• Een mythische heuvel

    Een mythische heuvel

    Rob van der Linden (1957) is voor zijn vorige boeken twee keer genomineerd voor de Libris Literatuurprijs waarbij vooral zijn vertelkunst werd geroemd. Na veertien stille jaren zit hij – zoals gememoreerd wordt op de flaptekst – weer op zijn vertellersstoel. In zijn nieuwste roman De heuvel vertelt hij in veertig hoofdstukken en bijna vijfhonderd pagina’s dat iedereen op een mythische heuvel in Galilea in slaap valt en dat niemand zich bij het ontwaken iets kan herinneren van wat hij eerder van plan is geweest. Deze heuvel is het belangrijkste steeds terugkerende element in het verhaal, naast een aantal dieren, zoals een beer, een hond en een olifant. Deze eerste twee dieren verdwijnen uit het verhaal, maar de olifant blijft terugkeren omdat deze als tekeningetje alle hoofdstukken afsluit.

    In elkaar verstrengelde verhalen

    Van der Linden begint zijn roman in het jaar 572 en eindigt hem in 1988 (wanneer je de epiloog gedateerd op 23 september 2023 buiten beschouwing laat). Naast de vele fictieve figuren komen in de roman ook vele werkelijk bestaande figuren voor. Het verhaal begint in de werkelijkheid bij Procopius, de biograaf van keizer Justinianus, die de wandaden van de keizer beschrijft en het daarom in de roman van Van der Linden beter vindt dat zijn zoon de biografie op de heuvel in Galilea verstopt.

    De tweede hoofdpersoon is Haroen ar-Rashid, een kalief die door slapeloosheid wordt geplaagd en ‘s nachts wordt beziggehouden met verhalen, maar die dreigen op te raken. Hij hoort dat in het land van de Friezen een verhalenverteller leeft, Bernlef genaamd. Het tweede boek dat een rol speelt in het verhaal is het logboek van Liudger die Bernlef van zijn blindheid heeft genezen. De kalief gaat naar de heuvel waar hij natuurlijk uitstekend kan slapen.

    De belangrijkste historische figuur in de roman is Abraham Kuyper, de oprichter van de eerste politieke partij in Nederland, de Anti-Revolutionaire Partij. In 1880 opende hij in Amsterdam de door hem gestichte Vrije Universiteit; zelf werd hij de eerste rector magnificus. Van 1901 tot 1905 was hij minister-president van Nederland. In 1906 maakte hij een reis rond de Middellandse Zee. De fictieve Matthias Bredius, de derde hoofdpersoon van de roman, reist met hem mee en leest in de bibliotheek van het Vaticaan het logboek van Liudger. Daarna komt ook Bredius op die heuvel terecht, waar hij een toevluchtsoord opricht voor iedereen die voor oorlog en geweld op de vlucht is. Ook Jacob Israël de Haan en Harry Mulisch spelen een bijrol in het derde deel van het verhaal.

    Romanconcept

    Het romanconcept van in elkaar verstrengelde verhalen doet negentiende-eeuws aan, een ouderwetsheid die nog versterkt wordt door de hoofdstuktitels die steeds met ‘Over’ beginnen. Niet altijd is duidelijk of een alwetende verteller of een hoofdpersoon uit het boek zelf aan het woord is. Van der Linden speelt daarbij het spel van de vooruit verwijzingen. Dat leidt tot grappige vondsten, zoals een verwijzing in de achtste eeuw naar de Friezen die uit verveling een schaatstocht langs elf terpen maken (p. 70) of naar het brilletje van John Lennon. Hier klinkt de stem door van de alwetende verteller. Sommige woorden zijn duidelijk verbonden aan latere tijden en dan is het nog maar de vraag of dit gewoon vergissingen zijn of bewust aangebrachte sprongen in de tijd. Zo swingden in de zesde of zevende eeuw myriades mugjes zich een ongeluk (p. 34), nemen mensen uit die tijd de kuierlatten (p. 43) en is in de achtste eeuw sprake van een berenhug (p. 103).

    Slim in elkaar gezette roman

    Het verhaal laat zich plezierig lezen. Lezers zullen genieten van deze slim in elkaar gezette en wijd uitwaaierende roman. Op het eind van de roman komt alles keurig op zijn pootjes terecht en heeft de auteur alle losse eindjes vakkundig aan elkaar geknoopt, zoals het hoort bij een meesterverteller.

     

     

  • Oogst week 16 – 2025

    Oogst week 16 – 2025

    De Heuvel

    Rob van der Linden heeft een aantal jaar in Israël op een heuvel gewoond. In de tijd dat hij daar woonde werd er een archeologische vondst gedaan die zijn fantasie bleef prikkelen en hem inspireerde om De Heuvel te schrijven. De heuvel in het boek is vervloekt; iedereen die er vertoeft zal in slaap vallen en na ontwaken niets meer weten van de tijd daarvoor.

    Er komen in dit boek veel uiteenlopende personages voor: de middeleeuwse Friese monnik Liudger die de blinde zanger Bernlef genas, Haroen ar-Rashid, een kalief uit de vroege middeleeuwen, de Nederlandse theoloog en staatsman Abraham Kuyper, de journalist-schrijver en later voorvechter van een gemeenschappelijk Joods/Arabische staat Jacob Israël de Haan. Hoe al deze personages te verbinden? De heuvel uit de titel is de gemeenschappelijke deler, waaromheen Van der Linden de geschiedenissen van deze zo verschillende historische personages aaneen rijgt.

    Rob van der Linden wordt steevast een rasverteller genoemd. Voor zijn debuut De hand, de kaars & de mot uit 2002 ontving hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Ook werd hij tweemaal genomineerd voor de Libris prijs.

    De Heuvel
    Auteur: Rob van der Linden
    Uitgeverij: Uitgeverij Magonia

    Nu laat ik los

    Ruim een jaar geleden, in maart 2024, stierf Eelco van Gelderen, op 47-jarige leeftijd. Na jarenlang psychisch lijden, later ook verergerd door fysieke pijn, kreeg hij euthanasie.

    Hij heeft dat lijden en zijn weg naar dat laatste moment vastgelegd in een dagboek dat hij met medewerking van zijn stiefvader geschreven heeft. Met dit dagboek, Nu laat ik los, wilde hij laten zien welke weg een psychiatrische patiënt moet afleggen om een menswaardige dood te kunnen sterven.

    Hij deed dat niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen. Voor mensen in een vergelijkbare situatie, voor hulpverleners en beleidsmakers, zijn omgeving en iedereen die om welke reden dan ook betrokken is bij een dergelijke problematiek. Hij getuigt van zijn weg, maar laat ook zien dat hij zich realiseerde dat hij, zoals hij schrijft, niet alleen uit zijn eigen leven stapte maar ook uit dat van zijn naasten.
    In Nu laat ik los zijn ook reacties en overwegingen van Van Gelderens moeder en stiefvader opgenomen. Zij hebben hem in alles en tot op het laatste moment gesteund.
    Met dit dagboek wil Van Gelderen duidelijk maken hoe binnen de geestelijke gezondheidszorg openheid van belang is in een gesprek over een euthanasiewens, en niet alleen met de patiënt, maar ook met diens naasten.

    Eerder, in 2022, verscheen de documentaire Breinpijn van Eelco van Gelderen en Doetie Bakker. De vervolgdocumentaire Onvoltooid volledig is inmiddels ook verschenen, maar nog niet openbaar. Mail voor meer informatie: onvoltooidvolledig@gmail.com.

    Nu laat ik los is te koop via de boekhandel (ISBN 9789090394039) of te bestellen via eelcoreactie@gmail.com. Het kost € 20,- (plus € 4,25 verzendkosten).

    Nu laat ik los
    Auteur: Eelco van Gelderen m.m.v. Adri Altink

    De schrijfster en de nagtegaal

    Het nieuwste boek uit de serie privé domein, nummer 331, is De schrijfster en de nagtegaal. Het betreft een briefwisseling van 1839 tot 1849 tussen de schrijfster George Sand en Pauline Viardot, één van de grootste en bekendste operazangeressen van de negentiende eeuw. De vertaling is van Rosalien van Witsen.

    Haar grootste successen viert Viardot (1821-1910) in eerste instantie niet in Frankrijk maar in Engeland, Duitsland, Oostenrijk Spanje en Rusland. Sand (1804-1876) werpt zich op als haar adviseur en stimuleert Viardot in haar pogingen om na het buitenland, ook Frankrijk te veroveren. Viardot maakt in 1848 haar debuut in de Opéra te Parijs.

    Sand is in Frankrijk een bekende schrijfster, zeventien jaar ouder dan de operazangeres en zij gedraagt zich daar in haar brieven ook naar. Ze noemt Viardot in de aanhef van haar brieven bijvoorbeeld ‘juffertje Pauline’, ‘koninginnetje’ of ‘Lief, teder bemind dochtertje’, en ondertekent met met je moeder’ of ‘je oude moeder’ en ‘je oudje’.

    In hun brieven gaat het over Chopin, met wie Sand negen jaar samenwoonde, over de concerten die Viardot in het buitenland gaf, de mensen die ze op haar reizen ontmoette en haar indrukken van het buitenland. Op een van haar reizen in Rusland ontmoet Viardot de Russische schrijver Toergenjev, met wie ze daarna een jarenlange, buitenechtelijke relatie onderhoudt.

    De brieven van Sand en Viardot zijn in 1958 voor het eerst gepubliceerd onder de titel Lettres inédites de George Sand et de Pauline Viardot.

     

    De schrijfster en de nagtegaal
    Auteur: George Sand en Pauline Viardot
    Uitgeverij: Uitgeverij de Arbeiderspers (2025)