• Oogst week 3 – 2019

    Vrijheid

    Komend weekend, op 19 januari, opent in Museum de Fundatie in Zwolle de tentoonstelling Vrijheid – de vijftig Nederlandse kernkunstwerken vanaf 1968. Tegelijkertijd verschijnt van Hans den Hartog Jager een boek met dezelfde titel. Den Hartog Jager heeft vijftig ‘kernkunstwerken’ geselecteerd, de – in zijn ogen – meest toonaangevende kunstwerken die de afgelopen vijftig jaar in Nederland zijn gemaakt.

    Op de website van De Fundatie is te lezen waarom zij gekozen hebben voor ‘Vrijheid’ als thema: ‘Juist in deze fragmentarische tijden, waarin de betekenis van veel zaken die in Nederland decennialang vanzelfsprekend leken opnieuw worden bevraagd, willen we tonen wat de essentiële kracht van kunst is: nieuwe vergezichten openen, vastgeroeste normen, waarden en vormen ter discussie stellen, de tijdgeest weerspiegelen, en daarop vooruitlopen. Daarom hebben we gekozen voor ‘vrijheid’ als dragend thema. Dat woord heeft in Nederland de laatste jaren een curieuze, bijna populistische politieke lading gekregen. Vijftig jaar geleden stond ‘vrijheid’ nog voor de nieuwe, revolutionaire ontwikkelingen waarmee bestaande patronen werden doorbroken, nu is het woord vooral een symbool geworden voor het vasthouden aan ‘authentieke Nederlandse waarden’. Tegelijk is het óók eenvoudig vol te houden dat het streven naar vrijheid, onafhankelijkheid, uniciteit, al die jaren een kernwaarde van hedendaagse kunst is gebleven.’

    Waarom ze dit initiatief hebben opgezet staat ook beschreven: ‘Door één keer zoveel ‘kernkunstwerken’ uit de afgelopen decennia bij elkaar te brengen willen we de actuele discussies over de rol van kunst in de maatschappij van nieuwe energie voorzien. Maar uiteindelijk hopen we vooral dat Vrijheid één grote viering wordt van de kracht van kunst: een tentoonstelling en een boek, om mensen te laten genieten, verdieping te bieden en aan te zetten tot denken, juist in deze wereld, in deze tijd.’

    De tentoonstelling loopt van 19 januari t/m 12 mei. Het boek is vanaf heden verkrijgbaar.

    Vrijheid
    Auteur: Hans den Hartog Jager
    Uitgeverij: Athenaeum

    Vacuüm

    Op zijn eigen website vertelt Oscar Spaans waar de verhalen in zijn debuut Vacuüm over gaan: ‘over mensen die het allemaal niet zo goed meer weten.’

    En hij vervolgt: ‘Volgens het cliché schrijf je geen boek zonder dat er bloed, zweet en tranen bij vloeien. In het geval van Vacuüm was het eigenlijk vooral zweet, maar dan wel letterlijk: de inspiratie voor de verhalen deed ik niet zelden op bij het verhuisbedrijf waar ik drie dagen per week werk.’

    De uitgeverij heeft het over personages die onthecht zijn, langs elkaar heen leven en op zoek zijn naar houvast. Ze zitten vast, gaan een nieuwe fase van hun leven in, of sluiten er juist één af: ze bevinden zich allemaal in een vacuüm en moeten omgaan met de leegte die dat met zich meebrengt. Soms zijn het herinneringen aan een bepaalde plek die hen ervan weerhoudt om verder te gaan met hun leven, soms is het de belofte van een nieuw begin dat ze doet besluiten het oude achter zich te laten. In andere gevallen is er van een keuze helemaal geen sprake.

    Een bundel over vallen en weer opstaan, of blijven liggen.

    Verhalen van Oscar Spaans verschenen eerder in o.a. RevisorTirade en Kluger Hans. In 2017 won hij De Grote Lowlands Schrijfwedstrijd met zijn verhaal ‘Beestjes’.

     

    Vacuüm
    Auteur: Oscar Spaans
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Roadblock

    Lovende recensies kreeg Pauline Genee op haar romandebuut Duel met paard dat in 2014 bij Uitgeverij Querido verscheen. Roadblock is haar tweede roman.

    Die vertelt over Ava die verkiezingen gaat waarnemen in een niet al te gevaarlijk land. Het had een onschuldige onderbreking van haar drukke leven moeten worden: een soort vakantie. Maar het loopt anders: bij een roadblock valt Ava’s team in handen van een gewapende groep. Er klinken schoten, Ava wordt van haar teamgenoten gescheiden en belandt, ver van de bewoonde wereld, op een kale berg. In de angstige tijd die volgt probeert ze haar kansen in te schatten.

    Heen en weer slingerend tussen hoop en vrees maakt ze de balans op van haar leven. Heeft ze de juiste keuzes gemaakt? Krijgt ze de kans haar grootste fout recht te zetten?

     

    Roadblock
    Auteur: Pauline Genee
    Uitgeverij: Querido

    Sido

    In 2017 verscheen in de serie Privé-domein De eerste keer dat ik mijn hoed verloor van de Franse schrijfster Colette. Eind 2018 ging een film over haar in première met in de hoofdrol Keira Kneightley,

    Beiden gebeurtenissen waren aanleiding voor uitgeverij Vleugels om Colette’s roman Sido in een herziene vertaling uit te geven.

    In Sido schetst Colette in beeldende beschrijvingen haar jeugd in het Bourgondische dorpje Saint-Sauveur, met haar broers, ‘de wilden’, met wie ze oneindig veel in de bossen speelde, haar mysterieuze, eenzelvige zus, haar eenbenige vader met literaire en politieke ambities en haar eigenzinnige, vooruitstrevende moeder Sido.

    Sido
    Auteur: Colette
  • ‘Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?’

    ‘Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?’

    ‘Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren?’ Dat is de ondertitel én centrale vraagstelling van het boek dat Hans den Hartog Jager schreef over het streven van moderne kunstenaars om zich te ontworstelen aan de vrijblijvendheid van hun metier. Een prikkelend boek, dat ontstond terwijl Den Hartog Jager de tentoonstelling Meer macht voor museum De Fundatie in Zwolle samenstelde.

    Den Hartog Jager heeft overigens zijn sporen in het kunst-boekengenre meer dan verdiend. Hij schreef bijvoorbeeld eerder het succesvolle Dit is Nederland (2008), waarin hij Nederland in tachtig hedendaagse kunstwerken karakteriseerde. En in 2011 Het sublieme, over de opkomst en neergang van schoonheid in de moderne kunst.

    Ook in Het streven richt Den Hartog Jager zich op moderne kunst. Hij geeft een mooi overzicht van het ontstaan van de hedendaagse kunst. Hij beschrijft hoe de moderne kunst halverwege de negentiende eeuw met de penseelstreken van Goya, Marat, Manet en Courbet ontstond. En hoe met hen ook het archetype van de moderne kunstenaar werd geboren: type lange haren, artistieke kleding en geen rode rotcent op de bank. Maar mét de ultieme vrijheid om te maken wat hij of zij wilde; los van welke teugels dan ook, en vrij van de noodzaak om de wereld van opdrachtgevers te verbeelden, laat staan te verheerlijken.

    Maar deze vrijheid kwam niet zonder prijs. De verworven vrijheid ging gepaard met een scheiding tussen kunst en samenleving. En met die scheiding kwam volgens Den Hartog Jager ook de onmogelijkheid om in de reële wereld iets te veranderen. Vandaar zijn centrale vraag: kan kunst de wereld verbeteren?

    Boek en tentoonstelling verkennen deze vraag aan de hand van verschillende voorbeelden van de hedendaagse geëngageerde kunst. Den Hartog Jager begint zijn boek met bespiegelingen over de Nederlandse kunstenaar Renzo Martens (1973), die in Congo het kunstproject Episode III: Enjoy poverty opzette vanuit de gedachte dat armoede Congo’s belangrijkste inkomstenbron is. Een ongemakkelijke stellingname waarmee Martens veel krediet in de kunstwereld oogstte. In een vervolgproject zette hij kunst in als instrument om een kleine settlement in het oerwoud uit de armoede te verheffen. Een project dat uiteindelijk spaak loopt, waarbij Martens ontdekt dat kunst en werkelijkheid door andere regels gedicteerd worden.

    Naast Renzo Martens komen in Het streven vele andere moderne kunstenaars voorbij. Hans Haacke, Joseph Beuys, The Guerrilla Girls en Constant, om er een paar te noemen. Stuk voor stuk kunstenaars die volgens Den Hartog Jager de ambitie hadden iets te veranderen en dat deden door steeds weer grenzen te verleggen door het tonen van hun persoonlijke visie op de werkelijkheid. Maar die daarbij opliepen tegen de keerzijde van hun eigen vrijheid: de vrijheid van de samenleving om de persoonlijke visie van kunstenaars naast zich neer te leggen.

    Wat niet wil zeggen dat die persoonlijke visie niet indringend kan zijn. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de video Sign of times die de Amerikaanse kunstenaar Andres Serrano in 2013 maakte. Die video bestaat uit niets anders dan elkaar snel opvolgende, muzikaal omlijstte, stills van door hem opgekochte kartonnen bedelbordjes. Hij brengt hiermee de rauwheid van de onderkant van de samenleving in de veelal kraakhelder witte omgeving van musea. En laat daarbij een gemengd beeld van schoonheid en ongemak achter.

    Of de metersgrote foto’s op lood die Anselm Kiefer, Duits kunstenaar, in 1969 van zichzelf maakte. Gekleed in Nazi-uniform brengt hij, staande voor een oorlogsruïne, de Hitler-groet. Deze Occupations-serie is één van de projecten die Kiefer uitvoerde om zich rekenschap te geven van het nazistische verleden van zijn vaderland. In een tijd dat niemand daar in Duitsland over wilde of durfde te spreken. Mooi, indringend, overweldigend. Maar veranderde Kiefer hiermee de wereld?

    Deze vraag blijft onbeantwoord, zowel in het boek als in de tentoonstelling. Beiden zijn eerder een aansporing aan de lezer of kijker om zichzelf deze vraag te stellen. En zo te verkennen wat volgens hem of haar de rol van kunst in de samenleving is.

    Het is daarbij wel jammer dat het accent zo sterk op de moderne tijd alleen ligt. Den Hartog Jager gaat niet verder terug dan pakweg het begin of halverwege de negentiende eeuw. Terwijl ook in de eeuwen daarvoor sommige kunstenaars in hun werken doelbewust hun persoonlijke visie lieten doorklinken, ook al lijkt Den Hartog Jager dat onder het mom van ‘allemaal opdrachtgevers-kunst’ terzijde te schuiven. Want wat te denken van Michelangelo, die het vertikte om voor zijn Medici-grafkapel echte portretten te maken, omdat over duizend jaar toch niemand meer zou weten hoe de Medici (zijn opdrachtgevers!) er uit hadden gezien. Of Caravaggio, die op zijn religieuze schilderijen gewone mensen met vieze voeten uitbeeldde, omdat ook de ‘werkelijkheid’ van heiligen niet van vuil gespeend kon zijn, hoezeer de clerus dat ook wilde doen geloven.

    Den Hartog Jagers boek was een nog rijkere bron geweest als dit soort oudere voorbeelden, van ver voor de bevochten absolute kunstzinnige vrijheid van na ca. 1850, ook aan de orde waren gekomen. Maar of het tot andere conclusies had geleid valt te betwijfelen. Want ook de voorbeelden van Michelangelo en Caravaggio maken immers duidelijk dat kunst in die tijd ook de werkelijkheid niet verbeterde. Althans daarvan zijn net zo min als in Het streven in de annalen van de zestiende of zeventiende eeuw bewijzen te vinden.

    Het is overigens de vraag of het erg is dat Den Hartog Jager vragen stelt zonder ze te beantwoorden. Het plezier is er niet minder om. Boek en tentoonstelling zijn uiteindelijk een beetje als de film Static (2009) van Steve McQueen, ook vertoond in De Fundatie. Waar McQueen in een helikopter om het Vrijheidsbeeld heen cirkelt, zonder die vrijheid ooit echt te pakken te krijgen, cirkelt Den Hartog Jager om zijn centrale vraagstelling heen. Zonder deze te beantwoorden. Maar dat is niet erg. Want net als McQueen’s helicoptervlucht levert Het Streven een aaneenschakeling van prachtige observaties op.