbetreffende persoon niet verder uit. Lavater was in die tijd heel populair en opmerkelijk is wel dat Goethe niets moest weten van de denkbeelden van Lavater; in Das Leiden des jungen Werthers doet hij diens inzichten af als dweperijen.

    Waardering

    De titel blijft onduidelijk. Bedoelt ’t Hart met de ziekte van Weimar te wijzen op Goethe, die dezelfde ziekte zou hebben als Albert? Of duidt de titel op de chaotische toestand in Weimar in die tijd?
    Met name het tweede deel van het verhaal boeit maar matig. De rode draad, – de reis naar Weimar om Goethes toestemming te vragen voor een replica van het beeld –  is dun, er wordt voortdurend uitgeweid over zaken zonder dat het verband met andere elementen in het verhaal duidelijk wordt. Als lezer wacht je af, maar je verwachtingen worden niet ingelost.

    Tot slot moet je als lezer een behoorlijke kennis hebben over de periode waarin het verhaal zich afspeelt om je te kunnen inleven. De kennissen van Albert worden bijvoorbeeld ingedeeld naar het kenmerk: voor of tegen de onthoofding van Lodewijk XVI in 1793, zonder dat duidelijk wordt wat dat betekent voor de plaats van de betreffende persoon in de maatschappij van toen dan wel zijn karakter of denkbeelden.
    De dunne verhaallijn wordt nauwelijks gecompenseerd door interessante anekdotes, spannende ontmoetingen, leuke gebeurtenissen of wetenswaardigheden, wat het lezen van dit boek weinig vreugdevol maakt.

     

  • Oogst week 38 – 2019

    Zwarte schuur

    Onvoorspelbaar, anders en toch onmiskenbaar Oek de Jong. Dat zijn de eerste geluiden die je hoort over Zwarte schuur, de nieuwe roman van Oek de Jong.
    Zwarte schuur begint met de opening van een tentoonstelling van het nieuwe werk van de succesvolle kunstenaar Maris Coppoolse:

    … ‘Maris sprak kort, zoals hij altijd deed bij openingen. Hij maakte indruk door zijn zware stem met het Zeeuws accent, door zijn forse gestalte en opvallende kop met lange, rechte neus, zwarte haren, met grijs doorschoten, en helblauwe ogen. Hij leefde al bijna veertig jaar in grote steden, maar je kon nog altijd aan hem zien dat hij van het platteland kwam en dat zijn mannelijke voor- ouders boeren en landarbeiders waren geweest, net zo uit de kluiten gewassen als hij en met net zulke grote handen. Op deze avond in september hing er bovendien de aura van een grote ten- toonstelling om hem heen – vijftien zalen met schilderijen, het werk van een half leven – en van een al weken durende voorpubliciteit.’

    Maar dan wordt pijnlijk duidelijk wat hem al die jaren heeft geïnspireerd, een catastrofe uit zijn jeugd, waar hij al die jaren mee heeft moeten omgaan.

    Zwarte schuur gaat over dit leven van de kunstenaar, zijn huwelijk en zijn jeugd. Binnenkort hier een recensie.

    Zwarte schuur
    Auteur: Oek de Jong
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Sal

    Een jong meisje wil haar jongere zusje beschermen tegen haar vader. Koste wat kost. Bijna een jaar lang bereidt zij daarom een vlucht voor. Ze steelt een landkaart uit de schoolbibliotheek. Met gestolen creditcards koopt ze een kompas, een goed mes, regenjassen en een ehbo-set. Ze informeert zich op het gebied van overlevingstechnieken en leert zichzelf hoe ze een schuilplaats kan bouwen en vuur kan maken. Maar de praktijk is weerbarstiger dan de theorie. Het wordt een strenge winter en haar zusje heeft een arts nodig.

    Dit bijzondere verhaal dat zich afspeelt in de barre Schotse natuur is het debuut van Mick Kitson (1962). Deze journalist werd op zijn 40ste leraar. Uit onvrede over de boeken op de leeslijst van zijn leerlingen schreef hij Sal dat meteen een groot succes werd.
    Sal werd o.a. door The Scotsman bekroond tot een van de ‘Beste Schotse Boeken van 2018’ en The Guardian schreef: ‘Sal is an ambitious and skilled novel. Literature needs more stories like this.

     

    Sal
    Auteur: Mick Kitson
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De ziekte van Weimar

    Ook Kees ’t Hart vindt het belangrijk dat middelbare scholieren goede literatuur op hun lijst zetten. Hij heeft in ieder geval dit voorjaar meegedaan aan de serie ‘De ideale leeslijst’ in een toe te juichen serie in de Groene Amsterdammer afgelopen voorjaar.

    ’t Hart zet zich ook in Den Haag in voor de literatuur. In het Nationale Theater organiseert hij samen met Hans Muiderman het programma Over boeken. Drie verschillende gasten praten onder leiding van Kees ’t Hart over drie boeken. Tussen de gesprekken door is er livemuziek, een debuterende schrijver en maken de toeschouwers kans op een gratis boek. De volgende editie van Over boeken is op 2 oktober a.s.

    Maar het gaat hier natuurlijk om zijn nieuwe roman, De ziekte van Weimar. Deze keer speelt het verhaal zich af in 1807 in Franeker. Aan de Academie aldaar komt geld vrij voor de oprichting van een monument ter ere van de nieuwe wetenschap en maatschappij. Men is diep onder de indruk van een beeld in Goethes tuin in Weimar. Albert van Huszen reist daar per koets heen, vergezeld door de leden van de Franeker ceremoniële commissie om er met de schrijver en wetenschapper te overleggen over een replica van het beeld. Op te richten in Franeker, maar dan groter en grootser.
    In Weimar heerst na de Slag bij Jena van 1806 nog steeds chaos. Bovendien verdringen tientallen bezoekers zich voor Goethes huis; iedereen wil bij hem op audiëntie. Hij laat zich zelden zien. De tijd dringt als Albert erin slaagt hem te spreken.

    De ziekte van Weimar
    Auteur: Kees 't Hart
    Uitgeverij: Querido