• De natuur in verweer

    De natuur in verweer

    Eens in de zoveel jaar duikt er een literaire parel op in het Nederlands die tot dan toe raadselachtig onder de radar bleef. Bekende voorbeelden zijn Gloed (van Sándor Márai) en Stoner (John Williams), waarvan prompt tientallen herdrukken verschenen. Het zou mooi en terecht zijn als het ook zover komt met De grote angst in de bergen, een boek uit 1926 dat dit voorjaar voor het eerst in vertaling verscheen bij Van Oorschot. Weinigen slaagden er zo goed in om de Alpenwereld levensecht op papier te krijgen als hier de Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz.

    Exploitatie van de alm
    De handeling begint in een klein bergdorpje, waarvan de bewoners beraadslagen over wat te doen met de hooggelegen alpenweide Sasseneire, die al twintig jaar niet meer gebruikt wordt. Vreemde verhalen doen de ronde over wat zich eertijds heeft voorgedaan; er zouden mensen zijn omgekomen, de bergen daar lijken menselijke aanwezigheid niet te tolereren. Zo zeggen de ouderen het, maar de jongeren lachen de praatjes weg en het besluit wordt genomen om de alm weer in gebruik te nemen en er in de zomer vee te hoeden. Een van de mannen die zich aanmeldt om voor enkele maanden naar boven te gaan is de jonge Joseph. Hij hoopt zo zijn trouwplannen met Victorine te kunnen bekostigen.

    Na een eerste verkenningstocht gaan uiteindelijk zeven mannen naar boven om zich met zeventig koeien te installeren op Sasseneire. Beide keren dat de route naar de alpenweide volledig belopen wordt staan gedetailleerd opgetekend, in dichtbeschreven pagina’s en vrijwel zonder onderbreking. Het meeste oog heeft Ramuz bij iedere bergtocht voor kleur en licht, dat continu verandert. Ook andere waarnemingen krijgen een plaats: het wisselende geluid van een bergbeek, het gevoel van een voet op de ondergrond of van de temperatuur op het lijf. De dag dat de zeven naar boven trekken is het mooi weer, zo staat het er met nadruk. De mannen worden uitgeleide gedaan door naasten en belangstellenden, een feestelijke tocht. Aan het eind van de middag, wanneer er iets te laat afscheid is genomen, kijkt Joseph Victorine na die afdaalt naar het dorp: ‘Alles was leeg, alles was verlaten, terwijl het tegelijk koud begon te worden en er een grote stilte intrad’.

    Geen weg terug
    Al snel zal blijken dat de oudere dorpsbewoners gelijk hebben gehad met hun waarschuwingen. Zo breekt er een gevreesde ziekte uit onder het vee. Vanwege het grote besmettingsgevaar is er geen  contact meer toegestaan met het dorp, langs het smalle pad worden wachtposten geïnstalleerd. Dit leidt vooral bij Victorine en Joseph tot wanhoop. Van beide kanten worden pogingen ondernomen om elkaar te zien of tenminste een bericht over te brengen. Hieruit ontstaat ook de mooiste alpiene passage die in het boek gevonden kan worden: Joseph bedwingt in zijn eentje de Gemzenpas, een veeleisende route die langs de gletsjer omhoog voert en dan door sneeuw en rots over de bergkam, om zo via een omweg het dorp te bereiken. Deze eenzame tocht, bijna een roes, wordt schitterend beschreven door Charles-Ferdinand Ramuz, met veel kennis van de natuur. De grote angst in de bergen bereikt in deze en navolgende gedeelten een intensiteit waar ook Sándor Márai zich niet voor zou hoeven te schamen.

    Vormvrijheid en een aloud thema
    Naast de zintuiglijke toonzetting valt er nog iets op aan de stijl. Ramuz houdt zich namelijk niet aan de regels met betrekking tot perspectief of werkwoordstijden. Alles loopt door elkaar heen in een vrije vorm, die in dienst wordt gesteld van de lezer. Over de klim van Joseph: ‘Waar gaat hij naartoe? Opnieuw vroeg je je af: ‘Waar mag hij dan naartoe op weg zijn?’, want het leek er niet op dat er op deze plek ook maar enige doorgang kon zijn, toch ging Joseph nog altijd voort. En een ogenblik later begrijpen we het inderdaad […]’. Deze vrijheid, die rotsvast overeind blijft in de soepele vertaling van routinier Rokus Hofstede, is verfrissend en geeft een innovatief accent aan het proza. Daarmee past het werk goed in de twintiger jaren, waarin vormexperimenten eerder regel dan uitzondering waren. De thema’s anderzijds zijn juist heel klassiek: uiteindelijk handelt het boek over de mens die zijn plaats moet kennen ten opzichte van de natuur.

    De grote angst in de bergen is een bijzonder fraaie vertelling die de natuur laat zien van een ongrijpbare en onverbiddelijke kant. Uiteindelijk valt de miserie die plaatsvindt in hoofdzaak toe te schrijven aan menselijke zelfoverschatting. De besognes van mensenwezens lijken binnen het imposante decors dat Ramuz oproept nietig maar de tragische liefdesgeschiedenis van Joseph en Victorine weet desondanks te ontroeren. Een prachtige ontdekking dus, deze oude maar tegelijk fonkelnieuwe Alpenroman.

     

  • Oogst week 11 -2019

    Het lange voorjaar

    Het is een origineel uitgangspunt van de Engelse bioloog Laurence Rose voor zijn boek Het lange voorjaar. Hij gaat aan de hand van de vogeltrek het voorjaar ophalen om mee te nemen naar Europa. Daarvoor reist hij in februari naar Noord-Afrika om vervolgens via Spanje en Frankrijk met de terugkerende vogels mee naar Groot-Brittannië te gaan. Vanuit Engeland reist hij vervolgens met de vogels terug naar hun broedgebieden in Zweden en Finland, om te eindigen in het midzomerlicht aan de meest noordelijke kust van Noorwegen. Vergezeld van ooievaars, zwaluwen, arenden en wilde zwanen brengt Rose de landschappen en de natuur van Europa tot leven en toont het uit zijn winterslaap ontwakende continent.

    […] ‘Het stof en het vocht van Afrika zitten in het vlees van twee miljard vogels, die aan de trek naar het noorden beginnen. Ze zijn weliswaar Europees van geboorte, naar hun aard zijn ze Afrikaans. Elke pees of spier die ze hiernaartoe heeft voortgestuwd, alle brandstof die ze voor hun reis hebben opgevet plus het grootste deel van de verentooi waaraan ze hun luchtwaar- digheid ontlenen, alle dragen ze Afrika in zich. Vogels die in een Engelse akker of Finse aapa aan hun einde komen, voeren een vleugje regenwoud naar noordelijke regionen mee, en hun na- geslacht neemt het later in het najaar weer mee terug.’ […]

    Het lange voorjaar
    Auteur: Laurence Rose
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De zaak Beukenoot

    Schrijfster en politica Marianne Philips (1886 –1951) had een bewogen leven. Ze werd geboren in een welvarend, groot joods gezin. Haar vader stierf toen ze nog heel klein was, haar moeder toen ze veertien was. Het gezin verarmde en moest verhuizen naar een kleine huurwoning. Die ervaring zou ze later gebruiken voor haar roman Henri van den overkant (1936).
    Op jonge leeftijd werd ze lid van de SDAP en werd in 1919 als een van de eerste vrouwen, gemeenteraadslid voor die partij.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog doken zij en haar man, vakbondsman Sam Goudeket, op verschillende adressen onder, eerst gezamenlijk, daarna apart. In die jaren werd ze ziek; ze heeft jaren in het ziekenhuis gelegen en ook daarna bleef ze bedlegerig.

    In 1950, een jaar voor haar dood, was haar novelle De zaak Beukenoot het Boekenweekgeschenk van dat jaar. De zaak Beukenoot gaat over een gerechtelijke dwaling en is een aanklacht tegen klassenjustitie. Uitgeverij Cossee die het nu opnieuw uitbrengt zegt hierover: ‘deze frisse, psychologische novelle blijkt na meer dan vijftig jaar nog altijd actueel.’

    De zaak Beukenoot
    Auteur: Marianne Philips
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De biecht

    Tegelijkertijd met De zaak Beukenoot geeft Cossee ook het autobiografische De biecht opnieuw uit.

    Marianne Philips beschrijft in De biecht een leven van rijkdom, vernedering, haat en liefde. Wat begint als het verhaal van een ambitieuze vrouw, die onverwachts een moederrol voor haar jongste zusje moet vervullen, verandert in een koortsachtige val van haar zelfgebouwde voetstuk.

    Uit het werk van Philips blijkt een grote belangstelling voor ethische, filosofische en sociale vraagstukken.

    Na haar dood werd tot en met 1975 jaarlijks de Marianne Philipsprijs uitgereikt voor werk van auteurs vanaf vijftig jaar die nog steeds creatief waren maar van wie het werk enigszins op de achtergrond was geraakt of dreigde te raken.

    Het is interessant om te zien welke schrijvers deze prijs hebben ontvangen en wie er heden ten dage nog lang niet vergeten zijn.

     

    De biecht
    Auteur: Marianne Philips
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Tijd van de aarde

    Mede dankzij crowdfunding kon de uitgeverij van stichting Perdu deel 7 in de Sporenreeks, Tijd van de aarde van Galina Rymboe ook daadwerkelijk laten drukken. Om hedendaagse experimentele poëzie in het Nederlands te vertalen en uit te geven is in 2013 deze reeks opgericht. In elk nieuw deel is een essay opgenomen waarin de dichter uitgebreid wordt voorgesteld.

    Galina Rymboe is een Russische dichter die opgroeide na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Perdu schrijft over deze schrijfster en haar bundel: ‘Galina Rymboe, een vernieuwende stem binnen de Russische literatuur, roept in haar gedichten postapocalyptische werelden op: oude structuren, herinneringsruïnes, verdrogende rivieren, verlaten opgravingsterreinen. Gewaarwordingen, abstracties en intieme momenten stromen in haar meeslepende taal in elkaar over. Ook het geheugen is in verval geraakt. Maar hoe verwoest, afgedankt of uitgewoond de werelden in deze bundel ook zijn, de dichter blijft zoeken naar manieren om naar huis terug te keren, een plek te vinden die ons kan behoeden. Tijd van de aarde is poëzie van het anthropoceen.’

    Tijd van de aarde
    Auteur: Galina Rymbu
    Uitgeverij: Uitgeverij Perdu

    De grote angst in de bergen

    Tot slot aandacht voor De grote angst in de bergen, een uitgave uit 1926 van Charles-Ferdinand Ramuz (1878-1947), een in Zwitserland bekende, maar daarbuiten onbekende schrijver.

    De grote angst in de bergen gaat over een groep herders die de koeien van het dorp voor de zomermaanden naar een braakliggende alpenweide brengt, vlak onder de gletsjer, waar zich twintig jaar eerder vreemde ongelukken hebben voorgedaan. Volgens de oudere dorpsbewoners is die weide vervloekt. Als de koeien besmet raken met de ‘ziekte’, worden vee en herders in quarantaine geplaatst. De bange, bijgelovige, van de buitenwereld afgezonderde herders verliezen gaandeweg hun menselijkheid. Dan slaat alles om – de grote angst grijpt om zich heen.
    De grote angst in de bergen 
    geldt volgens uitgeverij Van Oorschot als het meesterwerk van Ramuz.

    Vertaler Rokus Hofstede schrijft in zijn nawoord:
    […] ‘Ramuz’ schrijverschap had een paradoxale inzet: hij was een moderne anti-modernist. Ramuz mengde archaïsche thema’s met een experimentele, innovatieve stijl; omdat hij bijna uitsluitend schreef over het boerenleven en argwanend stond tegenover de zegeningen van vooruitgang en moderniteit, werd hij vaak – maar ten onrechte – aangezien voor een auteur van heimatromans en streekverhalen. Tegenwoordig wordt algemeen aanvaard dat Ramuz geen regionalist was maar een bij uitstek modern schrijver, die met zijn vernieuwingen van de romankunst zijn tijd ver vooruit was.’ […]

    En:

    […] ‘Ramuz’ ontdekking was de spreektaal: hij streefde naar een ‘grote boerse stijl’, waarvan de ritmes en klanken waren geënt op de gesproken taal van de wijnboeren en landbouwers uit zijn geboortestreek. De ruwe grootsheid van de natuur die hij beschrijft gold ook voor zijn stijl, die hardhandig brak met de Parijse canon van de goede smaak. Het ‘ramuzisme’ stond in de jaren twintig en dertig bij heel wat puristische Parijse critici voor taalverloedering (‘Als hij een Frans schrijver wil zijn, laat hij dan onze taal leren!… En als hij die niet wil leren, laat hij dan een andere taal gebruiken!’)’ […]

    De grote angst in de bergen
    Auteur: Charles-Ferdinand Ramuz
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot