• Een lieflijke oase

    Een lieflijke oase

    Yoko Ogawa (1962) is een Japanse schrijver die met haar oeuvre elke grote Japanse prijs won. Haar dystopische roman De geheugenpolitie (2021) was een internationaal succes en kwam op de shortlist van de National Book Award for Translated Fiction en die van de International Booker Prize. Haar nieuwste roman Het onvergetelijke jaar van Tomoko won in Japan de belangrijke Tanizakiprijs. De vredig aandoende roman kenmerkt zich door een magisch-realistische sfeer.

    Op het eerste gezicht lijkt de wereld die we door het ik-perspectief van de twaalfjarige Tomoko zien niet heel bijzonder. De vader van Tomoko is in 1966 overleden aan maagkanker en haar moeder gaat in 1972 een opleiding van een jaar volgen aan een hogeschool in Tokio om haar techniek als kleermaker te verbeteren om zo meer werkzekerheid te vinden. Tomoko wordt gedurende dat jaar ondergebracht bij haar tante en oom in Ashiya. Het huis met zeventien kamers waar haar tante en oom wonen is bijzonder luxueus. Oom is directeur van een frisdrankfabriek. Fressy, de frisdrank die in de fabriek geproduceerd wordt, bevat radium en zou een heilzaam effect op de maag hebben. Tomoko maakt kennis met haar nichtje Mina, dat een jaar jonger is dan zij. Haar oudere neef Ryuichi studeert in Zwitserland. Daarnaast wordt het huis bewoond door de uit Duitsland afkomstige oma Rosa en huishoudster mevrouw Yoneda. Meneer Kobayashi zorgt voor het onderhoud van de enorme tuin, maar zijn belangrijkste taak bestaat onwaarschijnlijk genoeg uit het verzorgen van Pochiko, het dwergnijlpaard dat oom op zijn tiende verjaardag cadeau kreeg van zijn vader. Pochiko is het enige overgebleven dier van dierentuin Fressy, ooit gevestigd in de enorme tuin van het enorme huis.

    Fressy, het ultieme wondermiddel

    Tomoko ontdekt al snel dat haar nichtje Mina een buitengewoon broze gezondheid heeft. Ze ziet intens bleek, is mager en heeft last van ernstige astma-aanvallen. ‘Voorkomen dat ze een aanval kreeg was voor het hele gezin de grootste prioriteit. Bij het minste kuchje stopten de volwassenen haar gelijktijdig een vest, een sjaal, een handwarmer en een gorgeldrank toe. Het geluid van een kuch draaide ergens in het huis een knop om en was het signaal om met z’n allen strijdvaardig te zijn. Dat gevoel kreeg ik.’ Fressy wordt door de bewoners van de villa gezien als het ultieme wondermiddel. Bij haar moeder mocht Tomoko alleen Fressy drinken wanneer ze jarig was, omdat haar moeder vreesde voor tandbederf, maar bij haar oom en tante is er een speciale koelkast vol met Fressy waaruit zij en haar nichtje zoveel mogen pakken als ze willen.

    Tomoko leert haar nichtje ook beter kennen wanneer ze tegelijkertijd gebruikmaken van de ‘kamer met het lichtstralenbad’, een ruimte zonder ramen, waarin twee bedden staan die worden beschenen door een ronddraaiende constructie van elektrische lampen. Vanwege de heilzame werking van die lampen brengt Mina regelmatig tijd door in die kamer wanneer ze weer een astma-aanval heeft gehad.

    Waar is oom?

    Gaandeweg wordt steeds duidelijker dat er nog meer bijzondere zaken plaatsvinden in en om het huis van oom en tante. Dat Mina op de rug van nijlpaard Pochiko naar school gebracht wordt, vindt Tomoko nog plausibel, omdat Mina te zwak is om die reis zelf te voet af te leggen. Dat haar oom vaak lange tijd zonder duidelijk aanwijsbare reden afwezig is en dat haar tante zich min of meer in het geheim bedrinkt, is voor Tomoko reden om op onderzoek uit te gaan. Het leuke is dat de interpretatie van haar ontdekkingen voor de lezer begrijpelijker zijn dan voor haarzelf. Ondertussen is ze ook erg gesteld geraakt op Mina en gaat ze regelmatig naar de bibliotheek om boeken uit de wereldliteratuur voor haar te lenen. Tomoko neemt het leven zoals het komt. Nergens lees je dat ze haar moeder of haar overleden vader mist, dat ze pubergedrag vertoont of dat ze ambitie heeft om haar best te doen op school om iets te bereiken. Ze vindt het wel belangrijk om zich nuttig te maken voor het gezin waar ze nu deel van uitmaakt.

    Luciferdoosjesverzameling

    Een bijzonder onderdeel van het boek vormt de luciferdoosjesverzameling van Mina. Ze bewaart ieder afzonderlijk doosje in een grotere doos en bedenkt bij iedere afbeelding op het doosje een bijzonder verhaal. Tomoko wordt op een dag door Mina ingewijd in de verzameling die zich onder het bed van Mina bevindt en gaat zich vanaf dat moment inzetten om zoveel mogelijk verschillende luciferdoosjes voor Mina te bemachtigen. De lucifers die Mina regelmatig afsteekt om een lantaarn of een kaars aan te steken zijn een mooi symbool voor het lichtpuntje dat zij voor allen in het huis is. Alle volwassenen blijken zorgen te hebben, waarvoor ze zich kunnen afsluiten wanneer ze zich zorgen kunnen maken om Mina. Dat doen ze dan ook met verve. Een ander fraai symbool zijn de kapotte voorwerpen, die iedereen op het bureau van oom mag leggen, ook als hij er niet is. Oom heeft er een bijzonder genoegen in om dingen die stuk zijn, hoe klein ook, te repareren en het lukt hem ook altijd. Tante houdt zich op haar beurt een groot deel van haar tijd bezig met het vinden van spelfouten in boeken, kranten, brochures, ondertitelingen en wat niet al.

    Filter

    Het onvergetelijke jaar van Tomoko is een bijzonder boek, dat de lezer niets opdringt en geen moment verveelt. Interpretaties over alle bijzondere dingen die gebeuren kunnen ongegeneerd toegepast worden. De wat magisch aandoende wereld waarin Tomoko zich beweegt is stabiel. Het verblijf in het huis van haar oom en tante betekent voor Tomoko een jaar van veiligheid. Ze ontdekt weliswaar dat de wereld zelf niet veilig is, maar dat je door een bepaalde onbevangenheid en met optimisme toch prima kunt functioneren. Je kunt ziek worden, zoals Mina, maar dan kun je veel mooie boeken gaan lezen en mooie verhaaltjes schrijven over afbeeldingen op luciferdoosjes. Er zijn Arabische terroristen die tijdens de Olympische Spelen van München een aanslag plegen, maar gelukkig kun je ook kijken naar andere zaken en wint het Japanse volleybalteam een gouden medaille. Je kunt net als oma Rosa in het verleden moeilijke dingen hebben meegemaakt, maar dan heb je steun aan mevrouw Yoneda, die in den vreemde je beste vriendin wordt. Oom kan alles repareren en aan tante ontgaat geen spelfout; optimisme en lichtvoetigheid overheersen de chaos die het leven kan zijn. Het maakt het boek tot een lieflijke oase, waarin mogelijke narigheid achter een filter verdwijnt.

     

     

  • Ook sciencefiction kent regels waaraan het moet gehoorzamen

    Ook sciencefiction kent regels waaraan het moet gehoorzamen

    Stel je voor dat er dingen uit je omgeving en vervolgens uit je herinnering verdwijnen. Onherroepelijk, pijnloos, vanzelfsprekend. Dit is wat er gebeurt in de dystopische thriller  De Geheugenpolitie van de Japanse schrijfster Yoko Ogawa. Het boek dateert uit 1994, maar werd pas in 2019 in het Engels vertaald (The Memory Police). In 2020 dong het boek mee – als concurrent van De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld – naar de International Booker Prize, in datzelfde jaar won het The American Book Award.

    De Geheugenpolitie is gesitueerd op een eiland zonder naam waar ‘uitwissingen’ plaatsvinden. Onaangekondigd en geluidloos verdwijnen er willekeurige voorwerpen uit het leven van de eilandbewoners zoals, hoeden, kidneybonen, boten, parfum, foto’s, rozenblaadjes en vogels. De eilandbewoners werken schijnbaar zonder pijn in hun hart mee aan deze vernietigingen. Ze zetten vogelkooitjes open, trekken bloemen uit hun perken of gooien boeken in het vuur. Achter  deze schijnbare gelatenheid zit een dwingende instantie, de alomtegenwoordige Geheugenpolitie. Haar ideologie is dat uitgewiste dingen overbodig geworden herinneringen nalaten die je als een afgestorven teen ‘onmiddellijk moet laten afzetten’. 

    Groeiende leegte

    Deze preventieve hygiëne, die strikt en op gevaar van eigen leven nageleefd dient te worden, zorgt ervoor dat herinneringen van de eilanders vrijwel gelijktijdig met de dingen die ze oproepen vergaan. Waarmee ook de connotaties en associaties die het verdwenen voorwerp ooit opriep, verdwijnen. Met de kalenders verdwijnt het tijdsbesef, met de speeldoos de muziek, zonder vogels verdwijnt het verschijnsel vliegen of zingen en raken woorden als vrijheid en schoonheid een deel van hun betekenis kwijt. Het lukt de eilanders niet meer zich het uitgewiste verschijnsel voor de geest te halen en zij leren hierin te berusten. Ook de groeiende leegte van hun wereld leren ze te accepteren, onderwijl zichzelf wijsmakend dat uiteindelijk ‘alles op z’n plaats valt’. De aanhoudende sneeuwval op het eiland die alles dempt en neutraliseert, onderstreept deze ‘inkapseling’.         

    Maar zoals de klassieke wetmatigheid het wil, is er op dit eiland een kleine minderheid die moedig weerstand biedt. Dat zijn de mensen die hun geheugen niet verliezen, hun verloren gegane herinneringen, soms de uitgewiste voorwerpen zelf, in het geheim blijven koesteren. Op deze weerbarstige, vaak ondergedoken individuen wordt door de goed geoliede machinerie van de Geheugenpolitie gejaagd. Efficiënt uitgevoerde razzia’s, deportaties, decodering van genetisch materiaal ter identificatie en vernietiging staat deze onwenselijke elementen te wachten. 

    Boek in een boek

    In een sciencefiction setting, ontspint zich een dystopisch verhaal, dat origineel in de oren klinkt. De verteller is schrijfster van romans over verlies. Ze werkt aan haar vierde boek over een typiste wier stem haar ontfutseld wordt door haar minnaar annex typleraar, waardoor ze in zijn macht raakt en geleidelijk versmelt met de ruimte waarin hij haar opsluit. Dit verhaal blijft door het hoofdverhaal heen meanderen. In beide verhaallijnen gaat het om verlies van jezelf.

    Naast de hoofdpersoon is er een oude man, steun en toeverlaat van de schrijfster. Hij helpt  haar een onderduikkamertje te maken in haar huis, voor R., haar redacteur, die een intact geheugen blijkt te hebben. Zijn niet ‘aftakelende geest’ stelt hem in staat niets te vergeten en rotsvast te blijven geloven in de rijkdom van herinneringen en het bewaren ervan door middel van woorden. De ik-figuur en R. worden verliefd, maar haar groeiende kilte en leegte drijft hen gaandeweg uit elkaar en maakt het schrijven aan haar roman onmogelijk. Dan gebeurt er iets geks: ondanks de uitwissing van romans die inmiddels heeft plaatsgevonden, slaagt de schrijfster er toch in haar roman te voltooien. Hier wordt iets opgevoerd wat dus eigenlijk onmogelijk zou zijn.

    Gaandeweg stuit de lezer op meer ongerijmdheden, al was het alleen al door de wat al te hapklare griezelige clichés (een luik kraakt, een lamp aan ’t plafond schommelt). Er wordt ook hier en daar nogal wonderlijk verwoord: ‘dat… iemand de nagels van de jongen zal knippen en dat de handschoenen daarbij altijd een oogje in het zeil zullen houden’, of: ’Har-mo-ni-ca. Ik spreek de lettergrepen een voor een uit, alsof ik slokjes water uit zijn mond drink. Dat klinkt romantisch. Als de naam van een slim, sneeuwwit katje met langharige poten.’ Voor een deel zou het te wijten kunnen zijn aan de (Nederlandse) vertaling, maar misschien moet het gewoon het Japanse ‘kawaii’, schattig oproepen.

    Doodlopende zijpaden

    Ook inhoudelijk worden er doodlopende zijpaden ingeslagen, die de eventuele behoefte aan coherentie bij de lezer zwaar op de proef stellen. Met name als eenmaal ook de uitwissingen van lichaamsdelen beginnen, wordt het ingewikkeld logica te ontwaren. Eerst moeten de inwoners een linkerbeen missen. Het been wordt een vreemd aanhangsel waarmee ze zich eerst geen raad weten, maar al snel erin slagen om het volkomen te negeren. Het fijne is dat men deze keer geen actieve bijdrage aan deze uitwissing hoeft te leveren. Al snel komt daar de rechterarm bij en – in een opgevoerd tempo op de laatste bladzijden – ook de rest: ‘De mensen hebben hun stoffelijk bestaan volledig verloren. Alleen onze stemmen zweven doelloos rond.’

    Nog verwarrender wordt het wanneer zelfs de hond, Don dit proces doormaakt. Wanneer hij ‘naar oude gewoonte zijn hoofd op zijn achterpoten wil laten rusten en merkt dat daar niets is, legt hij zich daar meteen bij neer en trekt dan de deken naar zich toe om als kussen te gebruiken.’ Wat is hier aan de hand?, vraag je je af. Kan ‘de totale uitwissing van het lichaam’, die immers door middel van een ‘getransformeerde geest’ bewerkstelligd wordt, ook voor een hond opgaan? Hebben honden ook een bewustzijn met herinneringen die verloren kunnen gaan? Geen oninteressante gedachte, maar het gegeven wordt niet verder uitgewerkt.

    Als tenslotte blijkt dat zelfs R. zijn lichamelijk uitgewiste geliefde, de schrijfster, niet meer kan lokaliseren, snap je er niets meer van: ‘Hij omsluit met zijn handen de lucht waar hij vermoedt dat mijn stem hangt.’ Maar…, hij had tot dan toch geen last van amnesie? denkt de verwarde lezer. Kennelijk toch, maar ook niet helemaal.
    De geliefden roepen een pathetisch overkomend,‘Vaarwel’ naar elkaar, zij lost op en hij gaat met zijn atletisch lichaam, na zo’n jaar op vijf vierkante meter ondergedoken te hebben gezeten, de wijde wereld in.

    Incoherente vertelling

    En zo zakt ook het verhaal als een plumpudding in elkaar en blijft de lezer achter met een heleboel vragen.Waarom moest de totale bevolking van het eiland uitgeroeid worden, welke ideologie zit daarachter? Zijn er politieke of maatschappelijk implicaties van het op het eiland heersende totalitarisme? Behalve dat de Geheugenpolitie werkloos raakt en er geen onderdanen meer zijn die in het gareel gehouden moeten worden, kun je geen consequenties bedenken. Is dit een gratuit gedachte experiment over een wereld die aan vergetelheid ten onder gaat?

    Misschien is het gewoon een incoherente vertelling waar een groot verlangen naar originaliteit uit spreekt, maar helaas evenveel onvermogen om een congruent verhaal op te schrijven. Ook een literair genre als sciencefiction kent regels waar het aan moet gehoorzamen – het verhaal moet plausibel zijn, logisch in elkaar zitten. Wie daar geen belang aan hecht en gewoon (gezien de internationale erkenning) vermaakt wil worden, kan hiermee zijn hart ophalen.

     

  • Oogst week 9 – 2021

    Schemervluchten

    Schemervluchten bevat de mooiste natuuressays van Helen Macdonald, wetenschapshistoricus, natuuronderzoeker, schrijver en professioneel valkenier. ‘Veel dingen waar ik van houd zijn niet-menselijk, ik merk ze op en wil iedereen erover vertellen’, zegt ze in een interview. Uit haar bestseller H is van havik bleek haar grote liefde voor de natuur al. In de diepzinnige essays van Schemervluchten maakt de auteur de lezer deelgenoot van onder meer de massale trek van zangvogels vanaf de top van het Empire State Building, van een zonsverduistering in Turkije, een rommelende vulkaan in de Chileense woestijn en de Australische droogte die haar hart breekt.

    Macdonald schrijft over onweer, mieren, bessen, paddenstoelen en herten voor koplampen. Haar observaties zijn persoonlijk en invoelend. Zo praat ze in het eerste essay, Nesten, door de schaal van een roofvogelei heen ‘met iets wat nog geen licht of lucht had ervaren, maar dat weldra met honderd kilometer per uur in één ontspannen glijvlucht zou meegaan met de door hem waargenomen draaiingen en kolken van een westelijke bries […] om vervolgens met scherp gepunte vleugels te gaan rondcirkelen, hoger en hoger, zo hoog dat het in de verte de Atlantische Oceaan kon zien schitteren.’
    De titel Schemervluchten is ontleend aan de vluchten in de schemering van gierzwaluwen, tot wel drie kilometer hoogte, vanwaar ze zich perfect kunnen oriënteren en kunnen zien wat voor weer het aan de horizon is. Met dezelfde blik verhaalt Macdonald over de natuur en de plaats van de mens daarin.

     

    Schemervluchten
    Auteur: Helen Macdonald
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Erasmus

    Sandra Langereis is historicus en biograaf en oogstte in 2014 veel lof met haar biografie De woordenaar over drukker en uitgever Christoffel Plantijn die in zijn tijd, medio de zestiende eeuw, al een beroemdheid was. Eerdere boeken over de Nederlandse cultuurgeschiedenis, waaronder Breken met het verleden uit 2010, werden geprezen om Langereis’ toegankelijke stijl en wetenschappelijke waarde.

    Nu is er Erasmus, dwarsdenker, waarin de auteur aan de hand van duizenden brieven van deze sleutelfiguur in het tijdvak tussen middeleeuwen en moderne tijd, zijn leven beschrijft en tevens zijn literaire erfenis in het licht zet. Veel van Erasmus’ werk en leven is tot nu toe nauwelijks geboekstaafd. Erasmus was van grote betekenis voor de literatuur- en wetenschapsgeschiedenis. Hij was een groot en onafhankelijk denker, vooral bekend door zijn Lof der zotheid, en wist zowel de paus als Luther  tegen zich in het harnas te jagen omdat hij van beide kanten tolerantie voor elkaars standpunten verwachtte en een afkeer had van religieus fanatisme. Erasmus bepleitte intellectuele vrijheid en vrede. Met onderwerpen die binnen de culturele, ethische en godsdienstige vorming vielen besloeg zijn werk het gehele gebied van het menselijk leven in zijn tijd. Sandra Langereis biedt daar met haar rijke biografie groot inzicht in en toont het belang van culturele geschiedenis.

     

    Erasmus
    Auteur: Sandra Langereis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De geheugenpolitie

    Op een eiland gebeuren vreemde dingen. Een politiemacht moet erop toezien dat zaken als hoeden, vogels of rozen uit het menselijk geheugen verdwijnen. Steeds meer dingen verdwijnen uit het straatbeeld en uit het collectieve geheugen. Als er weer iets ‘weg’ is gooien de mensen deze ‘vreemde’ dingen gewoon bij het afval of op een brandstapel. Degenen die zich de verdwenen voorwerpen nog wel herinneren proberen onder de radar van de geheugenpolitie te blijven, omdat ze weten vervolgd te zullen worden en vrezen voor hun leven. De redacteur van een jonge schrijver wordt door de geheugenpolitie gezocht en krijgt onderdak bij de schrijver. Ze verbergt hem in een ruimte onder de vloer. Zal haar schrijven hun beider redmiddel zijn? Ze werkt aan een verhaal over een vrouw die haar stem verliest en een man die haar laat communiceren door te schrijven.

    Maar langzamerhand sluit deze man haar af van de wereld. Zijn er parallellen tussen de schrijver en haar redacteur en de personages in haar verhaal? Deze uitmuntende vertelling doet denken aan totalitarisme en gaat vooral over de ontreddering die ontstaat als het geheugen het laat afweten.
    De Japanse Yoko Agawa (1962) schrijft romans, novellen en essays en won vele prijzen met haar werk. Voor De geheugenpolitie ontving ze de American Book Award. Twee van haar eerdere boeken zijn ook in het Nederlands vertaald: De huishoudster en de professor en Het zwembad.

     

    De geheugenpolitie
    Auteur: Yoko Ogawa
    Uitgeverij: Cossee