• Een liefdesverhaal dat geen ‘Happy End’ behoeft

    Een liefdesverhaal dat geen ‘Happy End’ behoeft

    De Australische schrijfster Madeleine St John (1941 – 2006) werd met haar roman The Essence of the Thing in 1997 genomineerd voor the Booker Prize for Fiction. Hoewel men de roman ‘te licht’ vond, was de jury onder de indruk van haar ‘beknopte en elegante proza’. In haar testament liet St. John vastleggen dat haar boeken niet vertaald mochten worden. Na de verfilming van haar debuut Ladies in Black in 2019 besloot haar executeur dat recht op te heffen. De vertaalrechten voor Nederland gingen voor de vier romans van St John naar Nijgh & Van Ditmar. De kern van de zaak werd in 2020 door Corine Kisling met behoud van de frisse, luchtige toon uitstekend vertaald.

    Nicola en Jonathan wonen in haar flat in de wijk Notting Hill in Londen, waar St John een aantal jaren zelf heeft gewoond. Nicola gaat om de hoek even sigaretten kopen, als ze thuis komt zegt Jonathan ijskoud dat hun relatie voorbij is. Hij houdt niet meer van haar, ze kan gaan en hij zal haar helft van de flat van haar overnemen. Verbijstering en ongeloof overvallen haar en als het besef is doorgedrongen stort haar wereld in. Nicola vertrekt naar vrienden, een stel met een goed huwelijk en een leuk zoontje van negen. Vervolgens vindt ze eigen woonruimte bij weer andere vrienden met een snoezig dochtertje. Dat is zo ongeveer de plot. Afgezien van de huilpartijen, de enige uiting van emotie, zijn er geen sentimentele scènes, maar is er ook weinig conflict. Nicola accepteert haar nederlaag gelaten, dat maakt vooral het middenstuk wat saai en herhalend, maar de sterke dialogen maken echter veel goed.

    Jaren negentig relatie roman

    Tijd van handeling is eind jaren negentig, relatieromans zoals ‘The diary of Bridget Jones’ om er een te noemen, waren toen in. In De kern van de zaak faalt de relatie van de hoofdpersoon, terwijl de relaties van de vrienden en de ouders wel geslaagd lijken. De thematiek draait om egocentrisme van de jeugd, angst om zich helemaal te geven, verstandhouding, de waarde van seks. Hoe kwetsbaar toon je je en uiteindelijk de wetenschap dat wat je hebt misschien niet altijd honderd procent is, maar beter is dan niets. 

    Het boek bestaat uit korte hoofdstukken en is geschreven vanuit verschillende perspectieven, Nicola, Jonathan, hun ouders en de vrienden. Er is veel dialoog met Engelse tongue-in-cheekhumor. Tijdens gesprekken tussen de vrienden wordt de relatie van Nicola en Jonathan en hun karakters met dubbelzinnige ironie ontleed. Het zijn jonge dertigers met gevierde carrières, verwend en verveeld. Jonathan is eigenlijk een klootzak en ultrasaai, zeggen de vrienden, die snel met hun oordeel klaarstaan. Nicola moet blij zijn dat ze van hem af is. Ze zou meer op haar strepen moeten staan, maar ze houdt nog van hem. Echt onsympathiek is Jonathan niet, hij wil ontsnappen aan de dagelijkse dreun, al begrijpt hij weinig van zijn eigen handelen. Nicola, die dacht dat alles koek en ei tussen hen was, begrijpt hem en zichzelf evenmin. 

    Veel wordt niet gezegd 

    ‘Is dat alles wat je eet? Alleen cornflakes? Wil je geen eieren met spek? Mijn hemel! Misschien een bord pap? Nee? Nou je zal het zelf wel het beste weten.’
    ‘Natuurlijk weet hij dat. Natuurlijk weet hij het zelf het beste. Echt, Sophie, hij is geen vijf meer. Croissants, dat wil-ie. Dat eten ze daar in Londen als ontbijt. Croissants, Franse croissants.’ 

    Zonder dat er gepsychologiseerd wordt, leggen de gesprekken met de ouders de brave ‘middle class’ achtergrond van Jonathan en Nicola bloot. Zijn moeder begint over haar zelfgemaakte marmelade en de ring met de robijn die ze voor haar aanstaande schoondochter heeft bewaard. Dat Jonathan nergens op reageert, zegt alles over het soort jeugd dat hij heeft gehad en de man die hij is geworden, en dat is knap verhaald in louter dialoog. Voor Nicola zit de kern van de zaak in het niet hoeven uitspreken van diepere gevoelens, maar ze wel bij de ander aanvoelen. Ze zit met Jonathan in de donkere slaapkamer te luisteren naar een saxofonist die beneden in één van de tuinen  ‘Summertime’ speelt. ’Nicola had het licht niet aangedaan toen ze waren binnengekomen dus vroeg ze: “Wil je dat ik het licht aan doe?”
    “Nee,” zei Jonathan. “Ik vind het prettig in het donker.”
    Het was eindelijk tijd om te spreken, en dus begonnen ze, langzaam, aan hun echte gesprek. Het was toen, en ook later niet nodig te zeggen: dat ik van je hou, mijn liefde voor jou is dit. En dat het niet gezegd hoefde te worden, was essentieel, was de kern van de zaak. De liefde bedrijven was een esoterische taal waarin ze zich nu beiden konden uitdrukken. Zelfs toen het nieuwe, het wonderlijke van de ontdekking begon te luwen, bleef dit voor Nicola de simpele waarheid.’

    Voor Jonathan zit de kern van de zaak in het evenwicht tussen bitter en zoet, de smaak van de marmelade die zijn moeder vroeger maakte. Zo’n pot marmelade die de omslag van het boek siert. Nieuwsgierigheid naar het einde doet snel doorlezen. Krijgen ze elkaar terug? Groeit Nicola uit haar impasse en kiest ze voor zichzelf? Wordt Jonathan toch nog gelukkig in zijn eentje, in haar appartement? Uiteindelijk blijkt het antwoord op die vragen geen verrassing, wat een lichte teleurstelling is, maar past bij dit verhaal, dat geen ‘Happy end’ behoeft.

     

     

  • Oogst week 42 – 2020

    De kern van de zaak

    Wat doe je als je – figuurlijk, dan – na een ommetje een heel andere man aantreft dan degene die je thuis achterliet? In De kern van de zaak van de Australische auteur Madeleine St John overkomt het Nicola, die onaangenaam wordt verrast als ze weer thuiskomt nadat ze een pakje sigaretten heeft gekocht. Want: waarom wil haar vriend Jonathan haar opeens niet meer zien en werkt hij haar na zes jaar samen hun woning uit? Waarom werkt wat ze hadden ‘gewoon niet’ meer? Vanaf dat moment is het aan Nicola om het ‘leven na Jonathan’ aan te gaan, en aan Jonathan om in te zien wat hij heeft veroorzaakt.

    Madeleine St John schreef De kern van de zaak (The Essence of the Thing) in 1997. De roman werd genomineerd voor de Man Booker Prize en behaalde de shortlist. Deze vertaling is een postume uitgave: St John overleed in 2007.

    De kern van de zaak
    Auteur: Madeleine St John
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    De onafscheidelijken

    Simone de Beauvoirs autobiografische roman De onafscheidelijken (Les inséperables) verscheen niet eerder. Autobiografisch, omdat de vriendschap die in dit boek centraal staat overeenkomsten vertoont met de hechte band van De Beauvoir en haar boezemvriendin, Elisabeth ‘Zaza’ Lacoin; dit jaar pas verschenen (zowel het origineel als in vertaling), omdat het boek bij leven van de auteur als ’te intiem’ bestempeld werd. De Beauvoirs dochter, Sylvie Le Bon-de Beauvoir, vond het manuscript in haar moeders archief en schreef het voorwoord.

    De hoofdpersonen, Andrée (Zaza) en Sylvie (Simone), ontmoeten elkaar op een katholieke meisjesschool in de vroege twintigste eeuw en hun levens raken vrijwel meteen verstrengeld. Hun vriendschap lijkt verder te gaan dan vriendschap alleen, en samen verzetten ze zich tegen het benauwende conservatieve milieu waarin ze zijn opgegroeid. Maar hun vriendschap komt tot een plotseling einde.

    De echte Andrée, Zaza, overleed al op 21-jarige leeftijd aan hersenontsteking. Na haar dood werd De Beauvoir een van de invloedrijkste filosofen van de 20e eeuw, mede dankzij haar baanbrekende magnum opus De tweede sekse (1949) – de feministische thema’s die zij daarin aansnijdt, schemeren in zeker opzicht ook door in De onafscheidelijken, dat De Beauvoir verrassend genoeg pas zes jaar na De tweede sekse schreef.

    De onafscheidelijken
    Auteur: Simone de Beauvoir
    Uitgeverij: Cossee

    Zussen

    Juli en September zijn de zussen uit de gelijknamige titel. Er is ze iets vreselijks overkomen, en hun moeder Sheela neemt ze mee naar een verlaten huis in the middle of nowhere in de hoop dat de zussen ervan opknappen. Met het huis is van alles mis – de unheimische indeling ervan doet denken aan Shirley Jacksons geesteskind Hill House (The Haunting of Hill House), en ook dit huis beweegt en kraakt zonder aanwijsbare (lees: menselijke) oorzaak. En dat is pas het begin. Sheela sluit zichzelf op in een van de kamers, en de narratieven van haar en haar dochters splitsen op, toewerkend naar een ontknoping.

    De Britse Daisy Johnson (1990) behaalde met haar eerste roman, Everything Under, een plek op de shortlist van de Man Booker Prize 2018.

    Zussen
    Auteur: Daisy Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV