• Het dossier van de liefde. Of: hoe het kostbare te regelen

    Het dossier van de liefde. Of: hoe het kostbare te regelen

    In haar nieuwe roman De fiscalist plaatst Ariëlla Kornmehl de wereld van geld en bezit lijnrecht tegenover intimiteit. Het hoofdpersonage is Anton Frankenmolen. Hij belandt in een midlifecrisis of burn-out. Alles begint met een opgejaagd gevoel. Een onverklaarbare druk op zijn borst. Gaandeweg voelt hij zich betekenisloos. De dokter raadde hem eerder al gesprekstherapie aan. Of een vriend.

    iPhone

    Anton koopt een iPhone. Dat beeld is veelbetekenend: Anton, de fiscalist waarop valt te bouwen, blijkt maar moeilijk in staat tot menselijke relaties. Op dat machientje spreekt hij voortaan gedachten en gevoelens uit, vaak op momenten waarop hij alleen is, op de parking bijvoorbeeld. Het beeld past in een transhumane werkelijkheid. Anton heeft steeds hard gewerkt, stond paraat voor veeleisende klanten. Zijn huwelijk is een dode zaak: zijn vrouw lijkt ook een veeleisende klant maar aan haar tracht hij te ontkomen. Zijn kinderen bellen hem enkel wanneer ze wat nodig hebben. Ze vinden hun vader nors.
    Anton ergert zich ook aan zijn secretaresse Dorien met wie hij weleens wat had op het bureau. Zij bemoeit zich, ze snuffelt. Maar Dorien kent hem ook, dat schept misschien vertrouwen. Het lijkt erop dat zij hem nog steeds wil.

    Geleidelijk aan krijgt Anton de dochter van zijn oudste klant in het vizier. Mila beheert met haar vader de joodse familiezaak.  Antons iPhone heeft voortaan meerdere functies. Hij kan Mila’s aanwezigheid verifiëren via WhatsApp, tenminste als ‘online’ zijn aanwezig zijn betekent. Het virtueel loeren begint.

    Vervreemding

    Iedereen in het verhaal lijkt op zijn beurt eenzaam rond te dolen met een geheim. Zelden wordt er echt contact gelegd. Het leven speelt zich grotendeels af op kantoor, maar het heeft er alle schijn van dat dat kantoorleven ook elders is binnengedrongen. De hedendaagse vervreemding wordt in De fiscalist knap geschetst, het toont een gelaten oppervlakkigheid. Het bezit wordt netjes geregeld. De innerlijke wereld daarentegen lijkt een puinhoop.
    Tijdens Antons crisis ontluikt er een zekere liefde voor Mila en zelfs voor ‘het leven’.
    Ik ben niet meer te redden en voel me hemels,’ zegt Anton. Is hij gedrogeerd door dopamine of begint er een loutering? Het interessante aan het personage van Anton is dat je tot het einde niet weet welke kant het opgaat.

    Dubbel

    Soms is er die barst, waardoor het licht kan binnenkomen, zoals Leonard Cohen zingt (‘There is a crack in everything, that’s how the light gets in’). Dan lijkt alles te ontdooien, in beweging te komen. Er is zelfs tederheid voelbaar en Antons gedachten en gevoelens hebben een bestemming: ze worden menselijk en breekbaar.
    Als Anton bijvoorbeeld de giften voor de goede doelen van zijn rijke klanten bekijkt, vraagt hij zich af: ‘Gaat het om de aftrekbaarheid van de belastingen of om de goede doelen zelf? Dan heeft hij kritiek op bepaalde systemen, stelt hij dingen in vraag.  Op zo’n moment doet zijn existentiële tocht weleens denken aan De valvan Camus waar de hoofdpersoon niets meer zeker weet en de maatschappij en zichzelf grondig aftoetst.

    Op andere momenten lijkt Anton voorgoed ingemetseld. Hij doet mee aan de dingen waarvan hij last ondervindt en die hij bekritiseert. Hij zegt van zijn vrouw dat ze enkel met het uiterlijk bezig is, maar koopt even later een cabrio.
    De moed ontbreekt om zich werkelijk te bevrijden. Hij stelt de liefdadigheid van rijke klanten terecht in vraag, maar dan is hij weer cynisch over huurders of cynisch tegenover zijn vrouw, die hij enkel gebruikt.

    Zijn vermogen tot liefhebben lijkt wel gevangen in een wereld van bezit. Hij is een vertrouwensman van financiële zaken, niet van liefde.
    Het lijkt erop dat die liefde niet ontwikkeld is, dat ze zoals een goudstaaf in de kluis terechtkwam. Het staat in schril contrast met de ontwikkeling van formules en mogelijkheden in de financiële wereld om bezit goed te regelen.
    Intimiteit wordt een grijpreflex, iets bezetens in een wereld van bezit. De liefde is iets dat je kan berekenen, opvragen, bestellen. Al blijft het platonisch, Anton wil Mila voor zichzelf, eist haar op alsof hij recht op haar heeft. Liefde blijft slechts bij lichamelijk genot, uiterlijk. De wereld bestaat uit kantoor en porno.

    Niets in zijn leven is zo duidelijk dan zijn geilheid,’ klinkt de hulpeloze puber die hij nog steeds is. Intimiteit blijft ook iets mechanisch, machinaal. In Antons wereld ‘objectiveren’ mensen elkaar, gebruiken ze elkaar.
    De ‘liefde’ die Anton voelt, wordt bovendien overgenomen door techniek. Anton raakt geobsedeerd door zijn iPhone. Hij weet wanneer Mila online is. Menselijke aanwezigheid wordt slechts geregistreerd.
    Toch is de hoop achter de beklemmende sfeer nooit verdwenen. Er zijn kansen om zich te bevrijden, alleen is Anton verblind.

    Zelfreflectie

    De man, die niet in staat blijkt tot werkelijke menselijke dialoog, legt uiteindelijk ook met zichzelf geen contact. De vragen die hij zich stelt, blijven hangen, zijn vrijblijvend. Onhandig zoekt hij oplossingen om Mila te bereiken en te ontsnappen aan de verstikkende en banale wereld. Hij koopt gewichten om te trainen. Het stereotiepe houdt hem gevangen en dat weet Kornmehl scherp te analyseren. Antons obsessies krijgen bijwijlen iets engs, geven een onbehaaglijk gevoel. Het kan exploderen. De liefde werd verwaarloosd en nu tikt de teller. Tijd is geld.

    Op de achtergrond van Antons toenemende obsessie vindt er een aanslag op een joodse school plaats. Mila is joods en studeerde geschiedenis. Ze heeft het gevoel dat het verleden haar, net zoals Anton, achtervolgt.
    Antons gedrag is tegelijkertijd griezelig herkenbaar. Hij is eerder doorsneemens dan Einzelgänger. De fiscalistis geen portret van een individu, maar het portret van een geldzuchtige maatschappij.

    Eenvoud

    Kornmehl blinkt uit in trefzekere zinnen. Beheerst en zonder drama geeft ze de feiten mee. Het verhaal wordt rustig en minutieus opgebouwd, in een sobere stijl. De eenvoud getuigt van vakmanschap. Soms zijn haar zinnen poëtisch. Af en toe staat er een bewuste herhaling, als een echo die oproept om iets te laten doordringen.
    Vaak zorgen originele combinaties van adjectieven voor scherpe observaties. Aan andere zinnen merk je dat Kornmehl filosofie studeerde.
    Het is knap hoe Kornmehl vaktermen uit de financiële wereld laat doorklinken als levenswijsheid. Over de restauratie van een vastgoed zegt Anton: ‘Zo werkt het blijkbaar, dat het lang verwaarloosd wordt en dan ineens heeft het haast.’
    Antons gedachtegang wordt verteld in de hij-vorm, als een zakelijk verslag van zijn innerlijk. Zijn gedachten verspringen snel. Zijn monoloog klinkt dan weer minder fragmentarisch en is gericht aan Mila, als een steeds obsessiever gebed. Fijn tekendetail bij Antons monologen is het icoontje van de iPhone die op ‘aan’ staat. Door Antons perspectief weet je niet altijd wat oprecht is en wat gedreven door angst of obsessie. Kornmehl is erin geslaagd om de tijdsgeest een eigen invulling te geven in een beklemmend boek dat op een verademende manier is geschreven. Ze nodigt de lezer uit om na te denken over liefde in een materialistische wereld.

     

     

  • Oogst week 36 – 2022

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.

    Filosoof Eva Meijer heeft zich verdiept in de rol van stilte in de politieke samenleving en daarover het essay Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes geschreven.
    De veelzijdige filosoof Meijer is op velerlei gebiedt creatief. Ze maakt tekeningen, kunstprojecten, schrijft liedjes, treedt op, fotografeert, schrijft essays, verhalen, romans en artikelen. Dieren staan in haar werk centraal plus de vraag wat het is om mededier – mens – te zijn. Taal is daarbij een instrument dat niet alleen door mensen wordt gebruikt, zo betoogt Meijer. Ze liet dat onder meer zien in haar boek Dierentalen (2016).

    Het politieke discours lijkt in toenemende mate afhankelijk van het taalgebruik. Wie het meest ad rem is wint het publieke debat en luide stemmen krijgen vaak de meeste aandacht. Wat er gezegd wordt is dan van ondergeschikt belang, net als op sociale media waar iedereen bijna alles kan roepen wat hij wil. Er is ook stilte, zegt Meijer. Die kan onderdrukken, maar kan ook stil verzet zijn, of deelname aan een gesprek via luisteren. In Verwar het niet met afwezigheid onderzoekt Meijer verschillende soorten politieke stiltes en schetst ze contouren voor nieuwe politieke omgangsvormen en de rol van morele dilemma’s.

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De fiscalist

    De fiscalist beschrijft een man, de fiscalist Anton, die in zijn verbleekte leven op zoek gaat naar echt contact. Zijn huwelijk stelt weinig meer voor en zijn werk is meer een dagelijkse sleur dan dat hij het succesvol kan noemen. Hij beseft dat hij eigenlijk hulp nodig heeft, maar in plaats van een psycholoog te bezoeken of zelfhulpboeken of -websites te raadplegen zoekt hij het in contacten via zijn telefoon. Hij merkt al snel dat het hem weinig oplevert.

    Dan richt hij zijn aandacht op Mila Kaufman, de dochter van een van zijn klanten. Deze Kaufman bezit talloze panden in Amsterdam en Anton is voor hem en de familie behalve belastingadviseur ook een vertrouwenspersoon. Mila weet niets van Antons adoratie. Hij laat zich steeds verder gaan en ziet in haar de vrouw die hij zich zou wensen maar die zij niet is. Ze wordt een obsessie. Om zijn rusteloosheid onder controle te krijgen spreekt hij voor zichzelf voicemails in. Gaat dit Anton helpen zijn leven te herscheppen of raakt hij verder verwijderd van de realiteit?
    De fiscalist is gebaseerd op een waargebeurd verhaal waarin Ariëlla Kornmehl zelf de hoofdrol speelde.

    De fiscalist
    Auteur: Ariëlla Kornmehl
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo Anthos

    Rombo

    Het is 1976. In het noordoosten van Italië vindt tweemaal, in mei en in september, een hevige aardbeving plaats. De aardverschuivingen zijn enorm. Bijna duizend mensen vinden de dood onder de puinhopen, tienduizenden mensen worden dakloos en velen verlaten voor altijd hun vertrouwde omgeving. Er ontstaat een nieuw landschap waarin de kracht van het natuurgeweld zichtbaar is. Minder zichtbaar is het menselijk trauma, de taal ervoor is niet zo gemakkelijk te vinden. Maar in Rombo, de nieuwe roman van Esther Kinsky, komen zeven mensen aan het woord over de gebeurtenissen van toen.

    Ze wonen in een afgelegen bergdorp waar de aardbeving behalve in het landschap ook in de geesten van de mensen littekens heeft achtergelaten. Langzaam leren deze mannen en vrouwen woorden te geven aan de gevoelens die hun toen verpletterde levens zijn gaan beheersen. Verlies en angst kennen allen, maar de individuele herinneringen brengen ook diepere en oudere pijnen boven. Kinsky maakte er ontroerende en beklijvende verhalen van.

    Rombo
    Auteur: Esther Kinsky
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim