• Oogst week 42 – 2025

    Tussen heden en morgen

    In Tussen heden en morgen van Jenny Erpenbeck lijkt dezelfde joodse vrouw steeds opnieuw te sterven. Stierf ze als baby, aan het begin van de twintigste eeuw, in het stadje Brody? Of in Wenen, vlak na de Eerste Wereldoorlog? Erpenbeck vertelt het verhaal van deze vrouw steeds opnieuw en steeds met een ander dodelijk einde om de lezer zo mee te nemen in de geschiedenis van de hele twintigste eeuw.

    Jenny Erpenbeck (1967) is een Duitse schrijver en opera regisseur. Ze is geboren in Oost-Berlijn en studeerde theater van 1988 tot 1990 theater aan de Humboldt Universiteit van Berlijn. Vanaf 1990 studeerde ze voor Muziektheater regisseur aan het Hanns Eisler Muziek Conservatorium, een studie die ze in 1994 afrondde. Erpenbeck schreef romans, novelles, korte verhalen, essays en toneelstukken en won meerdere prijzen, waaronder in 2024 de Internationale Booker Prijs voor haar roman Kairos.

    Tussen heden en morgen
    Auteur: Jenny Erpenbeck
    Uitgeverij: De Geus

    Heldingen

    Heldinnen van Kate Zambreno komt voort uit hun blog genaamd Frances Farmer is My Sister en de anti-patriarchale onlinegemeenschap die zich daaromheen vormde. Zambreno onderzocht modernistische schrijfsters als Vivienne Eliot, Jane Bowles, Jean Rhys en Zelda Fitzgerald op een radicaal nieuwe manier. Deze vrouwen waren meer dan alleen muzen voor mannelijke schrijvers, maar hun eigen werk en de bijdragen aan het werk van hun echtgenoten werden verdoezeld en vergeten. Een deel van hen werd opgesloten in psychiatrische instellingen. Heldinnen is een literair manifest dat aan de kaak stelt hoe de vrouwelijke ervaring als minderwaardig wordt weggezet en de woede daarover in banen leidt om ons zo alsnog te bevrijden van het patriarchale keurslijf.

    Kate Zambreno (1977) is een Amerikaanse schrijver van romans, essays en kritieken en professor aan de Colombia Universiteit en het Sarah Lawrence College, waar hen schrijven onderwijst. Zambreno studeerde journalistiek aan de Northwestern Universiteit en performance theory aan de Universiteit van Chigaco. Hen publiceerde meerdere boeken, waarvan Heldinnen de meest recente is.

    Heldingen
    Auteur: Kate Zambreno
    Uitgeverij: Koppernik

    Het gezoem van bijna alles

    Een bankje begroeid met mimosa. In Het gezoem van bijna alles van Coco Schrijber is het bijna alsof Cato er al negen jaar zit, bevroren sinds haar jongetjes door een koelkast werden verpletterd. De zuidwestenwind blaast tranen in haar glazen oog. Waarom komt ze nu toch in beweging? Heeft het te maken met de plotselinge dood van haar buurvrouw of met de wijn die ze heel de dag drinkt? Misschien komt het door het gezoem van alles bij elkaar. Ze schrijft een paar zinnen waardoor alles weer in beweging komt.

    Coco Schrijber (1961) is een Nederlandse schrijver en filmregisseur van documentaires. Ze studeerde aan de Rietveldacademie. Met haar documentaire over verveling, Bloody Mondays & Strawberry Pies, won ze meerdere prijzen waaronder in 2008 het Gouden Kalf. Ook was deze film de Nederlandse inzending voor de Oscars. Schrijber werd drie keer genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs klein en schreef drie boeken. In 2016 interviewde Literair Nederland haar over haar boek De luchtvegers.

    Het gezoem van bijna alles
    Auteur: Coco Schrijber
    Uitgeverij: Querido
  • De dag was toch al niet goed begonnen

    De dag was toch al niet goed begonnen

    Je zou met wat fantasie kunnen zeggen dat Çiler İlhans roman Een zandstorm, zeiden ze, voortborduurt op de zogeheten Aristotelische wetten. De wetten van eenheid van tijd, plaats en handeling. De tijdspanne van één dag, één plaats en één centraal staande handeling. De Turks-Nederlandse schrijfster Çiler İlhan (1972) speelt er op een knappe manier mee.

    Het verhaal speelt zich af op 4 mei 2009 – al zijn er vooruit- en terugblikken – in een dorp in het zuidoosten van Turkije en draait om de aanloop naar de aanstaande verloving van Leyla en Bilal afkomstig uit twee verschillende dorpen ( Eigenheim en Ginderbuiten), en de rampzalige afloop ervan. Mensen die een beetje thuis zijn in de roerige Turkse geschiedenis zegt de datum in dit verband genoeg, maar om het geheugen op te frissen hier in een paar zinnen wat er toen gebeurde: Op 4 mei 2009 vielen in Bilge (provincie Mardin in Turkije, met diverse etnische groepen) tijdens een verlovingsfeest een groep mannen met kalasjnikovs de zaal binnen en schoten. Daarbij vielen vierenveertig doden, vooral vrouwen en kinderen. Het was een moordpartij waarvoor de Turkse staat mede verantwoordelijk werd gehouden omdat hij boeren aan wapentuig hielp om te kunnen strijden tegen de Koerdische PKK. De Koerden strijden nog steeds voor hun eigen identiteit, maar nu liever via diplomatieke wegen dan met wapens. Ilhan heeft haar verhaal gebaseerd op de schokkende gebeurtenis van die 4e mei en weeft ze door en om de aanstaande verloving van Leyla en Bilal heen.

    Het verhaal wordt verteld in de vorm van negentien tableaus die beginnen met een voorzegging. De eerste alinea geeft niet alleen hiervan een duidelijk beeld, maar ook van de stijl van de schrijfster: ‘Maral was de eau de cologne vergeten. En haar moeder had het nog zo tegen haar gezegd, een paar dagen geleden al. Geen lauwe eau de cologne voor het bezoek. De eau de cologne moet op tijd in huis worden gehaald, zodat die de ijskast in kan en de gasten later verfrist. De dag was toch al niet goed begonnen. Hoe zou een dag die zo begon ook tot een goed einde kunnen komen?’ Die dreiging van een slechte afloop hangt boven elke episode en wordt steeds sterker. Donkere wolken pakken zich samen. Was het binnen de moslimgemeenschap te wijten aan het feit dat er geen beest was geofferd? Dat de aalmoezen karig waren? Ze zich niet aan de vijf dagelijkse gebeden hadden gehouden?

    Concentrische cirkels

    Om de eenheid van tijd, plaats en handeling worden concentrische cirkels getrokken, in het klein en het groot. Bij de kwesties tussen de twee families komt bijvoorbeeld een toestand met hun eer erbij. Bij koppijn komt honger en hitte. En duizeligheid. Die werden allemaal pas minder nadat personage Halil had gegeten, maar verergerden weer toen hij (te snel?) opstond.

    Het verhaal grijpt vooruit. Na de gebeurtenissen gaat het onder meer over wapens van hetzij de dorpswachter hetzij van buitenaf neergelegd om verwarring te zaaien. Was het nu een zandstorm? Ze zeiden het. Uit de richting van Ginderbuiten? Of was het eerder een stofstorm? Of een windhoos? Laten we het houden op een storm die alles verwoestte, zoals stormen wel vaker in de literatuur symbool staan voor dreigingen van binnenuit of buitenaf.

    İlhan vertelt het verhaal van Leyla en Bilal in het dorpje in zuidoost Turkije in een stijl die een samensmelting is van prachtig, beeldend taalgebruik en een compacte uitdrukkingswijze in korte zinnen. De spanning loopt op op een manier die ook door detectiveschrijvers wordt gebruikt door kleine hints te geven over wat dreigt. Het enige minpuntje zijn misschien de vele namen die vaak twee aan twee voorkomen (vader-moeder, moeder-zoon, tante-neef) en over elkaar heen buitelen.

    Stilistische kracht

    Çiler İlhans werk beweegt zich tussen literatuur en essays. Van haar hand verscheen in het Nederlands eerder een verhalenbundel: Verbannen, die werd bekroond met de EU-Literatuurprijs. Verhalen over alle denkbare vormen van lichamelijk en geestelijk geweld. Over klein gehouden worden en je eigen taal niet mogen spreken of niet mogen trouwen met degene die je liefhebt. In haar boeken valt haar grote stilistische kracht samen met kennis die ze onder meer opdeed tijdens haar studie Internationale Betrekkingen en Politieke Wetenschappen in Istanbul.
    İlhans vertelvoorkeur gaat uit – zoals ze in een interview met Charlotte Remarque tijdens Writers Unlimited (2025) zei – naar de verhaalvorm, omdat je ‘in verhalen meer met de taal kunt spelen’. Dat geldt ook voor de vertaalster van deze roman, Hanneke van der Heijden, die eerder onder meer boeken van Orhan Pamuk vertaalde. Zij kwam met woorden als Eigenheim en Ginderbuiten voor de twee dorpjes. Je moet er maar opkomen.

     

     

  • De ster die kwam en weer verdween

    De ster die kwam en weer verdween

    Ergens in een van de delen van Mijn strijd herinnert Karl Ove Knausgård zich over het geworstel in het begin van zijn schrijverscarrière: ‘Ik moest en zou groot worden.’ Die ambitie heeft hij aardig verwezenlijkt. Hij werd niet alleen een groot schrijver, hij bleef en blijft het ook. Daar is de trilogie De morgenster het bewijs voor. In de boeken lezen we over delen uit de levens van mensen, steeds vanuit het perspectief van een ander ik-personage. Er liggen talloze verbanden tussen personages en gebeurtenissen en soms zijn die er ook helemaal niet.

    Het derde rijk is deel 3 van deze trilogie. Sommige ik-personages uit deel 1 komen terug maar nu vanuit hun eigen perspectief als echtgeno(o)t(e), dochter, vriend. Eerst antagonist, nu protagonist. Alleen Syvert vormt via De wolven van de eeuwigheid (deel 2) een constante. Waar hij in Wolven naar Rusland ging om zijn halfzus Alevtina voor het eerst te ontmoeten, komt hij in Het derde rijk terug van die reis en constateert dat zijn begrafenisonderneming vrijwel stil ligt omdat er al dagenlang niemand gestorven is. De nieuwe ster en de aanhoudende hitte vormen net als in de eerdere delen het decor en ook dood en religie behoren weer tot Knausgårds ingrediënten.

    We zien Gaute’s blik tegenover echtgenote en predikant Kathrine die in deel 1 na een vliegreis opeens besluit de nacht in een hotel door te brengen en daar tegen Gaute over liegt. Een nieuw personage is de architect Helge die contact zoekt met Syvert om hem iets over diens overleden vader te vertellen. De ster, nu soms de komeet genoemd, wordt door een paar bijfiguren vaag verklaard met wetenschap en religie, het mysterie van het dagenlange gebrek aan sterfgevallen blijft onopgelost.

    Qua doorwrochte essays of essayistische stukken heeft de schrijver zich deze keer beperkt tot enkele pagina’s over neuroloog en onderzoeker Jarle die een boek schrijft over het brein en het bewuste en onbewuste. Ook onderzoekt hij met een collega of er bij een hersendode patiënt toch nog iets van bewustzijn aanwezig is. Van deze patiënt, Ramsvik, beschrijft Knausgård een paar pagina’s over hersenactiviteit, liever gezegd gedachtespinsels die aan een psychose doen denken. In de richting van een psychose gaat ook ik-personage Tove, vrouw van Arne via wiens perspectief hun gezin in De morgenster vakantie heeft, wat we nu door de ogen en gedachten van Tove meemaken.

    Heavy metal

    Enkele andere feiten die in een essay niet zouden misstaan zijn in een dialoog gegoten. Politieman Geir onderzoekt de raadselachtige, rituele moord in een bos op drie leden van een ‘doodgewone blackmetalband’ – die plaatsgevonden heeft in deel 1 – en bekijkt daartoe filmpjes over heavy metal. Hij belt met een kenner om meer over de ‘scene’ te weten te komen. De bands uit de eerste generatie noemden zich satanisten, vertelt de deskundige. Die uit de tweede golf hielden zich bezig met de oud-Scandinavische Odin en Vikingen en de ‘de nieuwe garde gaat in alles een stapje verder. (…) Satan is belangrijk voor ze (…) staat voor het dierlijke, voor bloed, aarde en pijn en dood (…). Ze zijn niet online, ze hebben geen mobieltjes of computers. Ze doen niet aan goedkoop bij de slager gehaalde schapen- of varkenskoppen op staken (…) ze offeren zelf dieren.’ Domen is zo’n band, nergens op het internet te vinden. ‘Ze spelen alleen een doodenkele keer live, en dan alleen voor de incrowd.’

    Line, in deel 1 de introverte dochter van Solveigh, heeft de knappe Valdemar ontmoet. Hij bepaalt of en waar ze elkaar zien, Line is onzeker of hij wel iets voor haar voelt. Omdat ze verliefd is gaat ze in op zijn uitnodiging om hem in Zweden te treffen, terwijl ze hem eigenlijk nauwelijks kent en niet weet waar ze terecht zal komen. Het blijkt ergens in een bos te zijn bij een concert van Domen waarvan Valdemar de gevierde leider is. De bandleden dragen dierenkoppen en scanderen ‘De mens is God’ en ‘Wij zijn Goden.’ Ze hebben nazi-sympathieën en Valdemar staat welwillend tegenover Hitler. Als hij het over het derde rijk had ‘bedoelde hij niet dat van de nazi’s, maar iets wat ze in de middeleeuwen hadden geloofd, dat het eerste rijk de tijd van God was, het tweede rijk de tijd van Jezus en het derde rijk de tijd van de heilige geest.’ Line heeft seks met hem, maar als er een mes tevoorschijn komt keert ze zich van hem af. Weken later blijkt ze zwanger te zijn, een wat triviaal gegeven, en dan nog steeds verliefd en onder de indruk van de ongrijpbare Valdemar denkt ze erover om het kind te houden. Het zal niet verbazen als dit de aanzet voor een volgend boek blijkt te zijn.

    Andere sfeer

    Een van de eerste dingen die opvalt bij het lezen van Het derde rijk is dat de sfeer van het boek anders is dan die in Knausgårds eerdere boeken. Wat blijkt? Waar De morgenster en De wolven van de eeuwigheid zijn vertaald door Marin Mars komt de vertaling van Het derde rijk van Maaike van Rijn. Dat zal de andere sfeer verklaren.
    Het tweede dat opvalt is dat zinnen vaak beginnen met een werkwoord waarbij het persoonlijk voornaamwoord ontbreekt, zoals: ‘Hield het pakje sigaretten voor me op.’ Of ‘”Ja”, zei ik. Knikte.’ Niet een enkele keer, maar het hele boek door ontbreekt regelmatig vooral ‘ik’. Ook lijkt er een zekere verruwing te zijn opgetreden, peuk in plaats van sigaret, kraaien die hun bek houden, en verdomme of godverdomme – waar je gezien Knausgårds eerdere boeken godsamme verwacht – komt regelmatig voor. De woordkeus is soms vreemd: een haardos is ‘ongeschonden’, ‘milieu’ in plaats van het Engelse ‘scene’, waardoor je aanvankelijk op het verkeerde been wordt gezet.* ‘Onder ons’ waar ‘beneden’ logischer was geweest. Knausgård zelf doet met de keuze voor modieuze, wat banale woorden als vape, Tesla, kudo’s, afbreuk aan de doorgaans beschouwende sfeer. Gelukkig is het boek weer zo rijk dat over deze kleine irritaties heen te stappen valt. Het verhaal blijft boeien met de talloze kleine en grote gebeurtenissen, vol zijweggetjes die hun logische vervolg vinden in de gedachten en handelingen van de ik-persoon. Met tussendoor altijd de gewone dagelijkse dingen als het eten, de boodschappen, autorijden, de tobbende relaties en vooral niet te vergeten de machtige Noorse natuur.

    Het begon en hield op

    Het essay van Egil in De morgenster eindigt als de ster net verschenen is met ‘Ik weet wat dat betekent. Dat betekent dat het begonnen is.’ Op het einde van Het derde rijk gaat psychiatrisch patiënte Tove met moordverdachte Jesper naar een raam. Ze kijken samen naar buiten. ‘(…) de fjord, de bergen aan de andere kant, de hemel erboven, waarin de ster stond te stralen. En toen niet meer.’ Het is de laatste zin van het intrigerende drieluik. Het licht is uit, de door Knausgård betoverde lezer blijft peinzend achter.

     

    • Vertaalster Maaike van Rijn heeft naar aanleiding van deze bespreking onder meer laten weten dat het weglaten van het persoonlijk voornaamwoord bij uitstek een stijlkenmerk van Knausgård is; dat de auteur er soms stevig op los vloekt; dat ‘milieu’ hier politiejargon is.

     

     

  • Oogst week 20 – 2025

    Wonderkind

    In Wonderkind van Willemijn Tillmans keert Mia Compré ieder jaar terug naar Geldrop, het kleine Brabantse dorp waar haar vader uit haar leven verdween toen ze twaalf jaar oud was. Ze is op zoek naar antwoorden, niet alleen op de schuldvraag — lag het aan haar of aan hem? — maar ook op de vraag waar het is misgegaan. Wanneer nam haar jeugd een andere wending? Zijzelf zou zeggen dat het iets te maken had met de verhuiswagen van de nieuwe buren die kwam vast te zitten tussen de Volkswagen Jetta van de Comprés en een puincontainer. Haar moeder heeft weer een ander verhaal over de redenen waarom het gezin uit elkaar is gevallen en haar oma zag het al misgaan tijdens Mia’s geboorte.

    Willemijn Tillmans (1976) is acquirerend redacteur uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Ze studeerde af aan de schrijfopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en werkte o.a. als scenario- en promoschrijver voor verschillende televisiezenders. Wonderkind is haar debuutroman.

    Wonderkind
    Auteur: Willemijn Tillmans
    Uitgeverij: Thomas Rap

    Alles over liefde

    Alles over liefde van bell hooks (in kleine letters) werd oorspronkelijk gepubliceerd in december 1999 (All About Love) en nu is er een vertaling. In het boek zet hooks een nieuwe ethiek uiteen voor onze samenleving, die zij liefdeloos noemt. Het gaat haar niet om romantiek, ruim aanwezig in onze gepolariseerde samenleving, maar om zorg, mededogen en gemeenschap. hooks vervlecht haar eigen ervaringen met liefde en het ontbreken ervan met een analyse van de lessen over liefde die onze huidige samenleving ons leert.

    Gloria Jean Watkins (1952-2021), beter bekend onder haar pennaam bell hooks, was een Amerikaanse auteur, denker, onderwijzer en maatschappijcriticus. Ze schreef tientallen boeken, vooral over de manieren waarop racisme, kapitalisme en seksisme samenhangen en elkaar versterken. Gedurende haar leven gaf ze les aan meerdere universiteiten en was ze bijzonder hoogleraar in residentie aan het Berea College. 

    Alles over liefde
    Auteur: bell hooks
    Uitgeverij: De Geus

    De Duchampcode

    In Ludo Mentens De Duchampcode denkt kunstschilder Louis Gabriëls hét grote geheim van de Frans-Amerikaanse Dadaïst Marcel Duchamp te hebben ontdekt. Hij is er zo enthousiast over dat hij verwacht dat iedereen het zal willen weten, maar dat valt tegen. Niemand wil zijn nieuwe hypothese geloven. Gabriëls is niet voor één gat te vangen. Hij bijt zich vast in zijn onderzoek naar Duchamp, wat leidt tot een nog minder geloofwaardige hypothese. Omdat een vreemde werkelijkheid soms alleen in fictie is te vangen, besluit hij dat er dan maar van te maken: een verhaal over Duchamps eerste geheime liefde, die uiteindelijk bekend wordt dankzij de Duchampcode.

    Ludo Menten (1965) is historicus en schrijft onder een pseudoniem. Hij werkt als zelfstandig tekstschrijver omdat hij tenminste vijf jaar onbekend wil blijven. Tijdens de coronacrisis vond hij op internet een onderzoek, genaamd 1-2-3-DUCHAMP! (2012), van de Belgische kunstenaar Gorik Lindemans dat een heel nieuwe blik wierp op Marcel Duchamps leven. Het vormde de basis voor Mentens roman De Duchampcode. 

    De Duchampcode
    Auteur: Ludo Menten
    Uitgeverij: Uitgeverij IJzer
  • Knausgårds kosmologische blik

    Knausgårds kosmologische blik

    Karl Ove Knausgård lezen is ondergedompeld worden in andermans leven. Niet als een voyeur, maar als een mens die herkenbare situaties, gedachten, relaties en ideeën meebeleeft. Aan die herkenbaarheid is behoefte; Knausgård heeft niet voor niets een wereldpubliek veroverd met het zesdelige autobiografische Mijn strijd waarin hij over zichzelf schrijft en over alles en iedereen in zijn leven. Ook in de seizoensboeken en zijn non-fictie horen en herkennen we zijn stem. Altijd zijn er de onovertroffen invoelbaar beschreven dagelijks handelingen als een jas aantrekken, een grammofoonplaat opzetten, uien snijden, in de pan met soep roeren, koffie zetten, in de auto stappen, een richtingaanwijzer aanzetten, de trap oplopen, naar buiten kijken, sleutels pakken en talloze andere alledaagse verrichtingen. Je ziet wat hij doet, spiegelt zijn bewegingen, hoort de dialogen. Daarnaast zijn er de gedachten, de ontwikkelingen en voortgang in het leven van de ik. Wat de lezer gewaarwordt is het mysterie dat leven heet, het geworstel dat het is. 

    In De wolven van de eeuwigheid ontmoeten we in de eerste helft van het boek ik-personage Syvert, die net uit militaire dienst ontslagen is en weer bij zijn moeder en zeven jaar jongere broertje Joar intrekt. Hij weet niet wat hij zal gaan doen, studeren misschien, maar wat dan? Hij neemt een baantje bij een begrafenisonderneming om financieel bij te dragen in het huishouden, traint weer bij zijn voetbalclub, hangt wat rond, zoekt oude vrienden op. Bij het opruimen van de garage vindt hij brieven van zijn al jaren geleden gestorven vader. In het Russisch. Hij laat ze vertalen en ontdekt dat zijn vader in de Sovjet-Unie een geliefde had. 

    Tweede natuur

    Daarna volgen op zichzelf staande hoofdstukken met andere ik-personages, zoals vrachtwagenchauffeur Jevgeni en biologe Alevtina die na Syvert het tweede hoofdpersonage is. In allen herken je de blik en de manier van denken van de schrijver. Hij kan er zijn veelzijdige interesses in onderbrengen, want Knausgård zou Knausgård niet zijn als hij door het rustig voortkabbelende verhaal niet allerlei essayistische overpeinzingen zou weven, of niet af en toe een blik op de eeuwigheid zou werpen, zoals wanneer hij Syvert op weg naar de winkel laat denken: ‘Nu ik over de asfaltweg liep, leek het alsof de flitsende, dreunende ruimte, waar de opgewonden gezichten werden opgelicht en weer donker werden, zoals bij onweer, opging in iets oneindig veel groters en rustigers.’ 

    Denken en schrijven over zaken die hem intrigeren, zoals de plaats van de mens in de kosmos, lijkt Knausgårds tweede natuur. Behalve een begenadigd schrijver is hij een gedegen denker. In Vrouw, het laatste deel van Mijn strijd, schrijft hij meer dan honderd pagina’s over Hitler en Mein Kampf en in De wolven van de eeuwigheid praat en denkt Alevtina pagina’s lang over evolutie en mycorhizza (de symbiose van planten en schimmels via de wortels), over celdeling en dna. 

    ‘De dood is iets’

    Dan personage Vasilisa, een vriendin van Alevtina. Zij schrijft een boek over F.N. Fjodorov, geboren in 1828. ‘Hij heeft een plan bedacht voor een gemeenschappelijke taak waarbij de hele mensheid betrokken zal zijn, en die de lichamelijke opstanding van alle mensen tot doel heeft.’ Als ze nadenkt over haar jong overleden broertje schrijft ze: ‘De dood is iets.’ Ze bezoekt een bedrijf waar dode lichamen, of alleen hoofden, drijven in tanks gevuld met vloeibaar gas van min tweehonderdvijftig graden. De bedoeling is ze ooit, later, weer tot leven te wekken, hersenen misschien te uploaden in een computer. Vrachtwagenchauffeur Jevgeni levert in dit bedrijf tanks af, bij het weggaan hoort hij een ‘onheilspellend gebonk’ uit een schuur komen. Het bedrijf Krio Rus, de naam die genoemd wordt, bestaat echt. Over het Amerikaanse equivalent schreef Jeanette Winterson in de roman Frankusstein.

    De dood is een onontkoombaar thema bij Knausgård. Morgenster bevat een lang essay over de dood, Wolven begint al meteen met een paar pagina’s over Helge, een jeugdige ik die een auto in het water ziet liggen en er tegen niemand iets over zegt. De suggestie ontstaat, later, dat het Syverts vader is die in die auto om het leven is gekomen en misschien gered had kunnen worden. Deze Helge komt niet terug, of het moet de Helge zijn die in Syverts latere begrafenisonderneming werkt. Maar dan zijn we tientallen jaren verder. Syvert lijkt een stoïcijns personage, totdat uit de gesprekken met Alevtina blijkt hoe hij zijn gevoel uit de weg gaat, zich verbergt achter meegaandheid en aardig zijn. Hij durft haar niet te vertellen dat hij een begrafenisonderneming runt, bang als hij is dat zij dat werk onaangenaam vindt en hij erdoor in haar achting daalt. 

    Bijbel

    De dood is niet het enige terugkerende element bij Knausgård. Grote, zwarte vogels vliegen wederom rond en de hellichte grote ster uit Morgenster is ook in Wolven aanwezig. De Bijbel, inspiratiebron voor Knausgårds eerste, weinig succesvolle roman Engelen vallen langzaam, neemt ook nu een vooraanstaande plaats in. In Wolven en Morgenster wordt eruit geciteerd en over nagedacht. De Bijbel is niet alleen een christelijk cultuurverschijnsel, hij vertegenwoordigt ook de mystiek en het bovenaardse. Wat weer samenvalt met de ‘nieuwe ster’ die in Wolven Vasilisa angst aanjaagt.  

    De wirwar van relaties, de noties over leven, dood, oneindigheid, mensheid, eeuwigheid en de cliffhangers na ieder hoofdstuk, dit alles maakt het boek mateloos boeiend. De wolven van de eeuwigheid is na De morgenster het tweede deel van een drieluik. Recentelijk verscheen Het derde rijk, het laatste deel. Dat belooft wat. 

     

     

  • Een roman die van kleur verschiet

    Een roman die van kleur verschiet

    Christine Otten is auteur en journalist. Ze debuteerde in 1995 en daarna verscheen er een stapel geëngageerde boeken. Niet omdat het een hype is of omdat het moet, maar omdat Otten echt begaan is met de ander. In dit verband is zielsverbondenheid een begrip waar ze in elk van haar boeken invulling aan geeft. Bijvoorbeeld in haar grote roman De laatste dichters (2004) over een groep zwarte dichters, ‘The Last Poets’, in New Orleans. Een aantal andere titels illustreren dat ook: Als ik naar jou kijk, zie ik mezelf (2018), of De ander bestaat niet (2022). Acht jaar geleden besloot ze schrijfworkshops in de gevangenis te geven; ongetwijfeld hebben haar ervaringen een rol gespeeld bij het schrijven van haar laatste roman: Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld.

    De roman vertelt het verhaal vanuit de ogen van de crimineel en ik-verteller Anir, die na twaalf jaar detentie weer naar buiten mag. Bij de reclassering ontmoet hij Emma, die een proefschrift gaat schrijven over de levensloop van langgestraften (de correlatie tussen maatschappelijke uitsluiting en criminaliteit) en daarvoor een ervaringsdeskundige nodig heeft. Overigens komen we niet te weten wat Anir precies heeft misdaan.

    Een verhaal is een vraag

    Op het reclasseringsbureau vindt Anir dat er met Emma niet zuiver omgegaan wordt: als vrouw wordt ze in zijn ogen niet gelijkwaardig behandeld. Dat geeft Anir het gevoel dat hij een klik met haar heeft. Ook hij wordt als crimineel (en later blijkt ook nog om een andere reden in zijn ogen) niet als gelijkwaardige bejegend. Anir wil wel meewerken, want als hij zijn verhaal vertelt, zal hij begrepen worden en daardoor eerder weer in de maatschappij opgenomen. Ook wil hij inzicht krijgen in zijn eigen handelen en de invloeden van de cultuur en zijn opvoeding die daarin een rol hebben gespeeld.

    Emma voert lange gesprekken met Anir in haar eigen appartement, opgenomen met haar telefoon. Anir neemt zich voor alles te vertellen en niets achter te houden. Hij vertelt, zoals in zijn cultuur gebruikelijk, verhalen. ‘Soms heb je verhalen nodig om je eigen verhaal te begrijpen. En dan begint het pas. Een verhaal is nooit een antwoord. Een verhaal is altijd een vraag.’ Hij vertelt over zijn familie in Marokko en Algerije, over zijn opvoeding, zijn broers, het spelen met zijn zussen en nichtjes, over de rol die zijn moeder daarin speelde. Op het moment dat ook Emma gaat vertellen over haar getroebleerde jeugd wordt de relatie tussen de twee steeds closer en erg broeierig. Emma vertelt dat ze haar vader en haar broer heeft verstoten. Niet alleen om Anir daardoor uit te lokken nog meer te vertellen, ook om haar eigen oud zeer een plaats te geven.

    Thriller

    En dan komt Anir bij zijn geheim: zijn fascinatie met vrouwenkleren. Hij verkleedt zich soms als vrouw en noemt zichzelf dan Assia Ook meldt hij een verwarrende seksuele ervaring met Anthony, een mannelijke medegevangene. Emma wisselt jurkjes, ondergoed en make-up met hem uit en daagt hem uit als Assia ook zijn verhaal te vertellen. Ze zijn steeds meer vriendinnen, drinken dure whisky. Emma koopt duur ondergoed voor Assia. Anir krijgt van haar te horen hoe zijn verlangens om vrouw te zijn in elkaar zitten. Anir/Assia en Emma worden een twee-eenheid als ze beiden ook nog menen de hulpverleners van de reclassering door te hebben. In hun gesprekken maken ze die belachelijk door alle trucs en de oppervlakkige belangstelling af te kraken. Op dit moment in de roman wisselt de sfeer naar die van een regelrechte thriller. Als lezer voel je de spanning: dit gaat niet goed komen. Anir verklaart Emma haar liefde, waarna zij heel koud afscheid van hem neemt. Hij was haar project, niet meer. Anir dondert in een gat. Niemand is dus te vertrouwen, hij is weer terug bij af.

    Vrouwenkleren

    De rest van het boek – we zijn nog niet op de helft – laat zien hoe Anir weer opkrabbelt. Hij gaat sporten om een goed lichaam te krijgen, begraaft zijn vrouwenkleren en keert terug naar zijn familie. En hij schrijft. Hij tekent de herinneringen aan zijn moeder op, die hem toestond met vrouwenkleren rond te lopen, de verhalen die ze hem vertelde, hij verhaalt over de docente die hem kennis liet maken met wereldliteratuur, over de criminele mannen, de Marokkaanse cultuur.
    Het mooiste verhaal van zijn moeder gaat over een rijke jongen en een arm meisje die een wedstrijd houden over wie het verst komt in het leven. Het arme meisje is slimmer en wint. Hij kan er geen genoeg van krijgen en laat het zijn moeder keer op keer vertellen. Het is het verhaal van zijn leven en zijn strijd. Hij voelt zich verbonden met dat arme meisje en haar ambities om te winnen. Assia komt weer tot leven.

    Op haar website schrijft Christine Otten: ‘Ik schrijf omdat ik niet opgesloten wil zijn in mijn eigen wereld, mijn eigen leven, mijn eigen lichaam. Door romans te schrijven kan ik iemand anders zijn, een man, of zwart, oud, of weer kind, een moslim, een crimineel, een muzikant, een psychiater. Ik schrijf omdat ik me wil verbinden met andere mensen.

    Het is prachtig om te lezen hoe de auteur zich inderdaad kan verplaatsen in een ander, in dit geval een mannelijke Marokkaanse ex-crimineel. Niet direct haar wereld. Toch is ze daarin heel geloofwaardig. Als lezer ga je direct mee in het verhaal van Anir en na enkele zinnen besef je al niet meer dat hier een blanke vrouwelijke schrijfster schrijft wat Anir vertelt. Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld is een perfect staaltje inlevingsvermogen.

     

     

  • Oogst week 4 – 2025

    Oogst week 4 – 2025

    Bloedboek

    Met hun debuut Bloedboek viel de Zwitserse Kim de L’Orizon meteen in de prijzen. Het boek won de Deutscher Buchpreis, de Schweizer Buchpreis en de Literatuurprijs Jürgen Ponto Stichting. De non-binaire verteller van Bloedboek is opgegroeid in een klein en conservatief dorp in Zwitserland, in een familie waarin vooral gezwegen wordt. Nu hun oma haar geheugen verliest, neemt de verteller hun jeugd onder de loep. Wat kan die ontdekken over het verleden van hun oma en haar jong overleden zusje? Bloedboek gaat over volwassen worden en over intergenerationeel trauma, over het doorbreken van een familiaire zwijgcultuur.

    Kim de L’Horizon (1992) is (toneel)schrijver en -acteur. Die werd geboren in Ostermundigen (Bern) en studeerde Duits, Film- en Theaterstudies aan de universiteiten van Bern en Zurich en Literair Schrijven aan het Zwitserse Literaire Instituut in Bern. Die is redacteur van literair tijdschrift Delirium, speelde in meerdere toneelstukken en was in 2021 en 2022 residentschrijver bij het Bern Theater. Naast de prijzen voor hun debuutroman, die L’Horizon in een periode van tien jaar schreef, won die meerdere prijzen, waaronder prijzen voor poëzie en voor een korte film.

    Bloedboek
    Auteur: Kim de L’Horizon
    Uitgeverij: De Geus

    Monique ontsnapt


    ‘Ze belde me halverwege de avond. Ze huilde. Ik was achtentwintig jaar toen ze belde en het was pas de derde, misschien de vierde keer sinds mijn geboorte dat ik haar hoorde huilen.’ Zo begint Monique ontsnapt van Édouard Louis. Het is zijn moeder die belt, hijzelf is in Griekenland. De man met wie ze samenwoont is dronken en agressief, hij scheldt en tiert. Helaas geen nieuwe ontwikkeling, ze heeft het geweld van haar partner lang verborgen gehouden voor haar zoon. Alleen gaat dat niet langer, ze heeft zijn hulp nodig, ook omdat ze jaren eerder zijn vader is ontvlucht vanwege huiselijk geweld. Het is echt het verhaal van zijn moeder dat Louis vertelt, een vrouw die vastzit in een wrede en onrechtvaardige wereld.

    Édouard Louis (1992) is een Franse schrijver en socioloog. Hij werd geboren in Hallencourt in Noord-Frankrijk en groeide daar op in een arm gezin dat, nadat zijn vader ernstig gewond raakte tijdens zijn werk als fabrieksarbeider, afhankelijk is van overheidssteun. Zijn moeder vond af en toe werk in de ouderenzorg. Hij is de eerste in zijn familie die naar de universiteit ging. Louis schrijft autobiografisch. Zijn boeken gaan over thema’s als armoede, racisme, alcoholisme en homoseksualiteit.

    Monique ontsnapt

    Auteur: Édouard Louis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het passeren van onmeetbare ruimten


    In haar eerste essaybundel, Het passeren van onmeetbare ruimten, onderzoekt Hester van Gent in vijftien essays de ruimte om ons heen. Ze werpt een onalledaagse blik op alledaagse dingen en laat zich meeslepen door visioenen, waardoor ons beeld van de werkelijkheid kantelt. Ook gaat ze op zoek naar het verborgene, naar onbekend terrein. Op zoek naar avonturen dus, naar kinderen die hun stad verkennen. Het boek is voorzien van afbeeldingen die zich op verschillende manieren tot de tekst verhouden. Verrassend bijvoorbeeld, of verhelderend.

    Hester van Gent (1971) is schrijver van journalistieke stukken en essays. Ook schrijft ze recensies over stedenbouw, architectuur en kunst. Ze werkt als stedenbouwkundige en studeerde Stedenbouw aan de Technische Universiteit Delft. Aan de Hogeschool Utrecht rondde ze de postacademische opleiding Wetenschapsjournalistiek af en ze volgde de masterclass Architectuurkritiek die werd georganiseerd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Vlaams Architectuur Instituut. 

    Het passeren van onmeetbare ruimten

    Auteur: Hester van Gent
    Uitgeverij: In de Knipscheer
  • Kwetsbaarheid van een bril

    Kwetsbaarheid van een bril

    Dat ik steeds vroeger opsta om migraine voor te zijn, vraagt om actie. Dus weeg ik vroeg in de ochtend 500 gr. meel af. Doe het in een kom met zout, 95 gr zuurdesem, meng het met 330 ml handwarm water (alsof je niets anders doet dan dingen bakken). Onderwijl focus op de bril van je broer, waar die gebleven is. Ik maakte me van veel een voorstelling. Hoe hij door rood fietste, een motor hem schepte, hij door de lucht vloog. Vanuit de lucht neerkwam op het asfalt, de doffe klap die dat gemaakt moet hebben. Dat is er als je aan het ongeluk denkt. En dan nu die bril. Was deze misschien verbrijzeld in de goot van de Haarlemmer Houttuinen terechtgekomen. Daar, door niemand opgemerkt, was blijven liggen, later door een gemeentewagen weggeveegd. Of zat het verkreukeld achter zijn oor, door een ambulancebroeder er voorzichtig achter weggehaakt, in een zakje gedaan. Ik heb er nooit aan gedacht, wel hoe kwetsbaar iemand is die door rood rijdt. En dat ik nog nooit zo dicht bij hem kwam nu ik aan die bril op zijn gezicht denk.

    Dat ik er nu (geschokt) aan denkt, komt door de Finse schrijfster Pirkko Saisio. Het eerste deel van haar trilogie gaat over haar kinderjaren in Helsinki. Herinneringen komen bij haar boven terwijl ze haar vader, die op sterven ligt, in het ziekenhuis bezoekt. Na zijn overlijden, krijgt zij een plastic tasje mee waarin zijn ondergebit, bril en ring zitten. Ze vraagt zich af wat er ‘met de tanden en brillen van dode mensen wordt gedaan.’ Daar schrok ik van. Dat ik, die dacht nu alles te weten over hem, niet wist waar zijn bril gebleven was.

    Halverwege Bewogen selfies, (een overweldigend boek, zoveel meer dan een autobiografie, een zelfonderzoek) ga ik terug naar het begin. De draad opnieuw volgend tot waar ik die kwijtraakte (bij ’10 Tips For Strong Dick Pic Etiquette On Snapshot’). De betekenis van de opsomming die ik volgde, ontglipte me. Dus kom ik opnieuw bij het essay ‘Mijn Kevin, Ons Parijs’, over de Amerikaanse dichter Kevin Killian. De schrijver ontmoette hem een paar keer, mailde met hem tot deze in 2019 overleed. Hoe Alkema zich al schrijvende zich zijn vriendschap toe eigende, dat dat is wat rouwenden doen.

    ‘En inmiddels realiseer ik me ook dat het niet per se Kevin is die het object van mijn rouw vormt, omdat het niet zozeer gaat om wie je verloren hebt, […] maar wat je aan diegene verloren hebt.’, schrijft Alkema. Ik denk aan mijn broer in Amsterdam, ijzerboer op het Waterlooplein. Ik maakte er een romance van. Terwijl ik eigenlijk zoek naar wat ik aan hem verloren heb.
    ‘En alle dingen die er op de wereld bestaan wachten erop dat ik ze gebruik om er boeken mee te verzinnen.’, schrijft Pirkko Saisio. Hoe een vergeten bril en wat je verliest als er iemand sterft een nieuwe ingang tot het verhaal bieden. 



    Het kleinste gemene veelvoud / Pirkko Saisio / vertaling Annemarie Raas / 237 blz. / De Geus
    Bewogen selfies / Obe Alkema / 243 blz. / Het Balanseer


    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van de literatuur begeeft.

     

     

     

  • Geen haar beter dan een moordenaar

    Geen haar beter dan een moordenaar

    Het is niet de eerste keer dat in Midden-Europa een boswachter wordt vermoord, maar voor schrijfster en journaliste Dore van Duivenbode (1985) vormde dit een aanleiding om zich te verdiepen in de complexe en vaak tegenstrijdige belangen rond oerbossen en de intense spanningen die daaruit voortvloeien. Ontbossing is een terugkerend thema in de geschiedenis van onze planeet, waarbij telkens een fragiele balans gezocht wordt tussen bosbehoud, de houtindustrie, landbouw en de gemeenschappen die van het bos afhankelijk zijn. Van Duivenbode onderzocht deze dynamiek en de conflicten die hier onvermijdelijk uit voortkomen. Haar bevindingen verwerkte ze in het boek Oerbos, De strijd om de Europese natuur.

    Om haar verslag goed te kunnen onderbouwen, trok Van Duivenbode in bij een Pools internaat voor aankomende boswachters en werkte ze als vrijwilliger in een Nationaal Park om het dagelijkse reilen en zeilen van dichtbij mee te maken. Dit bleek allesbehalve eenvoudig. Al snel kreeg ze het stempel ‘ongeschikt voor in het bos’: het zagen van hout voor Ikea mislukte, ze worstelde met schaamte over haar eigen aandeel in de ontbossing, at vlees (ondanks haar vegetarische overtuigingen) om maar niemand voor het hoofd te stoten, en moest telkens de teleurstelling van de docenten ondergaan. Wat haar wél goed afging, waren de koude avonden waarin ze zich verdiepte in boeken over de natuur. De kennis die ze verzamelde over de geschiedenis van het Europese oerbos heeft ze zo verwerkt dat ook wij een helder inzicht krijgen.

    Wie luistert er naar mij?

    Oerbos
    is een levendig en verre van schools overzicht van de geschiedenis van ontbossing. Eerder is het een boek waarin Van Duivenbode ruimte biedt aan de uiteenlopende verhalen van mensen die van het bos afhankelijk zijn. Ze spreekt met de weduwe van de overleden boswachter, maar ook met milieuactivisten die alles op alles zetten om het bos te behouden. Wetenschappers bekijken de situatie weer vanuit een andere invalshoek, en de mensen die in de schaduw van de houtindustrie leven, zijn vaak pessimistischer dan de houtmaffia’s die er flink aan verdienen. Van Duivenbode heeft goed werk verricht als journalist door al deze verhalen een plek te geven. Daarmee onderstreept ze het belang van luisteren: ‘Wat we zelf optuigen, kunnen we ook weer afbreken. Maanden geleden schreef ik dat de verhalenschrijvers de machthebbers zijn: verhalen beïnvloeden ons denken en handelen. Welk verhaal we onszelf vertellen zegt iets over onze vrees en hoop, over wat we najagen en over onze moed. Het enige wat nodig is, is verbeelding.’

    Haar eigen worstelingen komen eveneens aan bod, want al snel wordt duidelijk dat haar reis ook een persoonlijke confrontatie met een pijnlijke realiteit betekent: ‘Na maanden in de bossen realiseer ik me dat ik geen haar beter ben dan de conservatieven in Oost-Polen. Ik vind dat we onszelf niet boven de natuur of anderen moeten plaatsen, toch leef ik er niet naar (…) In al mijn jaren op aarde ben ik nooit bereid geweest mijn manier van leven aan te passen aan het collectieve belang.’ Dat collectieve belang is een belangrijk thema, en het komt in ieder hoofdstuk ter sprake. Als je houtkap volledig stopt, ontstaan er niet alleen problemen voor de mensen die volledig afhankelijk zijn van de houtindustrie, maar ook voor de bomen zelf, die vatbaar worden voor ziektes die zich snel verspreiden. Laat je houtkap toe, dan versterkt de zogenaamde houtmaffia zich enorm. Natuurbescherming gaat altijd gepaard met machtsverdeling, en het boek toont op indringende wijze de menselijke aard in dit conflict.

    Diepgang in emotie en filosofische vraagstukken

    Van Duivenbode heeft geen oplossing voor dit grote probleem. Ze brengt verslag uit, toont verschillende perspectieven en verbindt een wereldwijd vraagstuk met de impact van de mens. Dit doet ze in een vlotte schrijfstijl, zonder te verzanden in overbodige details. Het leest soms bijna als een roman, vanwege de aandacht voor de emoties die dit complexe verhaal oproept. Hierdoor heeft het boek een toegankelijke sfeer, wat het extra aantrekkelijk maakt, vooral voor lezers die niet per se geïnteresseerd zijn in de problematiek van de boskap.

    Voor de lezer die naast emotionele diepgang ook intellectuele uitdaging zoekt, bieden de filosofische passages de nodige stof tot nadenken. Een terugkerend thema is de rol van de mens in de wereld, en hoe we het leven vanuit verschillende perspectieven kunnen benaderen. Hoe verbindt het bos ons met elkaar? Wat betekent je leven als je naast afval woont? Kun je een beter mens worden door je in te zetten voor de natuur, of is dat te simplistisch? En hoe ver reikt de macht van het individu? Deze passage over de dood van de boswachter maakt indruk: ‘Ik ben onderdeel van het probleem. Ik had oude meubels in prima staat, maar vond ze te ouderwets en kocht nieuwe bij Ikea. Ik ben geen haar beter dan de moordenaar, ik ben een consument. Iemand doodde de boswachter omdat er een houtbehoefte is, mijn behoefte. Ik denk dat ik goed bezig ben terwijl ik achter mijn computer petities opstel, toch ben ik net als de moordenaar een schakeltje in het systeem.’

    In Oerbos combineert Van Duivenbode verslaggeving met persoonlijke reflectie, waarbij ze de emotionele en filosofische aspecten van het onderwerp verkent. Haar boek stelt vragen over de rol van de mens in de natuur, de ethiek van natuurbescherming, en de macht van het individu in een complex wereldsysteem. Door de heldere schrijfstijl en de ruimte die ze geeft aan emoties, maakt ze het onderwerp zowel begrijpelijk als boeiend voor een breed publiek.

     

     

  • Oogst week 48 – 2024

    Oogst week 48 – 2024

    Augustusblauw

    De wereldberoemde pianist Elsa M. Anderson stopt midden in een uitvoering van het Tweede Pianoconcert van Rachmaninov met spelen. Ze staat op en loopt van het podium af. Het orkest en de dirigent, het publiek in de zaal en daarbuiten: ze blijven in verwarring achter. Wat betekent het dat Elsa M. Anderson in een winkel in Athene een vrouw ziet die precies die beeldjes koopt die zijzelf had willen kopen? Dat ze zichzelf in die vrouw herkent is het begin van een reis door Europa. Ze zoekt haar dubbelganger op straat, achtervolgt haar en ontloopt haar. Augustusblauw van Deborah Levy gaat over dubbelgangers, verandering en toeval.

    Deborah Levy (1959) is een Britse schrijver van romans, toneelstukken en gedichten. Haar toneelstukken werden opgevoerd door de Royal Shakespeare Company. Haar romans Swimming Home (2011) en Hot Milk (2016) stonden beide op de shortlist voor de Booker Prize, en The Man Who Saw Everything (2019) stond op de longlist voor diezelfde prijs. Levy’s meest belangrijke dichtwerk is An Amorous Discourse in the Suburbs of Hell (1990), een gesprek tussen een engel en een accountant over spontaniteit, ambitie, logica en tevredenheid.

    Augustusblauw
    Auteur: Deborah Levy
    Uitgeverij: De Geus

    Deze brieven eindigen in tranen

    In Deze brieven eindigen in tranen van Musih Tedji Xaviere ontmoeten Bessem en Fatima elkaar op het voetbalveld. Het is liefde op het eerste gezicht, maar wel een liefde met grote hindernissen. In Kameroen zijn relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht verboden, het is gevaarlijk om queer te zijn. Bij een inval van de politie in een homobar wordt Fatima opgepakt. Ze verdwijnt spoorloos, Bessem blijft alleen achter. Dertien jaar later, als Bessem hoogleraar is aan een universiteit, komt ze een oude vriendin tegen. Is zij de laatste persoon die Fatima heeft gezien? Bessem gaat op zoek naar haar geliefde. 

    Musih Tedji Xaviere is geboren in Njinikom in Kameroen en woont sinds een aantal jaar in Groot-Brittannië. Ze wist al vroeg dat ze schrijver wilde worden, als elfjarige, na het lezen van Charles Dickens’ Oliver Twist (1838). Als twintiger publiceerde ze zelf een young adult roman omdat er voor haar in Kameroen geen mogelijkheden waren bij traditionele uitgeverijen. Met haar debuutroman, Deze brieven eindigen in tranen, die de Pontas Prize en de JJ Bola Emerging Writers Prize won, kwam haar droom uit.

    Deze brieven eindigen in tranen
    Auteur: Musih Tedji Xaviere
    Uitgeverij: Orlando en Oxfam Novib

    Magnetisch middernacht

    Een lawine sleurt het huis van Iðunn, Lokes buurmeisje, met bewoners en al de zee in. Lokes moeder kan niet van de schok bekomen. Ze blijft Iðunn zien, gelooft dat het meisje nog leeft en blijft haar zoeken. Omdat ze weigert die zoektocht op te geven, brengt haar man haar naar een psychiatrische kliniek. Na niet al te lange tijd krijgt Loke een nieuwe moeder en een stiefzusje, Pippa. Met zijn vieren vormen ze een nieuw gezin. Op een dag zien Loke en Pippa een meisje op de helling. Is het Iðunn? Ze heeft takkenharen en lijkt op een dier. 

    Laura Broekhuysen (1983) studeerde niet alleen viool aan het Conservatorium van Amsterdam, maar ook Writing for performance aan de theaterfaculteit in Utrecht. Haar debuutroman Twee linkerlaarzen (2008) werd genomineerd voor de Selexyz Debuutprijs en de tweejaarlijkse Vrouw & Kultuur DebuutPrijs. Winter-IJsland, mijn eerste jaar in een verlaten fjord (2016) en Flessenpost uit Reykjavik (Querido, 2019) werden beiden genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs. Ook stond Winter-IJsland op de shortlist voor de Bob den Uyl Prijs. Haar eerste dichtbundel, Wij capabelen verscheen in 2022.

    Magnetisch middernacht
    Auteur: Laura Broekhuysen
    Uitgeverij: Querido
  • Kun je ontsnappen uit een achterstandswijk?

    Kun je ontsnappen uit een achterstandswijk?

    Nicolas Lunabba (1981) groeide op in een achterstandswijk in het Zweedse Malmö. Hij keert er later terug in de rol van basketbalcoach en jongerenwerker. Zijn debuut Ben je verdrietig als ik doodga? werd zeer goed ontvangen. Het op waargebeurde feiten gebaseerde boek biedt een inkijkje in een wereld waar de gemiddelde literaire lezer niet snel mee te maken zal hebben. Het vraagt even wat doorzettingsvermogen om je over te geven aan het uit eenenzeventig korte hoofdstukken bestaande verhaal, omdat het er in veel opzichten nogal ruw aan toe gaat, niet in de laatste plaats op verbaal gebied.

    ‘Toen ik een paar jaar geleden in de bovenbouw van een basisschool werkte, werd ik zo razend op een jongen die Hassan heette, dat ik hem in blinde woede bij zijn kraag greep en op de grond smeet. Ik drukte hem met mijn volle gewicht tegen de vloer en schreeuwde in zijn gezicht: “Jij loopt me niet te fucken! Jij loopt me niet te fucken!” terwijl ik met mijn vuist op de vloer naast zijn hoofd sloeg.’
    Nicolas, Nick in het boek, is zich ervan bewust dat hij geneigd is om terug te vallen op geweld, terwijl hij er tegelijkertijd een enorme afschuw van heeft. Het zijn voor hem de restanten van een jeugd in een achterstandswijk waar het recht van de sterkste gold.

    Brieven aan Elijah

    Het boek is geschreven in de ik-vorm en richt zich in briefvorm tot een jij, ene Elijah. De moeder van Elijah heeft een alcoholprobleem, vader is niet in beeld. Nick heeft duidelijk een zwak voor de jongen die een bijzonder talent voor basketbal blijkt te hebben. Elijah en zijn vrienden Abbe en Josef verlaten Nydala, de wijk waar ze wonen, nauwelijks. Ze bevinden zich veel op straat, maken ruzie met iedereen en halen van alles uit wat niet mag. Hun school is de slechtste school van Zweden. Op een gegeven moment neemt Nick tegen alle protocollen in Elijah in huis, voor één nacht per week, overigens wel in overleg met diens moeder. Binnen de kortste keren woont Elijah echter permanent bij Nick.

    Nick heeft een tweekamerappartement en Elijah slaapt aanvankelijk op de bank in de woonkamer. Op het gebied van privacy is het duidelijk dat Nick een hoge prijs betaalt voor de keuze die hij gemaakt heeft. Anderzijds merk je dat hij hoe langer hoe meer verknocht raakt aan Elijah en dat hij er alles aan wil doen om hem een toekomst te bieden. Ze eten altijd buiten de deur, omdat Nick nooit kookt. Tijdens de maaltijden hebben ze de mooiste gesprekken. Elijah is altijd eerlijk wanneer hij met Nick praat en laat alleen bij hem zijn ware gevoelens zien. Hij is duidelijk enorm gesteld op Nick. Nick op zijn beurt houdt zijn gevoelens zoveel mogelijk verborgen voor Elijah, maar laat in het boek via een soort brief waarin hij terugkijkt weten hoe hij de tijd met Elijah heeft beleefd: ‘Toen je afgelopen week thuiskwam en huilde in de hal omdat de samenleving de waarde niet ziet van een jongen van kleur met een grote bek, voelde ik daarom een steek van geluk. Ja, dat was precies wat ik voelde. Geluk. Ik had medelijden met je, maar ik was ook blij. Je verdriet bood me de kans je te troosten, en tegelijk mezelf te troosten. Het was een heerlijk gevoel.’

    Een mens van vlees en bloed

    Ben je verdrietig als ik doodga? is onder meer een aanklacht tegen de politiek die zo veel jongens in achterstandswijken aan hun lot overlaat. Lunabba citeert een aantal statistieken waaruit blijkt hoe gering te kansen van jongeren zijn om aan die omgeving te ontsnappen en hoe enorm groot het risico is om in de criminaliteit te belanden. Toch is de toon nergens belerend en is Lunabba evenmin huiverig om kritisch naar zichzelf te kijken. Nick is echt een mens van vlees en bloed en Lunabba heeft een prachtig round character van hem weten te maken. Mooi wordt het ook wanneer Nick zijn liefde voor literatuur beschrijft en zelfs Elijah aan het lezen weet te krijgen.

    Het contrast tussen Abbe en Josef, de vrienden van Elijah die verzwolgen worden door het bendegeweld dat regeert in de wijk enerzijds en Elijah zelf die onder invloed en met hulp van Nick goede keuzes gaat maken voor zijn toekomst anderzijds, wordt groter en groter. Toch krijg je nergens het gevoel dat Nick en Elijah de toekomst met vertrouwen tegemoet zien, integendeel. De zorgen die Nick zich maakt over zijn protegé zijn enorm invoelbaar. Bij iedere sirene die klinkt is er de paniek dat Elijah betrokken zou kunnen zijn bij een van de vele en regelmatig zelfs dodelijke incidenten die zich voordoen. Nick haalt zich als een bezorgde ouder gruwelijke scenario’s in zijn hoofd, waarin Elijah als slachtoffer niet meer te redden valt. Soms is het lastig om te onderscheiden wat werkelijkheid is en wat zich in het angstige hoofd van Nick afspeelt.

    Ben je verdrietig als ik doodga? roept een buitengewone bewondering op voor mensen zoals Nick die zich inzetten voor kinderen als Elijah, een jongen die niet per se als heel sympathiek naar voren komt. Nick beschrijft hem als irritant, onsportief, gewelddadig en als een pestkop. Hij haat de rommel die de jongen maakt in zijn appartement en het feit dat hij ‘boert en ruft’, dat hij zonder het te vragen spullen leent, dat hij nooit dankbaarheid toont en dat hij impulsief foute beslissingen neemt. Het is een boek dat je doet beseffen hoe moeilijk iemands leven kan zijn wanneer hij op een bepaalde plek geboren wordt. De manier waarop Nick en Elijah communiceren met woorden als bro, fonna, retegoed en fokking zijn iets om als lezer doorheen te kijken. Het boek verdient het om helemaal gelezen te worden, al was het alleen maar vanwege het laatste hoofdstuk dat je het bloed in de aderen bijna doet stollen.

     

  • Ierse en Amerikaanse intriges

    Ierse en Amerikaanse intriges

    De film Brooklyn (2015) geldt als een doorslaand succes. Deze verfilming van de gelijknamige roman van Colin Tóibín uit 2009 won drie Oscars. Dit jaar verscheen Tóibíns roman Long Island, een vervolg op Brooklyn. Beide boeken brengen zowel het Ierland van het begin van de jaren vijftig, als het New York uit die tijd via allerlei mooie en sprekende details tot leven. Het boek Brooklyn is interessanter en schrijnender dan de wat zoetsappige verfilming. Het slot van de roman roept juist veel vragen op. Met die vragen gaat Tóibín in Long Island aan de slag.

    In de roman Brooklyn woont hoofdpersoon Eilis Lacey met haar moeder en oudere zuster Rose in Enniscorthy, in zuidoost Ierland. Ze kan geen behoorlijk werk vinden. Via Rose ontmoet ze een pater uit Brooklyn, vader Flood. Hij ziet haar kwaliteiten en besluit haar te helpen. Hij regelt een baan en onderdak voor haar in New York. Tóibín schetst een prachtig beeld van de lange overtocht in de derde klasse van de oceaanstomer en van het verblijf bij een Ierse pensionhoudster en haar medebewoonsters. Het enige contact met haar familie in Ierland verloopt per brief. Eilis heeft hevig heimwee en als vader Flood dat doorkrijgt, schrijft hij haar in op een avondcursus waarmee ze haar boekhouddiploma kan halen.

    Terug voor rouw

    De pastoor organiseert van alles voor zijn parochianen, onder andere een wekelijkse dansavond. Daar ontmoet Eilis, die de problemen van aanpassing en heimwee te boven is gekomen, de jonge loodgieter Tony Fiorello, zoon van arme Italiaanse migranten. Als ze haar diploma voor boekhouden heeft behaald, krijgt ze bericht dat Rose plotseling is overleden. Totaal van de kaart gaat Eilis voor de rouw terug naar Ierland en neemt een paar beslissingen die bepalend zijn voor haar verdere leven.

    De hechte relatie via de katholieke kerk tussen de Amerikaanse oostkust en Ierland, het netwerk van de sociale controle dat twee continenten omspant, is ook een centraal motief bij andere Ierse auteurs. Bijvoorbeeld in de Quirke-verhalen van John Banville, die overigens opgroeide in Wexford, vlakbij Enniscorthy.

    Nora Webster

    In 2014 publiceerde Tóibín de roman Nora Webster, die lijkt te beginnen als een vervolg op Brooklyn. De hoofdpersoon is een weduwe van veertig met twee thuiswonende zoons en twee uitwonende dochters. Ze woont eveneens in Enniscorthy. Al in het begin zien we moeder Lacey bij Nora op bezoek komen en horen we haar een anekdote vertellen over schoonzoon Tony in Brooklyn. Nora verkoopt ook een weekendhuis aan Eilis’ broer Jack, omdat ze dat niet meer kan onderhouden. Voor de rest van de roman blijven de verwijzingen beperkt tot de namen van Rose en Eilis’ vriendin Nancy.

    Desalniettemin is Nora Webster een aanrader voor de lezers van Brooklyn en Long Island, al was het alleen al om te zien hoe de Ierse samenleving is veranderd sinds de meer dan vijftien jaar die inmiddels verstreken zijn. Nora heeft bijvoorbeeld een auto en iedereen ziet de maanlanding op tv. Belangrijker zijn de toenmalige spanningen in Noord-Ierland die op tv worden uitgezonden, waarbij het Britse leger keihard optreedt tegen de katholieke bevolking. Zagen we in Brooklyn vader Flood op te achtergrond het leven van Eilis manipuleren, in Nora Webster heeft een non, zuster Thomas, deze rol. De substantiële steun die Tóibíns vrouwen via de kerk ontvangen, heeft uiteraard ook een prijs. Ze dienen zich wel keurig aan de regels te houden.

    Vreemd Iers eendje in de bijt

    Zoals gezegd schreef Tóibín Long Island na het succes van de film Brooklyn. Het begin van dit vervolg slaat in als een bom. We zijn weer wat jaren verder, in de tijd vlak na Watergate. Eilis Fiorello, née Lacey, woont zo’n twintig jaar met Tony in een gehucht op Long Island. Ze heeft een baantje als boekhouder bij een bedrijf in de buurt, haar dochter Rosella gaat bijna studeren en zoon Larry doet het goed op de middelbare school. Tony en zijn broers hebben voor elk gezin en hun ouders een rijtje huizen gebouwd. Maar dan belt een man aan die Eilis meedeelt dat Tony tijdens een klusje zijn vrouw zwanger heeft gemaakt en dat hij het kind na de geboorte bij hen voor de deur zal deponeren.

    Vanaf dat moment begint Eilis langzaam maar zeker in te zien dat ze in de familie Fiorello niet zozeer een vreemd Iers eendje in de bijt is, als wel een volkomen buitenstaander. Met name schoonmoeder Francesca, die instrumenteel poeslief doet tegen haar schoondochter, intrigeert achter haar rug om dat het een lust is en tutta la famiglia blijkt daaraan mee te doen. Zelfs haar kinderen weten meer dan Eilis, bijvoorbeeld dat de Fiorello-clan het nieuwe ‘kleinkind’ dolgraag in zijn midden wil verwelkomen. Wat Eilis daarvan vindt, zal hun een zorg zijn.

    Wat moet ze doen? Keurig haar plaats innemen? Nee, ze grijpt de tachtigste verjaardag van haar moeder aan om een tijdje in Ierland door te brengen. Daar ziet ze ook Nancy en haar oude vlam Jim weer. We zien hoe de welvaart is gestegen. Moeder Lacey krijgt dan ook van haar dochter een koelkast, een wasmachine en een cooker.
    Overigens merkwaardig dat Tóibín dingen ‘onthult’ die bij de lezer van Nora Webster al bekend waren. Bijvoorbeeld dat Eilis’ broer Jack van Nora het vakantiehuis aan de kust heeft gekocht voor hun broer Martin.

    Verwarring

    Wie denkt dat Long Island een herhalingsoefening is van Brooklyn, heeft het mis. De nieuwe roman is – nog – beklemmender dan Brooklyn en Nora Webster omdat Eilis nu zowel in Ierland als in Amerika met intriges wordt geconfronteerd. Iedereen lijkt een verborgen agenda te hebben en zelfs een personage dat – als een grote uitzondering – haar onvoorwaardelijk steunt, blijkt deel uit te maken van het tribale complot. Eilis’ verwarring is aan het slot dan ook veel groter dan in Brooklyn. De lezer weet niet wat haar keuze zal worden. Een zoetig einde als in de film wordt bij een eventuele bioscoopversie van Long Island volkomen onmogelijk, zonder de hele roman van Tóibín geweld aan te doen.

    De auteur heeft zijn jeugd in Enniscorthy doorgebracht en de omgeving is ook het decor voor ander werk, maar die wereld is slechts een deel van zijn oeuvre. Hij heeft interessante romans gewijd aan de schrijvers Henry James en Thomas Mann. En ook een aan Maria, volgens de christelijke legenden de moeder van Jezus, en een romanbewerking gemaakt van Euripides’ Oresteia. Al deze boeken zijn door critici geprezen en met literaire prijzen bekroond.