• Gemeenschapszin in een klooster

    Gemeenschapszin in een klooster

    Esther Gerritsen geldt als een van de belangrijke hedendaagse Nederlandse schrijvers en uit De Trooster blijkt waarom. Haar boek is stilistisch goed en de thematiek is maatschappelijk zeer relevant. De vertelling gaat over een politicus die in diskrediet is geraakt en zich terugtrekt in een klooster. Het verhaal stelt misdragingen aan de orde die deels onbestraft blijven, en gaat over het religieshoppen in de deze tijd. Over wat vriendschap inhoudt en wat het over iemand zegt als hij of zij vriendschap sluit met een persoon die verdorven blijkt te zijn. Ook de thematiek van botsende werelden, die van geloven en niet geloven, van idealisme en cynisme, wordt uitgewerkt.

    Sympathieën in tijden van secularisering
    Hoofdpersonage is een onaantrekkelijke conciërge in een klooster. Hij is diepgelovig en treft in de politicus een atheïst. Er volgt een poging hem te leren over het katholicisme, maar de politicus maakt zo nu en dan het naïeve geloof van de conciërge belachelijk. Hiermee stelt Gerritsen een thematiek aan de orde die herkenbaar is voor veel mensen. Velen nemen in tijden van secularisering gelovige mensen niet serieus, omdat ze de werkelijkheid blijkbaar duiden met een gedateerde visie op iets hogers, waar geen bewijzen voor zijn. De ongelovige lezer zal zich snel vereenzelvigen met de denkbeelden van de politicus. Maar Gerritsen doet iets interessants; ze laat zien dat de politicus slecht is en wrijft daarmee de lezer in dat hij of zij zich met deze nare man, of althans met zijn denkbeelden, heeft geïdentificeerd. Ze laat in feite zien dat religie misschien naïef is, maar dat veel religieuze mensen uiteindelijk goede mensen zijn en in sommige opzichten beter dan atheïsten met een cynisch wereldbeeld.

    Misbruik buiten de kerk
    Gerritsen kiest er niet voor om het misbruik in de katholieke kerk aan de orde stellen maar om juist te laten zien dat misbruik overal voorkomt,  ook buiten de kerk.  Ze weet empathie op te wekken voor de conciërge. Ze neemt hem serieus en laat zien dat naïeve mensen ons respect verdienen. Boeiend is de rol van vrouw van de politicus, die hem nadat hij haar verlaten heeft, komt opzoeken in het klooster om hem ertoe te bewegen bij haar terug te keren. Zij overschrijdt grenzen en lijkt haar man alles te vergeven. Het is echter vooral de politicus zelf die tot grensoverschrijdend gedrag komt.

    In een klooster heerst een gemeenschapszin die voor mensen van buiten aantrekkelijk kan zijn. Zij willen in tijden van jachtigheid even vluchten naar een veilige coherente wereld die minder van hen vergt. Dat is de achtergrond van de impuls die veel mensen voelen om zich even terug te trekken in een klooster waar een ander levensritme heerst.

    Behoefte aan begrenzing
    De filosoof Ad Verbrugge stelde ooit dat dat begrenzing een menselijke oerbehoefte is. Als er teveel op je afkomt, kan een periode in een klooster helpen om tot rust te komen. Het gaat om een coherente omgeving die katholicisme ademt: in geluiden en geuren maar ook in details van alles wat men ziet: van reli-kitsch tot exotische religieuze dracht die andersheid symboliseert.

    De gemeenschapszin in een klooster is een van de thema’s in het boek. Gerritsen laat zien dat deze gemeenschapszin positieve en negatieve effecten heeft. Een klooster kan in verband worden gebracht met het begrip ‘total institution’ van de socioloog Erving Goffman. Deze liet zien dat het met een groep verblijven in een coherente omgeving impact heeft op de individuen die deel van deze groep uitmaken. Vergelijkbaar met een klooster zijn in die zin bijvoorbeeld een psychiatrische inrichting, een gevangenis, een kostschool of een duikboot.

    De politicus probeert weg van zichzelf te vluchten naar een wereld die de zijne niet is. Hij wil begrensd worden, maar overschrijdt zelfs, of juist in deze in letterlijke en figuurlijke zin begrensde wereld, de grenzen. Als mens kun je uiteindelijk niet aan jezelf ontsnappen.

    Katholieke thematiek
    De stijl van het boek is in eerste instantie onberispelijk. Er staat geen woord teveel in, maar soms wel een woord te weinig. Gerritsen schrijft een lange beeldende zinnen. Hoe ze schrijft sluit aan bij de Nederlandse literaire traditie van (calvinistische) soberheid. Dat is misschien een probleem in de Nederlandse literatuur: schrijvers kiezen vaak voor soberheid in plaats van stilistische exuberantie. In die zin wordt er in de Nederlandse letteren een soort universele stijl gebruikt. Gerritsen is er een van de belangrijkste exponenten van. Het is een vorm die Gerritsen duidelijk beheerst. Door de thematische rijkdom, de actualiteitswaarde en de beschreven wrange wisselwerking tussen naïviteit en verdorvenheid, is deze roman zonder meer een aanrader.

     

  • Oogst week 10

    Stilte, ruimte, duisternis

    Kester Freriks legt de lat hoog. Zijn Stilte, ruimte, duisternis: verkenningen in de natuur moet ‘een kaart in proza’ zijn ‘met als doel de waarden stilte, ruimte en duisternis op te sporen en aanschouwelijk te maken’. Zijn vertrekpunt is de natuur, maar hij gaat niet alleen de confrontatie met het diverse Nederlandse landschap aan. Hij reageert ook op kunstwerken en gaat in gesprek met de makers.
    Dat levert een divers, persoonlijk gekleurd drieluik waarin Kester Freriks een vrij dwingende gids is die de lezers langs gebaande paden en over avontuurlijke sluipwegen voert. Klassieke werken – literatuur, beeldende kunst, muziek en wetenschap – ontbreken niet, maar Freriks kiest ook minder voor de hand liggend.

    Er is een wat merkwaardige bijrol weggelegd voor Joost Zwagerman in het deel over stilte. Zijn De stilte van het licht: schoonheid en onbehagen in de kunst ontbreekt in de literatuurlijst, terwijl Freriks het deels ook over de door Zwagerman geselecteerde en besproken kunstenaars baseert en hij een aantal bladzijden aan het boek en de door Zwagerman georganiseerde tentoonstelling Silence out loud wijdt.

    Stilte, ruimte, duisternis
    Auteur: Kester Freriks
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep

    In de wildernis

    Wat oer en ongerept is, dat gaat het voorstellingsvermogen van de mens te boven. Die heeft in de loop van zijn aanwezigheid op aarde zoveel ingegrepen dat van natuur nauwelijks sprake meer is. Dat neemt niet weg dat er mensen zijn die in staat zijn zich op een authentieke wijze tot de omgeving waarin ze belandden weten te verhouden. Neem Henry David Thoreau die in Walden of leven in het bos verslag deed van zijn ‘ontberingen’ aan de oever van zijn pond op loopafstand van het dorp. Of Sylvain Tesson die met Zes maanden in de Siberische wouden een eerbetoon aan Thoreau brengt, maar onder erbarmelijker omstandigheden de winter moest zien door te komen.

    In het rijtje avonturiers met hart voor de natuur past ook John Muir die halverwege de negentiende eeuw met zijn ouders van Schotland naar de Verenigde Staten van Amerika emigreerde en in Wisconsin terechtkwam. Hij zal zich ontpoppen als de eerste natuurbeschermer in de VS. Dankzij hem bestaan er nationale parken en is landschap deels gevrijwaard van al te menselijk ingrijpen.
    John Muir schreef ook. In In de wildernis: tochten door Wisconsin, Nevada, Californië en Alaska zijn verslagen gebundeld van zijn reizen door diverse staten. Dat hij onderweg onder de indruk was, is zacht uitgedrukt.

    In de wildernis
    Auteur: John Muir
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    De gulheid van de zeemeermin

    Vijf verhalen telt de postuum verschenen bundel De gulheid van de zeemeermin van Denis Johnson. Vijf relatief lange, korte verhalen waarin de schrijver op stoom komt zonder zichtbaar te versnellen en nooit ergens echt nadruk op legt. Hij doet ook geen moeite zaken mooier voor te stellen dan ze zijn.
    Maar rauw en hoekig zijn die verhalen niet. Johnson kiest zijn woorden zo voor de hand liggend raak en zijn toon is zo onontkoombaar dat ze van een tijdloze vanzelfsprekendheid zijn.

    Terwijl zijn onderwerpen en de entourage waarin zijn verhalen zich afspelen dat niet zijn er bovendien onder het oppervlak van alles gebeurt. Zijn eenvoud is schijn. Zijn verhalen zijn minstens zo gelaagd als zijn romans. En dan zijn het ook nog eens verhalen die hij schreef terwijl de dood hem op de hielen zat. Dat is voelbaar.

    De gulheid van de zeemeermin
    Auteur: Denis Johnson
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Beladen erfgoed:

    Frans van Hasselt koos zelf voor Griekenland als standplaats. Dat was in 1959, hij bezocht het land toen voor de vijfde keer. Zijn hele arbeidzame leven zou hij voor het (Algemeen / NRC) Handelsblad gedegen stukken schrijven die getuigen van zijn betrokkenheid bij het land en de bevolking. Behalve die journalistiek volledig verantwoorde reportages leverde zijn verblijf ook lichte stukken op die soms de vorm van een column kregen, maar die hij zelf graag als ‘correspondenties’ aanmerkte. Ze verschenen verspreid en werden regelmatig gebundeld. Stukken die soms over een specifiek onderwerp gingen  (Verslaafd aan Griekse muziek), maar vaak bleek wat hem opviel in het dagelijks leven geschikt genoeg als onderwerp.

    Beladen erfgoed: het Griekenland van voor de crisis dat postuum verschijnt, was bedoeld als een geschiedenis van het moderne Griekenland. Beladen erfgoed moest een veelomvattend boek worden waarin de ontwikkeling van Griekenland sinds de burgeroorlog; de Junta, kerk en staat; minderheden; politieke families en hun schandalen; de relatie tussen Griekenland en Europa; het conflict met en over ‘Macedonië’ en de Griekse economie aan bod zouden komen.
    Frans van Hasselt had een eerste versie af toen Griekenland in 2008 op de rand van een crisis belandde.

    De crisis duurde en duurde en had grote gevolgen voor Griekenland. Van herschrijven en actualiseren van het manuscript kwam het door het overlijden van Frans van Hasselt in 2011 niet meer. Voor zover nodig om het Griekenland van voor de crisis te begrijpen zijn voetnoten toegevoegd.

    Beladen erfgoed:
    Auteur: Frans van Hasselt, i.s.m. Agnes van Dijk (met een voorwoord van Hero Hokwerda)
    Uitgeverij: Uitgeverij 'Ta Grammata'

    De seringenboom

    Twee jaar geleden overleed de grote broer van Toon Tellegen. In De seringenboom: herinneringen aan mijn broer haalt hij herinneringen op. Groteske herinneringen aan de tijd dat ze allebei nog thuis woonden. De verteller neemt de rol van bewonderende broer op zich die zich nergens over verbaast en zijn zes jaar oudere  broer vele heldendaden en eigenzinnige opvattingen gunt.
    Pas gaandeweg dringt door dat sprake moet zijn van schromelijk overdrijven als gevolg van een oververhitte fantasie. Heeft Toon Tellegen toch weer literatuur gemaakt van zijn familieleven.

    De seringenboom
    Auteur: Toon Tellegen
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    De trooster

    Vroeger dan verwacht arriveert de in opspraak geraakte staatssecretaris van Financiën Henry Loman bij het klooster voor zijn retraite. Er wordt hem opengedaan door Jacob, de conciërge, die zich in zekere zin over hem ontfermt. Jacob groeit dankzij de komst van Loman in een rol.
    Esther Gerritsen laat hem een verteller zijn met een verlangen van doorslaggevende betekenis te zijn, maar die in wezen vooral afhankelijk en ondergeschikt is. En dus moet alles wat hij zo eenvoudig en doeltreffend weet te verwoorden met een korreltje zout genomen worden en blijkt De trooster een lijdensverhaal.

    De trooster
    Auteur: Esther Gerritsen
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus