• Beleefdheid en ander ongemak

    Beleefdheid en ander ongemak

    Beleefdheid, galanterie is een manier om de regie over te nemen van andermans leven. Schrijfster Frida Vogels heeft daar niets mee. Daarom lees ik haar boeken zo graag, om het eigene, niets conform de regels der omstandigheden.
    Deze zomer verscheen er zomaar nieuw werk van haar. Over de vader van haar man, Artenio (Ennio). Vogels vertrok in 1954 naar Milaan, waar ze in een studentenhuis haar man ontmoette. Ze stond te wachten op haar koffie toen een donkere jongen naast haar kwam staan, ook koffie bestelde. Bij het afrekenen betaalde hij gelijk haar koffie. Dat stoorde haar, dat ongevraagd met haar bemoeien. ‘Het ergerde me, en ik liep zodra ik mijn koffie op had zonder te bedanken weg.’ 

    De vader, Salvatore De Matteis werd door zijn aangetrouwde familie ‘behandeld met een verachting die mij razend maakte, maar hem zo te zien koud liet.’ Salvatore ging tot zijn twaalfde naar school, werd wijnbouwer, las later boeken van Marx, Engels, Rosa Luxemburg. Liep met notitieboekjes op zak, die hij maakte van ‘blaadjes papier van verschillende soort en grootte die hij met naald en draad aan elkaar naaide.’ Als hij zeventig is, hen in Bologna opzoekt, laat Ennio hem een wiskundetijdschrift zien waarin een artikel van hemzelf staat. Zijn vader wil er een exemplaar van meenemen voor de bibliotheek van San Severo. Ennio vindt dat belachelijk, ‘dat leest niemand’. Zijn vader vindt dat als het gepubliceerd is, er belangstelling voor is. Waarop Ennio’s zegt, ‘Als ik het overlees, begrijp ik het zelf niet eens meer.’

    ‘Hoe bedoel je dat, dat je het zelf niet begrijpt?’ vroeg zijn vader argwanend.
    ‘Omdat het moeilijk is. Ontzettend moeilijk! Je moet je erin verdiepen om het te kunnen begrijpen.’
    ‘Oja’, zei zijn vader, gerustgesteld, ‘het zal geen gemakkelijke lectuur zijn.’
    ‘Om dat mee te nemen naar San Severo is idioot,’ zei Ennio.
    ‘Je weet nooit hoe het te pas zou kunnen komen,’ zei zijn vader. ‘Bijvoorbeeld, als een Sanseverese jongen die vooruit wil komen in de wereld zich een idee wil vormen van de nucleaire wetenschap. Dan zou hij jouw artikel kunnen lezen om een indruk te krijgen.’
    ‘Dat is onzin!’ zei Ennio kwaad, ‘je weet niet wat je zegt!’
    ‘Net als iemand die in een diepe put kijkt,’ vervolgde zijn vader. Hij boog zich een beetje voorover. ‘Het is niet dat hij in die put wil afdalen. Hij wil er alleen maar eens in kijken. Hij denkt: nu wil ik wel eens zien hoe griezelig deze put is.’ Hij richtte zich weer op, grinnikend.’

    Fijn opgetekende gesprekken, waaruit een beeld ontstaat van een man die een eigen gedachtegoed ontwikkelde, eenvoudig en aantrekkelijk. Dit boekje is een ware kleinood, waarin hier en daar ook wat over haar huwelijk wordt losgelaten. Zo vroeg Ennio haar na drie weken kennismaking ten huwelijk, waarop ze prompt ‘ja’ zei. ‘Het heeft daarna nog jaren soms moeizaam leven met ons tweeën gekost voor ik mijzelf ervan kon overtuigen dat die Pavlov-reactie het juiste antwoord was geweest.’ Dat zijn mooie berichten vanuit Bologna, dat al die bezwaarlijke moeilijkheden waarover we lazen in De harde kern en Dagboeken, niet umsonst waren. Stemt moedig voor de moeilijke huwelijken onder ons.

     

     

    De vader van Artenio / Frida Vogels / 100 blz. / Van Oorschot (2020)


    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft na de laatste persconferentie nog steeds thuis, wast haar mondkapjes.

     

  • De vreemdeling in huis

    De vreemdeling in huis

    Het is een curieus verschijnsel van de laatste decennia dat in de Nederlandse literatuur verhalenbundels steeds minder populair zijn bij lezers, maar dikke romanpillen het juist goed doen. Het omgekeerde zou je verwachten in een tijd waarin alles sneller moet en ook sneller gaat dan vroeger.
    Ook novellen verschijnen minder dan vroeger, wat jammer is want deze vorm leent zich heel goed voor een verhaal dat vooral over één persoon gaat. Aan dat genre heeft Frida Vogels nu een juweeltje toegevoegd, De vader van Artenio, in de vorm van een portret van haar Italiaanse schoonvader, Salvatore de Matteis.

    La famiglia italiana

    Ze leerde hem en haar schoonfamilie kennen toen zij in de zomer van 1956 met haar Italiaanse verloofde Artenio (roepnaam Ennio) voor het eerst het plaatsje San Severo bezocht waar zij woonden.
    Dat bezoek had nogal wat voeten in de aarde omdat het in die tijd en in die familie onfatsoenlijk werd gevonden dat een nog ongehuwd stel zo’n visite aan het ouderlijk huis aflegde.
    Haar schoonvader hakte ten slotte de knoop door: het mocht.
    En zo maakte de Nederlandse Frida kennis met de familie van Artenio’s moeder, haar schoonmoeder. Een echte Italiaanse familie van ooms en tantes die allemaal in het familiehuis woonden.
    Frida werd hartelijk binnengehaald en overladen met attenties, maar was en bleef zich mede daardoor een vreemdeling in Jeruzalem voelen, een gevoel dat ook in de daarna volgende decennia nooit geheel verdween.

    Er was één andere vreemdeling in huis, en dat was Artenio’s vader. Hij ontbrak bij hun aankomst.
    ‘Toen we later allemaal aan tafel zaten, Ennio, ik, Ennio’s moeder en oom Mario en ook tante Flora (…) was Ennio’s vader er nog steeds niet, noch scheen iemand dat vreemd te vinden.’
    Hij werd door de familie van zijn vrouw maar node in het huis getolereerd, merkte Frida al snel.
    ‘Ennio’s vader, die maar een arme boer was, hoorde er niet en werd door zijn aangetrouwde familie behandeld met een verachting die mij razend maakte, maar hem zo te zien koud liet. Ik zag hem trouwens weinig. Door de week ging hij ’s morgens vroeg de deur uit om in zijn wijngaard te werken en kwam ’s avonds bij zonsondergang weer terug, moe en hongerig; hij waste zich dan een beetje en at vervolgens meteen, uit een diepe schaal twee keer zo groot als een gewoon bord en met een verbazende snelheid. Daarna ging hij soms de straat op en soms meteen naar bed, en dan hoorden we hem na enige tijd snurken.’

    Wijnboer

    Hun beider uitzonderingspositie in het huis maakt Frida nieuwsgierig naar haar aanstaande schoonvader Salvatore. Ze leert hem 7 jaar later beter kennen als hij met haar en Ennio een reis onderneemt om op zijn oude dag nog enkele Italiaanse steden te bezoeken. Frida Vogels is een dagboek-schrijver (10 van de in totaal 16 delen zijn intussen verschenen bij Van Oorschot) en ongetwijfeld heeft ze destijds notities gemaakt die ze nu kon gebruiken voor een ontroerend en bij wijlen ook hilarisch verslag van deze reis. Salvatore moest na de dood van zijn vader al op 12-jarige leeftijd stoppen met school en als wijnbouwer aan de slag gaan om het gezin te onderhouden. Die zware arbeid maakte het moeilijk om zijn drang naar kennis te kunnen bevredigen en alhoewel hij zoveel mogelijk bleef lezen en door dat lezen ook Marxist werd, gaf hij de gedachte op om zelf méér te worden dan een eenvoudige hardwerkende wijnboer. Wel besloot hij, eenmaal getrouwd, slechts één kind te willen, omdat hij maar voor één nakomeling de studie zou kunnen betalen.
    De zoon die hij kreeg noemde hij Artenio een samentrekking van arte en genio, kunst en genie.
    De vaak wat kribbige conversaties tussen deze universitair geschoolde zoon en zijn vader – voor wie hij zich op deze reis vaak geneerde – zijn heerlijke leesstof. Maar dat geldt goedbeschouwd eigenlijk voor de hele novelle.