• De kiem van De wand

    De kiem van De wand

    De Oostenrijkse Marlen Haushofer (1920-1970) is bij het grote publiek vooral bekend geworden vanwege haar weergaloze roman De wand (1963). Haar debuutroman uit 1955, Een handvol leven, is onlangs ook in het Nederlands vertaald (door Anne Folkertsma), met een nawoord van Charlotte Remarque. Zij ziet in Een handvol leven al een kiem van De wand, in die zin dat in beide romans sprake is van een vrouwelijk hoofdpersonage dat zich afzondert. Ze heeft daarmee zeker een punt.

    In Een handvol leven keert een vrouw met de naam Betty Russel terug naar het huis waar ze ooit gewoond heeft. De huidige bewoners hebben het te koop gezet en zij is een geïnteresseerde koper, die van ver komt. Ze heeft iets bekends voor de verkopers, maar ze kunnen niet helemaal thuisbrengen wat dat bekende precies is. Betty biedt zonder omwegen de vraagprijs voor het huis en blijft vanwege praktische redenen overnachten in het huis dat binnenkort het hare zal zijn. In haar oude kamer vindt ze een doos met ansichtkaarten en foto’s. Aan de hand van die spullen wordt via allerlei flashbacks duidelijk wie deze Betty in werkelijkheid is en hoe ze tot de keuze is gekomen om het leven dat ze vroeger in dit huis leidde achter zich te laten.

    IJzig koud klooster

    Het leven van Betty begint met een beschrijving van de jonge Lieserl, die op haar vijfde naar familie op het platteland werd gestuurd omdat haar moeder zou gaan bevallen. Het eenzelvige meisje leeft in een wat magisch realistische fantasiewereld en is enorm onder de indruk van een slager die een koe komt slachten. Later heet hetzelfde meisje Elisabeth en zit ze intern op een school bij de nonnen. In het klooster is het vaak ijzig koud (Elisabeth zal de rest van haar leven een afkeer van kou houden) en de nonnen verwijten het nieuwsgierige meisje dat dol is op lezen dat ze een schepsel boordevol fouten is. ‘Ze wist niet precies wat ze had misdaan, maar dat voortdurende schuldgevoel maakte haar ellendig. Een tijdlang probeerde ze zich ervan te bevrijden door zo vaak mogelijk te biechten. Dat zorgde echter slechts even voor verlichting.’

    Na verloop van tijd begint ze bepaalde situaties uit de weg te gaan om conflicten te vermijden. Ze sluit een soort vriendschap met twee andere meisjes, de vrolijke en vriendelijke Käthe en de broodmagere Margot, die godsdienstwaanzinnig wordt en met wie het uiteindelijk slecht afloopt. De driehoeksverhouding tussen de meisjes kost Elisabeth veel energie, ook omdat Margot haar voor zichzelf wil opeisen.

    Vreemdgaan uit pure verveling

    Ook wanneer ze ouder wordt, is het voor Elisabeth moeilijk om zich tot anderen te verhouden. Ze verlooft zich, verbreekt die verloving, trouwt uiteindelijk met Anton (Toni) Pfluger en krijgt een zoon. Ze voelt weinig liefde of waardering voor haar echtgenoot en voelt zich überhaupt ontheemd in het leven: ‘Met het stille cynisme van een vrouw observeerde ze hoe de ene helft van de mensheid stiekem maar onverstoorbaar alles saboteerde wat de andere helft buitengewoon belangrijk vond. Toch wilde ze ook in geen geval in een vrouwenwereld leven, waar nut en verstand regeerden en waar dan wel geen enorme oorlogen of honger waren, maar er ook niets meer te lachen viel.’

    Uit pure verveling begint Elisabeth een verhouding met een zakenpartner van Toni, een man die ze eigenlijk niet eens aantrekkelijk vindt. Na een jaar en drie maanden maakt ze een eind aan de relatie. Ze kijkt naar zichzelf in de spiegel terwijl ze huilt en dan gebeurt er iets bijzonders: Ze voelde een heel onpersoonlijk medelijden met die huilende vrouw en fluisterde iets troostrijks terwijl ze haar tranen droogde. Tegelijkertijd stond achter haar een derde Elisabeth, zij keek bijna een beetje geamuseerd naar de huilende vrouw en dacht: maak er niet zo’n drama van, lieverds.’

    Wanneer ze begint te fantaseren over de dood van haar echtgenoot, kind en minnaar, beseft Elisabeth dat er echt iets moet veranderen in haar leven en neemt ze een ingrijpende beslissing: ze verdwijnt en haar naasten wanen haar dood.

    Stroef personage

    Maar hoe boeiend deze levensloop ook is, het personage Lieserl/Elisabeth/Betty blijft opvallend op afstand. Ze is stroef en eenzelvig, waardoor je moeilijk met haar gedachten en gevoelens kunt meebewegen. In De wand is de eenzaamheid van het hoofdpersonage beter invoelbaar, alhoewel Een handvol leven qua opbouw zeker ook mooie vondsten heeft. Alhoewel sommige delen van het leven van Elisabeth uitgebreid uit de doeken worden gedaan, blijft de periode tussen haar ingrijpende beslissing en de terugkeer naar het huis dat ze ooit verliet in nevelen gehuld. Haushofer laat deze periode bewust onvermeld; dat levert spanning op, maar voelt ook onbevredigend. Wanneer je haar biografie bestudeert, valt op dat ook zij worstelde met zingeving en de geringe invloed die vrouwen indertijd hadden op hun eigen leven. In die zin is Een handvol leven dan ook zeker een feministisch boek te noemen.

    Al met al is het debuut van Marlen Haushofer vooral interessant om te lezen voor wie heeft genoten van De wand. De thematiek van eenzaamheid, het gevoel van de zinloosheid van het leven en de machteloosheid die iemand kan voelen ten aanzien van het bestaan worden fraai beschreven. Het taalgebruik is rijk en beeldend en veel zinnen nodigen uit om nogmaals gelezen te worden. Een handvol leven is geen meesterwerk à la De wand, maar een intrigerend en thematisch rijk debuut dat veel verraadt over Haushofers latere kracht.

     

  • De mens staat niet boven het dier

    De mens staat niet boven het dier

    Is De wand van Marlen Haushofer een feministisch boek? In het voorwoord bij de recent verschenen heruitgave van de Nederlandse vertaling vindt Marja Pruis dat er niet dik bovenop liggen, ‘of het zou de lichte ondertoon moeten zijn die rept van een ongelukkig gezinsleven dat achtergelaten is en vervreemding van ouder wordend nageslacht. En het feit van een sterke vrouw die overleeft, en alle angst, passiviteit en ijdelheid achter zich laat. Maar zo valt alles wel tot de baarmoeder te herleiden’. Pruis voegt er niettemin de opmerking van Doris Lessing aan toe ‘dat dit boek in elk geval alleen door een vrouw geschreven [had] kunnen worden, omdat alleen een vrouw met zoveel toewijding het dagelijks bestaan kan beschrijven als een strijd tegen al die elementen die uit zijn op ondermijning en vernietiging’. Dat lijkt Lessing goed gezien te hebben. Uit tal van analyses van De Wand die sinds de oorspronkelijke publicatie van de roman zijn verschenen, blijkt dat de feministische inslag wel degelijk meer dan oppervlakkig herkend kan worden.

    De wand is het verslag dat een niet bij naam genoemde vrouw tussen 5 november en 25 februari van niet nader genoemde jaren schrijft over een periode van tweeënhalf jaar waarin ze veroordeeld is tot een solitair bestaan na een mysterieuze ramp.

    Gladde, koude weerstand

    De vrouw is op 30 april door haar nicht Luise en haar man Hugo uitgenodigd om drie dagen in hun jachthuis te verblijven. De vrouw is dan twee jaar weduwe en moeder van twee volwassen dochters. Hugo en Luise vertrekken kort na haar aankomst nog even met de hond Luchs naar het dorp in de buurt, maar de volgende morgen ontdekt de vrouw dat ze ’s nachts niet zijn teruggekeerd. Alleen Luchs heeft zich weer gemeld. Met hem gaat ze op zoek naar de twee vermisten en stuit onderweg naar het dorp op ‘een gladde, koude weerstand op een plaats waar zich toch niets anders kon bevinden dan lucht’.  Ze noemt die onzichtbare blokkade de wand. Aan de andere kant ervan lijkt alle leven weg. Ze ziet bijvoorbeeld hoe een man bij een pomp wel zijn hand naar zijn gezicht strekt maar in die houding versteend is. Alle leven achter de wand is dood, behalve de vegetatie, zoals later zal blijken. Die zal op den duur alles overwoekeren.
    Vanaf het moment dat ze op de wand botst aanvaardt ze langzaam dat ze de enige overlevende mens is. Toch is ze niet alleen. Er zijn dieren waarmee ze zich omringt. Luchs natuurlijk, maar later ook een moederkat met de kittens Tiger en Perle, en de koe Bella en haar kalf dat door de vrouw Stier wordt genoemd. Ze ontwikkelt met deze dieren een relatie die steeds gelijkwaardiger wordt.

    Dreiging

    De roman is van aanvang af geladen met een dreiging die het verhaal voortstuwt. Doorlopend is dat de vraag hoe de vrouw en haar dieren het redden, hoe ze aan voldoende eten komen, de motivatie om door te leven en de onzekerheid of ze echt alleen zijn. De dreiging is er ook door de vraag hoe de wand ontstaan kan zijn. Af en toe zinspeelt de vrouw op een vijand die hem gewild heeft en vraagt ze zich af waar de vliegtuigen van de overwinnaars blijven. In de tijd dat ze Hugo en Luise bezocht was ‘er voortdurend sprake van kernoorlogen en de gevolgen ervan’. In de auto van Hugo zit een radio waaruit alleen wat geruis komt, zodat ze van elke informatie verstoken is. Maar vooral wordt de spanning opgevoerd door de herhaalde meldingen in het verslag die beginnen met: ‘Sinds Luchs dood is’. Het wordt duidelijk dat diens dood de reden is waarom de vrouw aan haar verslag is begonnen, maar de oorzaak ervan komt de lezer pas laat te weten in een dramatische climax.

    Het is bij dit alles interessant om te zien wanneer de Oostenrijkse Haushofer De wand schreef. Dat was in 1963. De Koude Oorlog was een feit, in Berlijn was de Muur gebouwd en er was de dreiging van gebruik van kernwapens. De toespelingen op een kernoorlog en de wand zelf lijken daarnaar te verwijzen. Een ander aspect is de opkomst in de jaren 60 van het ecofeminisme. Het wordt in Wikipedia omschreven als ‘het idee dat de maatschappelijke mentaliteit die leidt tot de overheersing en onderdrukking van vrouwen in direct verband staat met de maatschappelijke mentaliteit die leidt tot het misbruiken van het milieu’. Het legt de ‘nadruk op het belang van wederzijdse relaties tussen mensen, dieren en de aarde’. In Oostenrijk was die visie in 1963 nog nauwelijks doorgedrongen, zodat Haushofer in zekere zin als een wegbereider beschouwd kan worden.

    Zwakke bokken

    Het is dat ecofeminisme waarmee De wand doordesemd is. De relatie tussen de vrouw en haar dieren wordt steeds gelijkwaardiger. De vrouw zorgt niet eenzijdig voor de koe en het kalf, de katten en de hond, maar die hebben ook zorg voor elkaar en voor de vrouw. Dat strekt zich uit tot de dieren in het wild. Natuurlijk moet er, alleen al voor Luchs, vlees zijn. Daar beschikt de vrouw over door wild te schieten met het in het jachthuis aanwezige geweer, maar ze kiest er daarbij nadrukkelijk voor om alleen zwakke bokken te doden of stervende dieren te slachten. ‘Het enige wezen in het bos dat werkelijk recht of onrecht kan doen, ben ik’, beseft ze. ‘Liefhebben en voor een ander wezen zorgen is een uiterst moeilijke zaak, en veel moeilijker dan doden en vernietigen’. De twee moordlustigen waarmee zij in het begin van de roman te maken heeft waren de jagers Hugo en Luise; de laatste was zelfs een ‘hartstochtig jaagster’. Maar ze zijn verdwenen achter de wand.
    Het is niet vreemd dat de mannenwereld, maar ook de mensheid als zodanig, het in De wand moeten ontgelden. Mannen die een liefdeloze technocratische wereld hebben gecreëerd die zichzelf boven de natuur plaatst.

    Drie uur

    Haushofer geeft haar visie niet expliciet een christelijke connotatie. Toch is er reden om die te vermoeden. Het lijkt er namelijk op dat het getal drie in de roman een bijzondere betekenis heeft. Ze is van plan drie dagen te blijven bij Hugo en Luise. Als ze voor het eerst tegen de wand stoot staat ze drie keer op om te voelen wat zich er bevindt. Terug in het jachthuis rookt ze haar drie laatste sigaretten op.  Aan deze en tal van andere voorbeelden mag misschien niet te veel gewicht worden toegekend, maar een symboliek lijkt toch zeker te liggen in de vermelding dat het laatste middel om de tijd bij te houden, de wekker in het jachthuis, stuk gaat om drie uur ’s middags. Hij blijft voortaan die tijd aangeven. En het is eveneens drie uur ’s middags als de vrouw aan haar verslag begint. Dan dringt zich toch erg het beeld op van de kruisdood van Jezus om drie uur ’s middags (na een duisternis die drie uur aanhield).

    Haushofer roert veel meer elementen aan dan hierboven genoemd. Ze reflecteert in kernachtige zinnen over persoonlijke verantwoordelijk, angst, vrijheid en verantwoordelijkheid voor je eigen verleden bijvoorbeeld. De wand is echter vooral een roman die onder de dreiging van de grenzen waar onze omgang met de aarde oploopt nog steeds bijzonder actueel is.

    Witte kraai

    Toch blijft schrijver dezes een slotvraagje door het hoofd spoken. Als zich het drama rond de dood van Luchs heeft afgespeeld duikt een witte kraai op, die is verstoten door de zwarte soortgenoten. De vrouw weet dat deze kraai een beroep op haar doet. ‘Hij zit al op me te wachten’ staat er als laatste zin, net zoals bijvoorbeeld in voorgaande versies. In de eerste drukken luidde die slotzin (door dezelfde vertaalster)  ‘Ze wacht al op mij’, geheel conform het Duitse origineel ‘Sie wartet auf mich’. Waarom zou de witte kraai van geslacht zijn veranderd?

    De wand is terecht opnieuw uitgegeven en de uiterlijke verzorging door uitgeverij Orlando is fraai. Toch valt er in bibliografische zin wel wat op aan te merken. In het colofon wordt als Duits verschijningsjaar 1968 genoemd (het was 1963), er wordt niet vermeld dat het een herdruk is (er zijn eerder zeker al acht drukken verschenen bij drie verschillende uitgevers van dezelfde vertaling door Ria van Hengel) en bij het voorwoord van Marja Pruis valt niet te lezen dat het de letterlijke tekst is van haar recensie in De Groene van 24 februari 2010.