• De vloek van de snoek

    De vloek van de snoek

    Elina Ylijaako, geboren in Lapland, is vervloekt. Elke lente móét zij een snoek opvissen uit het moeras vlakbij haar ouderlijk huis. Doet zij dat niet voor 18 juni om 21:00 uur, dan sterft ze. Dit jaar is haar opdracht nog lastiger: Elina wordt namelijk achtervolgd door inspecteur Janatuinen, die haar verdenkt van een moord in Helsinki. Alsof dat nog niet genoeg is, saboteren allerlei mythische wezens Elina’s zoekactie naar de snoek. En wie heeft haar eigenlijk vervloekt? Je zou bijna denken: een queeste, een detective én magisch-realistische elementen, valt dat wel te verenigen in één boek? Juhani Karila flikt het in zijn debuut De jacht op het snoekje.

    Met Finse onderkoeldheid vertelt Karila zijn verhaal, wat een prettig tegenwicht biedt aan het magisch-realistische gehalte. Vooral de dialogen zonder franje zijn gortdroog. Met verrassende metaforen en rake observaties laat de schrijver zien dat de mens aan chronische zelfdestructie lijdt, zowel collectief als individueel. Hoezeer hij ons hiermee ook onttovert, Karila’s les over de liefde betovert des te meer: soms kan alleen pijn je wonden helen.

    ‘Huh?’

    Doorgaans zetten schrijvers van het fantastische genre in op spektakel, grootse gebaren en grootse zinsneden. Hoe anders is dat bij De jacht op het snoekje, waar de personages het schouderophalen tot kunst verheffen. Vanaf de eerste pagina’s zijn de Laplandse bewoners stug, kortaf, zakelijk. Karila doet geen enkele moeite de personages aimabel of grappig te maken, waardoor zij des te meer charmeren en levensecht lijken. Met de dialoogvorm excelleert journalist Karila, de lezer trakterend op gesprekken die maar niet willen vlotten. Ze doen aan als interviews met wereldvreemde types die wars van mediatraining zijn. Wanneer Elina bijvoorbeeld bij oude bekende Keijo een hengel wil kopen om de snoek te vangen, gaat het gesprek als volgt:

    ”Heb je van die gevlochten dingen?’
    ‘Hier verkopen we monofilament.’
    ‘Doe dat dan maar.’
    ‘Dikte?’
    ‘Doe maar die van nul komma vijftien millimeter.’
    Keijo liet de plug op zijn schoot zakken en keek Elina aan. ‘Waarvoor die?’
    ‘Voor ’n snoek.’
    ‘Ben je niet goed bij je hoofd?’
    (…) ‘Da’s toch een prima lijn.’
    ‘Toen ik klein was, hadden we geen lijn.’
    ‘Jaha.’
    ‘En geen hengels.’
    ‘Jahaaa!’’

    Later maakt ook Janatuinen kennis met Keijo, als zij Elina op het spoor is. De winkelier verzwijgt zijn eerdere ontmoeting met de hoofdverdachte van de politiebeambte, maar:

    ‘‘Ik heb politie nodig. Kan jij helpen?’
    ‘Vertelt u me waar het om gaat.’
    ‘Iemand is m’n huis binnengedrongen.’
    ‘Wanneer?’
    ‘Nu. Of nou ja, hij kwam gisteren. En nu is hij daar.’
    ‘Wie?’
    ‘Hij.’
    ‘Hij?’
    ‘Ik weet zijn naam niet. (…) Gaat juffrouw de agent me helpen?’’

    In zijn woning treft ‘juffrouw de agent’ een van de vele magische wezens aan, wiens bestaan de dorpelingen gelaten accepteren. In dit geval gaat het om een dreumel, die doodleuk op de achterbank van Janatuinens auto plaatsneemt om haar te beschermen. Deze ‘monsters’ zijn de Laplanders in elk geval vertrouwder dan onbekende bezoekers van vlees en bloed.

    Automutilatie van de mensheid

    Al snel wordt duidelijk dat de Laplanders niet alleen in contact staan met magische levensvormen. Ook de natuur kent voor hen geen geheimen. Zij koesteren een diep wantrouwen richting stedelingen uit het zuiden, omdat die de geliefde natuur als object behandelen en haar in rap tempo verwoesten. Volgens hen vormt Elina hierop geen uitzondering.

    Hoe dieper Elina doordringt in het Stakenven, domein van de snoek, hoe meer de omgeving haar bevreemdt: ‘Bij iedere voet die ze optilde klonk een scherp gesmak, alsof haar benen zoete lolly’s waren waar het moeras met tegenzin afstand van deed.’ Karila strooit met beeldspraak die nu eens het natuurlijke objectiveert, dan weer het object tot leven wekt. Die objectivering breekt ons op den duur op, waarschuwt Elina’s favoriete lector in de biologie: ‘De mens [doet] iedere dag onvermoeibaar zijn best de levensgemeenschap te vernietigen. (…) laat dieren net zo makkelijk uitsterven als dat hij een bezoekje aan de winkel brengt.’

    In liefdesrelaties vindt diezelfde objectivering plaats. Elina is in haar tienerjaren hopeloos verliefd op Jousia en heeft een knipperlichtrelatie met hem. Om in haar studietijd van hem af te kicken – het is op pijnlijke wijze uitgegaan – zoekt zij naar rebounds, van wie zij ten diepste niet houdt. Over het gezicht van haar tijdelijke vriendje Tuomas schrijft Karila: ‘Dat was als een venster van helder glas (…) tegelijk zag ze haar eigen weerspiegeling.’ En die weerspiegeling slaat om naar een negatief zelfbeeld. Tijdens de jacht op de snoek zinspeelt de schrijver dan ook op Elina’s neiging tot zelfdestructie: ‘Het Achterven werd omzoomd door dichte wilgenstruiken, die witte en rode sneeën maakten in haar blote armen. Dat voelde goed.’

    Professionele hulp

    Voordat ze de snoek kan bemachtigen, moet Elina een nix verslaan. Dit is een androgyne, pesterige waternimf die met één blik kan doden. Het wezen verspert haar de doorgang tot het ven. Aangezien haar overleden moeder een vaardige heks was, brengt de nix Elina niet van haar stuk. Ze roept de hulp in van magiërs, gigant Moker-Olli en lieve peetoom Oehoe, die haar overleden ouders goed gekend heeft. Maar zelfs zij kunnen niet ontdekken wie schuldig is aan de vervloeking van Elina. De onthulling komt, hoe kan het ook anders, van een echte factchecker.

    Nadat eindelijk het mysterie achter Elina’s lijdensweg ontrafeld is, weidt Janatuinen uit over haar ervaringen bij de politie: ‘Ik kom in mijn werk vaak mensen tegen die zichzelf pijn willen doen. Daar is niets vreemds aan. Wat wel vreemd is, is het soort mensen dat dat wil. Mensen die niets ernstigs op hun geweten hebben, willen van de vijfde verdieping springen. Mensen die op grond van hun daden alle reden zouden hebben onder een vrachtwagen te lopen, doen dat gegarandeerd niet.’ Aan welke profielschets voldoet Elina en wat heeft dat met de vloek te maken? Het antwoord ligt in de verbroken relatie met haar jeugdliefde Jousia.

    Vangst van de dag

    Deze magisch-realistische queeste met het verloop van een detective hoeft niet te hengelen naar complimenten. Ze komen de roman toe. De jacht op het snoekje vermaakt met opvallend nuchtere personages, een zintuiglijk decor en een meeslepende plot. De spanning over de moord én de vloek blijft tot het einde toe overeind. Ten slotte leidt de queeste tot een ontdekking over de liefde die het publiek tot lering en vermaak strekt. En dat uitgerekend dankzij degene die het minst in magie gelooft. De werkelijkheid is mooi genoeg.

     

     

  • Oogst week 20 – 2022

    De doden houden we bij ons – Een moord op Harvard en een halve eeuw stilzwijgen

    Aan de prestigieuze en conventionele Harvard Universiteit studeert in 1969 Jane Britton, een jonge vrouw die geheel volgens de dan heersende cultuuromslag een ongebonden leven leidt. Aan de universiteit wordt ze met haar studie archeologie nauwelijks serieus genomen – net zo min als andere vrouwelijke studenten. Op een dag wordt ze vermoord aangetroffen.

    De omstandigheden zijn duister, onderzoek faalt en een dader wordt nooit aangehouden. Maar de geruchten en roddels zijn veertig jaar later nog niet verdwenen. Jane zou vermoord zijn door haar hoogleraar antropologie, tevens haar minnaar, tijdens een mysterieus ritueel.

    Als Becky Cooper aan Harvard gaat studeren raakt ze geïntrigeerd door het verhaal. De hoogleraar loopt vrij rond. Na haar studie werkt Cooper onder meer als redacteur bij The New Yorker. Ze houdt zich ook bezig met onderzoeksjournalistiek en omdat de dood van Jane Britton haar niet loslaat keert ze terug naar Harvard om de onopgeloste moord te onderzoeken.

    Tien jaar lang speurt ze naar wat er is gebeurd en legt haar bevindingen vast in De doden houden we bij ons. Het resultaat is een verbijsterende inkijk in de al eeuwenlang vastliggende machtsverhoudingen binnen een elite-instituut. Jane Britton leren we kennen als een vrouw die droomde van gelijkwaardig functioneren in een mannenbolwerk.

     

    De doden houden we bij ons - Een moord op Harvard en een halve eeuw stilzwijgen
    Auteur: Becky Cooper
    Uitgeverij: De Geus

    De jacht op het snoekje

    De Finse journalist Juhani Karila (1985) won met zijn debuutroman De jacht op het snoekje meteen twee prijzen en was voor een derde genomineerd. Het boek kwam in 2019 in Finland uit en is inmiddels in dertien andere landen verschenen, waaronder nu Nederland.

    De jacht op het snoekje is een noodlottig liefdesverhaal gecombineerd met magische natuur en een zonderling avontuur. In het oosten van Lapland, waar haar geboortehuis zich bevindt, gaat Elina Ylijaako in drie dagen tijd proberen om volgens de jaarlijkse traditie een snoek te vangen. ‘Een ongelukkige opeenvolging van gebeurtenissen had ertoe geleid dat Elina de snoek ieder jaar vóór 18 juni uit het ven moest halen. Haar leven hing ervan af.’
    Uit het meertje waarin de snoek verblijft, verrijst een watergeest die van wat een eenvoudige opdracht leek een ijzingwekkend avontuur maakt. Elina raakt betrokken bij een magische wereld en mysterieuze wezens die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Zelf wordt Elina gezocht voor moord. Een vloek uit haar verleden moet worden verbroken om haar te redden van een strijd op leven en dood.

    Finse en buitenlandse recensenten reppen van grote fantasie en humor, van originaliteit en virtuositeit, van een verbluffend detectiveverhaal.
    Voor De jacht op het snoekje publiceerde Juhani Karila twee verhalenbundels.

    De jacht op het snoekje
    Auteur: Juhani Karila
    Uitgeverij: Koppernik

    Hebben en zijn

    Malodot is dood. Maar toch niet helemaal. Na een auto-ongeluk waarbij hij overlijdt verhuist hij niet meteen naar het land der doden. In Hebben en zijn van Dimitri Verhulst blijkt hij te zijn beland in een ontwenningskliniek om af te kicken van het leven. Pas als dat is gelukt zal Malodot volledig dood zijn.

    Hij deelt een kamer met drie andere bijna-dode mannen. De ene heeft een lamme linkerarm en ‘een tong die ietwat lusteloos uit zijn mond hangt, als wasgoed uit het raam om te drogen.’ De volgende heeft brandwonden, de meeste in zijn gezicht en meldt: ‘Terpentine op de barbecue is nooit een goed idee.’ En de derde heeft een oog dat met een 9 mm Luger is doorboord door een echtgenoot van wie hij de vrouw op de wasmachine nam. En hoe is Malodot aan zijn eind gekomen, willen ze weten. ‘Daar moet hij nog even over nadenken, eigenlijk, hetgeen normaal schijnt te zijn, iedereen heeft in het begin last van een beetje geheugenverlies.’ Er zijn groepstherapieën en individuele gesprekken met een counselor, allemaal bedoeld om van de verslaving aan het leven af te komen. Als de overledenen dat niet voor elkaar krijgen, moeten ze hun totale leven overdoen, op precies dezelfde wijze.

    Dimitri Verhulst biedt een onvervalste, filosofische blik op de eindigheid, op leven en dood. Hij liet zich voor dit boek inspireren door het Franse existentialisme. Hebben en zijn doet dan ook denken aan Met gesloten deuren – ‘De hel, dat zijn de anderen’ – van Jean Paul Sartre. Daarin discussiëren drie overleden personages in een kamer voortdurend met elkaar om te proberen aan hun situatie te ontsnappen.

    Hebben en zijn
    Auteur: Dimitri Verhulst
    Uitgeverij: Atlas Contact