• Annie Ernaux en de Nobelprijs voor de Literatuur 2022

     

    De Franse schrijfster Annie Ernaux (1940) kreeg de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend. Het geluid dat donderdag na de bekendmaking klonk was er een van verbazing door degenen die haar werk niet kenden, van oprechte blijdschap onder degenen die Ernaux om haar stijl al jarenlang prezen.

    De Nobelprijs voor Literatuur wordt jaarlijks toegekend aan een auteur die – in de woorden van Alfred Nobel (1833-1896)- ‘het meest opmerkelijke werk met een idealistische trend’ heeft geschreven. Dat Annie Ernaux – geboren Annie Duchesne (1940) Yvetot, Normandië – met De jaren een zeer opmerkelijk boek – jawel, een meesterwerk – heeft geschreven, bestaat geen twijfel. Idealisme zit in het pogen de geleefde dagen en jaren in kaart te brengen, waarbij zelfinzicht het onderzoeksgegeven is. Onderzoeken hoe en waarom het was zoals het was, daar schrijft zij over.
    De Zweedse Academie bekroont de Franse schrijfster, ‘voor de moed en klinische scherpte waarmee ze de wortels, vervreemdingen en collectieve beperkingen van het persoonlijke geheugen blootlegt’.


    Een goudmijn

    ‘Echte gedachten’, schrijft Ernaux in De jaren, wanneer ze de periode beschrijft dat ze een kind, man en appartement heeft, ‘vallen haar in wanneer ze alleen is of uit wandelen gaat met het kind.’ Echte gedachten, vervolgt Ernaux, ‘zijn voor haar geen bespiegelingen over hoe mensen praten of zich kleden, over de hoogte van stoepranden voor een kinderwagen, over de protesten tegen het stuk Les Paravents van Jean Genet of tegen de oorlog in Vietnam, maar vragen over haarzelf, zijn en hebben, het bestaan.’ Echte gedachten, ‘hebben te maken met het ontrafelen van voorbijgaande, onmogelijk aan anderen mee te delen indrukken, met alles wat, als ze de tijd had om te schrijven – maar ze heeft niet eens tijd meer om te lezen – de stof van haar boek zou vormen.’ Wanneer je Ernaux leest kun je het gevoel krijgen op een goudmijn te zijn gestuit. Als je kijkt hoe ze schrijft, denk je aan ansichtkaarten, prentenbriefkaarten. 

    Overigens, toen op 6 oktober in het nieuws van 14.00 uur op de radio de naam klonk van de winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, dacht ik even dat het de schrijfster was waarvan ik hoopte dat zij het zou worden, ook een Annie met dezelfde klank in haar achternaam. Annie Proulx, die van Zeeberichten, Accordeonmisdaden en Ansichten. De vreugde werd er niet minder om toen het Ernaux bleek te zijn. 


    Illegale abortus

    Annie Arnaux debuteerde op vierendertigjarige leeftijd met Les armoires vides bij Uitgeverij Gallimard. In 1990 verscheen het in vertaling van Marijke Jansen als Lege kasten bij De Arbeiderspers. Het gaat over een meisje dat vanuit de minder bedeelde sociale klasse in dat van de intellectuelen, de gegoede burgerij terechtkomt. De verscheurdheid die ze daarbij ervaart is schokkend. Ernaux schrijft daarin ook over een illegale abortus die zijzelf als begin twintiger in de jaren zestig onderging. In de novelle Het voorval (L’événement, 2000) is deze ervaring onderwerp van het boek geworden en verscheen in 2004 in een vertaling van Irene Beckers. Dit jaar verscheen er een derde, gewijzigde druk nadat in 2021 de verfilming van het boek, L’événement door Audrey Diwan in premiére ging en winnaar werd van de Gouden Leeuw tijdens het filmfestival in Venetie. 

    Dat De jaren pas in 2020 in Nederland verscheen, kwam door de afwachtende houding van de uitgever. Pas toen Les Années (2008) internationaal doorbrak, de Duitse vertaling uit 2017 in korte tijd zeven drukken kreeg en de Engelse vertaling in 2019 op de shortlist van Man Booker International Prize terechtkwam, gaf de Nederlandse uitgever groen licht. Op Vertaalverhaal schreef Rokus Hofstede, die drie boeken van Ernaux vertaalde, in 2021: ‘Geluk is als je van je uitgever te horen krijgt: Oké, we doen het!’, nadat je geruime tijd ‘Nee, we doen het niet…’ te horen hebt gekregen. Je kon vurig betogen dat Les Années in Frankrijk de status van een hedendaagse klassieker had, je kon aanvoeren dat het Annie Ernaux’ magnum opus was, een samenvatting van haar hele oeuvre, geschreven met het rijpe meesterschap van een auteur die twintig titels achter zich had liggen – dat soort argumenten legden toch niet zoveel gewicht in de schaal als de matige verkoopcijfers van haar laatste boek, Mémoire de fille (2016), [vertaald als Meisjesherinneringen, door Rokus Hofstede in 2017]. Pas toen het oorspronkelijk in 2008 verschenen Les Années internationaal doorbrak – de Duitse vertaling uit 2017 kreeg in korte tijd zeven drukken, de Engelse vertaling belandde in 2019 op de shortlist van de Man Booker International Prize – ging de Nederlandse uitgever overstag.’ Inmiddels verschenen van de De jaren in Nederland twintig herdrukken.


    Geen jubelende stijl

    Ernaux’ boeken kenmerken zich door de neutrale toon, een taal zonder versierselen. In interviews liet Ernaux meermaals weten: ‘De betovering van metaforen, het jubelen van de stijl zal voor mij nooit weggelegd zijn.’ Wat je leest is wat je krijgt, en alles wat daarachter voor belangrijks zit, komt vanzelf naar voren. Schaamte is ook zo’n ding, het kan je ten onder doen gaan als je er niets mee doet, je als een ster doen rijzen als je vandaaruit schrijft. Schrijver Didier Éribon, die zich ook uit zijn sociale klasse ontworsteld heeft, is schatplichtig aan Ernaux. Daarop volgend is Édouard Louis schatplichtig aan Éribon, waarmee indirect ook aan Annie Ernaux. 

    In La Place, het boek over haar vader wilde ze schrijven hoe hij ‘echt was’. Over zijn eerste kind, het zusje dat drie jaar voor Ernaux geboren werd, schrijft ze in La place, in 1985 vertaald als De plek door Edo Borger: ‘Ze kregen een dochtertje, hij ging een nachtdienst erbij draaien op de lokale olieraffinaderij. Op een dag kwam het dochtertje ziek terug van school – een zere keel, koorts. Hij was op die raffinaderij toen hij het bericht kreeg dat zijn kind was gestorven. Toen hij zich naar huis spoedde, konden ze hem van het einde van de straat horen aankomen, zo hard huilde hij.’


    Wachten op het sterven

    In De jaren schrijft ze over die tijd: ‘In alle families waren er kinderen gestorven. Aan plotse, ongeneeslijke kwalen, diarree, krampen, difterie. Het spoor van hun korte verblijf op aarde was een graf in de vorm van een wiegje met ijzeren spijlen en het opschrift “een engel in de hemel”, foto’s die werden getoond waarbij heimelijk een traan werd weggepinkt, gesprekken die zachtjes, haast sereen werden gevoerd, tot schrik van de kinderen, die meenden dat zij nog aan de beurt zouden komen.’ 

    Ernaux  schreef zo’n twintig boeken, allen autobiografisch van aard. Al deze boeken tezamen geven een integraal portret van een vrouwenleven in het Frankrijk van na de Tweede Wereldoorlog. De Zweedse Academie schreef dat Ernaux in ‘de bevrijdende kracht’ van het schrijven gelooft. ‘Haar werk is compromisloos en geschreven in duidelijke taal.’
    Elf van haar boeken zijn door zeven verschillende vertalers vertaald en in Nederland verschenen bij De Arbeiderspers. Op stapel staat de verschijning van Een jongeman, vertaald door Rokus Hofstede, dat gaat over Ernaux’ verhouding met een dertig jaar jongere man.


    Annie Ernaux is de zeventiende vrouwelijke auteur die de Nobelprijs voor de Literatuur ten deel valt. De eerste Nobelprijs voor de Literatuur werd in 1901 uitgereikt aan de Franse dichter Sully Prudhomme (1839-1907). Andere gelauwerden waren onder meer Selma Lagerlöf  in 1909, Pearl S. Buck (1938), Herta Müller (2009), Isaac Bashevis Singer (1978), Toni Morrison (1993), Patrick Modiano (2014) en Olga Tokarczuk (2018).

     

     

  • Op zoek naar de verloren tijd

    Op zoek naar de verloren tijd

    De Franse schrijfster Annie Ernaux (1940) groeide op in Normandië als dochter van kleine middenstanders, studeerde romanistiek en was werkzaam als docent. In 1974 publiceerde ze haar eerste boek. Haar werk is sterk autobiografisch en De jaren wordt als haar magnum opus beschouwd. Les années, verscheen in 2008 en werd onlangs op weergaloze wijze in het Nederlands vertaald door Rokus Hofstede. Ernaux schrijft in een opvallende stijl die een mix is van geschiedenis, autobiografie en sociologie. Ze maakt geen gebruik van het persoonlijk voornaamwoord enkelvoud, maar schrijft in de ‘wij’, ‘zij’, ‘men’ en ‘jij’ vorm. Daarmee bereikt ze een universaliteit van wat je een collectieve autobiografie van onze tijd zou kunnen noemen en bij veel lezers voor herkenning zal zorgen. Les années werd dan ook bekroond met een tiental literaire prijzen en de Engelse vertaling van het boek stond op de shortlist van de Man Booker International Prize.

    ‘Alle beelden zullen verdwijnen.’ Het is de openingszin van De jaren, maar Ernaux maakt desalniettemin juist gretig gebruik van beelden; door ze in woorden te vatten kan ze ze voor verdwijning behoeden. Via minutieuze beschrijvingen van foto’s en bewegende beelden zien we Ernaux veranderen van een ‘dikke baby met een pruilmond, donker haar dat boven op het hoofd in een krul is gelegd, […] halfnaakt op een kussen in het midden van een gebeeldhouwde tafel’ in een meisje, een studente, een jonge vrouw, een moeder, een werkende vrouw, een gescheiden vrouw en een ‘vrouw van zekere leeftijd met roodblond haar, gekleed in een zwarte, laag uitgesneden trui, haast achteroverliggend in een grote, veelkleurige leunstoel, met haar twee armen om een klein meisje in jeans en bleekgroene gebreide sweater met ritskraag.’ 

    Een werk van jaren

    Het boek beschrijft de periode van 1941 tot 2006 en tussen beschrijvingen van persoonlijke beelden verschijnen niet alleen de contouren van Frankrijk en van de westerse wereld, maar ook en vooral die van de tijdgeest, die Ernaux zeer nauwgezet en tegelijkertijd met een zekere afstand treffend in woorden weet te vatten. Al vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw maakte zij plannen voor dit boek en verzamelde ze aantekeningen ervoor. Alhoewel ze lang heeft gezocht naar een passende vorm is ze er geweldig in geslaagd om ‘iets [te] redden van de tijd waar we nooit meer zullen zijn.’

    De beelden die Ernaux beschrijft zijn zeer divers. Ze gaan onder meer over kindersterfte en armoede, maar ook over de verbijstering aangaande ‘de tijd die je kon besparen met gedroogde soep uit een pakje, de snelkookpan en mayonaise uit een tube’. Herinneringen aan de onafhankelijkheidsoorlog met Algerije worden afgewisseld met herinneringen aan boeken, liedjes en reclame. De rol van het rooms-katholieke geloof, dat in de jaren vijftig nog het officiële kader van het leven was en dat structuur gaf aan de tijd, verschuift onder invloed van onder andere de consumptiemaatschappij naar een gemarginaliseerde plek in de samenleving. Ernaux maakt qua historische en politieke situatie uiteraard vaak gebruik van een Franse context, maar er zijn meer dan genoeg andere aanknopingspunten (zoals de Nederlandse Watersnoodramp en de val van de Berlijnse muur) voor de lezer om zich te oriënteren. Er is veel aandacht voor de veranderende positie van de vrouw.

    Het boek komt in een stroomversnelling terecht wanneer de jaren zestig beschreven worden. ‘Door het steeds snellere opkomen van nieuwe dingen verloor het verleden terrein.’ Het jaar 1968 met de studentenopstand en de algemene stakingen neemt in het boek een centrale plaats in. Ernaux constateert dat ‘niets van wat we tot nu toe als normaal hadden beschouwd nog vanzelf sprak. […] We vervielen voortdurend van de ene wezensvraag in de andere. Anders denken, praten, schrijven, werken, leven: we vonden dat we alles moesten uitproberen en niets te verliezen hadden. 1968 was het eerste jaar van de wereld.’

    Herinneringen redden

    Naarmate het boek vordert en naarmate de schrijfster dus ook ouder wordt, worden de observaties steeds beschouwelijker van aard. 1968 vormt een soort kantelpunt: ‘De idealen van ’68 werden omgezet in spullen en entertainment.’ Ernaux waagt zich meer en meer aan interpretaties in plaats van aan feitelijke beschrijvingen en constateert een toenemende onverschilligheid. Rechts rukt op, idealen verdwijnen en ‘de springerige, vlugge muisklik op het scherm was de maat van de tijd. […] De zoektocht naar de verloren tijd liep via het web.’ Deze verwijzing naar de zevendelige romancyclus van Proust (À la recherche du temps perdu) doet De jaren zeker recht. Ernaux slaagt er op magnifieke wijze in om de verloren tijd terug te halen en in prachtig proza te vatten. Ze wil ze redden, al die ongrijpbare herinneringen. Helemaal aan het einde van het boek blijkt dat ze al heel lang met dat plan heeft rondgelopen, overigens zonder enige pretentie: ‘Toen ze vroeger in haar studentenkamer verlangde naar het schrijven, hoopte ze een onbekende taal te vinden waarmee ze mysterieuze dingen kon onthullen, als een waarzegster.’ Ze beschrijft hoe die droom om te schrijven verandert in een ‘strijdmiddel’, waarmee ze vat wil krijgen op alle aspecten van het verleden.

    De jaren is het glorieuze resultaat van jaren werk. Het is een autobiografie zonder foto’s, zonder “ik”, maar met een zeggingskracht die ontzag inboezemt. Het lezen van dit boek is vergelijkbaar met bladeren door een archief, of door oude fotoalbums. De beelden die als zodanig wellicht verdwenen zijn maar in dit boek via woorden tot de lezer komen zijn zo rijk dat hele werelden op impressionistische wijze tot leven worden geroepen. Het is een literaire prestatie van formaat waarvoor Ernaux een staande ovatie verdient.

     

     

  • Wrijving

    Wrijving

    Stel je een schaatser voor op een spiegelgladde ijsbaan. Het ijs is zo glad, dat er geen enkele wrijving is. Wat er dan gebeurt met die schaatser, is helemaal niets. Die komt nooit in beweging. Dit is, vertelde mijn natuurkundeleraar ooit, alleen theoretisch mogelijk. In de echte wereld is er altijd wel ergens wrijving.

    Dat alleen wrijving beweging geeft, bewijst ook het boek De jaren van Annie Ernaux, in 2008 verschenen en geweldig vertaald door Rokus Hofstede. Het boek is een chronologische verzameling van observaties, persoonlijke herinneringen, politieke en maatschappelijke gebeurtenissen. Dit wordt verteld vanuit het perspectief van een vrouw in Frankrijk, over een periode van 1941 tot 2006. Het schijnbaar onbenullige en particuliere wisselt ze moeiteloos af met de wereldgeschiedenis zoals we die allemaal in grote lijnen kennen. Zoals herinneringen zich voordoen als een beeld of  ultrakort filmfragment, soms met terugwerkende kracht aan betekenis winnen of verliezen, hoe ze in of uit hun context geplaatst kunnen worden, dat ze bij ons blijven of juist verdwijnen en dat die hele warrige optelling ons maakt tot wie we zijn, zo schrijft Ernaux het op.

    Niets nieuws, zou je denken. De recente geschiedenis, die kennen we. We waren erbij, of, als we jonger waren dan leerden we erover tijdens geschiedenislessen. Maar Ernaux’ kracht schuilt in het onvermoeibaar stapelen van herinneringen waardoor de fragmenten met elkaar in gesprek gaan. Er ontstaat wrijving. Het stuwt het lezen voort. En passant wordt er iets ongrijpbaars, maar diep menselijks blootgelegd. Want ik lees en denk: dit had ook over mij kunnen gaan, zonder dat details direct overeenkomen. Dit is hoe een leven is, hoe we onszelf uit herinneringen samenstellen.

    Ik fiets naar het ziekenhuis, voor een onderzoek dat ik een jaar geleden ook had. Sinds dat jaar lijkt het soms alsof ik los ben komen te liggen van mijn eigen geschiedenis, een onprettig gevoel. Ernaux eindigt: ‘Iets redden van de tijd waar we nooit meer zullen zijn.’ Het fletse heden zadelt je soms op met observaties die geen wrijving opleveren. Niets komt in beweging. Misschien laat zoiets abstracts als tijdgeest zich enkel vangen door het contrast met een andere. Een klein steentje in het ijs, meer is niet nodig. Daarbij helpt leeftijd vast ook, meer ervaringen om uit te putten. Ik kreeg spontaan zin om, net als Ernaux tijdens het schrijven, alvast eind zestig te zijn.

     

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap bij AtlasContact.

  • Oogst week 45 – 2020

    De jaren

    De Franse schrijfster Annie Ernaux is afkomstig uit een eenvoudig milieu van kleine middenstanders waar arbeiders met hun verhalen de voornaamste klanten waren. Ernaux leerde en studeerde, werd docente en schrijfster waardoor ze een stuk hoger op de sociale ladder terechtkwam. Haar boeken hebben alle een autobiografisch karakter, al streeft Ernaux naar een objectieve wijze van vertellen. In De jaren (2008) beschrijft ze ruim een halve eeuw – de periode 1941-2006 – aan maatschappelijke gebeurtenissen en ervaringen. Ze doet dat chronologisch en becommentarieerd aan de hand van voorwerpen, foto’s, haar dagboeken, kranten en tijdschriften, nieuwsfeiten en haar geheugen.

    Ernaux probeert het verleden te vangen, bespreekt politieke aangelegenheden, culturele gewoonten, gedrag van mensen, taalgebruik, liedjes, radio en tv, reclames, modeverschijnselen, de vooruitgang, en vermengt het persoonlijke met het algemene. Het is een mix van autobiografie, sociologie en geschiedenis geworden, een vorm die door haar is uitgevonden. In het leven van één vrouw wordt een stukje Franse historie weerspiegeld. Het boek, dat haar magnum opus wordt genoemd, won tientallen literaire prijzen.

     

    De jaren
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het licht is hier veel feller

    Een eens gevierde bestsellerschrijver is over alles de controle kwijt. Zijn vrouw is opgestapt, zijn kinderen ziet hij nauwelijks en zijn inspiratie is verdwenen, er komt geen boek meer uit zijn handen. Het enige wat Maximilian Wenger nog kan opbrengen is op de bank hangen in een appartement waar hij de verhuisdozen nog moet uitpakken, en bedenken hoe hij zichzelf te gronde richt. Maar dan ontdekt hij bij zijn post een brief die is geadresseerd aan de vorige bewoner: ‘Wenger heeft de leeftijd waarop een brief nog betekenis heeft, omdat het een echt geschrift is, met het weefsel van iemands woorden, dat dagen in plaats van seconden nodig heeft om aan te komen.’

    Hij opent en leest de brief, net als de volgende brieven die van dezelfde afzender komen, en raakt in de ban van de hartstochtelijk schrijvende vrouw. Wat hij niet weet is dat zijn dochter Zoey de brieven ook inziet. ‘Tot aan mijn tanden is mijn mond met woede gevuld.’ leest de zeventienjarige. De woorden van de onbekende helpen haar bij het nemen van een vergaand besluit wanneer ze geen hulp krijgt als ze in een MeToo-achtige situatie terechtkomt. Ook voor Wenger heeft het lezen van de brieven ingrijpende gevolgen.

    Het licht is hier veel feller
    Auteur: Mareike Fallwickl
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Waar woont de haat?

    Hongarije kent een lange literaire geschiedenis. Al eeuwenlang zien veelgeprezen gedichten en prozastukken van Hongaarse schrijvers het licht. Vandaag de dag denken we bij Hongarije al gauw aan kleingeestig nationalisme, verval van de democratie en de rechtstaat, vreemdelingenhaat en een neergaande lijn in de persvrijheid. In de beste literaire traditie laten 21 van hedendaagse Hongaarse schrijvers in de bundel Waar woont de haat? een ander geluid horen. Via verhalen en essays nemen ze hun land onder de loep, bekritiseren de intolerantie, het cultiveren van haat en de sociale ongelijkheid en pleiten ze voor mededogen en ruimdenkendheid.

    Ze onderzoeken de Hongaarse identiteit, nemen historische gebeurtenissen als de slachting onder Hongaars joden en Roma in 1944 door en behandelen de hedendaagse omgang met minderheden. Het boek houdt de Hongaren een spiegel voor waarin ook Nederlanders zich zouden kunnen herkennen.

    Waar woont de haat?
    Auteur: Samenstelling: Mari Alföldy & Viacheslav Sereda
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas
  • Zomerlezen – drie topboeken

    De jaren

    Sommige boeken maken een onuitwisbare indruk wanneer je ze leest als tiener of jongvolwassene. Klassiek werk van schrijvers als Dostojevski, Tolstoj, Kafka en Camus. Later wordt het lezen van een boek dat een blijvend stempel drukt op je literaire ervaring zeldzamer. Het is dan ook extra bijzonder om nog eens zo’n boek te ontdekken dat een onuitwisbare induk op me maakte, zoals De jaren van Virginia Woolf, recent opnieuw in het Nederlands vertaald.  De lezer volgt de Engelse familie Pargiter vanaf het einde van de negentiende eeuw tot in het interbellum, maar een traditionele familiehistorie is dit niet. Elk hoofdstuk speelt zich af in een ander jaar en beslaat slechts één of enkele dagen terwijl ondertussen de geschiedenis op de achtergrond verstrijkt en de meeste mijlpalen uit het leven van de personage resoluut overgeslagen worden. In het verglijdende perspectief en de weergave van de inwendige belevingswereld van de karakters toont de auteur haar absolute meesterschap. Ze maakt zo de zoektocht van de telgen Pargiter in het doolhof van hun eigen bewustzijn op ongeëvenaarde wijze inzichtelijk. Sommige scènes zijn hartverscheurend mooi, bijvoorbeeld in het slotdeel. Woolf slaagt er in het gerijpte De jaren optimaal in om het menselijke en het experimentele van haar proza tot een eenheid te smeden, waarmee ze zich bewijst als een van de grootste romanschrijvers van alle tijden.

     

    De jaren
    Auteur: Virginia Woolf
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & van Gennep

    Wij houden van Tsjernobyl

    Door de populaire HBO-serie Chernobyl die op dit moment speelt, neemt het toerisme in de streek die door het rampzaligste kernongeluk uit de geschiedenis werd getroffen sterk toe, maar Aleksijevitsj drijft er al de spot mee in haar schitterende boek Wij houden van Tsjernobyl, dat in een eerste versie verscheen in 1997. Later volgde uitbreiding van het materiaal. Balancerend op het snijvlak tussen geschiedschrijving, journalistiek en literatuur, laat Svetlana Aleksijevitsj een stoet van ooggetuigen aan het woord komen. Dit levert een veelstemmig document op dat de huiveringwekkende reikwijdte laat zien van de Tsjernobyl-ramp. Het boek geeft niet alleen inzicht maar eert tegelijkertijd de rampenbestrijders en hun nabestaanden: elk levensverhaal is een novelle bij deze Nobelprijswinnaar. Je weet niet wat je leest.

     

    Wij houden van Tsjernobyl
    Auteur: Svetlana Alexijevitsj
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Pereira verklaart

    Na het zware literaire geschut tot slot een fijnzinnige roman gesitueerd in het Portugal onder dictator Salazar, opvallend genoeg geschreven door een Italiaan. Protagonist Pereira, apolitiek redacteur van de literatuurbijlage in de krant, leidt een onopvallend bestaat totdat hij in contact komt met een mysterieuze student die rebelleert tegen het regime. Om hem van enig werk te voorzien laat Pereira de jongeman necrologieën schrijven van nog levende schrijvers, die stuk voor stuk onbruikbaar blijken door hun sterk politieke toon (maar daarin wel heel grappig zijn). Geleidelijk dringt de vraag zich op hoelang hij zich nog afzijdig kan houden van het leven zoals dat zich onder zijn neus afspeelt. Tabucchi brengt een fraaie samenhang aan in deze compacte roman door een handvol motieven en stijlelementen, waaronder die van de opzet als ‘verklaring’. Una testimonianza, is de ondertitel dan ook. Een parel van een boek, veel beter kom je ze in een leesjaar doorgaans niet tegen.

    Pereira verklaart
    Auteur: Antonio Tabucchi
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Blanco in ‘De jaren’ beginnen

    Blanco in ‘De jaren’ beginnen

    Dat de tijd verstrijkt, is in The Years (1937) van Virginia Woolf essentieel en wordt door de hoofdstuktitels – 1880, 1891, 1907, 1908, 1910, 1911, 1913, 1914, 1917, Present Day – onderstreept. Dat met het verstrijken van de tijd zeden en gewoonten veranderen, ligt voor de hand. Dat niet iedereen in dezelfde mate kon profiteren van de verworvenheden van die voortschrijdende tijd was Virginia Woolf een doorn in het oog, maar in The Years laat ze dat alleen tussen de regels door blijken. Hoe uitgesproken Virginia Woolf ook was, in The Years kaart zij kwesties – ‘sex, education, life &c’- heel subtiel aan. De seizoenen komen en gaan; het regent in verschillende gradaties (of niet) en ondertussen nemen de levens van de leden van de familie Pargiter hun loop. Sommigen kunnen kiezen, anderen ondergaan hun lot.

    Tachtig jaar heeft The Years op een Nederlandse vertaling moeten wachten. Professionele lezers verklaarden vervolgens dat De jaren nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Liefhebbers van Virginia Woolf laafden zich aan de vertaling van Barbara de Lange. Wie niet stond te popelen, werd door Schwob verleid tot het lezen van een ‘herontdekking’. Degenen die een stok achter de deur nodig hebben, konden er voor kiezen het boek in groepsverband te lezen en te ontleden.

    Ik las De jaren op eigen kracht, en vond het vervolgens nogal wat om er na zoveel jaar publiekelijk iets van te vinden. Er is inmiddels zoveel gezegd en geschreven over The Years en het verwante essay Three Guineas (1938), dat al in 1980 in vertaling verscheen – samen hadden ze een novel-essay moeten worden: The Pargiters, maar Virginia Woolf slaagde niet in haar opzet – dat doen alsof dit een net verschenen boek betreft en er vervolgens ‘gewoon’ een recensie over schrijven eigenlijk geen optie is.

    In mijn omzwervingen op zoek naar een antwoord op de vraag ‘in welke vorm dan wel?’ bezocht ik vorige week een bijeenkomst van De leesclub van alles. Daar werd nog maar weer eens benadrukt dat het leven en het werk van een schrijver twee verschillende dingen zijn. Dat je een roman dus eigenlijk volkomen los moet zien van dat leven en je ook niets van de schrijversintentie aan moet trekken (ondanks alles wat Tim Parks in De roman als overlevingsstrategie: een nieuwe kijk op de relatie tussen schrijver, tekst en lezer beweert).
    Terwijl er die avond ook met grote stelligheid beweerd werd dat kennis de waardering voor een roman beïnvloedt. Wat volgens de moderator van dienst absoluut geweten moet worden om ten volle van De jaren te kunnen genieten: de structuur van de roman; de manier van denken en schrijven van Virginia Woolf en de wordingsgeschiedenis van De jaren.  

    Stel dat je dat allemaal niet weet. Dat je nog nooit van Virginia Woolf gehoord hebt – ik geef toe, dat lijkt me stug – en De jaren cadeau hebt gekregen omdat je van dikke boeken houdt. Wat voor roman lees je dan? En wat vind je daar dan van?
    Zo blanco zou je De jaren moeten kunnen lezen.

     


    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

  • Dag huis

    Dag huis

    Van Heutszlaan 78/I
    Hertenlaan 16
    Am Lochtenberg 48
    Burgemeester van Tuyll van Serooskerkenweg 21

    Voor mijn gevoel ben ik in mijn jeugd vaak verhuisd, maar nu ik de adressen waar ik met mijn ouders woonde op een rij zet, blijkt het eigenlijk wel mee te vallen.
    Op de dag dat ik elf werd, gingen wij wonen in het huis in de straat met een voor dagelijks gebruik te lange naam. Zo er sprake is van een ouderlijk huis, dan is dat dit huis. Mijn ouders waren rond de vijftig toen zij het kochten. Het was hun eerste eigen huis. Het was bijna 44 jaar van ‘ons’.

    Was, want het is inmiddels verkocht en het moest dus leeg. Toen ik aan de klus begon, wist ik me getroost door Nicolaas Matsier, maar hij maakte met zijn Gesloten huis van mij ook een gewaarschuwde dochter. Hij bereidde mij voor op tegenstribbelende voorwerpen. ‘We wilden de dingen kwijt, terwijl de dingen nog van alles zeiden. Ze bleven maar doorpraten, al die relicten van weinig of geen waarde. Opeens werd er over hun lot beschikt.’
    Omwille van de dingen, maar ik zal niet ontkennen dat het mij ook goed uitkomt, heb ik meer bewaard dan ik kan herbergen. Ergens in een loods gaan de voorwerpen voorlopig een gesprek met elkaar aan. Binnenkort hoop ik ze te verwelkomen en te horen wat ze mij te vertellen hebben.

    Toen het onttakelen van het huis al in een vergevorderd stadium was, verscheen Harnas van Hansaplast van Charlotte Mutsaers. Haar ouderlijk huis was van een andere orde dan dat van mij. Bij ons hingen geen grote geschilderde portretten van een vader en een moeder aan de muur en niemand zal de hutkoffer uit Indië aangezien hebben voor de kist waarin Hugo de Groot uit Slot Loevestein ontsnapte.
    Een van de weinige dingen die Charlotte Mutsaers en ik gemeen hebben is een emaillen broodtrommel. Over dat ding heb ik me inmiddels ontfermd. Haar broer Barend bracht mij op een idee.

    Pendelend tussen mijn huis en het huis dat binnenkort het onze niet meer is, lees ik het ene boek na het andere. Deze week is De jaren van Virginia Woolf aan de beurt. De woorden waarmee Woolf duidelijk maakt hoe leeg het huis van de familie Pargiter is, komen hard aan. ‘Ook daar vertoonde de muur verkleuringen, waar de boekenkast had gestaan, waar de schrijftafel had gestaan. Ze dacht terug aan zichzelf, zoals ze daar had gezeten (…)’. Waarschijnlijk omdat ik zelf net geprobeerd heb verkleurd en gescheurd behang en de moeten in het tapijt zo mooi mogelijk te fotograferen.

    Meer dan een jaar was ik bezig met het verzamelen en genereren van ‘huishoudelijke’ herinneringen. Ik heb er nu genoeg om het verleden te reconstrueren en wezenlijke momenten op te roepen.
    Inmiddels begint de tijd te dringen: ik moet mezelf nu echt ontkoppelen van het huis. Ik moet wie ik daar was loslaten en de teugels van het leven dat ik er geleid heb laten vieren.

     

    Virginia Woolf werd vertaald door Barbara de Lange.


    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.