• Mild vernisje over het schrijnende bestaan

    Mild vernisje over het schrijnende bestaan

    Dat in de vijf verhalen uit de bundel De gulheid van de zeemeermin aftakeling en de dood terugkerende thema’s zijn wil niet zeggen dat zwartgalligheid de boventoon voert. Integendeel. Met humor beschrijft Denis Johnson in een mengeling van melancholie en sarcasme het wedervaren van de ik-personen in dagelijkse en minder doorsnee omstandigheden. Veel komt ongetwijfeld uit zijn eigen leven en veel heeft Johnson bekleed met overtuigende fictie.

    In het titelverhaal blikt Bill, een reclameman, terug op kleine situaties zoals werk, bezoek, het in ontvangst nemen van een prijs (waarbij een beknelde zenuw hem belemmert de voorgenomen fraaie toespraak te houden), en een telefoongesprek met een ex. De ex is terminaal ziek en wil voor ze sterft nog graag eens uiten hoe zij onder hem en hun huwelijk geleden heeft, onder zijn ontrouw en leugens. Halverwege het gesprek overvalt Bill de angst dat hij niet meer weet of hij nou zijn eerste of zijn tweede ex aan de telefoon heeft: ‘(…) of ze echt haar naam had gezegd toen ik opnam en wist ik opeens niet meer van welke reeks vergrijpen ik spijt had…’ Treurigheid en komedie gaan hand in hand, net als bij de bloemrijke typeringen elders in het boek, zoals ‘gediplomeerde eunuch’, of ‘met alleen een T-shirt aan waar zijn niet erg aantrekkelijke reet onderuit hing’ en ‘uit de stad Oskaloosa rammelden een heleboel onaangepaste types los’.

    Pseudofictie
    Niet alleen bij de exen, ook in het verhaal ‘Doppelgänger, poltergeist’ gaat het om wie is wie. De hoofdpersoon, een universitair literatuurdocent, vertelt het verhaal van een begaafde leerling, dichter en vriend die zich een half leven laat beheersen door de complottheorie dat de dode Elvis Presley niet de echte Elvis zou zijn. Zelf maakt de docent zich zorgen over een van de gedichten van de vriend, namelijk of hij hem daarin niet te kijk zet, eveneens een identiteitskwestie. In hoeverre dit iets met Johnsons eigen werkelijkheid van doen heeft is de vraag, maar dat hij er in zijn verhalen rijkelijk uit put lijkt zeker, gezien zijn opmerking in ‘Triomf over het graf’, waarin hij verklaart::’Ik ben me ervan bewust dat het gebruikelijk is in dit soort semiautobiografische verhalen – dit soort pseudofictionele memoires – de namen van mensen te veranderen, maar dat heb ik niet gedaan.’ Die laatste toevoeging kunnen we vermoedelijk wel onder de fictie scharen.

    Onduidelijke achtergronden
    Johnsons vorige boek, de roman De lachende monsters, kenmerkt zich door net zulke vaagheid en versluiering van feiten aangaande personages. Hoofdpersoon Ronald Nair is een Deen met zwart haar en grijze ogen, maar in het bezit van een Amerikaans paspoort. Hij zou in dienst van een anti-spionageafdeling van de Navo naar Sierra Leone gekomen zijn om communicatiesystemen van de organisatie te onderzoeken. De maat die hij in Sierra Leone ontmoet, Michael Adriko, is een Afrikaan met een even onduidelijke achtergrond. Zeker is dat de mannen zich eerder samen inlieten met duistere zaakjes en nu kans zien om met oplichting en een blokje uranium rijk te worden. Het boek is een schelmenroman, waarin het criminele luchtje aan Nair en Adriko uit zucht naar geld en avontuur doet denken aan ondeugende jongensstreken. De rauwheid zit hem, behalve in hun eigen gedrag waarin ze elkaar beslist niet ontzien, vooral in de achtergrond vol geweld, bendes en geheime diensten in het toch al niet in vriendelijke stabiliteit uitblinkende Sierra Leone, Oeganda en Congo.

    Niet geschreven brieven?
    In ‘Het starlight op Idaho’ uit de verhalenbundel roept Johnson wederom twijfel op over wat pure fictie en wat realiteit is. Een ik, Marc Cassandra, schrijft vanuit een afkickcentrum brieven aan oude bekenden, familieleden, de satan en zijn dokter en stelt tussendoor de vraag of de brieven echt geschreven zijn. Johnson heeft zelf in afkickcentra gezeten om van drugs- en alcoholverslavingen af te komen, waardoor de lezer al snel geneigd is om alles te beschouwen als afkomstig uit Johnsons eigen leven, behalve dat zijn familie aan de onderkant van de samenleving resideerde. Marc heeft een labiele, apathische vader, een broer die de neus van zijn vriendin tot moes geslagen heeft, een moeder in de gevangenis en een oudste broer ‘die door de staat Texas niet met een schaar wordt vertrouwd.’. Johnson tekent de medeverslaafden in korte, rake bewoordingen, waarmee hij toont hoe dicht mensen in klinieken bij elkaar kunnen staan en hoe groot tegelijkertijd de afstand tussen hen kan zijn. Als Marc van de Refsusal af mag ontstaat helderheid en hoop, een gegeven dat waarschijnlijk wel rechtstreeks stoelt op Johnsons persoonlijke ervaring.

    Menselijk gebrek
    De rauwheid die in ‘De lachende monsters’ nog volop aanwezig is, heeft in ‘De gulheid van de zeemeermin’ een mild vernisje gekregen. Ook al gaat het er in een gevangenis bruut aan toe, en loopt een zieke, verloederende collega-schrijver op ‘gevlochten Japanse slippers, waarvan de gele bandjes voeten omklemden van een mythische gruwelijkheid – knobbelig, dooraderd, met teennagels als roofvogelklauwen’, in de verhalenbundel is het toch boven alles het menselijk gebrek waarin de wreedheid van het bestaan tot uiting komt. Gebleven is het spelen met identiteiten en een fluctuerende werkelijkheid.

    Berusting
    De lust tot avontuur is in De gulheid van de zeemeermin overgegaan in berusting. Dat dood en weemoed over het leven voortdurend aanwezig zijn, zal zijn oorzaak vinden in het feit dat Denis Johnson tijdens het schrijven van de verhalen wist dat hij zou sterven. Hij overleed in mei 2017 op 67 jarige leeftijd. Met zijn korte verhalen, romans, poëzie, toneel en non-fictie en vele gewonnen prijzen gaat hij als een belangrijk auteur de Amerikaanse literatuurgeschiedenis in.

     

     

     

  • Oogst week 10

    Stilte, ruimte, duisternis

    Kester Freriks legt de lat hoog. Zijn Stilte, ruimte, duisternis: verkenningen in de natuur moet ‘een kaart in proza’ zijn ‘met als doel de waarden stilte, ruimte en duisternis op te sporen en aanschouwelijk te maken’. Zijn vertrekpunt is de natuur, maar hij gaat niet alleen de confrontatie met het diverse Nederlandse landschap aan. Hij reageert ook op kunstwerken en gaat in gesprek met de makers.
    Dat levert een divers, persoonlijk gekleurd drieluik waarin Kester Freriks een vrij dwingende gids is die de lezers langs gebaande paden en over avontuurlijke sluipwegen voert. Klassieke werken – literatuur, beeldende kunst, muziek en wetenschap – ontbreken niet, maar Freriks kiest ook minder voor de hand liggend.

    Er is een wat merkwaardige bijrol weggelegd voor Joost Zwagerman in het deel over stilte. Zijn De stilte van het licht: schoonheid en onbehagen in de kunst ontbreekt in de literatuurlijst, terwijl Freriks het deels ook over de door Zwagerman geselecteerde en besproken kunstenaars baseert en hij een aantal bladzijden aan het boek en de door Zwagerman georganiseerde tentoonstelling Silence out loud wijdt.

    Stilte, ruimte, duisternis
    Auteur: Kester Freriks
    Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep

    In de wildernis

    Wat oer en ongerept is, dat gaat het voorstellingsvermogen van de mens te boven. Die heeft in de loop van zijn aanwezigheid op aarde zoveel ingegrepen dat van natuur nauwelijks sprake meer is. Dat neemt niet weg dat er mensen zijn die in staat zijn zich op een authentieke wijze tot de omgeving waarin ze belandden weten te verhouden. Neem Henry David Thoreau die in Walden of leven in het bos verslag deed van zijn ‘ontberingen’ aan de oever van zijn pond op loopafstand van het dorp. Of Sylvain Tesson die met Zes maanden in de Siberische wouden een eerbetoon aan Thoreau brengt, maar onder erbarmelijker omstandigheden de winter moest zien door te komen.

    In het rijtje avonturiers met hart voor de natuur past ook John Muir die halverwege de negentiende eeuw met zijn ouders van Schotland naar de Verenigde Staten van Amerika emigreerde en in Wisconsin terechtkwam. Hij zal zich ontpoppen als de eerste natuurbeschermer in de VS. Dankzij hem bestaan er nationale parken en is landschap deels gevrijwaard van al te menselijk ingrijpen.
    John Muir schreef ook. In In de wildernis: tochten door Wisconsin, Nevada, Californië en Alaska zijn verslagen gebundeld van zijn reizen door diverse staten. Dat hij onderweg onder de indruk was, is zacht uitgedrukt.

    In de wildernis
    Auteur: John Muir
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    De gulheid van de zeemeermin

    Vijf verhalen telt de postuum verschenen bundel De gulheid van de zeemeermin van Denis Johnson. Vijf relatief lange, korte verhalen waarin de schrijver op stoom komt zonder zichtbaar te versnellen en nooit ergens echt nadruk op legt. Hij doet ook geen moeite zaken mooier voor te stellen dan ze zijn.
    Maar rauw en hoekig zijn die verhalen niet. Johnson kiest zijn woorden zo voor de hand liggend raak en zijn toon is zo onontkoombaar dat ze van een tijdloze vanzelfsprekendheid zijn.

    Terwijl zijn onderwerpen en de entourage waarin zijn verhalen zich afspelen dat niet zijn er bovendien onder het oppervlak van alles gebeurt. Zijn eenvoud is schijn. Zijn verhalen zijn minstens zo gelaagd als zijn romans. En dan zijn het ook nog eens verhalen die hij schreef terwijl de dood hem op de hielen zat. Dat is voelbaar.

    De gulheid van de zeemeermin
    Auteur: Denis Johnson
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Beladen erfgoed:

    Frans van Hasselt koos zelf voor Griekenland als standplaats. Dat was in 1959, hij bezocht het land toen voor de vijfde keer. Zijn hele arbeidzame leven zou hij voor het (Algemeen / NRC) Handelsblad gedegen stukken schrijven die getuigen van zijn betrokkenheid bij het land en de bevolking. Behalve die journalistiek volledig verantwoorde reportages leverde zijn verblijf ook lichte stukken op die soms de vorm van een column kregen, maar die hij zelf graag als ‘correspondenties’ aanmerkte. Ze verschenen verspreid en werden regelmatig gebundeld. Stukken die soms over een specifiek onderwerp gingen  (Verslaafd aan Griekse muziek), maar vaak bleek wat hem opviel in het dagelijks leven geschikt genoeg als onderwerp.

    Beladen erfgoed: het Griekenland van voor de crisis dat postuum verschijnt, was bedoeld als een geschiedenis van het moderne Griekenland. Beladen erfgoed moest een veelomvattend boek worden waarin de ontwikkeling van Griekenland sinds de burgeroorlog; de Junta, kerk en staat; minderheden; politieke families en hun schandalen; de relatie tussen Griekenland en Europa; het conflict met en over ‘Macedonië’ en de Griekse economie aan bod zouden komen.
    Frans van Hasselt had een eerste versie af toen Griekenland in 2008 op de rand van een crisis belandde.

    De crisis duurde en duurde en had grote gevolgen voor Griekenland. Van herschrijven en actualiseren van het manuscript kwam het door het overlijden van Frans van Hasselt in 2011 niet meer. Voor zover nodig om het Griekenland van voor de crisis te begrijpen zijn voetnoten toegevoegd.

    Beladen erfgoed:
    Auteur: Frans van Hasselt, i.s.m. Agnes van Dijk (met een voorwoord van Hero Hokwerda)
    Uitgeverij: Uitgeverij 'Ta Grammata'

    De seringenboom

    Twee jaar geleden overleed de grote broer van Toon Tellegen. In De seringenboom: herinneringen aan mijn broer haalt hij herinneringen op. Groteske herinneringen aan de tijd dat ze allebei nog thuis woonden. De verteller neemt de rol van bewonderende broer op zich die zich nergens over verbaast en zijn zes jaar oudere  broer vele heldendaden en eigenzinnige opvattingen gunt.
    Pas gaandeweg dringt door dat sprake moet zijn van schromelijk overdrijven als gevolg van een oververhitte fantasie. Heeft Toon Tellegen toch weer literatuur gemaakt van zijn familieleven.

    De seringenboom
    Auteur: Toon Tellegen
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    De trooster

    Vroeger dan verwacht arriveert de in opspraak geraakte staatssecretaris van Financiën Henry Loman bij het klooster voor zijn retraite. Er wordt hem opengedaan door Jacob, de conciërge, die zich in zekere zin over hem ontfermt. Jacob groeit dankzij de komst van Loman in een rol.
    Esther Gerritsen laat hem een verteller zijn met een verlangen van doorslaggevende betekenis te zijn, maar die in wezen vooral afhankelijk en ondergeschikt is. En dus moet alles wat hij zo eenvoudig en doeltreffend weet te verwoorden met een korreltje zout genomen worden en blijkt De trooster een lijdensverhaal.

    De trooster
    Auteur: Esther Gerritsen
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus